Bekijk het origineel

Een getrouw woord

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een getrouw woord

12 minuten leestijd

„Dit is een getrouw woord en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, orn de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste hen. Maar daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in my. die de voornaamste hen, al Zijne lankmoedigheid zou hetonen. tot een voorbeeld dergenen die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven. Den Koning nu der eeuwen, de onverderfelijke, de onzienlijke, de alleen wyze God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen." 1 Timotheüs 1 : 15 — 17

getrouw woord

„Dit is een getrouw woord en alle aanneming waardig." Deze formule komt u nog enkele keren tegen in de pastorale brieven van Paulus aan Timotheüs en Titus. Ze leidt meestal een uitspraak in die een fundamenteel karakter draagt. Dit is een getrouw woord. Getrouw. Geloofwaardig, betrouwbaar is het woord, staat er eigenlijk. Dat kunt u van geen mensenwoord ooit zeggen of schrijven dat het betrouwbaar is. Welk mens kun je eigenlijk nog vertrouwen? Achter elk woord moet u een vraagteken zetten. Zou het wel waar zijn? W^iens woord is nog betrouwbaar? Als u een politicus hoort spreken, denkt u soms bij uzelf: mooi praten en veel woorden maar weinig zeggen en wat komt er van terecht? En als u een kerkmens soms hoort spreken, denkt u bij uzelf: hij spreekt wel vroom, maar hoe zijn z'n daden? Woorden gebruiken wij menigmaal om onze daden te versluieren. Mooie woorden voor minder mooie daden.

Woorden. Och, zeggen we dan, woorden, wat stellen ze eigenlijk voor? Géén woorden, op daden komt het aan. Het woord heeft heel sterk aan waardevermindering geleden. Het woord is om zo te zeggen sterk gedevalueerd. Dat is in het Paradijs al begonnen. De verbreking van de gemeenschap tussen God en mens zette in met de devaluering van de woordwaarde. Want wat deed de duivel, terecht geheten: de vader der leugenen? Hij ondermijnde het Woord, het spreken van God. In plaats van een uitroepteken zette hij een vraagteken. God zegt dat nu wel, maar Hij bedoelt het anders. God meent niet wat Hij zegt. Zijn woorden hebben een dubbele bodem. Daar hebt u het: de ondermijning van het woord, van hét Woord, het Woord des Heeren. En dat werkt door. Niet alleen in de zondige wereld, maar ook in de gemeente naar Gods Naam genoemd. Daar wordt het spreken Gods ondermijnd doordat men meer waarde hecht aan het gevoel, aan de eigen ondervinding dan aan het betrouwbare Woord van God. Het Woord van God heet dan slechts uitwendig. En nu kan de geestelijke bevinding niet gemist worden, maar ze mag nimmer gaan boven het betrouwbare Woord des Heeren. Daarom schrijft Paulus niet: beste broeder Timotheüs, ik heb het ondervonden en ik weet het daarom zeker dat het genadewerk in mij van God is. Maar hij schrijft: dit is een getrouw Woord en alle aanneming waardig. Kohlbrugge schrijft: „Zullen wij een andere vastigheid begeren, misschien daarin onze grond zoeken dat we eenmaal blind waren en nu zien of wel in een andere bevestiging en verzekering van Boven? Och, dat is alles slechts voor een tijd, maar niet voor de lange duur. Alleen het Woord wordt waarheid, wordt beproefd bevonden in nood en dood', het Woord houdt stand in alles en door alles heen, zodat we van heler harte zeggen: Ja, dat is gewis waar. En daaraan hebben wij ons in onze verlorenheid vast te klemmen, dit zal tegen alles bestand zijn; dat woord mogen wij gerust aangrijpen, dat zal bij ons blijven en zo zullen wij ondervinden dat het nooit bedriegt."

Geloofwaardig is het Woord. Gods Woord lijdt zo menigmaal aan devaluatie in ons natuurlijk bestaan. Als de Heilige Geest ons begint te bearbeiden door het Woord, dan krijgt dat Woord kracht in ons leven. Het wordt gerevalueerd, dat wil zeggen: opgewaardeerd. Want God neemt het óp voor Zijn eigen Woord. In deze wereld die slechts rekent met controleerbare cijfers en met niet te weerleggen feiten en met de ervaring, het voelen, het zien en het tasten, laat God Zijn kerk niets anders over dan het Woord.

Dat lijkt misschien weinig. En dat komt sommigen als zeer oppervlakkig over. Maar het is juist door en door geestelijk, zo u wilt bevindelijk. God gaf aan Abraham niets meer dan Zijn belofte. En Sara voelde niet eerst dat ze in verwachting was, vóór ze in God geloofde. Nee, ze heeft Hem getrouw geacht die het beloofd heeft. Betrouwbaar is het Woord. We moeten er onder ons ook voor waken dat we het Woord niet van Zijn gezag beroven, door er misschien wel luidkeels in kerken en zalen voor op te komen maar er intussen niets voor te geven doordat we het Woord terzijde schuiven en er de ervaring voor in de plaats zetten. Geloofwaardig is het Woord. Welk Woord?

doel van Christus' komst

„Dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken..." Iemand noemt dat het Evangelie in telegramstijl, in een notedop. Een samenvatting van de boodschap Gods in het heilig Evangelie. Ondanks de kortheid zit het hele Evangelie erin. Hier speelt de Heilige Geest het thema aan ons voor. Dat thema kan in allerei toonaarden worden bewerkt. Maar door alles heen klinkt het: Christus is in de wereld gekomen. We zien de lijn. Christus in de wereld gekomen. Van boven naar beneden. De wereld is niet tot Hem gekomen. Hij is tot de wereld gekomen. Daar begint het wonder. De wereld. Daar bedoelt Paulus de woonplaats van de mensen mee. De wereld van de mensen. En dat is een wereld die onderworpen ligt aan de zonde en de verlorenheid, De wereld. Dat bent u en dat ben ik. We wonen niet alleen in een verloren wereld, we zijn zelf die wereld. Er gaapt tussen God en mij een kloof zo diep en zo breed, dat er geen overbruggen aan is. Hoe u ook zoekt en waar u ook loopt, nergens is er een mogelijkheid tot God terug te komen. Alle wegen toegemuurd. Alle deuren in het slot gevallen. De ladder van deugden en plichten te kort om bij God te komen. De weg van de wet is niet toereikend om God ooit te bereiken. Weten we dat en verstaan w r e dat? Weieens aan de rand gestaan van die gapende kloof en verstaan de totale onmogelijkheid van uw kant om tot God te naderen?

Hoor de blijde tijding van het betrouwbare Woord: Christus Jezus is in de wereld gekomen. Niet zomaar gekomen. Maar gezonden. Toen de maat van Gods tijd vol was, zond God Zijn Zoon uit. Zijn eniggeboren Zoon gegeven. Wij wilden wel van God af zijn. Maar Hij wil niet van Zijn wereld af. Hij heeft de wereld liefgehad. Zo liefgehad dat Hij haar Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft. Christus Jezus is in de wereld gekomen. In die wereld die van Hem niet wil weten. In die door en door vleselijke wereld is het Woord ook vlees geworden. De hemelen scheurden als het ware open. Christus Jezus daalde neer. In de wereld gekomen. Hij zegt het Zelf: Ik ben van de Vader uitgegaan en ben in de wereld gekomen.

Wat een heugelijke tijding. In de wereld gekomen. Dat is helemaal van Hem Zelf uitgegaan. Niemand heeft om Zijn komst gevraagd. Hij is op eigen initiatief gekomen. Gekomen uit de ivoren paleizen naar de hutten der ellende. Uit de zalen van eeuwig licht naar een aarde donkere beestenstal. Hij die het leven is, buigt Zich tot in de dood. Hij die de Wet gegeven heeft, buigt Zich onder de wet. „Er is er Eén in de hemel", schrijft ds. Ralph Erskine ergens, „vlees van ons vlees en been van ons gebeente, een Man Wiens Naam Immanuël is, God met ons". Als u daar nog nooit blij om bent geweest dan hebt u nooit in waarheid geloofd.

Christus Jezus. Opmerkelijk: de ambtsnaam staat voorop. Christus = Gezalfde. Zo zette Hij Zich tot Zijn arbeid. Verordineerd door de Vader. Gezalfd door de Geest. De Vader zond Zijn Zoon uit. De Heilige Geest bekwaamde Hem. Christus. De hoogste Profeet en Leraar. Christus is Hij geworden om Jezus te kunnen zijn. Dat staat in de tekst verklaard. Dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken. Zondaren, staat er. Niets meer, niet9 minder. Niet zondaren plus nog wat, zoals iemand eens zei. Zondaren. Maar dan ook alleen zij. Mensen van wie niets anders is overgebleven dan dat ze zondaar voor God zijn. Om zondaren zalig te maken. Niet om brave, deugdzame mensen zalig te maken. Ook geen vrome rechtzinnige mensen. Geen

beterweters en allesweters. Maar: zondaren. Dat woord' legt onze schuld bloot, de schuld van ons bestaan. Zondaar-zijn, dat is geen beklagenswaardig lot maar bittere schuld.

Christus 1 arbeid richt zich niet op zielige slachtoffers maar op schuldige medeplichtigen. Christus kwam niet in een wereld die Hem eerst waardig was gemaakt. Hij kwam de wereld < ook niet alleen maar verlossen van een paar zaken die haar verdere goedheid in de weg stonden. Maar Hij kwam in een wereld en tot een wereld die tegen God en tegen haar eigen heil in opstand 1 was. Hij kwam om zondaren zalig te maken. En van die zondaren valt nooit iets goeds te zeggen.

Is dat geen wondere tijding voor u die het nooit verder brengt dan dat zondaarzijn? Voor u die zo onverbeterlijk bent en blijft? Zondaren. Verder brengen wij het nooit. Ook na het ontvangen van Gods genade niet. Dan worden we ook niet beter of heiliger of rechtvaardiger. We klimmen niet met de jaren steeds een trapje hoger. Integendeel, we leren almeer onze gruwelen kennen en al dieper onze schuld voor God inleven. ZaligMAKEN. We zijn van nature niet zalig, maar rampzalig. Vol van ramp, vol van ellende. Iemand zei eens: behalve de duivel is er geen rampzaliger schepsel dan de mens. Maar ziet, Christus Jezus is in de wereld gekomen om zulke rampzalige schepselen zalig te maken.

aanneming waardig

Het is alle aanneming waardig. Daar ligt het appèl. Geloofwaardig is het Woord en daarom alle aanneming waardig. Goed lezen: er staat niet aller, maar alle aanneming waardig. „Alle" hoort bij „aanneming". Het Woord verdient een totale aanvaarding, staat er in wezen. Een aanvaarding met hoofd en hart. Met ons leven naar de buitenkant toe, maar evenzeer naar de binnenkant. Aannemen. Dat woord is onder ons enigszins een besmet wöord. Aannemen. Dan denken wij meestal aan: zomaar aannemen, lichtvaardig aannemen, gauw tevreden zijn, denken van de ene op de andere minuut bekeerd te zijn. Zo makkelijk zal het niet gaan, zeggen we dan. Dat kan niks wezen, die neemt het zomaar aan. Echter, daar moet u hier niet aan denken. Er wordt een werkwoord gebruikt waaruit blijkt dat er een hand is die iets aanbiedt en die erbij zegt: neem het aan en dat er dan een hand is die ook metterdaad aanneemt. Wat gebeurt er onder de prediking van het Woord? God steekt Zelf in Christus Zijn genadige handen uit naar zondaren. En nu gaat het er om of u die genadige handen Gods nodig hebt. Een drenkeling in het water die zelf zwemmen kan, heeft die hand niet nodig. Maar een die dreigt te verdrinken, grijpt die hand krachtig vast. God werpt ons Zijn reddingsboeien toe. Ze liggen vervat en verklaard in het betrouwbare Woord Gods. Grijp Mijn sterkte aan, zegt de Heere, o allen die geen krachten heeft. En daar gaat het ook hier om. Dat het Woord wordt aangenomen. Het is niet genoeg als het maar verkondigd wordt. Nee, het wil aangenomen worden. Wij zijn geen telegrambestellers of postboden die er niet in geïnteresseerd zijn of dat telegram of die brief die bezorgd wordt nu gelezen wordt of niet. Het Woord is het zo waardig dat het aangenomen wordt.

(Wordt vervolgd)

W.

J. M.

P.S. Uit enkele reakties op het vorige stukje onder de titel „Mij is barmhartigheid geschied" is me gebleken dat ik me niet zorgvuldig genoeg heb uitgedrukt. Dat ging met name over het gedeelte waarin Paulus zegt vergeving te hebben ontvangen omdat hij in onwetendheid heeft gehandeld toen hij zich tegen Christus en de Zijnen keerde. Om dat te verduidelijken heb ik het voorbeeld genoemd uit de wetgeving van Mozes. Daar komen we ook onderscheid tegen tussen zonden per ongeluk begaan en zonden met opzet gedaan. In het N.T. stelt Jezus Zelf dat er zonde is waarvoor geen vergeving en zonde waarvoor wèl vergeving is. Zonde tegen de Zoon des mensen wordt vergeven, maar zonde tegen de Heilige Geest niet. Paulus bedoelt: ik heb Jezus vervolgd, maar ik heb door onkunde niet geweten dat Hij de Messias was. Dat en daarom heeft God mij vergeven. Verschillende lezers hebben deze woorden zo opgevat: ik heb zo vaak gezondigd en doe het soms nog, terwijl ik weet dat het niet goed is. Dus, voor mij is er geen vergeving? Maar waar blijf ik dan? Ik mag weten geborgen te zijn in Christus, ik mag door genade een beginsel van een ander leven kennen. Is dat dan allemaal niet waar? Zo heb ik het niet bedoeld. Onvergefelijk is de zonde tegen de Heilige Geest. Kenmerkend voor deze zonde is dat er geen berouw wordt gekend door de bedrijver, hij kent er geen smart over. Gods kinderen zondigen ook na ontvangen genade helaas, maar ze kennen er voortdurend smart over. Ze vallen in zonde, maar kunnen er niet meer in leven. Hier is geen direkte opzet in het spel, maar is vrucht van de oude mens wat overigens geen excuus betekent. Hoe langer we aan Christus verbonden raakten door een oprecht geloof, des te groter zondaar worden we in eigen oog. Tenslotte, het doopformulier onderstreept de troost en waardij van de Doop door te zeggen: als wij uit zwakheid somtijds in zonden vallen, zo moeten we aan Gods genade

niet vertwijfelen noch aangezien we een eeu God hebben. Ik hoop z

in de zonde blijven liggen wig verbond van genade met o de strijd en de aanvechting

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 januari 1985

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Een getrouw woord

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 januari 1985

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken