Bekijk het origineel

Gelijkenissen van Jezus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Gelijkenissen van Jezus

8 minuten leestijd

Het verloren schaap Lucas 15 : 1 — 7

1.

Lucas 15 biedt een drieluik van verlorenheid. Het verloren schaap, de verloren penning en de verloren zoon worden ons door Jezus in gelijkenissen voorgesteld. Het drievoud wordt in werkelijkheid in één gelijkenis gevat (vs 3). En van dit drievoud in één is de parabel van het verloren schaap als eerste verhaald. Daarbij vormen de beide verzen aan het begin van het hoofdstuk de opmaat tot heel Lucas 15.

Al de tollenaars — wie van ons kent ze niet? De heulers met de bezetter, die in één adem genoemd worden met de heidenen (Matth. 18 : 17). En de zondaars - tot drie

maal in onze tekst horen we dit woord: zondaar. Overtreder van de wet Gods. Of ook de naam, gegeven aan de schare, die de wet niet kent. Of een andere benaming voor: heiden. In Lucas 15 hebben we wel te denken aan de openlijke overtreders van de wet. Zij, die een ergerlijk leven leiden, zijn hier bedoeld.

Welnu, déze tollenaars en déze zondaren naderen. Zie hen nabij komen. Tot Hem. Onweerstaanbaar weten ze zich getrokken. En waarom? Om Hem te horen. Zijn stem te vernemen. Immers daarmee begint het. Altijd en overal. Te horen de stem van Hem, Die door de Vader gezonden is in deze wereld...

En dan plotseling de tegenstem. Geinurmureer klinkt op. Gemompel, gemor. Déze - hoe verachtelijk vlamt dit woord — déze ontvangt zondaars. En Hij eet met hen. Diep klinkt het verwijt. Met zulke mensen ga je toch niet om...

Zo wordt Jezus genoemd een vriend van tollenaars en zondaren. En dat is Hij ook...

2.

En dan het eerste deel van de gelijkenis. „Wat mens onder u..." Aangesproken zijn de murmurerenden. Wie van u heeft honderd schapen? Een rond en vol getal. En één van de honderd verliest hij. Dat ene schaap gaat te gronde, dreigt hopeloos om te komen. Ook dit woord van het verliezen treffen we driemaal in de tekst. Een verdwaald schaap is verloren. Het dier mist het nodige instinct om de weg terug te vinden, en klauwen of hoornen om zich te verdedigen heeft het niet. De herder — hij gaat naar het verlorene. En zoekt, totdat gevonden is... En als hij het gevonden heeft, legt hij het schaap op de schouders. Zelf lopen kan het dier niet meer. De herder draagt deze — niet geringe — last. En dat met blijdschap. Verblijd — opnieuw een woord, dat we drie maal kunnen spellen in onze tekstwoorden. De vreugde vanwege het vinden moet gevierd worden. Vrienden en buren worden geroepen. W T eest blijde met mij, zo verwoordt de herder de nodiging. W T eIIicht wordt de vreugde met een maaltijd bezegeld (vs 23). Het ten dode opgeschreven schaap is gevonden. Mijn zoon was dood, zegt straks de vader, maar hij is weer levend geworden (vs 24). Hoog klinkt die vreugde op. Wat verloren was is gevonden...

3.

Nu de uitleg, die Jezus van deze gelijkenis geeft. De herder staat voor de God van Israël. Ja, het is Jezus zelf, de goede Herder, gezonden tot de verloren schapen van het huis van Israël. En de kudde, dat is dus Israël, het volk van God, de schapen van Zijn weide.

Eén van de kudde bekeert zich. Eén zondaar. Wat bekering toch is? Zie, de terugkeer van de jongste zoon, verderop in het hoofdstuk. De openbare doorbrenger keert terug. En het is een terugkeer tot de Vader

zelf. Naar het vaderhart en het vaderhuis. Vader, ik heb gezondigd... Bekering houdt in een overgang — en dat van binnen alsmede aan de buitenzijde — van dood naar leven. Als verloren schaap gevonden te zijn...

Ik zeg u — zo betuigt Jezus in voor ons onafleidbare volmacht — dat er alzo blijdschap zal zijn in de hemel. Over deze ene zondaar, die zich bekeert. Blijdschap voor God vanwege de ene gevondene. Méér dan over negen en negentig rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebben. En nu komt het voor ons op nauwkeurig luisteren aan. Wat zegt Jezus eigenlijk met deze laatste woorden.?

In de eerste plaats zegt Hij niet, dat er in de hemel geen blijdschap is over de negen en negentig. Die is er ook. Alleen over de ene zondaar is er méér blijdschap...

Vervolgens staat er niet — wat nagenoeg vanzelfsprekend aangenomen wordt — dat de rechtvaardigen menen dat zij de bekering niet nodig hebben. Een rechtvaardige hééft als rechtvaardige niet de bekering nodig, die de zondaar behoeft. De kanttekeningen bij de statenvertaling zeggen, dat onder rechtvaardigen hier verstaan moeten worden degenen, die niet afgedwaald zijn en daarom zich niet hoeven te bekeren van zulke grote afdwahng of zonde. Daarbij wordt verwezen naar Matth. 18 : 13, waar de negen en negentig beschreven worden als degenen, , , die niet afgedwaald zijn geweest". We denken nu aan de oudste zoon verderop, die altijd bij de vader geweest is, en gebleven is, en die dus niet uit het vergelegen land behoeft terug te keren. En van hieruit krijgen we dan zicht op het gevaar dat deze rechtvaardigen bedreigt. Namelijk dat zij inderdaad ook menen geen bekering nodig te hebben. Ook daarop wijzen vervolgens de kanttekeningen. En waarin bestaat de noodzakelijke bekering van de rechtvaardige.? In de woorden van Lucas 15 gevat: at hij met de hemel zich meeverblijdt over de ene gevondene, dat hij niet langer meemurmureert, dat hij verheugd is te mogen meeaanzitten aan de maaltijd ter ere van de thuisgekomen broeder. Ja, dat de rechtvaardige zich meeverheugt in het meevieren van de maaltijd met tollenaars en zondaren. Waarbij Jezus als de goede Herder hun aller Gastheer is...

4.

De toepassing van deze parabel op ons hart en leven.? Wel, die zet in met de eenvoud, waarmee Lucas 15 begint. Als zondaar naderen tot Hem. Om Hem te horen. Het geheim van de bekering wordt ontsloten in het luisteren. Ja, in het horen van Zijn stem is de terugkeer reeds begonnen. De weg terug tot de Vader...

5.

Kohlbrugge hoorde in het drieluik van Lucas 15 een trinitarisch loflied opklinken. In plaats van op een afstand van verre te veroordelen gaat de Vader er op uit. En dat doet Hij in de Zoon. En wat door de Zoon gezocht en gevonden is, zal door niemand uit Zijn hand gerukt worden. Ook niet door de briesende leeuw, die ook zoekt, maar dan om te verslinden. En wie anders dan de Geest doet het hart en het huis van de Vader ook werkelijk terugvinden....?

6.

Er is een opmerkelijk onderscheid tussen zondaren en rechtvaardigen in deze gelijkenis. En we doen er goed aan dit niet te willen wegdenken. De oudste zoon heeft niet de bekering van de jongste nodig. Al heeft hij wel bekering nodig. Maar zijn bekering is in bepaald opzicht minder spectaculair. Goed verstaan komt de omkeer van de oudste zoon openbaar in niets anders dan... op de hartelijke nodiging van de vader in te gaan. En zich mee-te-verheugen. En dat vanwege de broeder, die dood was, maar weer levend is geworden.

7.

Tegelijkertijd geldt de vraag of wij in staat zijn zondaren en rechtvaardigen te onderscheiden. Door ze over groepen te verdelen. Wie zijn wijzelf.? Wij allen zijn immers onderworpen aan het oordeel van Jezus, als de komende Rechter. Met het oog op Zijn komen — wie zijn wij nu.? Wanneer we naderen tot Hem. Om Hem te horen. En al luisterende de Geest ons geloof gunt, dan weten we ons onder Jezus' woord tegelijk zondaar en tegelijk rechtvaardige...

8.

Wie naar het kernwoord uit deze gelijkenis vraagt, mag toch wel weten dat dit het woord aangaande de blijdschap is. De vreugde van de hemel doorstraalt hier de woorden op aarde gesproken. God zoekt de zondaar. De ene ook. Bij name gezocht: Adam... Het verloren schaap, het ene, is dierbaar in Zijn oog. Hoe kan toch de aarde onbevv^ogen blijven onder deze hemelse vreugde.? Hoe toch kunnen wij onbewogen blijven, ja ons overgeven aan afgunstig gemurmureer, wanneer de goede Herder het verloren schaap gevonden heeft....?

9.

Nu is het moment ons gegeven de vraag persoonlijk tot ons hart te laten doordringen. Laat ik mezelf nu afvragen, of ik een mens ben op aarde, die zich in de hemelse vreugde kan mee-verblijden. Hoe sprekend kunnen wij gelijken op de oudste zoon. Laat het gemompel verstommen mogen, en laten de woorden van verwijt aan de vader ons mogen besterven OP de lippen. Ben ik ooit van ganser harte blij geweest toen ik met eigen ogen zag dat de zondaar thuis gekomen was.? Waarom toch zou ik op aarde bij de vreugde van de hemel moeten achterblijven?

10.

De gelijkenis van het verloren schaap, die een gelijkenis van de goede Herder is, ontsluit ons de mogelijkheid om als een herder met elkaar te mogen omgaan. Pastoraal dus. Met murmureren en veroordelen vanuit de hoogte en de verte is nog nimmer een verloren schaap gevonden. Wanneer Jezus de goede Herder is — en Hij is het — dan is er alle reden om met elkaar de vreugde te vieren. Aan Zijn tafel genodigd. Om blijde te zijn met Hem. Voor het aangezicht van de Vader. En dat door de zoekende hefde van dc Geest.Ja, te naderen tot Hem, om Hem te horen...

horen...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 mei 1985

Gereformeerd Weekblad | 13 Pagina's

Gelijkenissen van Jezus

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 mei 1985

Gereformeerd Weekblad | 13 Pagina's

PDF Bekijken