Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Afscheiding in het land van Heusden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Afscheiding in het land van Heusden

7 minuten leestijd

(3)

De Afscheiding te Genderen

Toen Scholte op reis ging naar Groningen liep er reeds een klacht tegen hem. Op grond daarvan zou liet Classicaal Bestuur van Heusden ongetwijfeld maatregelen tegen hem nemen. Maar inmiddels had hij zijn zaak verergerd door zijn optreden in het noorden. Hij had daar immers duidelijk Art. 11 van het Reglement op de Vakaturen overtreden door in een vakante gemeente Woord en Sacrament te bedienen, zonder toestemming, zelfs tegen het uitdrukkelijke verbod van de consulent in.

Scholte verklaarde niet te hebben geweten van het bestaan van dit artikel. Dat kan best waar zijn. Welke predikant kent vandaag alle artikelen van de Kerkorde? Maar hij was wèl gewaarschuwd. Bovendien had hij bij zijn toelating tot de ambtelijke bediening beloofd zich naar de regels die in de Kerk golden te zullen gedragen. Formeel was er dus niets in te brengen tegen het vonnis dat de Classis Heusde over hem uitsprak: voorlopige schorsing met behoud van traktement. Dat gebeurde op 29 oktober 1834.

Het is evengoed duidelijk dat het Classicaal Bestuur blij was een formele grond voor deze schorsing gevonden te hebben. Men wilde deze lastpost gewoon kwijt. Had de Classis haast, Scholte niet minder! Nog dezelfde avond riep hij zijn kerkeraad bijeen om te verklaren dat hij zich wilde afscheiden. Alle aanwezige broeders stemden daarmee in. De twee uit Doeveren, die het er niet mee eens waren, ontbraken en werden de andere dag op de hoogte gesteld.

De volgende dagen ging men met lijsten rond waarop de inwoners van Genderen en Doeveren hun handtekening konden plaatsen wanneer ze met Afscheidig instemden. Deze lijsten werden met een Akte van Afscheiding gezonden aan de kerkelijke besturen. Als motief werd genoemd dat men van hogerhand de gemeente van Genderen

en Doeveren wilde beroven van „onze van Godswege geschonken Herder en Leeraar".

Hoe groot was de aanhang van Scholte in beide gemeenten? Deze vraag wordt in de studie van M. J. van Diggelen uitvoerig beantwoord. In eerste instantie tekende 96% van de inwoners van Genderen. In het kleinere Doeveren ging 75% van de bevolking met de Afscheiding mee. Toch zijn deze cijfers betrekkelijk. Er hadden mensen getekend die ternauwernood begrepen waar het om ging. Anderen hadden impulsief meegegaan, maar trokken zich later terug. Een jaar na de Afscheiding keerden verschillende armen, die van Scholte te weinig ondersteuning kregen, terug naar de Hervormde Kerk om daar weer onder de „bedéhng" te vallen...

In elk geval was de Afscheiding in Genderen en Doeveren een vrij massaal gebeuren. Dat is heden ten dage nog merkbaar. De Gereformeerde Kerk van Genderen heeft een zielental dat twee keer zo groot is als dat van de Hervormde Gemeenten Genderen en Doeveren bij elkaar.

Teleurstelling en inkwartiering

Scholte zelf heeft er, al is het misschien ongewild, aanleiding toe gegeven dat hij bij een deel van zijn volgelingen het vertrouwen weer verloor. Wanneer vrijwel de hele gemeente met hem zou meegaan, zo had hij zijn mensen voorgespiegeld, dan kon men als zelfstandige gemeente voortbestaan, los van de kerkelijke besturen en dan bleef men ook eigenaar van de kerkelijke gebouwen en goederen. De werkelijkheid was wel een beetje anders! Zowel de diakonie als de kerkvoogdij moesten onverwijld alle bescheiden, gelden en goederen afgeven. Toen dat geweigerd werd en Scholte buiten de kerk godsdienstoefeningen hield, werd hij definitief uit het ambt ontzet en de kerkeraad voor drie maanden geschorst. Tenslotte kreeg hij aanzegging dat hij binnen drie dagen de pastorie moest ontruimen. Hoewel hij een doktersverklaring kon overleggen dat zijn vrouw ziek te bed lag kreeg hij geen uitstel. Zo verhuisde hij op 30 maart 1835 met zijn gezin van Doeveren naar Genderen waar een gedeelte van een woning tot zijn beschikking was gesteld.

Op 31 maart begon in Genderen de klok te luiden. Daarmee werd de bevolking op de hoogte gesteld van de komst van een détachement soldaten. Deze arriveerden nog dezelfde dag en werden bij verschillende mensen ingekwartierd.

Deze „kurassiers" waren aangevraagd door ds. C. W. Pape, predikant te Heusden en scriba van het Classicaal Bestuur. In het vervolg zullen we nog wel nader met hem kennis maken. Pape wilde de steun van de overheid niet om de Afgescheidenen tot andere gedachten te brengen, van gewetensdwang had hij een afkeer. Hij wilde alleen een voorzorgsmaatregel nemen om relletjes te voorkomen. Het is duidelijk dat de komst van soldaten in Genderen eerder de onrust opwekte dan de rust bevorderde. De Afgescheidenen legden het dan ook uit als vervolging terwille van het Woord...

Bijna het hele jaar 1835 bleven de „kurassiers" in Genderen, met een onderbreking van een maand. Hun aanwezigheid was volkomen overbodig. Terecht had Scholte opgemerkt dat de Afgescheidenen „allen schijn van oproer" wilden vermijden.

Beoordeling

Het is natuurlijk vrij gemakkelijk na anderhalve eeuw commentaar te leveren op de gebeurtenissen. Lagen aan deze Afscheiding alleen religieuze motieven ten grondslag of waren er ook andere factoren in het spel? Van Diggelen besteedt ruime aandacht aan de economische toestanden die in de dertiger jaren van de vorige eeuw ronduit slecht waren. Misschien zocht de ontevredenheid daarover ook een uitweg in de opstand tegen het kerkelijk gezag, dat veelal in handen was van de „liberalen". Maar op andere plaatsen, waar de Afscheiding geen voet aan de grond kreeg waren die toestanden toch niet beter? Ongetwijfeld speelt de persoon van Scholte, die door prediking en optreden grote invloed had, een rol. Hij verwoordde wat in de harten van velen leefde, hij trad handelend op en de mensen volgden hem bijna blindelings.

De houding van de kerkelijke besturen en de maatregelen van de overheid zijn op zichzelf niet onbegrijpelijk. Volgens Van Diggelen wordt aan de hand daarvan duidelijk „dat de autoriteiten in paniek waren en niet goed wisten hoe ze de kwestie moesten oplossen. De situatie was dan ook nieuw, een adaequaat antwoord kon slechts tastenderwijs worden gevonden".

Maar hoe verklaarbaar de houding van kerk en overheid ook was, te rechtvaardigen is zij niet. Het optreden tégen en de vervolging van de Afgescheidenen, niet alleen in Genderen, maar ook ojp zoveel andere plaatsen, is een zwarte bladzijde in onze geschiedenis. Eén en ander kwam immers voort uit verzet tegen de Gereformeerde leer en prediking.

Verdere ontwikkelingen

Scholte preekte aanvankelijk voor grote scharen mensen in schuren, later, omdat deze bijeenkomsten door de soldaten werden verhinderd, voor kleinere gezelschappen in particuliere woningen, nog weer later in een verhuurde boerderij. Zijn aanhang begon echter wat te slinken als gevolg van onderlinge twisten onder de Afgescheidenen. Eerst keerden enkele armen terug naar de Hervormde Kerk, later keerden ook enkele „notabelen" Scholte de rug toe. Scholte zelf verhuisde en verlegde ook zijn werkterrein naar Gorinchem van waaruit hij vele gemeenten in de regio bediende. Daardoor nam zijn invloed in Genderen af.

De Hervormde Gemeenten van Genderen en Doeveren, waarvan slechts een restant was overgebleven, beriepen nog in 1835 een nieuwe predikant, ds. Van Setten, die er zou blijven tot 1852. De inwoners van Doeveren keerden voor een groot deel terug naar de Hervormde Kerk, terwijl de gemeente Genderen in die jaren groeide van 35 naar 200 zielen. Aanvankelijk moest de Classis doen „wat des kerkenraads was", maar rond 1840 kon weer een kerkeraad worden gevormd uit de autochtonen.

De Afscheiding in het Land van Heusden bleef niet beperkt tot Genderen en Doeveren. Ook in Almkerk en in Veen braken velen met de vaderlandse kerk. Hoe dat in zijn werk ging zullen we volgende keer zien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1983

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

De Afscheiding in het land van Heusden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1983

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken