Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hiernumaals en hiernamaals

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hiernumaals en hiernamaals

12 minuten leestijd

Toen zeide Jakob: erkoop mij op deze dag uw eerstgeboorte. En Ezau zeide: ie, ik ga sterven; en waartoe mij dan de eerstgeboorte? Genesis 25 : 31 en 32

twee kinderen

Het gebed van Izak is verhoord. De HEE-RE heeft Zich van hem laten verbidden. En ook Rebekka heeft haar antwoord gekregen. Over haar angstig vermoeden heeft de HEERE het licht van Zijn raad en welbehagen laten stralen. De meerdere zou de mindere dienen. Hier lezen we, hoe op de bestemde tijd de kinderen worden geboren. Twee heel verschillende kinderen. Het ene babytje is rossig en helemaal met haar bedekt. Het ziet er meteen al uit als een sterk en krachtig kind. Ezau wordt het genoemd. Dat heeft iets te maken gehad met zijn rossigheid. Het tweede kindje is heel anders. Bovendien gebeurt er bij diens geboorte iets treffends. Het pakt de hiel van z'n broertje. Net alsof hij dat wil inhalen. Het wordt dan ook Jakob, hiellichter genoemd.

De twee jongens groeien voorspoedig op. En het is meteen duidelijk dat ze niets op elkaar lijken. Zoals je eigenhjk al bij z'n geboorte kon zien, ontwikkelt Ezau zich tot een sterk en krachtig mens. Hij wordt een vrijbuiter. Hij vindt het heerlijk om er op uit te trekken. Om uren lang door het veld te zwerven, op jacht naar buit. Hij doet daar veel ervaring op. Hij krijgt verstand van het gedrag van de dieren. Hij weet waar ze te vinden en hoe ze het best te vangen zijn. We lezen: Hij is verstandig op de jacht.

Jakob wordt heel anders. Hij kan tegen dat grote en stoere van Ezau niet op. Jakob moet je thuis zoeken bij de tenten van z'n vader en z'n moeder. Hij wordt in dit bijbelgedeelte gekarakteriseerd als oprecht. We moeten daarbij denken aan eenvoudigheid, huiselijkheid. Hij hield niet van dat wilde, dat avontuurlijke van Ezau, hij was meer ingetogen, meer schuchter en voorzichtig. Hij waagde zich liever niet. Risico's lopen, dat lag hem helemaal niet, hij nam maar hever het zekere voor het onzekere.

Heel beeldend worden die twee kinderenons voor ogen gesteld. En moeten we niet zeggen: dat Ezau het meest aantrekt.? Ezau heeft toch onze sympathie. Rondborstig en ronduit als hij hjkt. Jakob, dat kind dat altijd maar aan moeders rokken hangt, staat ons een beetje tegen. Als we bij Izak en Rebekka op bezoek zouden zijn, zou onze eerste belangstelhng naar Ezau uitgaan. Sympathieke kerel. Een kerel die verhalen vertellen kan over wat hij allemaal bij de jacht heeft meegemaakt. Natuurhjk zouden we ook Jakob een hand geven, maar meer uit beleefdheid dan uit sympathie.

Ja, als wij zouden moeten kiezen, dan wisten we het wel. Maar de HEERE God heeft al gekozen. Zijn keuze is anders. We hebben gezien de meerdere zal de mindere dienen. Dat wat niets is heeft God uitverkoren opdat Hij het geen iets is beschamen zou. Het verachte der wereld wordt door God geacht.

Izak en Rebekka kiezen ook. En het is zeer bedenkelijk als een vader en moeder kiezen tussen hun kinderen. Daar is nog nooit veel goeds uit voortgekomen. Izak en Rebekka kiezen. Dat is op zichzelf al bedenkelijk. Maar het wordt helemaal verdrietig als we lezen van de keuze van Izak en zijn motief. Izak kiest voor Ezau. En dat doet hij omdat Ezau hem zo heerlijk verwennen kon met het wildbraad dat hij op de jacht had buitgemaakt. Izaks liefde gaat door zijn maag.

Wat valt dat tegen. We hebben gelezen van Izak dat hij een biddend mens was. Een man die al jong de HEERE had leren zoeken in gebed. En nu laat deze man zich zo regeren door zijn begeerte naar lekker eten. Dat mag voor ons een waarschuwing zijn, een oproep tot zelfonderzoek. We kunnen nooit zeggen of denken: Ik ben nu eenmaal een gelovige, ik ben bekeerd en daarom ben ik het station van zelfonderzoek allang gepasseerd. Dat is meer voor mensen die nog niet geloven. Ik zou haast zeggen, was het maar waar. Maar zo stilletjes weg, zo haast ongemerkt komen er weer dingen in je leven waardoor je je laat regeren. En het trekt je van de HEERE af. Het verkilt en verdort je geestehjk leven. Izak zal best nog wel gebeden hebben, maar ik denk nietdat hij er zoveel leven in gevonden heeft en zoveel gemeenschap met God. Daarom is het altijd maar weer nodig onszelf te onderzoeken en te toetsen aan het Woord van God.

Er ligt een waarschuwing in dit voorbeeld van Izak. En toch ook een vertroosting. Want we willen wel eens volmaakte mensen zijn. Maar Gods kinderen zijn geen volmaakte mensen. Niet inzichzelf. Dat betekent niet dat we maar gemakkelijk over de zonden in ons leven heenstappen. Nee we hebben er juist des te meer verdriet van, maar we mogen wel weten dat ze voor de HEERE God nooit een belemmering zijn om ons in genade aan te nemen. Het bloed van Christus reinigt immers van alle zonden.

Jakobs hst

We gaan weer terug naar het gezin van Izak en Rebekka. Rebekka heeft voor Jakob gekozen. Daar wordt verder geen motief bij genoemd. En dat laten we dan ook maar rusten. Het Bijbelgedeelte eindigt met een voorval dat zich tussen de twee broers heeft afgespeeld. Waarschijnlijk zonder dat hun ouders er veel van geweten hebben. Op een dag, we kunnen ons voorstellen dat het al wat later in de middag is, komt Ezau uit het veld terug. Hij is moe en rozig en vooral hongerig. De hele dag heeft hij rondgezworven en achter z'n prooi aangezeten. Het wordt er niet bij verteld, maar je krijgt de indruk dat hij niet bepaald succesvol geweest is en niet veel gevangen heeft. Als hij thuis komt snuift hij een heerlijke geur op. Jakob is aan het koken, linzenmoes. Die linzen waren een soort peulvruchten van roodbruine kleur. En Jakob had er kennelijk slag van om iets lekker klaar te maken. Het ruikt geweldig. Ezau komt onmiddellijk op die geur af, valt bij Jakob binnen en zegt gulzig op z'n eigen ruwe en rechte manier: Laat mij slurpen van dat rode, dat rode daar. Wie veel in de buitenlucht werkt kan zich wel een beetje indenken hoe Ezau zich voelde. Met een grote slok zou hij de hele schaal van Jakob wel naar binnen willen werken. En dan begint Jakob over het eerstgeboorterecht. Ezau kan wel wat krijgen, maar hij verlangt een tegenprestatie, namehjk de verkoop van het eerstgeboorterecht. Ik kan me indenken dat iemand bij zichzelf zegt: Waar dacht die Jakob aan. Hoe komt hij er op.

Ik denk dat het antwoord dan moet zijn dat dat niet zo vreemd is. Wat er ook van Jakoh gezegd kan worden, in ieder geval is hij met dat eerstgeboorterecht bezig geweest. Daar dacht hij gedurig aan. Dat heeft hem vervuld. Jakob was iemand die gericht was op andere dingen dan Ezau, op hogere dingen, op de dingen van God. Op de belofte van God aan Abraham, z'n grootvader en het verbond dat de HEERE met hem gesloten had. En wie zou nu de drager van de belofte zijn.? In wiens zaad zou het aardrijk gezegend worden.? Ja z'n broer was de oudste. Maar hij moet ook geweten hebben van de Godsspraak over zijn nog ongeboren leven. De meerdere zou de mindere dienen. Op die dingen was Jakob gericht, op het verbond en de beloften Gods. Dat hgt zo vooraan in Jakobs geest dat hij er onmiddellijk aan denkt.

Er zijn slechtere dingen om mee bezig te zijn. We kunnen ons afvragen of het verbond en de beloften Gods bij ons ook zo vooraan liggen, of dat we zo vervuld zijn van de dingen van alle dag, dat we er alle moeite voor moeten doen om ergens uit het achterhuis van onze geest iets naar voren te halen van de HEERE. Het laatste waar we aan denken is dat. Bij Jakob is dat het eerste, omdat hij weet dat is het belangrijkste. En dat is het voor ons niet minder. De wereld met alle begeerlijkheden gaat voorbij, maar die de wil van God doet blijft in der eeuwigheid.

Er ligt dus bepaald iets goeds in dat Jakob hier zomaar ineens aankomt met het eerstgeboorterecht. En loch stuit het ons tegen de borst zoals hij hier doet. Als we dit lezen is onze eerste reaktie: Nee Jakob dit is de manier niet. En waarom niet.? Is het omdat hij probeert tot stand te brengen wat God heeft beloofd.? We moeten voorzichtig zijn dat zo maar in het algemeen af te wijzen. Bidt en werkt zeggen we tegen elkaar. Bidden en op de HEERE hopen dat hoeft ons werk niet uit te sluiten. Maar het is wel de vraag hoe wij werken en met wat voor middelen. Maar daar zit het nu juist bij Jakob. Hij maakt gebruik van een zwak moment van Ezau. Ezau is moe en heeft razende honger. Tot nuchter nadenken is hij nauwelijks in staat. En nu neemt Jakob zijn kans waar. Hij heeft als het ware met z'n kooksel Ezau in z'n macht.

Het doel heiligt de middelen niet. U weet misschien d^t heeft de stichter van de Jezuietenbeweging zo gezegd: Je mocht alles uithalen als het maar voor een goed doel was. Wij dienen altijd maar weer kritisch te zijn. We moeten de HEERE kunnen vrezen.

Ezau's achteloosheid

Intussen, hoe reageert Ezau op Jakobs voorstel.? Het laat zich eigenlijk wel raden. Hij laat zich helemaal regeren door de begeerte van het ogenblik. Wat kan hem nu dat eerstgeboorterecht schelen.? Hij valt bijna flauw van de honger. Hij heeft maar een belang, dat is eten. Zo zegt hij het ook tegen Jakob: Ik sterf toch, als ik nu niet eet, wat koop ik dan voor dat eerstgeboorterecht? Ezau is achteloos en onverschilhg. Nee, dat Jakob zich hier van minder fraaie middelen bedient praat Ezau's gedrag op geen enkele manier goed. Hij had zich niet zo moeten laten regeren door z'n zinnelijkheid. Het ging toch niet om zo maar iets. Het ging om de belofte Gods. Het ging erom drager te zijn van de toekomst van Gods koninkrijk. Het ging om de grootste en rijkste zecren. Bovendien werd hij er door Jakob ook nog wel aan herinnerdjjat het niet ging om een kleinigheid. Jakc^ was verstandig genoeg om te beseffen dat Ezau er later op terug kon komen, daarom vroeg hij van Ezau een eed. Ezau moest het als het ware ondertekenen. Jakob zou dan later kunnen zeggen: Je hebt het zelfs gezworen. Je kunt niet meer terug. Die eed had Ezau toch wel even aan het denken moeten zetten. Maar Ezau raast door. Hij zweert de eed die Jakob verlangt en stilt begerig zijn honger. Dan gaat hij heen. En de Bijbel besluit: Alzo verachtte Ezau de eerstgeboorte.

Zullen we op Ezau neerzien.? Laten we maar voorzichtig zijn. Wat Ezau hier doet is ons zondig hart ten voeten uit. De hogere

dingen verachten we voor de begeerte van het hier en nu. De wereld en al haar begeerlijkheden wordt door ons zondige hart hoger aangeslagen dan het woord en de beloften van God.. Dat is echt niet alleen iets van buiten de kerk.

En wat een aanvechting kan dat voor ons zijn. Mag ik wel bij de HEERE horen? Ik, die net als Ezau zo vaak de dingen van de wereld op hoger prijs stel dan die van Zijn eeuwig koninkrijk? Maar dan mag toch dit onze troost zijn dat er bij de HEERE plaats is ook voor Ezau's. Nee, niet voor Ezau's die maar door gaan, die er niet om geven. Maar wel voor die Ezau's die hun handen leerden vouwen en hun knieën buigen en beleden: HEERE, wat is er in mij ook altijd weer een onverschilligheid en een achteloosheid. En wat laat ik mij regeren door mijn vlees. Dan mogen we horen dat het bloed van Christus reinigt van alle zonden.

Met Hem mogen we eindigen. We hebben Jakob gezien, die op een slinkse manier het eerstgeboorterecht probeert te bemachtigen. We hebben Ezau gezien die er z'n schouders over ophaalt. We mogen ook nog op Jezus zien, de Eerstgeborenen van de Vader. En ook de Eniggeborene. Hij had niet alleen recht op een dubbel deel. Hij had recht op alle delen. En zie: Hij gaat over de aarde als een berooide. Tenslotte hangt Hij aan het kruis. De heerlijkheid van de Zoon heeft Hij afgelegd, de schande van een dienstknecht aangenomen. En dat niet om nu eens een staaltje te leveren van wat Hij aan zelfverloochening wel op kon brengen, maar puur uit liefde, zondaarsliefde, liefde voor mensen als u en ik, die onze geboorterechten hebben veracht, en uit ons zelf blijven verachten. Dat Vaderhuis leek ons niet erg. Andere huizen zagen er veel opwindender uit. Christus is voor ons gestorven, toen wij nog zondaars waren.

We kunnen van Jakob en Ezau veel leren, leren wie we zijn, leren hoe het niet moet, maar we hoeven met Jakob en Ezau niet te leven. Dat mogen we doen met onze Heiland, de Zaligmaker. In Hem mogen we kinderen zijn en erfgenamen. In Hem komen we thuis, eeuwig thuis.

Wie heb ik nevens U omhoog, wat zou mijn hart, wat zou mijn oog op aarde nevens U toch lusten? Niets is er, waar ik in kan rusten. Bezwiikt dan ooit in bitt're smart of bange nood mijn vlees en hart, zo zult Gij zijn voor mijn gemoed mijn rots, mijn deel, mijn eeuwig goed.

W.

K.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1988

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Hiernumaals en hiernamaals

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1988

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken