Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

noach

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

noach

9 minuten leestijd Arcering uitzetten

(9)

„Daarna liet hy een duif van zich uit. om te zien .of de ivateren gedaald war van boven de aardbodem." Genesis 8 : 6—12

„En het geschiedde, ten einde van veertig dagen, dat Noach het venster der ark, die hij gemaakt had, opendeed." En het geschiedde... Opnieuw de kenmerkende woorden: nu gaat het geschieden. Nu wordt de geschiedenis van de doortocht door de zondvloed heen voor onze ogen verder getekend. En het is goed te bedenken, dat Noach om te beginnen veertig dagen moet wachten om het venster van de ark te kunnen openen. Dat is nu met recht de inleving van de waterdoop te noemen. Dit nu is met recht de bevinding van de grote doortocht door de wateren des doods heen. Wij, die het horen, zijn in onze gedachten zo snel, zo ver vooruit. Bedenken wij toch eens: na alles wat Noach ondervonden heeft, nog veertig dagen te moeten wachten in de donkere ark. Het zijn de dagen, aldus Calvijn, waarin Noach als een geslagen man neerzit: „Hoe bevreesd was het hart van Noach. Hij merkte, dat de ark op vaste grond rust gevonden had. Maar hij durft pas veertig dagen later een venster te openen. Dat was geen laffe vrees, maar een vrees vanwege het ontzaglijke oordeel. Daarom hield hij zich stil verborgen in de ark".

Wij weten hoe het afloopt. Wij staan er achter. Maar nu wordt ons gevraagd enige inleving. De ark rust op de berg. Stilte is nu rondom. En dan.? Wachten, wachten! Wachten op de morgen. Wachter, wat is er van

de nacht? De morgenstond is gekomen, en het is nog nacht...

En dan — eindelijk — doet Noach het venster open, na zoveel dagen als er tussen Pasen en Hemelvaart zijn. Maar blijkbaar is voor de mens in de ark de aarde nog niet te zien. En vandaar nu het thema van Noach en de vogels...

Noach laat om te beginne een raaf uit. Dat doet ons denken aan de oude scheepvaartkunst, aan de tijden, waarin het kompas nog niet was uitgevonden. Dan werd vanaf het schip een vogel uitgezonden, om te zien of er land in de buurt was. Het is goed om deze samenwerking vanouds tussen mens en dier niet te vergeten. In den beginne, in de hof was er vertrouwen tussen mens en dier. En die kwam tot uitdrukking in het geven van namen: zó werd de mens heerschappij gegeven over de dieren. Voordat de techniek kwam in de plaats voor de dieren: het kompas voor de vogel, de landbouwtrekker voor het paard, het electronisch alarm voor de waakhond, was er de vertrouwde samenwerking tussen mens en dier.

Noach laat een raaf uit de ark gaan. Dè raaf, staat er eigenlijk. De raaf gaat dikwijls heen en weer. Maar van deze vogel, die tot de onreine dieren behoort, ontvangt Noach niet de verlangde zekerheid.

Daarna liet hij een duif van zich uit. Daarna — dat wil zeggen, zo kunnen we uit vers 10 opmaken, na zeven dagen. Noach laat de duif uitvliegen om te zien of de wateren gedaald zijn van boven de aardbodem. Letterlijk wordt hier gezegd: van

boven het aangezicht van de aardbodem. Het gaat er om dat door de zondvloed heen de aarde opnieuw haar gezicht kan laten zien. Het aangezicht van de aarde, de adama, de aardbodem, bestemd voor de adam, de mens, wil weer gezien worden. En dat in de eerste plaats voor het aangezicht van God. Daarom gaat het immers: dat de aarde, die door de mens verdorven is — en dat is met recht geen gezicht — weer toonbaar wordt voor het aangezicht van de Schepper. Het vernieuwde aangezicht van de aarde wil zichtbaar worden. En daarom wordt de duif uitgezonden: om dat te zien en te berichten aan Noach in de ark.

Maar de duif vindt geen rust voor het hol van haar voet. De duif zoekt de aardbodem, de akker. De duif, die tot de reine dieren behoort, zoekt de reine grond. In tegenstelling tot de raaf, die neerstrijkt in modderige plaatsen en die zich voedt met aas van dode dieren, zoekt de duif de gereinigde aarde. Het door het water van de zondvloed gereinigde land — dat zoekt de duif. Maar de eerste keer vindt de duif zulke aardbodem nog niet. Er is nog geen plek van rust voor het hol van haar voet.

En zo zien we de duif terugkeren naar de ark. Tot hèm in de ark, zo staat geschreven. Want op het aangezicht van de ganse aardbodem waren nog de wateren. Dan zien we Noach zijn hand uitsteken — ontroerend tafereel — en de duif strijkt neer op zijn handpalm. De hand van Noach is voorlopig nog de enige rust voor het hol van haar voet. En Noach brengt de duif tot zich in de ark. Zo zijn mens en dier bijeen in de ark. En zij hebben nog te wachten...

En hij verbeidde nog zeven andere dagen. Smartelijk wachten — dat is hier bedoeld. Met smart ziet Noach nog weer zeven dagen uit. De duif wordt uitgezonden met het ritme van de zeven dagen. Het is nuttig daarop te letten. Drie maal wordt dc duif uit de ark gezonden, en telkens met een tussenpoos van zeven dagen. Het verwachten van de vernieuwde schepping, het verlangend uitzien naar het vernieuwde gelaat van de aarde voltrekt zich op het ritme van dc zeven dagen. Het is van sabbat tot sabbat, van zondag tot zondag dat het leven der hoop zich voortbeweegt. Wanneer het gezicht van dc door het water schoongewassen aarde zichtbaar gaat worden, dan leven mens en dier in een diep verlangen, dat telkens om de zeven dagen tekenen van leven ontvangt.

Wanneer opnieuw zeven dagen verstreken zijn, en de duif voor de tweede maal is heengezonden. dan keert de vogel terug naar Noach tegen de avondtijd. Het is de avond, waarin vogels hun nest zoeken om een rustplaats te vinden voor de nacht. En nog is het nest voor de duif gevonden in de ark van Noach. Tot hem kwam de duif ook deze maal. En ziet! Een afgebroken olijfblad was in haar bek. Meestal wordt er in het navertellen een olijftak van gemaakt. Maar eigenlijk is het toch niet meer dan een blad van de olijfboom. Een versgeplukt b^id. En aangezien een olijfboom niet hoog in de bergen groeit, kan Noach uit dit teken iets beslissends opmaken. Zo merkte Nonch. d^t de wateren van boven de aarde gedaald waren. Zo leerde hij kennen — staat er eigenlijk — met zijn hart, dat wachtte. In diep en smartelijk verlangen. Aan het ene versgeplukte olijfblad weet Noach nu hoe het er voor staat op aarde. Een teken van hoop wordt hem door de duif aangedragen. Een teken van leven wordt hem in de ark aangereikt. Geen wonder, dat nog altijd in onze wereld een olijftak geldt als teken van hoop, van vrede, van nieuw leven. De toppen van de olijfboom zijn nu dus boven water...

Toen vertoefde hij nog zeven andere dagen. En hij liet de duif uit. Maar zij keerde niet weer tot hem. Nog zeven andere dagen, na het teken van de olijfboom, wachtte Noach met smart. En dan keert de duif niet meer terug. Dan is ze losgelaten om voorgoed te zijn voorgegaan. De duif is deze derde keer voorgegaan naar de vernieuwde schepping. Nu keert ze niet meer terug naar Noach, cn niet meer terug in de ark. Nu is door de duif als eerste de doortocht volbracht naar de gereinigde aarde. En daarmee is voor Noach cn de zijnen het teken gegeven. Nu is het eindelijk zover. Nu kan het deksel van de ark worden weggenomen en nu zal Noach mogen zien hoe de aardbodem is opgedroogd. Nu zal het vernieuwde gezicht van de aarde zich laten zien...

Ook ditmaal — vanuit de geschiedenis van Noach cn de vogels — worden we bepaald bij het inleven van de doortocht door het water des doods. Wanneer we met de apostel spreken van sterven cn van opstaan met Christus — wat is daarmee dan bedoeld in het bestaan van de zondaar? Om te beginnen zijn we in deze woorden van Noach en de duif opnieuw sterk herinnerd aan onze onrust en ons ongeduld. We weten — met ons verstand althans — hoe de geschiedenis van de zondvloed uiteindelijk afloopt. En in een zucht hebben we dan de toepassing ook gemaakt. Maar hier geldt het doorleven: stap voor stap. Laten we dan — met Calvijn — aandacht hebben voor de wachttijd van veertig dagen. De ark heeft vaste grond gevonden, maar het duurt nog veertig dagen voor het venster open gaat. En dan volgt daarop de wachttijd van de driemaal zeven dagen. Het is één cn al hopen en wachten en uitzien. Dit nu is de tekening van het hopen op God!

Wanneer de ganse dag rondom en van binnen gevraagd wordt waar nu toch onze God is, dan hebben we in het leven van Noach, zoals het ons hier in de Schriften getekend wordt, het antwoord af te lezen van het hopen op de God des levens. Ach, wanneer? Zó is het toen gegaan, en zó gaat het nu nog in het leven van het geloof. Wanneer de ontzaglijke doortocht is volbracht — vanwege de genade voor de Ene — dan wandelt de verloste dus niet rechtstreeks en niet zomaar de vernieuwde schepping binnen. Dan is er het horen van de grote stilte na de storm, dan is er het wachten door de veertig dagen heen, en dan is er het ontvangen van de tekenen van leven door de drie maal zeven dagen heen.

En ook zo hebben wij het leven te zoeken geheel buiten onszelf. Wanneer de gereinigde aarde nog niet te zien en nog niet te betreden is, dan hebben wij te leven van het teken van de duif.

En de naam voor de duif is in het Hebreeuws: Jona. Zie, is ons naar het woord van Jezus een ander teken gegeven dan dit?

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1986

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

noach

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1986

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's