Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Woorden èn daden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Woorden èn daden

11 minuten leestijd

„Nu dan, doet voor de Heere, uwer vaderen God, belijdenis, en doet Zijn welgevallen e van de volken van het land en van de vreemde vrouwen." Ezra 10:11

„Geen woorden, maar daden!" Er is een tijd geweest dat half Nederland dat zong. En op het eerste gehoor klinkt het nog bijbels ook. Klaagt de Heere niet over Zijn volk dat het Hem wel eert met de lippen, maar dat hun hart zich ver van Hem houdt? En zegt Jacobus niet: weest daders des Woords en niet alleen hoorders?

Toch is dat een beetje anders... Want Jacobus zegt niet: „geen woorden, maar daden". Hij zegt: , , niet alléén woorden, maar óók daden".

Ook hier, aan het slot van het boek Ezra wordt de daad bij het woord gevoegd. Ezra heeft de schuld van zijn volk voor Gods aangezicht gebracht. En dat is niet onopgemerkt gebleven. De mensen kwamen om hem heen staan. Mensen die het ook vreselijk vonden dat Gods gebod zo moedwillig was overtreden.

Dat heeft op het volk een diepe indruk gemaakt. Want toen Ezra bad en de zonde voor de Heere beleed, toen begon het volk luidkeels te wenen.

Wat één mens toch teweeg kan brengen! Nee, wat de Heere toch door één mens kan doen! We moeten maar nooit denken: wat zou ik op m'n eentje kunnen betekenen voor de Kerk, voor het Koninkrijk Gods? De Heere kan het werk, het gebed van één mens gebruiken om een radicale verandering te brengen in de gemeente, in een dorp.

Maar nu blijven deze mensen niet wenend bij elkaar zitten. Want waar berouw is over de zonde, daar is ook een verlaten van de zonde. Anders kun je achter al die klaagliederen wel een vraagteken zetten.

Er wordt in onze tijd veel ach en wee geroepen over al het kwaad dat schaamteloos wordt bedreven. En het is ook ontzettend, wat er allemaal kan, niet alleen in de maatschappij, maar zelfs in de kerk. En dan zeggen de mensen: wat voor een tijd beleven we toch... Alles kan er maar bij door. Maar er verandert niets, het blijft bij vrome wensen.

Onder de hoorders van Ezra is één man die het niet bij woorden laat, maar die de daad bij het woord wil voegen. Sechanja, één van de mensen die met Ezra meegekomen zijn uit het land van de ballingschap. Ook hij voelt de schuld van het volk als een last op zijn ziel drukken. Wij hebben overtreden, zegt hij, wij hebben vreemde vrouwen bij ons doen wonen. Hij verkleint de zonde niet. Hij vergoelijkt de zonde niet.

Maar het blijft niet bij klagen. Sechanja spreekt een geweldig woord: er is hoop voor Israël! De toestand is wel ernstig, maar niet hopeloos. Het is als wanneer de dokter een patiënt heeft onderzocht. Ja, u bent ernstig ziek. Maar er is nog wel iets aan te doen.

Er is hoop voor Israël! Met dat ene woord verkondigt deze Sechanja het Evangehe.

Zo mag, zo moet het ook gezegd worden in elke dienst des Woords. Dat er hoop is voor de meest diepgezonkene, voor de verst-afgedwaalde.

Daarmee wordt niets afgedaan van de ernst van de zonde. Die is een gruwel in Gods oog. En als de Heere ons. moest doen naar wat we verdiend hadden, dan stond het er hopeloos voor. Maar er is tóch hoop. Want wie zijn zonde belijdt en laat, die zal barmhartigheid verkrijgen.

Maar dat Evangehe is wel exclusief. Het verkondigt ons Jezus als de enige en de volkomen Zaligmaker. Een andere weg tot God is er niet.

En het is radicaal. Waar het gehoord en geloofd wordt, daar kunnen we ons leven in de ongerechtigheid en in de eigengerechtigheid niet voortzetten.

Daar heeft deze Sechanja iets van begrepen. Er is hoop voor Israël, zegt hij, maar dan moeten al die vreemde vrouwen naar huis gestuurd worden.

Die heeft zeker gemakkelijk praten! Het is niet zo moeilijk om tegen anderen te zeggen hoe het moet, als je er zelf niet bij betrokken bent. Daar staat nog te bezien... Want zijn eigen vader heeft een heidense vrouw getrouwd. Wanneer Sechanja het mes erin zet, dan snijdt hij ook in zijn eigen familie. Straks moet zijn vader die heidense vrouw wegsturen, op advies van zijn eigen zoon!

Dat is nu een teken van de oprechtheid n van scheidt zjn belijdenis. u af Van de ernst waarmee hij de zaak wil aanpakken. Dat hij handelt zonder aanzien des persoons. Ook al gaat zijn familie, zijn eigen vader, niet vrijuit, er is voor hem maar één weg: die vreemde vrouwen eruit!

Zijn voorstel wordt overgenomen. Ezra en de priesters en de levieten en héél het volk, ze leggen een eed af dat ze het zó zullen doen.

Maar dat is geen kleinigheid. Want allen die schuldig staan moeten naar Jeruzalem komen. En wie niet komt - kennelijk verwacht men tegenstand - zijn goederen zullen verbeurd verklaard worden en hij zelf zal buiten de gemeenschap van Israël worden gesloten.

Dat is nogeens een Reformatie! Leiders en volk, allen voor God in de schuld. En een Verbond maken dat ze de zonde zullen uitbannen en naar de Wet van God zullen leven. De mensen zijn er diep van onder de indruk. Het wordt erbij verteld: het volk zat op de straat van Gods huis, sidderende om deze zaak, èn vanwege de plasregens.

Het is de maand december. Dan kan het koud zijn in Jeruzalem. En terwijl de regen bij bakken uit de hemel valt is daar in de openlucht een grote volksvergadering. De mensen moeten er echt wel iets voor over hebben.

Het weer is al gauw een excuus om maar thuis te blijven... We konden niet naar de kerk, want het regende zo hard. Of het was zo koud. Of het was zo warm. Maar als er honger is naar het Woord, of als het Woord beslag heeft gelegd op ons leven, dan zoeken we geen excuses. Dan willen we in het heiligdom zijn, waar het volk vergaderd is. Want de Heere heeft gezegd: op deze zal Ik zien, op de arme en de verslagene van geest en die voor Mijn Woord beeft.

Ezra spreekt de vergaderde menigte toe. Hij roept op tot schuldbelijdenis èn tot gehoorzaamheid. Dat is de weg tot herstel: de zonde belijden èn laten.

Doet belijdenis voor de Heere, uwer vaderen God. De HEERE. Dat is Gods Verbondsnaam. Dat geeft moed. Want die God heeft met dit volk een Verbond opge-

richt. Hij zal nooit herroepen wat Hij eenmaal heeft gesproken.

Die God, voor Wie het volk z'n zonde moet belijden, is niet een vreemde en verre God, die onbekend is en blijft. Hij is de God Die Zich heeft bekend gemaakt, in Zijn genade en in Zijn trouw.

Hij is toch ook geen onbekende voor ons? Is het eenmaal niet gezegd: als we soms uit zwakheid in zonde vallen, zo moeten we aan Gods genade niet vertwijfelen, noch in de zonde blijven liggen, aangezien de Doop een zegel en ontwijfelbaar getuigenis is, dat wij een eeuwig Verbond der genade met God hebben?

Als een kind kwaad gedaan heeft, en het moet zijn verontschuldiging aanbieden aan iemand die het misschien ternauwernood kent, dan loopt het eerst nog wel een straatje óm. Maar tegen z'n vader zeggen dat hij het verbruid heeft is veel minder moeilijk.

Ik zal opstaan, zegt de verloren zoon, en naar mijn vader gaan. Hij twijfelt niet of hij welkom zal zijn. Het is immers zijn vader?

Doet voor de Heere, uwer vaderen God, belijdenis, zegt Ezra, èn scheidt u af van de volken van het land en van de vreemde vrouwen.

Dat is geen geringe eis. Geen halve maatregel. Al die vreemde vrouwen moeten weg. Zelfs de kinderen die uit die huwelijken geboren zijn.

is dat niet al te rigoreus? Niet al te fanatiek? Bovendien, ontstaat hier niet een botsing van plichten? Komt het volk nu niet in conflict met het gebod: gij zult niet echtbreken?

We hebben hier wel te doen met een uitzonderlijke situatie. Die huwelijken met heidense vrouwen - daar zat méér achter. Dat was een steun zoeken bij de volken van het land, bij de heidenen! En dat hield in dat men het niet durfde te wagen met de Heere alleen.

Maar afgezien daarvan, de Heere had het toch nadrukkelijk verboden? Israël moest toch alléén wonen? Zich niet vermengen met de andere volken?

Die verbintenis met heidense vrouwen was niet alleen een overtreding van Gods gebod, maar ook een wantrouwen van de Heere. En dat kan alleen ongedaan worden gemaakt door eeri radicale breuk.

We hebben hier niet een regel die voor alle tijden en in alle omstandigheden geldt. In het algemeen moeten we de waarschuwing van Paulus ter harte nemen, niet een ander juk aan te trekken met de ongelovigen. Daar komt in de meeste gevallen alleen maar narigheid van.

Maar als zo'n huwelijk eenmaal tot stand gekomen is, dan mogen we niet zomaar uit elkaar gaan. Dan geldt een ander woord van Paulus: indien enige broeder een ongelovige vrouw heeft, die tevreden is bij hem te wonen, dat hij haar niet verlate.

Gaat deze oude geschiedenis ons dan nog wel aan? Méér dan we zouden denken. Het Woord van God is radicaal en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Wij zijn zondaren, wij hebben al Gods geboden overtreden. En de Heere moet, naar Zijn heilig recht, de zonde straffen. Hij is te rein van ogen om het kwade te aanschouwen.

Daar heeft Ezra besef van gehad. Verslagen en terneergebogen zat hij daar, de hele lange dag. En dat besef is ook doorgedrongen tot het volk. Het zat daar sidderend in de kou en in de regen. We hebben gedaan wat kwaad is in Gods oog.

Herkennen we dat? Nooit iets goeds gedaan? Dan blijft er niets over dan de dood. De ziel die zondigt, die zal sterven.

Zo radicaal is het Woord van God, in de ontdekking aan de zonde. Maar ook in de belofte van het Evangelie. Er is hoop! Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw. Want het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonde.

Hoe kom ik dan van die zonde af? Indien we onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig dat Hij ons de zonde vergeve en ons reinige van alle ongerechtigheid. Doet voor de Heere, uwer vaderen God, belijdenis.

Wij weten, wat dat betreft, nog veel meer dan Ezra. Wij weten van Hem Die in de wereld gekomen is. Die geen zonde gekend heeft, maar Die God tot zonde heeft gemaakt. Wij dwaalden allen als schapen, maar de Heere heeft ons aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.

Toen kwam het Lam, Dat mijn zonden op Zich nam...

Maar dat heeft consequenties. Want indien we aan de zonde gestorven zijn, hoe zullen we nog in haar leven? Ook daarin is het Woord van God zo radicaal. Scheidt u af, zegt Ezra, van de volken van het land en van de vreemde vrouwen.

Het kan niet, wat de mensen in Jeruzalem zeiden vóór de ballingschap: we zijn verlost om al deze gruwelen te doen. Het kan niet, wat mensen vandaag zeggen: als je maar gelooft, dan mag je doen en laten wat je wilt.

Wil het goed komen tussen de Heere en ons, dan moeten we onze schuld voor de Heere belijden èn met ons zondige leven breken. De Heere wil alléén gediend worden. Hij duldt geen andere goden naast Zich.

Kijk het eens na in uw leven wat er in de weg staat. Wij worden niet geroepen vrouwen of kinderen weg te sturen. Maar is er soms iets anders dat opgeruimd moet worden?

Weet u hoe radicaal het is? De Heere Jezus heeft het gezegd: wie vader of moeder, broers of zusters, vrouwen of kinderen liefheeft boven Mij is Mijns niet waardig. Nóg sterker: indien uw oog u ergert, ruk het uit...

Hebben we het ervoor over? Of willen we zalig worden met behoud van alles van onszelf? Als we naar onszelf kijken is het een onredelijke eis. Dan vraagt de Heere teveel van ons. Maar als we Hem in het oog mogen krijgen, dan zeggen we: Wie heb ik nevens U omhoog? Dan kost het geen moeite opruiming te houden in ons leven. Dan moeten alle afgoden eruit.

En wat we opruimen is toch waardeloos, schadelijk zelfs. Maar wat we overhouden is gerechtigheid en vrede en eeuwig leven. Dan gaan we Paulus begrijpen, die alle dingen schade en drek achtte om de uitnemendheid van de kennis van Christus.

Dan moeten we soms veel inleveren. Maar we krijgen er alles voor terug. Want wie verlaten heeft om Zijnentwil... die krijgt honderdvoudig terug, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1991

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

Woorden èn daden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1991

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken