Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De nodiging

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De nodiging

11 minuten leestijd

Jezus anWoordde en zei tot haar: en ieder die van dit water drinkt zal wederom dorsten. Maar zo wie gedronken zal hebben van hci water dat Ik hem geven zal, die zal in eeuwigheid - niet dorsten; maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven. Joh. 4 : 13-14

Ze he'bben elkaar in de ogen gekeken: de joodse Vreemdeling, Die daar vermoeid neerzit bij de Jacobsbron, en de Samaritaanse, die op dit middaguur met haar lege kruik naar de bron is gekomen. Kennelijk was zij niet van plan ook maar één woord tegen die Jood te zeggen. Maar Hij heeft de stilte doorbroken met Zijn verzoek om een beetje drinken. Je moet toch wel zo hard zijn als een bikkel, wanneer je iemand die dorst heeft een koele dronk weigert! Ook al behoort die ander tot een volk of ras waarmee je liever niet te maken wilt hebben. Maar zó hard is deze vrouw. Hoe durft U.? vraagt zij. U bent immers een Jood, en ik ben een Samaritaanse... Zo diep zit de vete tussen die twee volken, dat de één de ander nog geen teug water gunt.

Nu, dan is er verder geen gesprek mogelijk. Wanneer een poging tot toenadering op deze manier wordt beantwoord, dan is er alle reden om te zeggen: Ik laat het erbij zitten.

Maar de Heere Jezus geeft het niet op. Is dat niet een bewijs van Zijn eeuwige liefde, van Zijn onbegrijpelijke barmhartigheid.? Hij, de Eigenaar en de Bezitter van alles. Die verzadigt al wat leeft. Hij is naar de aarde gekomen. Hij zit daar vermoeid en dorstig bij de Jacobsbron, en een mens die in alles van Hem afhankelijk is, weigert Hem een slokje water. Zou het niet rechtvaardig zijn wanneer Hij zou zeggen: vrouw, u zult eeuwig van dorst versmachten?

En nu gaat Hij deze vrouw die Hem water geweigerd heeft, levend water aanbieden. Vrouw, zegt Hij, als U wist Wie Ik ben, dan zou U aan Mij om water hebben gevraagd. Want U kunt Mij niets geven dan water waar je opnieuw dorst van krijgt. Maar Ik kan U voorzien van water om Uw eeuwige dorst te lessen. Indien gij de Gave Gods kendet en Wie Hij is Die tot u zegt... Weten wij wel Wie Hij is.? Hij kan toch geen Onbekende voor ons zijn.? Elke dag komt Hij tot ons als we Zijn Woord lezen. Elke zondag maakt Hij Zich aan ons bekend als we Zijn Woord horen. Moet de Heere dan nóg zeggen: Als u toch eens wist Wie ik ben...!

De Samaritaanse 'begrijpt er niets van. Hoe kunt U nu toch aan levend water komen.? U hebt geen kruik, U hebt geen emmer, en de put is wel 28 meter diep... De vrouw denkt aan bronwater, dat uit de grond opborrelt. Ander water kent zij niet, daar heeft zij ook geen behoefte aan.

Dat is toch niet zo vreemd.? Als we maar hebben wat ons hart begeert, als we ons maar tegoed kunnen doen aan de dingen van dit leven, dan hebben we verder geen wensen. Of liever — dan hebben we nooit genoeg, dan staan we altijd nog naar méér.

Hoogstens leven we nog bij wat tradities en overleveringen. Net als deze vrouw. Zij leeft zomaar een eind weg, zij bekommert zich nergens om. Maar zij zegt wel tegen de Heere Jezus: U moet dan wel een bijzonder Iemand zijn, méér dan onze vader Jacob. Deze vrouw, wier leven geen daglicht mag zien, gaat nog prat op een vrome voorvader. De put die hij groef is in haar ogen nog heilig!

Ook dat komt vandaag nog voor. Nee, ik leef niet zoals het moest. Maar ik wéét het goed genoeg. Ik heb een vrome vader, een Godvrezende moeder gehad. En tegelijk voorbijgaan aan Hem Die de Fontein van levend water is...

Zijt Gij meer dan onze vader Jacob.? Ja, vrouw. Hij is méér. Hij is oneindig veel méér. Deze Jacobsbron is diep, maar Zijn put is veel dieper. Wanneer u in deze put uw emmer laat zakken dan kunt u de bodem bereiken. Maar Zijn put is zonder bodem. Grondeloze barmhartigheid. Onpeilbare liefde. O Fontein der hoven. Put der levende wateren die uit Libanon vloeien...

Jezus gaat tegen deze vrouw spreken over

1) dorst die niet te lessen is

Dit water... Dat is allereerst het water uit de Jaco'bsbron. Wie van dit water drinkt zal wederom dorsten. Dat spreekt vanzelf. Je kunt geen raad weten van de dorst, maar als je een glas water drinkt, dan zeg je: hè. daar knapt een mens van óp. Maar vroeg of laat heb je opnieuw dorst. Dan moet je opnieuw water hebben om je dorst te lessen.

Dit water. Neem dat maar gerust een beetje ruimer. Ons voedsel, ons deksel, onze kleding. Alles wat we nodig hebben om ons leven in stand te houden. En de Heere Jezus zegt daar geen kwaad woord over. Levend water maakt dit water niet overbodig! Hij erkent volledig onze noden en behoeften. Hij heeft Zelf dorst. En Zijn discipelen zijn naar Sichar om voedsel in te slaan. Uw Vader weet, heeft Hij Zelf gezegd, dat gij al deze dingen behoeft.

We mogen ons best doen om telkens weer onze lege kruiken te vullen. En er staan er nogal een rijtje. De kruik van onze gezondheid. De kruik van ons dagelijks werk en ons dagelijks brood. De kruik van de toekomst van onze kinderen. We mogen vragen dat al die kruiken op een eerlijke manier gevuld worden.

En toch zegt de Heere Jezus tegen deze vrouw: ieder die van dit water drinkt zal wederom dorsten. Want deze vrouw heeft geen andere behoefte en geen andere begeerte dan water uit deze bron.

Dit water... Is dat misschien al een voorzichtige toespeling op haar leven.? Haar kruik is tot op dit ogenblik alleen maar gevuld geweest met dit water. Water dat voor een ogenblik de dorst lest, maar dat niet verzadigen kan. Zij heeft al veel van dit water gedronken, haar kruik was telkens tot de rand toe gevuld. Maar iedere keer weer was die kruik leeg...

En het staat op haar gezicht te lezen, het brandt uit haar lege, dorstige ogen: met al het water dat ze gedronken heeft heeft zij nog dorst. Iedere keer een volle kruik en nog dorst!

Altijd maar dorst... Dat is begonnen toen we de Springader van levend water hebben verlaten en onszelf bakken uitgehouwen, gebroken bakken, die geen water houden. Steeds maar drinken en altijd méér dorst.

En het ergste is: we merken het nieteens, we willen het nieteens weten. Waarmee probeert u uw dorst te lessen.? De één zegt: mijn gezin is alles. De ander is tevreden dat hij werk heeft en brood op de plank. De derde zoekt het in alles wat de wereld te bieden heeft. Eten en drinken en vrolijk zijn. Allemaal volle kruiken en altijd weer dorst.

En toch laat onze dorstige ziel zich op den

duur met dit water niet lessen. Dat weten de ouderen, die vaak een harde strijd moesten voeren om het bestaan. Nu hebben ze vaak een onbezorgde oude dag. Maar voldaan.? Nee, nog dorst. En dat weten de jongeren, die uit het leven halen wat eruit te halen valt. Maar geeft het bevrediging.? Nee, nog dorst.

Dit water. Dat is ook het water van. onze eigengerechtigheid. We weten dat we dorst hebben. Maar we zoeken onze kruiken te vullen. We drinken water uit onze eigen troebele bronnen. We zouden ons er liever dood aan drinken dan met onze lege kruiken naar de Bron van levend water gaan. Maar ook het water van onze eigengerechtigheid kan onze dorst niet lessen.

Ieder die van dit water drinkt zal wederom dorsten. Waarom weegt gij geld uit voor hetgeen geen brood is en uw arbeid voor hetgeen niet verzadigen kan.? Hoort aandachtig naar MIJ. Dat zegt Hij Die daar bij de Jacobsbron zit. Hij heeft

2) water dat voor niets te krijgen is

Maar wie gedronken zal hebben van het water dat Ik hem zal geven... Opnieuw spreekt de Heere Jezus over levend water. Water is overal — maar zeker in het oosten — een eerste levensbehoefte. Daarom wordt het heil van God, de genade van God, vaak vergeleken bij water.

Op het Loofhuttenfeest werd gezongen: gij zult water scheppen met vreugde uit de fonteinen des heils. Op de laatste dag van dat feest stond Jezus Zelf op het tempelplein en riep: zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. En oP de laatste bladzijde van de bijbel gaat nog de nodiging uit: wie dorst heeft kome en wie wil neme van het water des levens om niet.

Levend water. Bedoelt Christus hier de vergeving der zonden.? Als gevolg van onze zonde zouden we eeuwig van dorst moeten versmachten, maar door het water van Zijn genade wordt die dorst gelest. Of bedoelt Hij de gave van de Heilige Geest.? Ik zal water gieten op de dorstige en stromen op het droge. Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten... Of mogen we dat alles samenvatten.? Bedoelt Christus alle gaven van Zijn genade, alle vruchten van Zijn verzoenend lijden en sterven.? We mogen eigenlijk wel zeggen: levend water, dat is Hij Zelf. Water dat IK geven zal.

En dat biedt Hij nu zómaar aan, aan deze vrouw, die er nog helemaal geen behoefte aan heeft en geen begeerte naar heeft. Die zich haar verschrikkelijke dorst nog nieteens bewust is. Die aldoor nieuwe verzadiging en nieuwe bevrediging zoekt.

Vrouw, u kent de waarde van dat water en de kracht van dat water nog niet, maar IK kan het u geven en Ik wil het u geven. Hij biedt het ook u aan, als u Zijn Woord leest, als u Zijn Woord hoort. De reinigende kracht van Zijn bloed, de vernieuwende kracht van Zijn Geest. Hij biedt Zichzelf aan als de Bron des levens. Of u dorst hebt of niet. Of u uw dorst voelt of niet. Hij wil Zijn Geest geven om u bekend te maken wat u mist. Om u te geven alles wat u ontbreekt. Wilt u het niet erkennen dat u zo'n dorst hebt.? Ziet u niet, dat u zonder dat water van dorst zult moeten sterven.? Wat zou het vreselijk zijn, zo dicht bij de Bron te hebben geleefd en er nooit uit gedronken te hebben, en dan straks geen druppel water om uw tong te verkoelen.

Wie heeft er dorst.? Leeft dat in uw hart: O God, mijn ziel dorst naar U, mijn vlees verlangt naar u, in een land, dor en mat, zonder water.? Die dorst kan gelest worden. Hij heeft het Zelf beloofd: Ik zal de dorstige geven uit de Fontein van het water des levens om niet. Hij nodigt: o alle gij dorstigen, komt tot de wateren.

Water dat IK geven zal. Wie daarvan drinkt, zegt de Heere Jezus, zal in eeuwigheid niet dorsten. Bedoelt Hij dat je na één keer drinken nooit meer dorst zult hebben.? Nooit meer begerig zult zijn naar dat levende water.? Nee, want dit water smaakt altijd naar meer. De Heere voedt Zijn kinderen met honger en Hij drenkt hen met dorst. Het leven met Hem heeft iedere keer versterking nodig. Zalig zijn ze die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid.

Maar de Heere Jezus plaatst twee dingen tegenover elkaar: water waar je dorst van krijgt en levend water dat verzadigt. Dat laatste, zegt Hij, wordt zelfs een Fontein van water, springende tot in het eeuwige leven.

Een bron blijft altijd water geven. Een emmer kan tot de rand gevuld zijn, maar eenmaal raakt ze leeg. Maar een Bron droogt nooit op, geeft altijd weer water.

Levend water, daar hebben we genoeg aan, tot in het eeuwige leven. En in ons wordt het weer een bron, die opspuit en alles om ons heen vruchtbaar maakt. Onze omgeving gaat het merken dat we gedronken hebben uit de Bron van levend water.

Zijn we zo tot zegen voor onze omgeving.? Worden anderen er groen en fris door.? Of bUjft om ons heen alles dor en droog.? Er zijn mensen die meer lijken op een stilstaande poel dan op een omhoogspuitende bron. Hoe meer we zelf uit de bron van levend water drinken, hoe meer we zelf verzadigd worden en hoe meer we ook tot zegen zijn voor anderen.

Ga maar dikwijls met uw lege kruik naar de fontein. Laat die kruik maar dieper zakken in de put, want er is toch geen bodem in. En in elke dronk uit de bron zit iets van de zekerheid der zaligheid. Verzoening met God, vergeving van onze zonden, vrede met God, door het dierbaar bloed van Christus.

Dan ervaren we het hier weieens: zij hadden geen dorst, toen Hij hen leidde door de woeste plaatsen, want Hij deed voor hen wateren uit de rotssteen vlieten. En straks zal het volle werkelijkheid zijn: het Lam zal hen leiden tot de levende Fonteinen der wateren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 januari 1985

Gereformeerd Weekblad | 13 Pagina's

De nodiging

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 januari 1985

Gereformeerd Weekblad | 13 Pagina's

PDF Bekijken