Bekijk het origineel

Groeien in de genade en kennis van Christus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Groeien in de genade en kennis van Christus

11 minuten leestijd

n.a.v. 2 Petrus 3 : 14-18

heiüging door verwachting

De slotpassage van de tweede Petrusbrief is, hoewel een afgerond geheel, toch duidelijk verbonden met het vorige gedeelte van dit hoofdstuk. De wetenschap dat de zichtbare dingen een diepgaande verandering zullen ondiergaan, ja dat ze zelfs brandende zullen vergaan en dat er nieuwe hemelen en een nieuwe aarde zullen komen, dat moet de kinderen Gods aansporen , , onbevlekt en onbestrajfelijk van God bevonden te worden in vrede". De levende hoop en het leven in de hoop heeft als vrucht een godvruchtig leven. De hoop is immers leven. Ze wekt leven uit God in ons. Waar tevoren de dood ons bestaan overheerste en beheerste, daar worden we nu door de opstanding uit de dood opgewekt tot een nieuw leven. , , Hierom, die nieuwe hemelen verwacht, die zal zichzelf beginnen te vernieuwen en zal hiernaar pogen met alle naarstigheid. Maar die in hun vuiligheden blijven steken, het is zeker, dat die op het rijk Gods niet kunnen denken en dat ze niet smaken dan wat de verderfelijke wereld aangaat" (Calvijn). , , Verwachtende deze dingen..." Dat kenmerkt het leven van de tot nieuw leven geborenen. Ze raakten in blijde verwachting. Gods belofte was daarvan de oorzaak en de hoop richt hen voorwaarts. Dat kan niet missen. Levend geloof laat ons leven niet onberoerd. We worden door het geloof wedergeboren tot burgers van het Rijk Gods dat komt. Benaarstigen of wel beijveren is een trek van ons leven geworden. We zijn niet zo makkelijk tevreden over onszelf. Je hebt soms van die tevreden mensen die zich ook christen noemen. Ze hebben alles bereikt wat er zoal op kerkelijk erf te bereiken valt. Ze zijn gedoopt, deden belijdenis en komen nu geregeld aan het Avondmaal. Ze komen ook trouw ter kerk, hoewel velen met eenmaal per zondag ook allang tevreden zijn, zeker in de zomermaanden. Verder merk je niet zoveel aan hen. Over Christus spreken met hen en het kennen van Hem in de dagelijkse omgang met Hem vinden ze meestal vreemd. Strijd tegen dc zonde vinden ze al gauw overdreven, overspannen, overbodig want alles is toch volbracht. Lauwheid glijdt als een doodskleed velen om de schouders van wat kerkelijk leven w r ordt genoemd.

Ik lees hier wat anders en ik betrek ook mezelf onder de apostolische kritiek van het Woord: , , Daarom, geliefden, verwachtende deze dingen, benaarstigt u dat gij onbevlekt en onbestraffelijk van Hem bevonden moogt worden in vrede."

De verwachting van Christus, de komst van het Koninkrijk houdt ons bezig. Dat kan niet anders. Biddend wordt de Heere verwacht. Strijdend in de geestelijke wapenrusting Gods. Wakend en nuchter zijnde zien we soms met betraande ogen uit naaide komst van Hem die ons heil volmaken zal. Zo vaak zijn er de dagen vol duisternis en aanvechting die ons als het ware dreigen te verstikken. Het is soms zo koud in de wereld om ons heen. De aarde lijkt leeg te zijn van God. Waar zijt Gij, o Heere der heerscharen, vaart als een gebed door onze ziel? Waar zijn de dagen vanouds, de jaren waarin we u mochten aanschouwen door het geloof in uw aanbiddelijke heerlijkheid? Het is zo kil in de gemeenten. Ieder klaagt over geestelijke eenzaamheid, over schraalheid in bediening en gebed. Velen staan binnen de gemeente van Christus tegen elkaar op. Men leeft langs elkaar heen, wil elkaar niet vasthouden of begrijpen. Kruipt weg in eigen groep of verschuilt zich achter eigen bastion. Hier lezen we de remedie ons door de apostel aangereikt: beijvert u dat u onbestraffelijk en onbevlekt in Christus gevonden mag worden. In Christus, ja. Het zal niet genoeg zijn als de Heere ons bij Zijn komst vindt in een zuivere groep of hechte bond, in een rechte leer of rechtzinnig leven. W T ant ook al die elementen zullen branden en vergaan. In Christus bevonden worden. Over be-vinding gesproken. Die heeft alles met Christus te maken. Hij zal in die grote dag bevonden worden te zijn een „verberging tegen de wind en een schuilplaats tegen de

vloed" (Jes. 32 : 2a). Al het onze zal bevonden worden te zijn een nul en een niet. Zeis al onze gerechtigheden zullen wegwaaien in de wind van Gods oordelend richten. Staan blijft alleen de gerechtigheid van die ene Man Gods en allen die in de plooien van Zijn kleed zich geborgen weten door het geloof.

In vrede bevonden worden. Die vrede slaat volgens Calvijn op de rust van het gemoed waarop de hoop en het geduld van de christen rusten. Het is de vrede „van een geruste ziel die in Gods Woord rust". Is dat wonderschoon gezegd of niet? Een christen is een mens die het anker van de hoop buitenboord mocht werpen en een houvast vond in de gewisse toezeggingen van z'n God. In vrede leven. Het heeft ook te maken, volgens bijbels woordgebruik, met het leven in orde, in de gang door God gewild, in welzijn waartoe God het leven bedoelde.

Onbevlekt en onbestraffelijk. U zegt: maar dat bereiken we in dit leven toch nimmer? Dat zal waar zijn. Toch wil het ons streven zijn. Maar niet vanuit onszelf of iets in onszelf. Alleen door Christus aan te hangen. We raken hier nooit van ons vleees ontslagen (Calvijn), daarom hangen we Hem aan. Hem aanhangen met waarachtig geloof, vaste hoop en vurige liefde.

een moeilijke prediker

Opnieuw noemt Petrus de lankmoedigheid van de Heere in het uitstel van Zijn wederkomen. We hoorden het hem al eerder zeggen. Dat heeft niets te maken met traagheid bij God. Of met het vergeten van Zijn belofte. Nee, de Heere heeft geduld met de wereld. In dat geduld ligt de zaligheid opgesloten. Petrus doet dan een beroep op Paulus. Wellicht om zijn eigen spreken in deze brief meer gezag te geven. Ik schrijf niet anders dan Paulus deed, ik leer niet anders dan ook Paulus u leerde. Of, die mogelijkheid is er ook. de dwaalleraars beriepen zich voor hun dwaalleer op Paulus en nu wil Petrus aantonen: ten onrechte. Petrus zegt niet precies aan welke woorden van Paulus hij hier denkt, We kunnen hier b.v. denken aan wat Paulus in Rom. 2 , 4 schrijft over „de rijkdom van Gods goedertierenheid en verdraagzaamheid en lankmoedigheid die tot bekering willen leiden". Petrus memoreert hoe de lectuur van Paulus' brieven toch ook al moeilijk werd gevonden door velen. En dat anderen daarop inspeelden en

Paulus' uitspraken verdraaiden zoals ze dat ook met andere Schriftplaatsen hebben gedaan. Paulus heeft zelf ook meermalen in zijn brieven laten merken hoe hij er onder leed dat men hen misverstond. Dat men zijn woorden verdraaide en verkeerd toepaste. Paulus, een moeilijker prediker. Daar zal wat van waar zijn. Zeker voor wie zich niet veel moeite wil getroosten. Die de brieven van Paulus wil lezen als een zevenstuiverroman, met respect voor Paulus' brieven geschreven. Diepe geestelijke zaken bespreekt Paulus. In bewogenheid raakt hij tot de fundamenten van het heil. Gedreven door Gods Geest tracht hij de verborgenheden Gods te onthullen. Zwaar om te verstaan. Het mag ons troosten als we in ernst en onder aanroeping van Gods Geest trachten de boodschap Gods op te vangen en in het hart te ontvangen. Terwijl we soms ons afvragen: wat bedoelt de man Gods, wat wil God ons door hem ook vandaag boodschappen? Een moeilijke dominee, die Paulus. Ja, maar wel een van God gezonden knecht die onverdroten aan de waarheid Gods getuigenis gaf.

Wat is moeilijk? Die klacht krijgen de meeste dienaren van het Woord nog weieens te horen op hun prediking. En dat kan

goed bedoeld en terecht zijn. We hebben te trachten naar helderheid en eenvoud in de prediking en de uitleg. Prediking is dienst van en aan het Woord. Het Woord aan het woord laten komen. Het is al eerder zo gezegd, ik weet het. Dat kost inzet en ijver.

Anderzijds is veel geklaag over de moeilijkheidsgraad van de prediking een gevolg van een ontzettende onkunde en luiheid. Wat leest men en waar gaat men in op. Wie zich prijsgeeft aan de oppervlakkigheid van het eigentijdse vermaak, wie niet meer gewend is zich te oefenen in de geheimen van de godzaligheid vindt alles al gauw te moeilijk en te diep. Daar hoeven we in de prediking niet aan toe te geven door als een populaire rhetor eigentijdse komedianten na te bootsen, En de stevige kost van het Woord hoeft niet altijd ingeruild te worden voor de slappe waterige kost waar iedereen zich een beetje in kan vinden. De prediking mag niet aan vertrossing gaan lijden. Dan krijg je zoiets als: het is de simpelheid die het 'm doet of: het zijn de bekende paadjes die het 'm doen. Sluit u ook aan bij de grauwe massa die voor een koopje zalig willen worden, zonder het „nauwelijks", het „met moeite" waar onze apostel Petrus ons over inlichtte in zijn eerste brief (4, 18) en dat we toch ook wel op dit punt mogen toepassen.

opgroeien

Welnu, Petrus waarschuwt zijn lezers tegen hen die de woorden van Paulus verdraaien om hem af te rukken en uit te laten vallen van hun vastigheid, zoals hij dat in vers 17 zegt. In het Nieuwe Testament worden de gelovigen op meerdere plaatsen voor verleiders gewaarschuwd. Jezus is zelf daarin voorgegaan, Verleiders zijn er altijd geweest. Ze zyn er ook vandaag. En wat is hun opzet? Om weg te rukken van het vaste punt in hun leven: Christus en Zijn beloften. Om ze van hun standvastigheid te beroven. Wees op uw hoede, wil Petrus zeggen. Wapen u tegen al zulke verleiders. Er is wat anders nodig. Dit: „Maar wast op in de genade en kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus..."

Calvijn noemt dat het enige middel tot volharding om dagelijks voort te gaan en door onze traagheid niet ter helfte te blijven steken. Waar zakt en kwijnt het geestelijk leven in en weg? Waar Gods kinderen verslappen in het gebed, in de overdenking van het Woord, in de omgang met de Heere, daar krijgt de boze entree in het leven, daar komt de twijfel naar boven, daar vindt de wereld een open deur, daar zijn we als een opengebroken stad, een vesting zonder muur. Hoe nodig hebben we het gevoed te worden door het levende Woord, zondags en door de week. Gemeenschappelijk en persoonlijk. Hoe nodig is het de Heere te zoeken in een geregeld gebedsleven verbonden aan bijbelonderzoek. En hoe hebben we elkaar daar bij nodig als medegelovigen in de Heere. Opgroeien in de genade en kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus. In het eerste hoofdstuk heeft Petrus daar ook al aandacht aan geschonken. Voegt bij uw geloof deugd en bij de deugd kennis en bij de kennis matigheid en bij de matigheid lijdzaamheid en bij de lijdzaamheid godzaligheid en bij de godzaligheid broederlijke liefde en bij de broederlijke liefde, liefde jegens allen. En zo die dingen bij u zijn, zullen ze u niet onvruchtbaar laten in de kennis van onze Heere Jezus Christus (1, 5—8).

Ons is hier steeds een klein beginsel gegeven, Niet om daar genoeg aan te hebben en in te berusten. Maar juist om voortdurend aangespoord en voortgedreven te worden tot meerdere kennis van Christus.

Voortgedreven, niet door een wettisch be-

ginsel, maar door het evangelisch vermaan: wast op in de genade en kennis van uw Heere en Zaligmaker. Hèm die u mocht gaan beminnen toen uw oog voor Hem open ging in al Zijn heerlijkheid, Hèm wilt u meer en meer leren kennen immers? Hoe meer u van Hem weet, hoe intenser u Hem leert beminnen. In de omgang met mensen is dat soms anders. Mensen vallen bij nadere kennismaking vaak tegen. Ik denk aan de bekende regel: wie een dominee wil eren, moet niet met hem verkeren. Maar wie de Heere wil eren, moet juist veel met Hem verkeren. Hij valt nooit tegen, o neen. Alwat aan Hem is, is gans begeerlijk. Hoe meer u Hem door genade mag leren kennen, des te meer krijgt u Hem lief. Opwassen, groeien in de genade is groeien in de kennis van Christus. De rank strengelt zich meer en meer om de wijnstok heen. En hoe hechter die band aan Christus, des te meer stroomt Zijn leven door ons heen. Het klimop groeit steeds verder aan het huis omhoog en opzij. Soms is het huis door de groene klimop nauwelijks meer zichtbaar. Toch is het huis de grond van de klimop. Zo is het ook hier. Hoe meer aan Christus verbonden, des te meer groeien we aan Hem vast. Maar zonder Hem zouden we niets zijn, ja zijn en vermogen we ook niets.

Daarom eindigen we onze uitleg van ook deze Petrusbrief met de woorden van de apostel zelf: Hem (n.1. Christus) zij de heerlijkheid, beide nu en in de dag der eeuwigheid, Amen".

Dat wordt hemelwerk. Daar is de opwas voltooid en de kennis volmaakt. Daar zingt de schare van Zijn gezegende arbeid in hun leven verklaard en geleerd door de Heilige Geest.

Ik kan mij zelf geen wasdom geven niets kan ik zonder U, o Heer' In Uw gemeenschap kiemt er leven en levensvolheid meer en meer. Uw Geest zij in mij uitgestort de rank, die U ontvalt, verdort.

W.

J. M.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juni 1983

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Groeien in de genade en kennis van Christus

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juni 1983

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken