Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Js Christus gedeeld?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Js Christus gedeeld?

10 minuten leestijd

(2)

[n, a. v. 1 Corinthe 1 : 10—16)

Gedeeld

De vorige keer al stonden we stil bij de partijvorming binnen de gemeente Gods te Corinthe. Er ontstond een Paulus-partij, een Apollos-groep, een Petrus-club. Zelfs Christus werd door sommigen tot leider van een deel der gemeente gemaakt. Deze 'partijvorming berustte op het misverstand als zouden de hier genoemden zoveel zijn als oprichters en grondleggers van scholen, grondleggers van een nieuwe geestelijke stroming bij wie je je dan aansluit en wiens opvattingen je huldigt. Zelfs Christus wordt als zodanig beschouwd waaruit men name blijkt hoe weinig nog men in de gemeente verstaan heeft wat het Evangelie betekent.

Vandaar dat Paulus er straks nader op doorgaat. Nu stelt hij vrij scherp de vraag: Is Christus gedeeld? Gedeeld, wat bedoelt de apostel met die uitdrukking? Iemand met een veelomvattend bestaan verzucht weieens: ik moet mezelf geregeld in allerlei delen splitsen. Ik ben hoofd van een afdeling, maar ook vader van een gezin en echtgenoot van mijn vrouw en voorzitter van een vereniging. En soms weet ik niet goed hoe dat allemaal moet. Mijn leven valt in allerlei delen uiteen.

Is Christus ook zo: gedeeld? Is er een Christus voor de Paulus-partij èn een Christus voor de Apollos-groep èn een Christus voor de Petrus-club en dan ook nog een voor hen die Hem tot hun partijhoofd hebben gemaakt? Heeft Hij dan vier levens? Dat kan toch nooit waar zijn? Hij leeft maar één leven en dat is het leven voor Zijn ene lichaam. Hij is Dezelfde voor allen die waarlijk in Hem geloven. Of wij dat geloof nu in ons hart ontvingen onder de prediking van Paulus of via het Woord dat Apollos ons verkondigde. Het is dezelfde Christus. Hij is één en niet op te splitsen over allerlei verschillende groepen van gelovigen als zouden ze allemaal een stukje van Hem mogen kennen en bezitten. Is Christus gedeeld? Begrijpt u het onmogelijke van uw handelwijze? Ziet u wel dat u met iets bezig bent wat in wezen helemaal niet kan. Iets wat ook nooit uit Hem kan zijn en waar Hij ook nooit mee zal en mee kan instemmen!

Is Christus gedeeld? Een woord dat ons wel mag aanspreken wonend in een land waarin het lichaam van Christus op een ongelofelijke en daardoor ongeloofwaardige wijze is verscheurd. Tien keer gereformeerd: wie zou niet wenen? Alleen, je merkt van deze tranen veelal bitter weinig. Wel een soms afstotende en stuitende zelfgenoegzaamheid: des Heeren tempel zijn deze, zijn wij! Is het niet een oordeel Gods over de kerk van Nederland dat het huis Gods zo verdeeld is onder ons? En juist mensen die Schriftgetrouw wensen te blijven temidden van veel Schriftkritiek kennelijk zoveel moeite hebben te doen of in ieder geval te zoeken naar wat die Schrift eist. Steunend op formulieren van Enigheid onderhouden we de grootst mogelijke onenigheid. Ik schrijf dit staande in een kerk waarin soms ook partijzucht bovendrijft en het 'heel de kerk' soms weinig leeft. Welk een droevige zaak. Is Christus gedeeld? Waar is Hij dan? In welke kerk woont Hij? Wij hebben er de oplossing voor gevonden: Hij is Hoofd van Zijn onzichtbare Kerk. En daar stem ik van harte mee in.

Maar zijn we niet tevens geroepen aan die geestelijke eenheid zoveel in ons vermogen ligt zichtbaar gestalte te geven? Ik weet het: de schuld der verdeeldheid ligt in het verlaten van de Heere, van Zijn Woord, van Zijn Christus. Christus alleen moet in de kerk regeren en in heden en verleden is Zijn regering ondermijnd en aangetast. „Wij moeten één lichaam zijn, zo wij onder Hem als onder ons Hoofd begrepen willen zijn. Zo wij in verscheiden lichamen gedeeld worden, zo worden wij ook van Hem afgescheurd. Daarom, op Zijn Naam roemen onder tweedracht en sekten, dat is Hem verscheuren" (Calvijn). De éénheid der gemeente is geschonken in haar ene Heere en Hoofd. Daarom moet die eenheid ons zwaar wegen. Ze is immers deel van de waarheid Gods. De verdeeldheid is schuld voor Gods aangezicht. Werd die schuld maar erkend en beleden in de kerk van ons land, er zou een grondslag ontstaan voor het zoeken naar meer eenheid. De vraag: is Christus gedeeld wil ons tot verootmoediging leiden.

Gekruist

Om het onhoudbare te onderstrepen van de partijvorming in de Corinthische gemeente stelt de apostel ook nog deze vraag: is Paulus voor u gekruist? Een vraag niet moeilijk te beantwoorden. Immers: Christus is voor ons gekruisigd zal iedereen in Corinthe zeggen. Dat is ons gepredikt, dat hebben we geloofd. In het kruis van Christus alleen zullen we roemen. Begrijpt u dan niet hoe dwaas het is om te roepen: wij zijn van Paulus. Hij is toch niet uw Heere en Zaligmaker? Hij heeft toch de losprijs niet betaald? Op Hem toch heeft de Heere uw aller ongerechtigheden niet doen aanlopen? Welaan dan, laat dan Paulus uw Meester niet zijn, maar Christus alleen. Laten ook wij ons niet aan mensen overgeven tot dienstbaarheid, dewijl wij des Heeren eigen volk zijn, aldus Calvijn. Nog altijd komt het voor dat we ons geestelijk al te zeer aan mensen binden, ons aan hen toevertrouwen. Dat kan een begrijpelijke achtergrond hebben. Die ander mocht een middel in Gods hand zijn. Er wordt geestelijke leiding van ontvangen. Toch blijft er een grens want Christus alleen kan onze Heere en Meester zijn. Vanwege de prijs die Hij voor ons betaalde.

Gedoopt

Nog een vraag moet het onhoudbare van de Corinthische partijvorming aangeven: of bent u in Paulus' naam gedoopt? Ook een vraag niet moeilijk te beantwoorden. Ze zijn immers gedoopt in de Naam van de Heere Jezus Christus. Door de doop nam God ze op in Zijn genadige bemoeienis met zondaren. Maar daarbij waren niet de namen Paulus, Petrus of Apollos van doorslaggevende betekenis. De doop verbond hen aan Christus die de inhoud van de doop immers is. Waarom dan nog andere namen naast de éne Naam laten gelden als van belang voor de zaligheid? Eén is uw Meester en Heere! „We zijn aan Christus met ede verbonden, in wiens naam onze doop geheiligd is... Merkt hier op dat de natuur van de doop is als een handschrift van wederkerig verbond: want gelijk de Heere ons met dit teken in zijn huisgezin heeft aangenomen en tot zijn volk geteld, alzo verbinden wij ons geloof en trouw aan Hem opdat wij voortaan geen andere geestelijke Heere hebben" (Calvijn).

De doop is van Gods kant een eed van trouw, maar ook van de kant der gelovigen is het dat. Wie Christus niet aanhangt, is een verbondsbreker. In Christus' Naam gedoopt. Calvijn voelt de tegenwerping aan-

komen: in Christus' Naam, maar we zijn toch gedoopt in de Naam van de Drieënige God? Zijn antwoord is dan: we moeten in de Doop aanmerken dat God de Vader ons door zijn onverdiende goedheid in de gemeente plantende, door verkiezing ons tot kinderen heeft aangenomen. Ten andere dewijl wij geen gemeenschap met Hem kunnen hebben, anders dan door middel van de verzoening, zo is Christus ons nodig die ons door Zijn bloed in des Vaders genade brenge. Ten derde, dewijl wij door de doop Gode geheiligd worden: zo moet ook de Heilige Geest daarbij komen, wiens ambt het is ons tot nieuwe schepselen te maken. Ja ook, dat wij door Christus' bloed gewassen worden, dat is, zijn eigen ambt. Maar omdat wij noch des Vaders barmhartigheid noch de genade des Geestes anders verkrijgen dan door Christus alleen, zo is het recht, dat wij Hem het eigen einde en doelwit van de doop noemen en de doop naar Zijn naam voornamelijk noemen, hoewel hierdoor de naam des Vaders en des Geestes niet wordt uitgesloten. Want als wij de kracht van de doop in het kort willen samenvatten, zo noemen wij Christus alleen en als wij onderscheidenlijker willen spreken, zo moet de naam des Vaders en des Geestes uitgedrukt worden.

Kennelijk waren er in Corinthe die zo onder de indruk waren van hun doop, van dat geweldige moment in hun leven dat getuigde van het grote heil hen te beurt gevallen, dat ze de man die de doop aan hen bediende gingen vereren. Paulus wijst er op dat de doop ons niet voegt tot een vereniging of groep waarvan degene die doopt een soort leider is, maar dat de doop ons in Christus' lichaam voegt. Wat dat betreft acht Paulus het verblijdend dat hij in Corinthe maar weinig mensen heeft gedoopt.

Ik dank God, dat ik niemand van u gedoopt heb, dan Krispus en Gajus. Krispus kennen we uit Handelingen 18 als de overste van de synagoge die met zijn gehele huis tot geloof kwam al gauw na Paulus' aankomst in Corinthe. En Gajus is waarschijnlijk Paulus' gastheer geweest in Corinthe. „Opdat niet iemand zegge dat ik in mijn naam gedoopt heb. Doch ik heb ook het huisgezin van Stéfanus gedoopt; voorts weet ik niet of ik iemand anders gedoopt heb." Stefanus, hij wordt in hoofdstuk 16 : 15 genoemd 'de eersteling van Achaje'. Wellicht omdat hij het allereerst tot geloof gekomen was zodat Paulus hem wel had moeten dopen. We zouden bij oppervlakkige lezing en overdenking van Paulus' uitspraken kunnen denken dat hij de doop niet zo belangrijk zou vinden. Zeker als we vers 17a lezen: Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen..."

De apostel kan met deze woorden niet bedoelen als zou de doop van tweederangs belang zijn. Elders stelt hij de doop als zo centraal in het deelachtig worden van de zaligheid dat dat niet waar kan zijn. Bovendien zou hij dan regelrecht in conflict komen met Christus' opdracht tot de doop (Matth. 28 : 19).

We komen het eerder tegen in de bijbel dat de één predikt en de ander doopt. Van de Heere Jezus lezen we ook dat Hij niet zelf doopte maar het Zijn discipelen liet doen (Joh. 4, 2). En in Handelingen 10 : 48 treffen we aan Petrus' zending in het gezin van Cornelius. Hij mag het middel in Gods hand zijn tot bekering van Cornelius en zijn gezin en geeft dan anderen opdracht tot de doop.

Paulus is zozeer in beslag genomen geweest door de primaire opdracht en roeping: Predik het Evangelie dat hij gedreven van stad tot stad voortging om die roeping te vervullen. Kwamen er dan mensen tot geloof in Christus, dan liet hij hen door anderen dopen maar trok zelf voort. Vandaar dat hij overal waar hij kwam en geweest was mensen aanwees voor de noodzakelijke nazorg om als ambtsdragers der gemeente de arbeid voort te zetten. Paulus mocht het fundament leggen en het anderen daarop voortbouwen. „De doop behoort tot het tweede stadium, de opbouw der gemeente, niet tot het eerste, haar fundering. In de doophandeling komt de gemeente reeds boven de grond; in de evangelisatie geschiedt het ondergrondse werk van haar fundering. Alleen het laatste is Paulus' taak. Wat daarna komt, mag hij wel doen, maar hij heeft daartoe geen bijzondere opdracht of genade ontvangen" (F. J. Pop).

C.a.d.IJ.

J. M.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 maart 1988

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Js Christus gedeeld?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 maart 1988

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken