Bekijk het origineel

Ook ons paaslam is geslacht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ook ons paaslam is geslacht

8 minuten leestijd

, , Uw roem is niet goed. Weet gij niet, dat een weinig zuurdesem het gehele deeg zuur maak Zuivert dan de oude zuurdesem uit, opdat gij e nieuw deeg moogt zijn, gelijk gij ongezuurd zijt Want ook ons Pascha is voor ons geslacht nam lijk Christus. Zo laat ons dan feesthouden, niet in de oude zuurdesem, noch in de zuurdesem der kwaa heid en der boosheid, maar in de ongezuurde broden der oprechtheid en der waarheid". 1 Korinthe 5 : 6—8

ongefundeerde roem

We herinneren ons nog de schokkende feiten in de gemeente Gods te Korinthe. Er is een lidmaat der gemeente die leeft met de vrouw van zijn vader. En het meest schokkend is nog wel 't feit dat de gemeente dat tolereert, geen tuchtmaatregelen neemt. De apostel heeft hoewel naar het lichaam afwezig, toch in de geest de tuchtprocedure geopend: in de Naam van onze Heere Jezus Christus en met de kracht van Christus deze persoon over te geven aan de satan tot verderf van het vlees opdat de geest behouden mag worden in de dag van de Heere Jezus.

Daarom begint hij met de woorden: w roem is niet goed, uw roem is ongegrond, ze deugt niet, het geeft geen pas te roemen. Wees maar niet zo trots en beroem u maar niet op voorganger zus of zo. Want daar is zonde onder u. „Weet gij niet, dat een weinig zuurdesem het gehele deeg zuur maakt.? " Misschien was dat wel een spreekwoord in die tijd. Wij hebben in onze taal een soortgelijke uitdrukking: én rotte appel in de mand maakt al het gave fruit te schand. Of met een woord uit de Prediker: én dode vlieg doet de zalf des apothekers stinken en opwellen (10 : 1). Er hoeft er maar één te zijn in een gezin of groep mensen of binnen de gemeente die de zaak aansteekt in kwade zin. Een weinig zuurdesem, zegt Paulus. Er is niet zoveel nodig. Dat éne geval van hoererij in Corinthe bederft het hele leven van de gemeente. Vooral ook omdat ze dat afschuwelijke kwaad hebben laten bestaan. Een weinig zuurdesem bederft het hele deeg.

Als de apostel dat beeld van het zuurdesem kiest, denkt hij uiteraard aan de geschiedenis van Israël. En we vinden in de tekstwoorden een duidelijke verwijzing naar het voorschrift dat we lezen in Exodus 12 t? : 15: even dagen zult gij ongezuurde bro-en den eten; maar aan de eerste dag zult gij . het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen... Er e-mocht absoluut geen vermenging plaatsvinden van het oude en het nieuwe. Wie nog d-een restje had bewaard van zuur deeg uit de vorige oogst, mocht dat absoluut niet tot gisten brengen samen met het eerste deeg van het nieuwe graan. Op het Paasfeest werd dan ook ongezuurd brood gegeten. Deze koeken, de matzes geheten, worden in orthodox-joodse kringen nog altijd met de grootste zorg klaar gemaakt. Ik las ergens dat de opperrabijn zelf de fabriek inspekteert waar deze koeken, de matzes dus, worden bereid. Er mag geen spoortje van de oude zuurdesem te vinden zijn in het deeg waarvan de koeken worden bereid.

„Zuivert dan de oude zuurdesem uit, opdat gij een nieuw deeg zijn moogt, gelijk gij ongezuurd zijt..." Het is duidelijk dat de apostel met de oude zuurdesem die zondige man bedoelt in de gemeente. Maar niet alleen die zedeloze man, het gaat om de zonde in het leven van de gemeente. De zonde lijkt op gist juist ook in zijn verderfelijke werking. Er hoeft maar iets van te zijn in het leven of de werking gaat beginnen. Het begint soms naar het lijkt zo onschuldig in je leven. Maar eer je er erg in hebt, zijn we geheel en al in de greep van het kwaad. Want het is als zuurdesem: het doet zijn werk. Het legt beslag op heel je leven en straks is het: het hele deeg zuur geworden!

Gemeente, denk niet: och, die ene man, wat heeft dat uiteindelijk te betekenen.? Daar staan wij buiten en boven. Neen, een weinig zuurdesem al maakt het hele deeg zuur. Zuivert die oude zuurdesem daarom radicaal uit, doe die man, doe dat kwaad weg. Want u bent immers een nieuw deeg geworden, u bent ongezuurd.? Immers, ook ons Paaslam is voor ons geslacht. Is geslacht, staat er. Bedoeld wordt: dat is een niet meer ongedaan te maken feit. Een feit dat geldt tot in het heden. Wat deden joodse huisvrouwen in die tijd.? Wel, ze doorzochten hun huizen en opbergplaatsen of er nog restanten van dat oude deeg te vinden waren. En als ze die dan vonden

werden ze opgeruimd en weggedaan. Zo moeten ook jullie dat doen, resten van het oude leven opruimen. Steeds moet je er in je leven op bedacht zijn of je weer stuit op het oude leven der zonde en dan heb je dat weg te doen. Want ons Paaslam Christus is voor ons geslacht.

Het oude is voorbij gegaan en het nieuwe leven is in Christus begonnen. Oud wordt genoemd, aldus Calvijn, wat wij uit moeders schoot meebrengen. En dat moet vergaan als wij door de genade van de Geest vernieuwd worden. Let op dat Calvijn de tegenwoordige tijd gebruikt: vernieuwd worden.

Dat is het proces van de vernieuwing en heiliging van het leven en dat gaat alle dagen door en voort. De oude mens der zonde moet sterven en de nieuwe mens in Christus moet opstaan. Maar op Golgotha is in principe de slag geleverd en de omkeer bewerkt. Daar vinden we het graf van de oude mens. Toen ons Paaslam is geslacht, eens en voor altijd. Kennen wij dat gezegend Lam Gods? Wat een aanbiddelijke naam: Paaslam! Door heel de Schrift heen treffen we dit gegeven aan. Jezus sterft op Golgotha als tegelijkertijd in Jeruzalem het paaslam wordt geslacht. Het voorhangsel des tempels scheurt, van boven naar beneden. Ons Paaslam is immers geslacht. De bloedstroom van hier beneden mag opdrogen, nu hèt bloed is gestort. Lam Gods, had Johannes de Doper reeds gezegd. Verwijzing naar o.a. Jesaja 53: als een lam is Hij ter slachting geleid. Tot in alle eeuwigheid toe zal de Kerk des Heeren Hem zien staan, het Lam is geslacht.

Paaslam. Lam dat bevrijdt uit de slavernij der zonde, uit het diensthuis der wet. Lam dat bedekking biedt tegen de engel des doods. Geborgen achter Hem is er een vrije ingang in het eeuwige Kanaan. Het is voor ons geslacht, staat er. Daar hebt u pit en merg van het Evangelie: voor ons. Dat leert de Heilige Geest diep in het hart verstaan. Wij gebondenen in de macht der zonde, besloten onder de heerschappij van de boze.

Hij kwam en maakte vrij. Kennen we Hem door genade reeds zo? Als ons Paaslam voor ons geslacht. Geslacht, ja. Hard en wreed en smartelijk was Zijn dood. Maar Hij deed Zijn mond niet open. Uit louter liefde wil mijn Heiland lijden. Hij heeft de Zijnen liefgehad tot het einde, tot het bittere einde. Wie kan dan nog de hand aan de zonde houden? Wie kan dan nog tolereren dat het verderf in zijn leven woekert? Wie kan dan nog ruimte gunnen aan het lichaam der zonde, aan die oude zuurdesem? Weg ermee, want Christus heeft het oude zuurdeeg weggedaan. Ons Pascha is Christus.

Feest in Christus

„Zo dan laat ons feest houden, niet in de oude zuurdesem der kwaadheid, en der boosheid, maar in de ongezuurde broden der oprechtheid en der waarheid." Feest houden, niet maar als de kalender Pasen aanwijst. Eén keer per jaar dus één dag en nog een tweede dag er achter aan. Dit feesthouden geschiedt alle dagen van het jaar, bedoelt de apostel. Elke dag is voor wie in Christus is een paasdag. Dat is de nieuwe stand van zaken in Christus. Feest houden is de gestalte waarin zich dat nieuwe leven voltrekt. Wie door de werking van de Heilige Geest Christus werd ingelijfd en zo met Hem Die ons Pascha, onze voorbijgang is leven mag, die wordt hier opgeroepen om feest te houden.

Niet slechts in de innerlijkheid van de ziel. Maar, gelet op het tekstverband, in heel zijn levensopenbaring. Niet in de oude zuurdesem van de kwaadheid en de boosheid. Zoals in de huizen van Israël geen zuurdeeg van de vorige oogst mocht worden gevonden. En als het er nog wel was, als er ergens nog een restje gevonden wordt, dan moest het worden verwijderd. Zo dient de Kerk des Heeren ook te leven 'in de ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid'. Wij zijn dan leden van Christus, aldus Calvijn in zijn commentaar op deze tekst, zo wij de boosheid en de bedriegelijkheid vaarwel zeggen.

Er mag in de gemeente Gods geen tolerantie bestaan ten aanzien van de zonde en de ongerechtigheid. Dat dient verwijderd te worden, dat moet weg. Die zedeloze man dient buiten de gemeente geplaatst te worden. Dat is feesthouden in de ongezuurde broden der oprechtheid en der waarheid. De gemeente des Heeren 'kan dit feest slechts vieren door in reinheid en integriteit te leven, zodat in het huis der gemeente geen zuur deeg van het verleden meer wordt aangetroffen' (Pop).

C.a.d.IJ.

J. Maasland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 1989

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Ook ons paaslam is geslacht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 1989

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken