Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Godsverduistering en Geesteswerking

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Godsverduistering en Geesteswerking

9 minuten leestijd

Er is de laatste tijd ontzaglijk veel gesproken en geschreven over de massale afval van God, Zijn Woord en Zijn dienst, die we overal om ons heen kunnen waarnemen. Woorden als secularisatie, ontkerstening, kerkverlating. Godsverduistering, zijn niet van de lucht.

Wie niet ziende blind is kan het elke dag met eigen ogen zien dat de grote massa van ons volk volkomen ontzonken is aan de meest elementaire kennis van de bijbel en van het christelijk geloof. Van de meeste mensen moet gezegd worden dat zij, naar het woord van de psalmdichter, , , geen deel dan in dit leven wachten". Hun hoogste wijsheid is: laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij.

Alleen dit leven

In de vakantie die we onlangs mochten genieten ben ik in mijn gedachten veel met deze dingen bezig geweest. Misschien des te meer omdat ik er van nabij mee werd geconfronteerd. Wij, predikanten, leven dikwijls nog in een beschermd wereldje en komen weinig in aanraking met mensen die , , nergens meer aan doen". Kom je eens buiten die eigen kring, dan zie je die dingen, die je natuurlijk wel wist, met eigen ogen. Voor de meeste mensen die ook met vakantie waren was de zondag volkomen gelijk aan alle andere dagen van de week. Zagen we in een restaurant iemand voor de maaltijd de handen vouwde en de ogen sloot, dan was dat een hoge uitzondering. Het zijn zomaar een paar symptomen van het feit dat het geloof voor de meeste mensen niet meer relevant is, dat het in hun leven geen enkele betekenis meer heeft.

Het kan gebeuren dat je met zulke mensen in gesprek komt, zomaar over gewone alledaagse dingen, en dan blijkt spoedig genoeg dat alle religieus besef volmaakt afwezig is. Ze willen genieten van het leven, hier en nu. Eruit halen wat eruit te halen valt. Of er een God is, aan Wie ze verantwoording moeten afleggen, of er een leven na dit leven is, het zal hun een zorg zijn! Ze denken er nieteens over na. Het staat allemaal buiten de werkelijkheid van hun leven.

PotentitMe kerkverlaters

Dat proces van vervreemding is al jaren aan de gang, en het heeft allerlei oorzaken. Wanneer men in gesprek komt met buitenkerkelijken, dan blijkt dat zij, of hun ouders, of zelfs hun grootouders, voorheen nog wel een band met de kerk hadden. Er is dan iets gebeurd als gevolg waarvan zij hebben afgehaakt. Hun ouders hebben eens ruzie gehad met een dominee, of zelf zijn ze door kerkmensen verkeerd behandeld, hun is groot onrecht gedaan. En nu hoeft het voor hen allemaal niet meer... Er zijn, als men wil zoeken, stokken genoeg te vinden om de hond te slaan. Of - dat kan ook - ze zeggen gewoon eerlijk dat ze het erbij hebben laten zitten. Ze zagen er niets meer in, ze voelden er niets meer voor. In ieder geval zien we de zonde, de afval doorwerken in de geslachten. Zoals iemand heeft gezegd: de grootouders dienden God nog voor de helft, de ouders voor een kwart, zij doen het helemaal niet meer. Het zijn de kinderen of reeds de kleinkinderen van de verloren zoon.

Dat is een gegeven om van te schrikken, want het betekent blijkbaar, als dat proces van kerkverlating doorgaat, dat onze kerken voor een deel gevuld zijn met potentiële kerkverlaters! Immers, de mensen die korter of langer tijd geleden zijn afgevallen, waren voorheen óók kerkgangers. Van hen hebben vorige generaties ook niet gedacht dat ze buitenkerkelijk zouden worden.

Wanneer dus bij ons de kerk nog redelijk tot goed gevuld is moeten we maar niet denken dat het ons niet aangaat. Trouwens, zijn onze kerken nog zo vol? Of moeten we eerlijk erkennen dat er ook in onze gemeenten al heel wat mensen zijn die we tot de , , meelevenden" rekenen, maar die menen met één kerkdienst wel aan hun verplichtingen te hebben voldaan? Zó begint het meestal: van twee keer naar één keer, en van één keer per week naar één keer per veertien dagen, en tenslotte helemaal niet meer...

Maar afgezien daarvan, als het kerkelijk meeleven geen zaak van het hart is, als er alleen maar vormen zijn, zonder inhoud, dan is de kans groot dat ook die vormen een keer wegvallen. Hoe vaak hebben we dat al gezien, dat jonge mensen, getrouwd, zelfstandig, elders wonend, braken met de opvoeding van thuis, andere wegen gingen dan hun ouders, kerk en geloof de rug toekeerden, en leefden alsof ze nog nooit iets van het Woord en de dienst van God hadden gehoord?

God, de Afwezige

Er is nog een andere oorzaak waarom het probleem van de ontkerstening en ontkerkelijking me bezig houdt. In deze zelfde vakantie las ik het nieuwste boek van Prof. Dr. C. Graafland, Gereformeerden op zoek naar God", met als ondertitel , , Godsverduistering in het licht van de gereformeerde spiritualiteit". Het is niet mijn bedoeling dit boek hier te bespreken, dat zal elders en door anderen wel worden gedaan. Ik ben ook zo vrij om op bepaalde punten met de auteur van mening te verschillen. Maar dat neemt niet weg dat zijn boek mij zeer heeft geboeid en een diepe indruk bij me heeft achtergelaten, omdat het een werkelijkheid blootlegt, die misschien door ons nog te weinig onder ogen wordt gezien. De werkelijkheid van een samenleving waarin voor verreweg de meeste mensen God de volmaakt Afwezige is. En dan niet zó dat Hij ook wordt gemist - was het maar waar! - Nee, de moderne mens is volkomen gelukkig, ook zonder God.

De God-is-dood-theologie (alweer verleden tijd!), hoe ernstig ook, wilde alleen afrekenen met bepaalde Go(^sbeelden. Maar de Godsverduistering, of Godsvervreemding die we nij beleven zoekt niet naar andere beelden van God - God Zelf is afgeschreven, omdat Hij niet langer nodig is. We kunnen evengoed zónder Hem! , , Godsverduistering betekent dus zoveel als: God is weggevallen en het is ook niet meer nodig dat Hij er is. God is weg terwijl Zijn afwezigheid niet eens wordt gemist" (pag. 23).

Graafland besteedt ruime aandacht aan de vraag of die Godsverduistering moet worden gezien als lot of als schuld. Met andere woorden: is het afwezig zijn van God in onze cultuur een onvermijdelijke

ontwikkeling waar we met z'n allen niets aan kunnen doen, óf hebben we zelf God weggebannen uit onze samenleving?

Een andere vraag is: hoe krijgen we die God, Die wèg is, weer terug? Zijn er mogelijkheden, wegen, middelen, om de geseculariseerde mens weer in aanraking te brengen met het Evangelie? Want die zogenaamde moderne mens mag zich gelukkig voelen zonder God, maar hij is het niet.

En dan komt vooral déze vraag op ons af: hebben wij, die staan in de traditie van de Reformatie, iets in huis om het tegen die Godsverduistering óp te nemen? Dat is ook de strekking van Graaflands boek: Godsverduistering in het licht van de gereformeerde spiritualiteit.

Opwekking

Met Graafland ben ik van mening dat ook in de twintigste eeuw te leven is mèt, en uit het reformatorisch erfgoed. Ik denk zelfs dat het de antwoorden bevat op èlle vragen die de „moderne mens" ook maar zou kunnen stellen. Want de Reformatie wilde toch terug naar de Schrift alléén, het Woord alléén? En dat Woord bevat toch alles wat de mens, van welke tijd ook, nodig heeft?

Alleen - het is de vraag of die moderne mens nog vragen hééft! Zo niet, dan is het ónze taak hem met die vragen te confronteren. Daar ligt voor de kerk van onze tijd juist de geweldige uitdaging.

In dit verband wil ik graag de aandacht vestigen op een ander boek dat recent verschenen is, namelijk „Opwekking" van de hand van Drs. W. van Vlastuin, sinds Hemelvaartsdag Hervormd predikant te Wouterswoude. Het onderwerp dat hij aan de orde stelt houdt velen bezig. In allerlei kerken, kringen en groepen wordt vandaan de roep gehoord om een opwekking, een réveil. En het is vaker gebeurd dat de Heere, juist in tijden van diep verval en grote afval ineens krachtig begon te werken met Zijn Heilige Geest, zodat tientallen, soms wel honderden mensen tot geloof en bekering kwamen. En natuurlijk werkte dat dóór in een gemeente, in een kerk, in een regio. Van zulke opwekkingen geeft genoemd boek tal van voorbeelden.

Zo'n opwekking begon meestal in het klein, in één gemeente. En dikwijls daar waar een krachtige, levende bediening van het Woord was. Waar zonde en genade, Wet en Evangelie werden verkondigd. En waar, als gevolg daarvan, een mens werd ontdekt aan zijn zonde, en oog kreeg voor de Zaligmaker van zondaren. Maar dan bleef het ook niet bij die éne. Er kwamen er meer, de één na de ander werd toegebracht.

Die God, Die in het verleden zo'n opwekking gaf, leeft nog. Hij is nog Dezelfde. Zijn arm is nog niet verkort. Hij heeft - zou de profeet zeggen - „nog des Geestes overig". Van die God zullen we het moeten verwachten. Want een réveil, een opwekking, kan niet door ons georganiseerd worden. Wij kunnen dat niet afdwingen. Wij kunnen dikke rapporten schrijven over de oorzaken van kerkverlating. Wij kunnen methoden bedenken om de mens van vandaag te bereiken met het Evangelie. En ik zeg niet dat deze dingen niet moeten gebeuren. Maar we zijn in al ons denken en doen volkomen afhankelijk van de werking van de Heilige Geest.

Wat we wél kunnen en mogen doen is om die werking bidden en smeken. Het wordt weer Pinksteren. De Heilige Geest is uitgestort op alle vlees. En Hij is voornamelijk gezonden opdat ieder in z'n taal het Evangelie zou horen. Het Evangelie dat ons mensen aansprakelijk stelt, dat ons onze schuld laat zien, zoals op die eerste Pinksterdag in Jeruzalem. Maar dat ons ook Hem aanwijst en aanprijst Die gestorven en opgewekt is. Die ook voor de mens van de twintigste eeuw de enige Weg is tot God.

We hoeven niet te vragen om een nieuwe uitstorting van de Heilige Geest, zoals in bepaalde kringen gebeurt en zoals in kerken ook nog weieens te horen is. De uitstorting van de Heilige Geest is een heilsfeit, en dus éénmalig. We mogen wel vragen om een krachtige doorwerking van die Geest, in de gemeente, in de kerk, en in de wereld. „Ontwaak, Noordenwind, en kom, Gij Zuidenwind, doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien..."

En vanouds is het niet gehoord, noch met oren vernomen wat God doen zal dien die op Hem wacht!

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1990

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Godsverduistering en Geesteswerking

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 1990

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken