Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gods genade geeft les

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gods genade geeft les

9 minuten leestijd

„Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen En onderwijst ons dat wij de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld." Titus 2 : 11, 12

genade brengt heil

We lazen met elkaar de vermaningen aan oude mannen, oude vrouwen, jonge vrouwen, jonge mannen, dienstknechten. In wat we dit keer lezen, merken we dat Paulus een nauw verband legt tussen deze vermaningen en het centrum van het christelijk geloof: de genade van God die in Christus verschenen is. „Want verschenen is..." Hoe is de vermaning na te komen? Hoe kan ze volbracht worden? Het is net als in alle apostolische brieven: de imperatief rust op de indicatief. In gewoon nederlands: de opgave rust op Gods gave. De oudere gemeenteleden inclusief de jongeren moeten niet zomaar aan de slag gaan om de vermaningen proberen na te komen. Nee, de zaligmakende Gods is verschenen aan alle mensen en die genade onderwijst ons de goddeloosheid te verzaken. Het kennnen en ontvangen van Gods genade in Christus heeft als gevolg dat we een afkeer krijgen van de zonde en de ongerechtigheid. Genade heelt het gehele leven, in al z'n verbanden en relaties. Dat strekt zich uit tot in de huwelijken en de gezinnen, tot in het leven als jongere en als slaaf. Geen terrein blijft in eigen beheer. Op alle terreinen wordt Christus Koning.

Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen... Letterlijk lezen we: Want verschenen is de genade van God. Verschenen, tevoorschijn gekomen, in het licht getreden. 'Verschijnen' wordt ook gebruikt voor het opgaan van de zon. De Bijbel spreekt veelal over de komst van Christus met dit beeld. Het volk dat in duisternis woont, zal een groot licht zien. Die in het land van de doodsschaduw wonen over hen zal een licht schijnen. Maakt u op, wordt verlicht, want uw Licht komt en de heerlijkheid des Heeren gaat over u op. Door de innerlijke bewegingen der barmhartigheid onzes Gods met welke ons bezocht heeft de Opgang uit de hoogte om te verschijnen hen die gezeten zijn in duisternis. We kunnen nog wel even doorgaan. Duidelijk is dat de keuze voor het woord 'verschijnen' bijbels gemeengoed is. Verschenen is de genade Gods, roept de apostel bijna jubelend uit. Was die genade er dan voorheen niet? Jawel, maar nog lang niet zo heerlijk. De komst van Christus is als het opgaan van de zon in haar kracht. Alle schaduwen zijn weggevlucht nu de Zon Christus is verschenen, is gaan schijnen. Licht uit Licht, dat is Hij, de Heere Jezus Christus. Een Licht zo groot, zo schoon gedaald van 's hemels troon. Verschenen is! Daar steekt ook het element van de verrassing achter Ineens was Hij daar, de Beloofde aan de vaderen. Verschenen is de genade van God. God dacht aan Zijn genade. Zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt.

De komst van Christus was niet alleen maar genade. Maar genade van God, staat er. De vleesgeworden, mensgeworden genade van God. Genade bij God vandaan is hier en nu verschenen. U proeft daar het wonder achter. Hoe kan het? Waarom is het? Niemand op aarde heeft deze genade verdiend. Niemand heeft er om gevraagd

van zichzelf. Toch is verschenen onder ons Gods genade in de Heere Jezus Christus. Hij verscheen eer ik Hem begeerde. Zijn komst is pure genade. De plaats waar Hij verschijnt, getuigt van die genade.

Een kribbe, er was immers geen plaats voor Hem. Hij komt toch, ook al heeft niemand Hem nodig. Toen en nog altijd. Want genade van God is verschenen. En genade is vrij, biedt niet op tegen verdiensten van ons mensen. Wacht niet af of er behoefte is. Verschenen is genade van God zaligmakend, beter vertaald: heil-brengend voor alle mensen. De gekomen Immanuël brengt heil mee, draagt zaligheid bij Zich. Hij is vol van heil gekomen. Dat betekent: Hij kan verlossen van de zonde. Hij brengt Gods heil mee. Daartoe is Hij geboren. Heilbrengend is verschenen. Hij verlost van de toorn Gods. Heilbrengend: Hij verlost van de dood.

Heil-brengend. Ziet u die beweging: bréngend. Van boven naar beneden. Want er is was en is hier beneden geen heil. Bij u niet, bij mij niet. Wie het heil beneden zoekt, vindt het nooit. Maar Hij bracht heil mee. Hij bracht heil aan. Uit de hemel bracht Hij zaligheid naar de aarde. Heil is er daarom alleen in Christus. Als deze Zon opgaat in ons leven, wat wordt het dan licht in ons. Wat brengt Hij dan alles mee wat wij missen.

aan alle mensen

Verschenen is de genade van God heilbrengend voor alle mensen. U vraagt: is de komst van Christus heilbrengend voor iedereen? Als u met die vraag bedoelt of alle mensen zalig zullen worden, moet ik zeggen: neen. Maar dat bedoelt de apostel hier niet. Paulus bedoelt, in aansluiting aan de verzen 1 — 10 allerlei soorten van mensen. Oude mannen en vrouwen, jonge mannen en jonge vrouwen, dienstknechten en heren. De vermaningen tot hen gericht, vinden hun grond in 't verschenen zijn van de heilbrengende Christus aan alle mensen. In de gemeente op Kreta drong de genade Gods binnen bij allerlei mensen. God ziet de mens niet aan op wat en wie hij is. Er is bij Hem geen aanneming des persoons immers. Voor deze genade ben je nooit te jong ofte oud, te arm of te rijk, te hoog of te laag. Aan alle mensen is verschenen Gods heilbrengende genade. Welnu, waar genade van God verschijnt, wordt de zonde tot schuld.

genade-onderricht

Deze genade 'onderwijst ons...'. Wie genade in het hart kent, krijgt lust om de Heere te vrezen. De genade Gods in Christus onderwijst ons dat wij de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld. De genade Gods voedt op. Waar Gods genade in ons leven verschijnt, daar bewerkt ze heil, zaligheid. Maar daar blijft het niet bij. Je kunt niet van de genade leven en in de zonde blijven liggen. Waar heil is gebracht, komt de heil-iging van het leven op gang. Daartoe onderwijst, daartoe voedt ons die genade op. Licht en duisternis verdragen elkaar niet. Wij die der zonde gestorven zijn, hoe kunnen we nog in dezelve leven. De genade van God wordt een opvoeder. De genade Gods onderwijst ons dat wij de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzaken.

Goddeloosheid. Voor de lezers van Titus' brief was dat het heidendom, het heidense leven zonder God. Calvijn zegt: goddeloosheid is ook de onheilige verachting van God. En die heerst in een mens net zolang totdat hij verlicht wordt tot kennis van de waarheid. Waar de genade van God gaat schijnen in ons leven, daar komt onze goddeloosheid openbaar. Maar ook: wereldse begeerlijkheden. Een regelrecht gevolg van de goddeloosheid. Waar God niet gekend en gediend wordt in ons leven, daar worden we geheel en al geregeerd door de begeerlijkheden van deze wereld. Daar heeft de wereld het voor het zeggen in ons leven. Anders wordt dat als Gods heilbrengende genade over ons leven opgaat en in ons hart gaat schijnen. Dan gaan we de goddeloosheid en wereldse begeerlijkheden verzaken. Verzaken betekent ontkennen. Daar gaan we 'neen' tegen zeggen. Verzaken houdt een bewuste afwijzing in. Een breuk met een vroeger leven en tevens een begin van een nieuw leven. Genade draagt vrucht. Dat we gaan zeggen: weg wereld, weg schatten. Ik wil die wereld niet langer dienen. Ik kan het er niet meer in uithouden. Ik ga de zonde haten en vlieden.

Wat onderwijst ons de genade Gods in de kennis der zonde. Niet maar één keer, maar steeds meer en meer, dagelijks en bij vernieuwing. Hoe meer licht w T e van Gods genade kennen en ontvangen, hoe meer goddeloosheid en wereldse begeerlijkheden we bij onszelf gaan ontdekken. Maar daar komt tevens een wisselwerking: hoe meer de genade van God ons aan onze ongerechtigheid ontdekt, hoe meer we die genade ook steeds nodig hebben tot vergeving en verzoening en vernieuwing. Hoe meer Christus een gestalte in ons verkrijgt, hoe meer er een verlangen ontstaat om ook heilig voor Hem te leven. Want gerechtigheid is er bij ons niet, maar heiligheid evenmin.

Opdat wij matig en rechtvaardig en godzalig leven zouden. Een heilig leven wordt hier konkreet gemaakt in de drie hier geciteerde woorden. Matig, rechtvaardig en godzalig. Matig wil zeggen: ingetogen, bezonnen. Matig, daar zit het woord 'maat' in. Genade leert ons maat te houden in alles. Leert ons in gebondenheid te leven aan de maten, de grenzen door God gesteld. Matig in alle dingen. Matig in eten en drinken. Matig in kleding en woning. Matig in ons werk en in onze vrijetijdsbesteding. Matig in alwat wij bezitten op deze aarde. God geeft in Zijn wet en vermaningen zelf die regel aan. Mensen hoeven ons de maat niet te nemen. We hebben ons aan Gods maat te houden. Matig.

En: rechtvaardig. Dat ziet meer op de relatie tot onze medemens. En godzalig wil zeggen dat ons leven voi van God raakt. God wordt het doel van ons leven. De genade van God onderwijst ons dat wij matig. rechtvaardig en godzalig zouden leven. Matig ziet op onszelf. Rechtvaardig op onze naaste. Godzalig ziet op God. Zo voedt de genade op tot een nieuw leven. Dat levensbeginsel wordt gevonden overal waar de genade van God is verschenen in een mensenleven.

En daarmee staan we in de tegenwoordige wereld, staat er. In de 'nu-wereld', lezen we letterlijk. Dat is tevens in deze boze wereld. IN de wereld. Niet aan de rand. Niet als kluizenaar. Niet buiten de wereld. Maar in de wereld, in die wereld waarin Gods genade ook verscheen. We staan in de nu-wereld. De tegenwoordige wereld. Elke tijd heeft z'n eigen vragen, ook z'n eigen goddeloosheden, is een wereld waarin onmatig en losbandig, onrechtvaardig en cru wordt geleefd. In die wereld leven allen aan wie heilbrengend Gods genade is verschenen. In de wereld maar niet meer van de wereld. Niet meer en nooit meer. In de nu-wereld wordt heengeleefd naar de toekomst des Heeren.

Daar horen we in het vervolg dan ook van. De nu-wereld gaat voorbij. Ook al haar begeerlijkheden. Hier sterven we elke dag af. De verschijning van Gods genade heilbrengend aan alle mensen krijgt een afsluiting in de zalige verschijning van onze Heere Jezus Christus. Wie Christus' verschijning heeft liefgekregen, leert uitzien naar Zijn verschijning in heerlijkheid en leeft intussen matig, rechtvaardig en Godzalig.

C.a.d.IJ.

J. M.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1987

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Gods genade geeft les

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1987

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken