Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geloof èn wedergeboorte

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geloof èn wedergeboorte

13 minuten leestijd

(4)

De wedergeboorte is van het begin tot het einde een werk van de drieënige God, gegrond in Gods grote barmhartigheid en gefundeerd in de opstanding van Jezus Christus uit de doden; tot stand gebracht door de Heilige Geest. Nu leert ons de Schrift dat deze wedergeboorte geschiedt door het Woord der prediking, ook wel genoemd het Woord des geloofs, hetwelk wij prediken (Rom. 10 : 8). Ik wil daarom nu aandacht vragen voor de nauwe samenhang tussen

Woord, geloof en wedergeboorte

In de eerste Petrusbrief schrijft de apostel: ij die w-edergeboren zijt, niet uit het vergankelijk maar uit het onvergankelijk zaad, door het levende, en eeuwig blijvende Woord van God (1 Petr. 1 : 23).

Voor de tweede keer gebruikt Petrus het griekse woord , , dia", nu niet in de betekenis van basis, zoals in vers 3, maar hier betekent het zonder twijfel „door middel van". De Heilige Geest wederbaart de zondaar door middel van het Woord van God, strikt genomen door middel van de verkondiging van dit Woord. Hij zegt het er duidelijk bij. En dit is het Woord, dat onder u verkondigd is (25).

Hij noemt dit woord een zaad. Een zaad dat in het hart van mensen wordt gelegd, dat ook leeft en werkt. Het schept en herschept. „Wie door dat Woord gegrepen is, kan zich daaraan niet onttrekken. Zijn leven wordt er door gevormd en vernieuwd" (Balkestein). Aan dit Woord wordt als eigenschap toegeschreven dat het levend en eeuwig blijvend is. Let wel, Petrus spreekt tot degenen die reeds wedergeboren zijn.

De oorspronkelijke vorm van het werkwoord wedergeboren (doen) worden, geeft aan dat de wedergeboorte geschiedt is, en ook dat zij van blijvende aard is. Het is van een geheel andere orde dan ieder ander zaad. Het kan met een zaad vergeleken worden, dat verbinding aangaat met de aarde en daarin tot nieuw leven komt. Zo komt het zaad van het W 7 oord tot leven onder de bediening van de Heilige Geest, zo worden mensen herschapen tot het nieuwe leven, het leven met God.

Tegelijk onderscheidt zich het Woord Gods van alles, waarmee het vergeleken zou kunnen worden. Het is onvergankelijk, omdat het goddelijk is. Het werkt op de wijze van de Geest. Gods Woord maakt levend en brengt leven en beweging in het dode zondaarshart. Gods Woord is geen dorre theorie, geen dode leer, maar levend en krachtig. Het Evangelie is een kracht Gods tot zaligheid. „Het wordt niet gepredikt om alleen van ons gehoord: te zijn, maar opdat het als een zaad des onsterfelijken levens, onze zielen in de grond vernieuwe en verbetere" (Calvijn). Het brengt scheiding aan tussen Adamskinderen, zoals wij allen van nature zijn, en de kinderen Gods die uit genade zalig zijn geworden. De Geest brengt door Gods Woord het leven tot stand. Hij werkt door dit woord de vernieuwing van het hart.

Hierbij sluit ook aan w r at Jacobus de gemeente voorhoudt: aar Zijn wil heeft Elij ons gebaard' door het Woord der Waarheid, opdat wij zouden zijn als eerstelingen Zijner schepselen (Jac. 1 : 18). Calvijn, nadat hij met nadruk op Gods wil gewezen heeft en dit duidt met het woord welbehagen, Iaat de uitwerking van dit welbehagen samenvallen met de krachtdadige roeping Gods, door het Evangelie. En als wij krachtig door God geroepen worden leggen we de oude natuur af. Bij de uitdrukking „door het Woord der waarheid" zegt hij dan „hij, (Jacobus) voegt er aan toe, hoe God ons wederbaart, namelijk door het Woord der waarheid, opdat wij weten, , hoe wiji door geen andere deur in Gods rijk kunnen ingaan".

De gewone regel is dus dat de Geest door het Woord der sprediking het nieuwe leven in het hart van de zondaar schept. Aan die regel moeten wij ons maar houden. En als u mij vraagt, maar hoe geschiedt de wedergeboorte dan in het hart van zuigelingen, of van kinderen die nog niet in staat zijn het Woord des Evangelies te horen, dan kan ik daar geen ander antwoord op geven dan dat de Heilige Geest in die jonge hartjes op een verborgen wijze vrijmachtig werkt. Hij heeft ons daarvan, alweer in Zijn vrijmacht, geen directe mededeling van gedaan; en ook al erkennen wij het werk des Geestes en het nieuwe leven in hen, die God wederbaart in hun kindsheid, dan geeft dit ons geen recht om van de regel die God in Zijn Woord ons openbaart af te wijken.

Een andere vraag is, hoe werd Lydia wederomgeboren? Want van haar lezen we toch in Hand. 16 : 14, dat de Heere het hart van Lydia opende, zodat zij acht nam om hetgeen door Paulus werd gesproken. Mogelijk zegt iemand: ier gaat toch de opening van het hart door de Heere aan het acht nemen op het Evangelie, aan het gehoor geven aan het Evangelie, vóóraf. Ten onrechte, zegt Calvijn in zijn commentaar bij dit gebeuren, menen velen dat zij zulke verlichte personen zijn, dat zij het uitwendige Woord volstrekt niet meer nodig hebben. Dat is volgens hem een totaal verkeerde conclusie, speculatie. We moeten ons niet van het Woord laten afvoeren door ons een verborgen verlichting in te beelden. Het geloof hangt af van het Woord.

Calvijn noemt de opening van het hart van Lydia een verlichting van haar verstand door de werking van de Heilige Geest. Laat de hervormer zelf spreken: „Maar de Schrift duit niet dat men Woord en Geest op dergelijke wijze van elkander scheidt, dewijl zij steeds de verborgen werking des Geestes met de dienst der mensen verbindt". En onder die dienst der mensen verstaat hij hier onmiskenbaar de prediking van het Evangelie door Paulus. Hij wijst een scheiding tussen Woord en Geest met klem van de hand". God geeft haar niet slechts de verlichting des Heiligen Geestes, maar ook eerbied voor Zijn woord. Zodat de stem des mensen die zich anders in de lucht zou verloren hebben, in haar door goddelijk licht bestraald verstand binnendringt". Wie deze uitleg goed op zich in laat werken ontdekt het zuivere evenwicht dat Calvijn hier naar voren brengt.

We kunnen ook hier niet scheiden wat God heeft samengevoegd, zonder in geestdrijverij te verzanden. Calvijn vindt dat fanatieke mensen, die onder voorgeven van de gave des Geestes de uitwendige leer verachten en in de grond der zaak ernstig dwalen.

Tenslotte geeft Calvijn de raad, en we mogen hopen en bidden dat er onder ons meer en beter naar geluisterd wordt: „Want wij moeten de middelmaat houden, welke Lukas hier aangeeft.

Wat bedoelt hij met die middelmaat? Wel, mijns inziens niet anders dan dat we Woord en Geest in de wedergeboorte op elkaar blijven betrokken zien. De middelmaat is „dat wij uit het gehoor van het Woord alléén geen nut hebben, zonder de genade des Geestes; en dat ons de Geest wordt geschonken, niet zulk een die Gods Woord leert verachten, maar veeleer zulk een die het geloof in het Woord in ons verstand indruppelt en in onze harten inschrijft".

Wanneer u nu de moeite neemt om de

tekst zelf nog eens rustig te lezen, dan zult u merken hoe de opening van Lydia's hart zich voltrok door het horen van het Woord.

Zullen we het eens doen?

En een zekere vrouw, met name Lydia, een purperverkoopster, van de stad Thyatira, die God diende, hoorde ons; welker hart de Heere heeft geopend, dat zij acht nam op hetgeen van Paulus gesproken werd. Eerst wordt dus van haar gezegd: zij hóórde ons, je kunt ook vertalen ze hoorde ons regelmatig, keer op keer. Dan volgt: welker hart de Heere heeft geopend. Waardoor? Het ligt voor de hand, door het gehoor van het Woord.

Wat werkt nu die prediking uit? Geloof in het Woord. En zo maakt ons de Schrift duidelijk dat Woord Gods, geloof én wedergeboorte een onlosmakelijk verband vormen.

De relatie Woord, geloof én wedergeboorte vinden we overal in de Schrift terug. Geloof is het Woord in uw hart ontvangen, waardoor u zalig wordt gemaakt. Het Woord is een kracht Gods tot behoud, voor ieder die gelooft. Het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods. Het Evangelie werkt in u die gelooft. „Het is de belofte des Evangelies alleen, welke de vruchtbare baarmoeder is, waaruit alle kinderen Gods hun wedergeboorte ontvangen" (R. Erskine). „De belofte schept het geloof en wekt het op" (idem.).

Het Woord der prediking doet alleen nut als het met het geloof gemengd is. En als Petrus van het Woord waardoor de wedergeboorte tot stand komt schrijft, dit is het Woord dat onder u verkondigd is" dan verklaart hij daarmee dat het Woord nergens anders te zoeken is, dan in de prediking, die ons aangeboden wordt. Wij kunnen ook waarlijk anders niet smaken de eeuwige kracht daarvan, dan door het geloof" (Calvijn). Het Woord wil gelóófd zijn, en het Woord brengt het geloof voort, zo krachtig is het, zo levendmakend, dat het schept wat er niet is> . Uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof en dat niet uit u, het is Gods gave. Mocht u ooit iemand vragen, maar hoe komt de mens aan het geloof in het Woord dat hem wederbaart, dan kunt u dat duidelijk zien in het voorbeeld van Abraham. Abraham diende met zijn voorgeslacht de afgoden, zegt Jezus, aan gene zijde der rivier.

In het pure heidendom van Ur was hij geboren en getogen. Naar Zijn grote barmhartigheid komt God in zijn leven. U leest het, heel eenvoudig, zonneklaar zou je zeggen. De Heere nu had tot Abraham gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis... De Heere overlaadt hem vervolgens met Zijn beloften. Dan lezen we: En Abraham toog heen, gelijk de Heere tot hem gesproken had. Eenvoudig gezegd. God riep en Hij schiep. Dat is het wonder van roeping door het Woord Gods, geloof in het Woord Gods én wedergeboorte door het Woo-rd Gods. Hier valt niets meer te verklaren, hier past alleen eerbiedige verwondering. Door het geloof is Abraham geroepen zijnde gehoorzaam geweest, om uit te gaan. En hij ging uit. Dat is wedergeboorte door het Woord en door het geloof. Geloven we zo aan de klare eenvoud van het machtige wonder der herschepping?

Natuurlijk: is het zo dat God ons. wederbaart, maar hij gebruikt daartoe mensen. Paulus mag zich een geestelijk vader van de gemeente te Korinthe noemen, en. aan Timotheüs schrijft hij dat hij deze als zijn geestelijke zoon door het Evangelie heeft geteeld, heeft voortgebracht. „Het is wel waar dat planter en natmaker niets zijn, maar zo wanneer God hun arbeid zegenen wil, en dat wil Hij, zo maakt Hij door de kracht van Zijn Geest, dat hun prediking krachtig is, en dat hun stem, die in zichzelf dood is, een instrument wordt van het eeuwige leven" (Calvijn).

De relatie wedergeboorte en geloof wordt ook door Jezus naar voren gebracht in het gesprek met Nicodemus (Joh. 3). Nadat Christus over de werking van de Heilige Geest in de wedergeboorte gesproken heeft, is hij over die wedergeboorte niet uitgesproken. Ook wat hij daarna zegt is uitleg van het werk der wedergeboorte. U mag dat niet ontkoppelen. Hij wijst dan in het verband ( 14 v.v. ) op de noodzaak van het geloof. Mozes heeft de slang in de woestijn verhoogd en Jezus is verhoogd (zal verhoogd worden) opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verloren ga, maar het eeuwige leven hebbe. In het vervolg betrekt hij steeds dat geloof op Zijn eigen Persoon. Die in Hem gelooft wordt niet veroordeeld. Het geloof in Jezus Christus, de verhoogde Zoon des mensen, de Man van smarten aan het kruis, dat schenkt ons het eeuwige leven. En met dit eeuwige leven bedoelt Jezus in dit verband niet anders dan het leven der wedergeboorte. Juist omdat Jezus het hier duidelijk over de wedergeboorte heeft is het geloof in Hem zo uiterst belangrijk.

Niet wedergeboren buiten het Woord om, niet wedergeboren zegt Jezus dan alleen door het geloof in Mij. Zo liggen de bijbelse verbanden, en die willen we ons eerst helder voor de geest hebben. Het een staat met het ander in onlosmakelijk verband.

Waar het een van het ander wordt losgemaakt verzelfstandigt de wedergeboorte, heeft het geloof geen grond om op te staan, blijft de kennis van Christus achterwege, en bij alles wat we doen of denken hebben we maar te bedenken het getuigenis van Johannes de Doper aan het slot van Joh. 3.

Die in de Zoon gelooft heeft het eeuwige leven, maar die de Zoon van God ongehoorzaam i9, die zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem (35). Inderdaad treden we door wedergeboorte alleen het koninkrijk Gods binnen. Maar als de Schrift zegt dat wie in de Zoon gelooft het eeuwige leven heeftr dan zit er tussen die twee uitspraken van de Schrift inhoudelijk geen verschil.

Tenslotte wordt van de wedergeboorte gezegd dat het een bad des Geestes is. Duidelijker: ij heeft ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid die wij gedaan hebben, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Geestes (Titus 3 : 5).

Er is dus een samenhang tussen wedergeboorte en Doop. Nu zou men kunnen denken dat Paulus de Doop zelf als een wedergeboorte ziet. Meerdere uitleggers wijzen er op dat we de Doop niet magisch mogen opvatten. God geeft de Doop als teken van de

wedergeboorte, en dat wil niet zeggen dat door de Doop de wedergeboorte tot stand komt.

De vernieuwing door de Heilige Geest is de eigenlijke wedergeboorte, maar omdat zijn gaven der genade onzienlijk en verborgen zijn, zo wordt ons daarvan een zichtbaar teken getoond in de Doop. In één zin legt legt Calvijn hier de verhouding wedergeboorte en Doop neer. „Niet dat de zaligheid in het uiterlijk teken van het water is besloten, maar omdat de Doop de zaligheid verzegelt, die door Jezus Christus is verworven". Niet moeten wij vergeten dat de apostel hier spreekt tot de gelovigen in welke het teken samenvalt met de waarheid van de weder-geboorte en haar vrucht. Maar om nu niet meteen de Doop te diskwalificeren tot een lege ceremonie, is het goed om naar Calvijns evenwichtige benadering te luisteren. „Degene, die op zulk een wijze de waarheid en het teken tezamen voegt, dat hij het teken noch voor onnut of zonder kracht houdt, en dat nochtans alzo hij om het teken te versieren, de Heilige Geest niet beneme wat Hem toekomt, deze zal zeg ik, terecht de kracht en het gebruik der sacramenten verstaan".

Onze bedoeling was verhouding Woord, geloof én wedergeboorte op grond van de Schriftgegevens naar voren te brengen.

W.

H. V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1985

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

Geloof èn wedergeboorte

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juli 1985

Gereformeerd Weekblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken