Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Op de weg naar Rome

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Op de weg naar Rome

11 minuten leestijd

En alzo gingen wij naar Rome... En vandaar kwamen de broeders, van onze zaken gehoord hebbende, ons tegemoet tot Appius-markt en de Drie Tabernen; welke Paulus ziende, dankte hij God en greep moed. Hand. 28 : 14b—15

Het gedwongen onderhoud op Malta heeft langer geduurd dan Paulus gedacht en gehoopt had. Drie maanden is een lange tijd voor iemand die haast heeft! En Paulus hééft haast om in Rome te komen. Maar de winter maakt de scheepvaart vrijwel onmogelijk. Paulus, de gevangene van de keizer, zit gevangen op Malta. Maar dan komt er schot in de reis. De reis waarvan Lukas ons een nauwkeurig verslag geeft: Syracuse,

Rhegium, Puteoli. Die laatste plaats is een voorhaven van Rome, waar men zeven dagen gastvrijheid geniet bij broeders. En dan gaat de tocht te voet verder, naar Rome!

Op de weg naar Rome zien we:

1) dat Gods Woord waar is

Alzo gingen wij naar Rome... Op het eerste gezicht is het maar een gewone mededeling in het reisverslag van Lukas. Maar als we er goed naar luisteren horen we er toch méér in. Het klinkt als een triomfkreet: naar Rome! Het heeft er immers niet naar uitgezien dat Paulus ooit in Rome zou komen? Twee jaar zat hij gevangen in Caesarea. Hij is verschillende keren verhoord.

Uiteindelijk heeft hij zich op de keizer beroepen. En toen hij eenmaal op weg was naar Rome, toen dreigde het schip waarop hij voer met man en muis te vergaan. Letterlijk is Paulus aangespoeld op Malta. En nauwelijks aan land werd hij gebeten door een gifslang. Wéér bedreigd met de dood.

Het leek wel alsof er nooit iets van terecht zou komen. Alsof hij nooit het doel van de reis zou bereiken.

Is het nu zo vreemd dat Lukas, wat ingehouden, maar toch triomfantelijk schrijft: en alzo gingen wij naar Rome?

En toch kon het niet anders. Want er heeft een engel bij Paulus gestaan, een engel met het Woord van zijn God: vreest niet, Paulus, gij moet voor de keizer gesteld worden. Op dat Woord kon hij immers aan?

Zo maakt ook deze laatste etappe van de reis ons duidelijk dat de Heere Zijn Woord waar maakt. Dat Hij doet wat Hij gesproken heeft.

Alleen — de Heere maakt Zijn Woord altijd waar door de diepte heen. In het geval van Paulus: dwars door de storm en noodweer heen. Opdat Paulus zou weten, juist als hij het niet meer kan bekijken, wat hij aan zijn God heeft.

Want het is niet zo moeilijk bij windstil weer te zingen: wij gaan van kracht tot kracht steeds voort. Maar als het erop gaat lijken dat we met alle beloften van God nog een keer zullen omkomen. Om dan nog te geloven dat Hij, Die het beloofd heeft, getrouw is en het ook doen zal...

Verstaan we dat? Dat we moeten zeggen:

Heere, ik zie er niets van, ik zie eerder het tegendeel, want alles loopt me tegen, alles breekt me bij de handen af. Maar ik geloof toch dat Uw Woord waar is en dat U zult doen alles wat U gesproken hebt.

Dat is geloof, 'k Zal Zijn lof zelfs in de nacht zingen waar ik Hem verwacht. En wat een vreugde geeft dat, als we zien mogen: Hij houdt getrouw Zijn Woord!

Alzo gingen wij naar Rome. Paulus moet in Rome komen, want het Evangelie moet in Rome komen. Dat zal de duivel met heel zijn hellemacht niet verhinderen. De duivel — ja, want het lijkt wel alsof die in Rome regeert! Daar zit immers Nero op de troon?

De man die straks de christenen zo wreed zal vervolgen! Moet Lukas, moet Paulus daar dan zo blij mee zijn, dat ze naar Rome gaan?

Och, ze zijn immers maar slaven van Christus. En de dienstknecht is toch niet meer dan zijn Heere? Paulus acht toch zijn leven niet dierbaar als hij zijn loop maar mag volbrengen? Als die Naam maar grootgemaakt wordt, dan doet het toch niet terzake hoe het met Paulus afloopt? Op de weg naar Rome zien we:

2) dat Gods volk één is

Paulus en zijn metgezellen gaan te voet naar Rome, over de beroemde Via Appia. Zo komen ze in Appius-markt, het zogenaamde Forum Appii, een dorpje ongeveer 60 kilometer van Rome. Een beruchte plaats met een nogal ruwe bevolking. En daar komen de broeders uit Rome hen tegemoet!

Hoe kunen dc broeders in Rome weten dat Paulus daar aankomt? Is er een ijlbode vanuit Puteoli gezonden om aan te kondigen dat Paulus in aantocht is? In ieder geval is hetgeen kleinigheid. Die mensen hebben uren gelopen om Paulus tegemoet te komen. En de ene groep heeft vlugger gelopen dan de andere, want straks, bij Drie Tabernen, ongeveer 10 kilometer verder, ontmoeten ze nóg een aantal broeders.

Wat een verrassing voor Paulus! Er wordt blijkbaar in Rome naar zijn komst uitgezien.

Kenden die mensen Paulus dan? Niet van gezicht. Er is al lang een gemeente van Christus in Rome, maar die is niet door Paulus gesticht. Die gemeente is zelfs ouder dan de gemeenten die door de arbeid van Paulus zijn ontstaan. Dus Paulus ontmoet hier mensen die misschien wel langer christen zijn dan hij. Hij kent ze niet en toch kent hij ze wèl. Want hij heeft aan die gemeente in Rome immers een brief geschreven? En hij verlangde ernaar de broeders daar te zien en te spreken. En de gemeente in Rome verlangde ernaar Paulus te mogen ontmoeten.

Wat een wonderlijke zaak eigenlijk... Paulus op weg naar de wereldstad van die tijd, en wetend dat hij daar een gemeente van Christus zal vinden. En die gemeente, brandend van verlangen om de apostel te zien en van hart tot hart met hem te spreken. Ze hebben elkaar nooit gezien en toch is er al een band.

Ze worden allen geleid door dezelfde Geest. Ze hebben alle dezelfde Heere en Zaligmaker leren kennen. Ze hebben allen leren buigen voor Hem. Hem uitgeroepen tot Koning over hun leven. Ze zijn allen gewassen in hetzelfde bloed. En ze "hebben allen uitzicht op de erfenis die weggelegd is.

En waar een band is aan HEM, daar is ook een band aan elkaar. Dan kan het gebeuren dat we iets horen of lezen van mensen die we nooit gezien hebben en dat het meteen „klikt".. Dat we ons leven verklaard vinden in boeken die honderden jaren geleden zijn geschreven. Want hoe verschillend de wegen ook zijn, die de Heere houdt, op één punt komen ze samen: dat we onszelf leren afschrijven en onze zaligheid zoeken en

vinden bij Hem Die de volkomen Zaligmaker is.

En als we Hem niet kunnen missen, dan kunnen we ook elkaar niet missen. We kunnen immers zoveel van elkaar leren? Wat de een niet weet, dat weet de ander. En iemand die leeft in de blijdschap van het geloof kan zoveei betekenen voor iemand die op dat. ogenblik alles kwijt is.

Geloven we de gemeenschap der heiligen?

Zijn we broeders en zusters van hetzelfde huis? Of heerst de dood, omdat we misschien in naam van de waarheid elkaar uit de hoogte veroordelen en verketteren? Elkaar te kunnen missen en eikaars gezelschap niet nodig te hebben zijn geen tekenen van leven! De Emmaüsgangers liepen de hele weg terug toen ze de Opgestane Jezus hadden ontmoet, want de anderen moesten het ook weten!

Die gemeenschap kan er zelfs zijn al zien we elkaar niet. Die kan er zijn in Gods huis onder de bediening van het Woorcl. Die kan er zijn als we in het verborgen Gods aangezicht zoeken in het gebed en eikaars noden opdragen aan de troon der genade. Gemeenschap met elkaar omdat er contact is met Hem, het Hoofd der gemeente. Dat geeft moed in het strijdperk van dit leven.

Op de weg naar Rome zien we:

}) dat Gods knecht biij is

We kijken niet zo vaak in het hart van Paulus. Hoe hij onder alles gesteld is geweest, dat is verborgen gebleven. En nu ineens vertelt Lukas: toen Paulus de broeders uit Rome zag dankte hij God en greep moed.

Zou Paulus dan de moed kwijt geweest zijn? Wie van Gods kinderen is daar vreemd aan? In wiens leven zijn er geen tijden dat de hemel gesloten is, dat we de moed hebben verloren?

En toch — bij Paulus horen we daar niet zoveel over. Wat kan hij roemen in de verdrukkingen! Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?

Toch heeft hij hier blijkbaar een bemoediging nodig gehad. Hij draagt immers zoveel zorg voor de gemeenten. Het zijn zijn kinderen in het Evangelie. En vooral voor de gemeente van Rome is hij zo bezorgd. Daar zijn de gevaren zo groot. Daar is de satan zo aktief. Zou die gemeente staande blijven in de verdrukking? Zouden de dwaalleraars geen vat op haar krijgen?

Dat is de zorg van Paulus geweest. Hij heeft die gemeente in Rome zo lief. Zal hij ook wederkerig van die gemeente liefde ontvangen ?

Nu kijken we toch even in zijn hart. Deze grote in het Koninkrijk Gods kan blijkbaar ook niet leven zonder de broederschap, zonder de blijken van liefde van de kant van hen die ook de Heere Jezus liefhebben. Hij is geen eenzame grote, die alles zelf kan en niemand nodig heeft. Hij heeft zo vaak voor de gemeenten gebeden, maar zelf kan hij ook de voorbede niet missen.

En nu zijn deze broeders hem tegemoet gekomen, ze hebben niet kunnen wachten tot Paulus in Rome aankwam. Nu is hij ineens van zijn onrust, van zijn twijfel genezen.

Wat een ontmoeting op de Via Appia! Zouden die mensen elkaar niet om de hals zijn gevallen? Zouden ze geen tranen van vreugde hebben geschreid?

Het eerste dat Paulus doet is: God danken.. Hij zegt niet: bedankt, broeders, dat jullie gekomen bent. Eerst buigt hij midden op de weg zijn knieën en zendt hij een dankgebed op tot de God en Vader van Jezus Christus.

Hij dankte God. Dat heeft hij vroeger ook al gedaan. Hij heeft het geschreven aan het begin van de Romeinenbrief: ik dank mijn God in Jezus Christus over u allen. Maar nü dankt hij God in hun tegenwoordigheid. Voor de redding cn dc bewaring onderweg, maar vooral voor de onmoeting met deze broeders.

Hij dankte God en greep moed. Want hij heeft gezien dat de Heere Zijn Woord waar maakt, dat Hij Zijn Gemeente bewaart. Dat het werk niet zijn zaak is, maar Gods zaak. Hij ervaart de waarheid van de belofte: Ik ben met u alle dagen tot de voleinding deiwereld.

Is er dan geen reden de Heere te danken, moed te grijpen? Niet wanneer we zien op onszelf en op de omstandigheden, want dan zouden we de moed verliezen. Maar als w r e zien op Hem Die de Vader heeft gedankt midden in Zijn lijden. Die in de nacht van Zijn lijden tegen Zijn discipelen heeft gezegd: hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.

Zijn we ook zo vol goede moed? Paulus heeft er reden voor, want hij reist het gevaar tegemoed, maar hij is geborgen in de Heere Jezus, Die Zichzelf voor hem overgegeven heeft.

Dat kunt u allemaal nog leren, ouderen en jongeren, uw weg met blijdschap te reizen.

Niet omdat die weg zo gemakkelijk is, maar omdat HIJ wil voorgaan op die weg. Dan hebben wij maar achter Hem aan te komen en dan mogen we weten dat niets cn niemand ons uit Zijn hand zal rukken.

En broeders en zusters, kunt u het stellen zónder elkaar? Of verlangt u ernaar elkaar te ontmoeten, met elkaar te spreken en samen de Heere groot te maken? Dan hebben we geen ruzie over de vraag wie van ons de meeste is, want dan wordt onze Oudste Broeder de Eerste en de Hoogste. En ziende op Hem mogen wc elkaar bemoedigen en vertroosten.

Wacht op de Heer', Godvruchte schaar,

houdt moed, Hij is getrouw, de Bron van alle goed.

Samen leven uit Hem en onze gaven tot nut van de ander aanwenden! Dat is de gemeenschap der heiligen. Die wordt altijd nog maar gebrekkig beoefend. Die momenten zoals op de weg naar Rome, waar we elkaar mogen ontmoeten en God danken, die zijn altijd nog zeldzaam.

Maar straks zullen we nooit meer onszelf bedoelen. Ook nooit meer van elkaar gescheiden worden. Nooit meer aan de moedeloosheid prijsgegeven zijn. Maar daar zullen allen die uit de grote verdrukking komen, verwonderd staan rondom het Lam Dat geslacht is. En mèt Paulus en mèt de gemeente van Rome en mèt alle heiligen samen Hem eeuwig danken. Die ons bekwaam gemaakt heeft om deel te hebben in de erve der heiligen in het licht.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1983

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Op de weg naar Rome

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1983

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken