Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Maar God,... (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Maar God,... (1)

7 minuten leestijd

Inleiding

In een aantal eerdere artikelen heb ik . met u nagedacht over , , De volharding der heihgen". In dit en het volgende artikel wil ik met u nagaan hoe dat concreet in onze belijdenis is uitgewerkt in hoofdstuk 5 par. 11 van de Dordtse Leerregels.

Onderscheiden twijfelingen

In de vorige paragrafen heeft onze belijdenis beleden dat de gelovigen verzekerd kunnen zijn van de volharding. , , ... en zij zijn het ook naar de mate van het geloof, waarmee zij zeker geloven, dat zij zijn en altijd blijven zullen ware en levende leden der Kerk", zo verwoordt par. 9 het. Par. 10 voegt er aan toe hoe we tot die zekerheid komen. , , ... niet uit enige bijzondere openbaring buiten het Woord geschied, maar uit het geloof aan de beloften Gods, ... uit het getuigenis van de Heilige Geest, ... uit de ernstige en heilige oefening van een goede consciëntie en van goede werken".

, , Zoals de stralen horen bij de zon, zoals warmte hoort bij het vuur, zo hoort de zekerheid bij het geloof", aldus Calvijn. En dat belijden onze Dordtse vaderen met andere woorden ook. Het geloof, hoe klein en pril, heeft de kiem van de zekerheid in zich.

Maar deze zekerheid, dit geloof is een gewild object van verschillende twijfels. Par. 11 begint met te zeggen dat we dat al in de Schrift vinden. De gegevens uit het Woord van God zijn zo maar voor het oprapen. Twee voorbeelden:

1. Diep wordt Asaf aangevochten. Hoort u maar zijn twijfelende en angstige vragen. , , Zal dan de Heere in eeuwigheden verstoten, en voortaan niet meer goedgunstig zijn? Houdt Zijn goedertierenheid in eeuwigheid op? Heeft de toezegging een einde van geslacht tot geslacht? Heeft God vergeten genadig te zijn? Heeft Hij Zijn barmhartigheden door toorn toegesloten? " (Ps. 77 : 8 t/m 10) U merkt hoe aangrijpend de ene vraag vol angstige en bange twijfel over de ander heen rolt. Het is net als op het strand waar golf na golf tegen de kust aanbeukt in dagen en nachten van zware stormen.

2. Petrus ziet ook de golven komen. In de zekerheid van het geloof had hij de stem van zijn Meester geloofd en gehoorzaamd. En zolang de echo van die stem naklonk in zijn hart ging het goed. Maar zodra Petrus ging rekenen met de enorme kracht van de tegenwind ging het mis en verzonk hij de golven van twijfel en in de watergolven.

Ondertussen is met deze voorbeelden ook duidelijk geworden dat de Schrift spreekt over onderscheiden twijfelingen. Er is meer dan één soort twijfel.

In Ps. 77 vraagt Asaf zich vertwijfeld af of God Zijn genade niet is vergeten, of Zijn barmhartigheid wel door gaat.

In het voorbeeld van Petrus is er sprake van twijfel doordat Petrus op de omstandigheden rond hem heen let, de wind en de golven. Daarnaast is er twijfel over mezelf, over het werk van de Heere in mijn leven, over mijn volharden tot het einde toe.

Geloof en twijfel leven in één hart. De bergtoppen van de zekerheid van het geloof en de dalen van de twijfel liggen soms angstwekkend dicht bij elkaar. Het ene moment zing ik: , , Ik weet in Wie ik heb geloofd", het andere ogenblik zucht ik: , , Mijn God, waar is mijn hoop, mijn moed gebleven".

Nu valt op dat onze belijdenis in par. 11 die twijfels nog nader aanduidt. Ze worden genoemd: , , onderscheiden twijfelingen des vleses". Twijfels van het vlees. Twijfels die uit het vlees voortkomen. Een betere typering zouden onze vaderen niet hebben kunnen geven. Want, al wat uit het vlees is, is zonde.

Dus ook de twijfel. Daarmee vellen de opstellers van de D.L. zonder omhaal van woorden het vonnis over de twijfel. En ze ontnemen ons ten enemale het recht om de twijfel positief te honoreren. Dat gebeurt nog al eens. Zodat bijna de gedachte boven zou komen dat twijfel een kenmerk is van het echte geestelijk leven. Uit ons vlees, ons zondig-en zondaarsbestaan voor God sluipt de duivel van de twijfel omhoog in het hart van Gods kind. Die twijfel gaat achter al Gods beloften en woorden vraagtekens zetten. Zo was ook de taktiek van de duivel eerdaags. , , ls het ook dat God gezegd heeft? ". Met die woorden riep hij de twijfel wakker.

Er is ook twijfel van heel andere aard. De twijfel aan mezelf, aan alles van mezelf. Wanneer de Geest van God met me door het nulpunt van mijn leven gaat. Neemt Hij me mee de weg van sterven aan mezelf op, de weg naar het kruis om met Christus te sterven aan mijn , , oude ik", dan vertwijfel ik volslagen aan mezelf. Dat is andere twijfel, dat werkt de Heilige Geest. Zo werpt Hij me op de vastheid en de zekerheid van de beloften van God in Christus. Daar doet Hij me vastheid vinden midden in de nood en dood van mijn door twijfels en zonden verscheurde hart. Over deze twijfel gaat het uiteraard niet in deze par. En daarom laten we haar ook buiten onze beschouwing verder.

Strijd

We hebben de eerste zin uit par. 11 eigenlijk geen recht gedaan. Er staat: , , Ondertussen getuigt de Schrift dat de gelovigen in dit leven tegen onderscheiden twijfelingen des \ksQS strijden". Niet: koesteren of liefkozen. Niet: een heimelijk plekje toekennen. Onze vaderen laten er geen twijfel over bestaan hoe de Schrift oordeelt over de twijfel. Ze bezorgt de gelovigen strijd. M.a.w. toegespitst op de volharding der heiligen: d.i. geen automatisch verzekerde waarborg. Volharding der heiligen is gewaarborgd in Gods beloften, en die beloften zijn verzekerd en verzegeld, en de twijfel sluipt omhoog en vormt zich tot een vraagteken achter Gods beloften en haar waarborg. Terwijl juist het kenmerkende van het geloof is dat het zich met zekerheid verlaat op de Heere en op Zijn beloften. Daarom spreekt onze belijdenis over: strijd. Geloof en twijfel leven in het ene hart van Gods kind, maar hun onderlinge verhouding is er een van strijd en rivaliteit. De zekerheid van het geloof staat in de stormen tot het einde toe. De belijdenis van de volharding tot het einde is omgeven door ruwe winden van twijfel die tegen haar aanbeuken.

Zo is de twijfel me een vijand, en tegen deze vijand heb ik te strijden, mijn leven lang.

Voor die strijd heb ik de wapenrusting van het geloof nodig. Het zwaard van de Geest, het Woord van God, biedt vastheid en zekerheid. Hoe meer de twijfel zich aandringt en opdringt des te meer hebt u de vastheid van de beloften Gods nodig. Door de kracht van die beloften versterkt Gods Geest het geloof in haar strijd. Aan de koorden van die beloften hang ik als een drenkeling boven het water van de twijfel. Maar aan die koorden hang ik vast. De Geest van God Zelf hecht mij er aan.

Maar wat dringt de twijfel aan, wat komt ze sterk opzetten, zo zelfs dat we: , , dit volle betrouwen van het geloof, en deze zekerheid van de Volharding niet altijd gevoelen", zegt par. 11. Hier wordt de diepte en de kracht van de twijfel volstrekt ernstig genomen, l.p.v. het amen op Gods belofte snijden bange vragen door mijn hart of ik ooit thuis komen zal. Het volle vertrouwen is weg, het wordt niet gevoeld. Wie dan alleen met zijn gevoel rekent, meent dat het een verloren zaak is.

Daarom zegt dit art. dat de gelovigen tegen deze twijfel strijden, ze weten dat het een levensgevaarlijke vijand is.

Aanvechting

, , ln zware aanvechting gesteld zijnde". Daar worden de gelovigen ingebracht bij tijden. Dat kan in tijden dat de Heere ons beproeft, dan vecht satan aan. , , Wat heb je er aan", zegt hij. Zoals bij Job, daar deed satan het d.m.v. de vrouw van Job: , , Zegen God en sterf". Aanvechtingen om de zekerheid weg te nemen, om er maar mee op te houden. Zware aanvechtingen, zeggen de D.L. , , Simon, Simon, de satan heeft zeer begeerd u te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude". Daar gaat het de duivel om. Dat uw geloof zou ophouden. En dan gaan de golven hoog, en de aanvechtingen worden zwaarder en zwaarder, en de zekerheid van de volharding wordt niet altijd gevoeld.

, , lk schatte mij geheel verloren, ik mocht van geen vertroosting horen".

H.

G.D.K.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 oktober 1990

Gereformeerd Weekblad | 10 Pagina's

Maar God,... (1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 oktober 1990

Gereformeerd Weekblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken