Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Die smarten en die hoon!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Die smarten en die hoon!

11 minuten leestijd

Wees gegroet Gij Koning der Joden! Marcus 15 : 18b (Zie ook Marcus 15 : 16-20)

In besloten kring

Soldaten nemen vrij mandaat. Pilatus zit te dubben tussen Jezus veroordelen of Jezus vrijspreken. Intussen nemen de soldaten hun kans waar. Zij brengen Jezus in hun besloten kring. Ze willen aan die „koning" hun plezier beleven. Een welkome afwisseling in hun doorgaans saai bestaan.

Gewetenloos sleuren zij Jezus naar het binnenplein van Pilatus' rechthuis. Ze roepen de hele bende samen. Bende is hier een afdeling soldaten, wellicht honderd man sterk. We kennen dit woord bende ook nog in een andere betekenis. In die zin maken zij er ook een bende van. Honderd tegen Eén. Wat een durf! Moed waar angst achter schuil gaat. De massa die God wegspot voelt zich samen sterk. Een ledenwerfaktie hoeven zij niet te voeren. Vrijwilligers melden zichzelf wel in het bondgenootschap tegen God en Zijn Gezalfde. De statistieken noemen aantallen kerkverlaters. Godverlaters zijn niet te tellen. Massaal is: er niemand die God zoekt, allen zijn zij afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden.

Moet u eens zien. Een rauwe bende valt Jezus aan. De allergrofste schending van de mensenrechten ontmoet geen enkel protest. Dat vandaag de rechten Gods met voeten getreden worden vindt aller instemming. Jezus biedt zelf geen enkel verzet. Zijn hart is bij de rechten Gods, die Hij met hart en ziel bemint. De besloten kring sluit zich dichter en dichter om Hem heen.

Ik werd benauwd aan alle zijden. Het lied dat Hij zong eer Hij de Paaszaal verliet, de avond tevoren, wordt nu werkelijkheid.

Weet u wat nog meer een besloten kring is? Gods rechthuis, Gods vierschaar. Wel eens gedagvaard, binnengeleid? Laat ons tezamen richten! Wonder boven wonder toen ik daar verscheen bleek Jezus er al te zijn om voor mij aan het heilig recht Gods te voldoen. Zie Hem staan in die enge cirkel. Voor Mij moest Hij daar staan. Mijn zonden brachten er Hem en... Hij had er niets op tegen. Hij wilde alleen maar Zijn leven geven voor Zijn schapen. Hij veroordeeld, ik vrijgesproken, de strik brak los.

Nog een vrucht weet ik te bedenken. Verdrukte christenen schreeuwen nooit hard om mensenrechten, maar zijn verblijd als ze om de Naam van Christus smaadheid dragen. Paulus en Silas zaten in de onderste kerker in Filippi, in besloten kring. Langs de wanden van hun cel hieven zij psalmen op naar het hemelhof. Ook daar was Jezus.

Jezus' spotkleed

Nu Jezus eenmaal binnen is valt de bende op Hem aan. Ruwe handen rukken Hem de kleren van het lijf. In al Zijn naakte schande komt Jezus openbaar. Over Zijn rug lopen de rauwe striemen en de blauwe plekken van verse geseling. Wie er goed naar kijkt moet er iets in ontdekken. Zijn eigen beeld, onze naakte schande voor God. Wordt iemand wel eens geconfronteerd met een verminkt lichaam, niet licht raakt hij dit beeld meer kwijt.

Het zou goed zijn als we dit beeld van Jezus ook nooit meer kwijt raakten. Om er aan herinnerd te worden in welke erbarmelijke huid wij steken en dat voor Gods aangezicht. De profeet Jesaja moet een tekening geven van de verdorvenheid van Israël. Hij spreekt dan over wonden, striemen en etterbuilen. Laat God mij zien wie ik ben, dan sta ik er niet beter voor. Hier staat Gods Lam, Die dit alles van mij overnam.

Wat niet aan te zien is, wordt gans begeerlijk voor de ontblote zondaar. Want in Uw naaktheid Jezus, bent U mijn bedekking voor de Vader. Uw doorstriemde rug hebt neergelegd, om over U te laten lopen, 'waarheen? U hebt het Zelf gezegd. Niemand komt tot de Vader dan door Mij. Kijk eens goed naar Hem!

En zij deden Hem een purperen mantel aan. U moet zich daar niet teveel van voorstellen. Het was maar een aftandse soldatenjas. Wij leggen over gewonden en doden langs de wegen voorzichtig een kleed. Uit medegevoel. Uit overwegingen van piëteit. Wij maken het leed onzichtbaar. Dit purperen kleed heeft een andere bedoeling. De soldaten doen er nog een schepje boven op. Deze mantel is bedoeld als spot. Ha...! Daar heb je nu „zijne koninklijke hoogheid"!

Dat God omhangen wordt met de mantel van de spot gebeurt vandaag niet voor het eerst. Dat begon al in het paradijs. Jezus laat zien wat de mens van zichzelf gemaakt heeft. Een spotkoning. Ook gebeurt het niet voor het laatst. Bij hoevele mensen lijkt het wat en hoevelen willen wat lijken met een tot op de draad versleten godsdienst. Spreekt die purperen mantel u niet aan? Gods kind moet wel eens zuchten: Heere ik heb U helaas niet meer te bieden dan verbleekte liefde, ingezonken geloof. Op déze manier zie ik in Hem wie ik ben voor God. Maar op een andere manier kan het ook nog. Heere Jezus als ik U daar zo zie staan en mezelf in de bende der soldaten, dan draagt U wat U van mij kreeg.

Scharlakenrode zonden. Daar moet toch wel een hart vol liefde kloppen achter die spotmantel. Een liefde zo groot dat Hij mijn afgesleten bestaan aanvaardt en me in Zijn mantel wil inhullen tot bedekking van mijn schuld.

Het rechthuis wordt een kleedkamer. „Brengt voor het beste kleed en doe het hem aan". Zo sprak de vader van de verloren zoon. En die lompen dan? Daar heeft de vader raad mee geweten. Ze komen niet eens meer ter sprake. Zoiets gebeurt nu als ik mijn vuile lompenpak Hem mee mag geven en Hij mij de mantel der gerechtigheid omdoet en de klederen des heils aantrekt. Hij in het spotkleed. Bloedrood vanwege mijn zonden. Ik straks in het witte kleed. O welk een macht heeft deze liefde.

De doornenkroon

Het spel gaat door. En 'n kroon van doornen gevlochten hebbende zetten die Hem op. Gauwe handen graaien vlug een paar doornentakken bij elkaar. Ze groeiden immers overal en volop. De taaie twijgen buigen zij voorzichtig — om zichzelf niet te bezeren — tot een kroon. Ga eens mooi rechtop staan, Rabbi! Ja, ja zo is het goed... Buk een beetje, hierheen met uw hoofd. Zo, de kroon zit vast. Pronk van een „koning".

In zijn handen drukken zij een riet. Straks wordt hij met zijn eigen stok geslagen. Boven op zijn hoofd liefst. Dan gaan de scherpe punten er goed in. Dat riet moet zijn scepter uitbeelden.

Bloed gutst Hem uit het hoofd. Wat is

de duivel vindingrijk. De mens maakt hij tot een beul. De ene mens voor de andere een wolf. Hier wolven die sluipen om het Lam. Je zou het niet willen geloven? Maar de concentratiekampen en de gaskamers van deze eeuw en tot op vandaag leveren het bewijs dat het met dat vooruitgangsgeloof van ons niet veel zaaks is.

Nee, ik heb het er niet over welke kroontjes iemand vlecht om zijn eigen hoofd. „Doe ik het niet beter dan anderen? " Ben ik niet die harde werker, die zorgzame huismoeder, de beste opvoeder, de trouwste ambtsdrager? Wee die wat aan mijn kroontje stoot. Tegen mijn korfje. Dan blijkt hoe goed ik met doornenkronen uit de weg kan.

Doornen en distels zijn de „erfenis" van het verloren paradijs. Mijn stekelige natuur kan er wat mee. Doornen zijn taai, evenals de zonde, mijn boezemzonde vooral niet te vergeten. Doornen zijn scherp. De Bijbel zegt: „de oprechtste van hen is scherper dan een doornheg".

Gemakkelijk komen al mijn stekels overeind wanneer God onbegrepen wegen gaat. Ook mijn naaste, zelfs mijn huisgenoten, moeten het dan vaak ontgelden. Daar staat nu Jezus, midden in het Evangelie, met doornen gekroond. De vloek der zonde komt op Zijn hoofd terecht. Je moet het soms pijnlijk leren dat wij, ontkroonde koningen die wij zijn, Jezus slechts doornenkronen kunnen toebrengen. Steekt u die opmerking? of erkent u de waarheid ervan, hebt u er met smart over? Over de zonden die u wonden, ja..., maar Jezus nog veel meer? Jezus die mijn doornen draagt en niet eens , , auw" zegt.

O almachtige, allergoedertierenste God en Vader, de doornenkroon van Uw Zoon, onze gewillige Borg, schittert vol liefde, omdat Gij mij, onwaardige zondaar met goedheid en barmhartigheid wilt kronen. Gij zegt tegen mij: Grimmigheid is bij Mij niet, wie zou Mij als een doorn en distel tegen u in oorlog stellen? Gaat uit gij dochter Sions, zo wekt de Bruid mij op, en aanschouw de Koning Salomo met de kroon waarmede Zijn moeder Hem kroonde op de dag van Zijn bruiloft. Een bloedbruiloft was het, doornen en donkerrood. Zo verwierf Hij de kroon des levens. Wij steken het hoofd omhoog, en zullen de eerkroon dragen, Door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen. Dat heeft mijn Borg verdiend op de dag dat Hij Zich met doornen liet kronen.

Bespot en geslagen

De soldaten zetten hun misdrijf voort. En zij begonnen Hem te groeten, zeggende: Wees gegroet, Gij Koning der Joden! Om de beurt maken zij een kniebuiging en om de beurt slaan ze Hem in het gezicht. In schijn buigen, in schijn aanbidden, maar in werkelijkheid Hem slaan.

Uit de kerk komen en ons eigen leven leiden. Voor het. oog welmenend godsdienstig, maar nooit van harte met de zonde breken. We zingen:

Eén dag is in Uw huis mij meer Dan duizend waar ik U ontbeer.

Maar we blijven hangen aan de wereld. We komen niet meer van de beeldbuis los, zelfs op de dag des Heeren niet meer. Er is ook een ander knielen. Buigt u dan in het stof. Heere, maakt mij koning af. Ik gunde U de rietstok, waarmee de soldaten U op het tere en toch al zere hoofd sloegen. De doornen drongen dieper in Uw slapen. Mijn zonden staken U in het hart. De spot laat zien dat wie op déze Koning vertrouwt een grote dwaas geacht wordt. Die rietstok waarmee wij Hem slaan kunnen onze inzichten zijn die wij niet prijs willen geven. Symbool van vijandschap tegen vrije genade. De Bijbel spreekt van steunen op gebroken rietstaven. Dat kunnen hele wereldse dfngen zijn, maar ook hele vrome aangelegenheden. Bijvoorbeeld bouwen op allerlei gronden, tot mijn bekommering toe, buiten het Fundament des heils.

Met ogen vol schaamte en met tranen van berouw gevuld naar Jezus zien. Dat is de enige weg om Zijn liefde te ervaren. Ik sloeg Hem al die wonden. Ik deed door mijne zonden Hem al die jammer aan.

Neen, Jezus weigert dit riet niet. Wat als smaad bedoeld is, is Zijn eer. Zijn liefde verdraagt de haat. Hij komt niet met wreed geweld en Zijn liefde verandert de rietstok in een gouden scepter om genade te bewijzen aan goddelozen.

Maar staf, maar purp'ren kleed, maar doornenkroon, maar bloed,

Hoe kust U mijn liefde en eert U mijn gemoed.

En wat is ons lot zodra we Hem in Zijn liefde leren omhelzen? Paulus zegt het: Wij zijn een schouwspel, een theater geworden, voor wereld, engelen en m.ensen. Zelf draagt hij de lidtekenen als eretekenen in zijn lichaam. De lidtekenen van Christus noemt hij ze. De praktijk van het geestelijk leven is dat ik de dood van Christus gelijkvormig moet worden. De doorn in mijn vlees is gedoopt in de liefde van Christus. Als Zijn kracht in mijn zwakheid volbracht wordt, om Zijnentwil doornen en spot, smaad en hoon te verdragen, zijn het slechts zachte prikjes. Prikjes die mij prikkelen tot meer liefde voor Hem. De gezegende bloedprijs is de kroon der overwinning, die Jezus mij in die dag geven zal. En niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning hebben liefgehad.

Het spel is uit. En als zij Hem bespot hadden, deden zij Hem de purperen mantel af, en deden Hem zijn eigen klederen aan en leiden Hem heen om Hem te kruisigen. Hij bood geen verzet. Hij weet immers dat de weg naar het kruis de weg is naar de kroon. Het wordt Pasen. Dit is de dag waarop Hij Zijn doodskleed atlegt.

In het bock Openbaring vertelt ons Johannes dat Hij bekleed is met een lang wit kleed. Zijn hoofd omkranst met een gouden kroon. Een verschrikking voor Zijn haters. Een verkwikking voor allen die zich door Zijn liefde lieten redden. Dan heeft Hij op Zijn kleed en op Zijn dijen de naam geschreven: Koning der koningen en Heere der heren.

Het Lam werd Leeuw. Lam en Leeuw in het midden van Zijn schapen. Gij Vader hebt Hem uit de twist des volks verheven. Straks gaat 't in volkomen vervulling voor de strijdende kerk: Gij hebt mij uit muil des leeuws verlost.

De kroon der overwinning, en er zijn er ontelbare, werp ik aan Zijn voeten. Eeuwig hulde aan het Lam.

K.a.Z.

H. V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 1988

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Die smarten en die hoon!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 1988

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken