Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

David Brainerd (5)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

David Brainerd (5)

8 minuten leestijd

EEN ZENDELING ONDER DE INDIANEN

Het pad van de evangeliedienst gaat bepaald niet altijd over rozen. Dat is trouwens ook nergens in de Schrift beloofd. Zijn de tegenspoeden van de rechtvaardige veel, daarvan zijn zij die gesteld zijn de banier van het Evangelie te dragen niet uitgezonderd. Hoe dikwijls schijnt het niet te zijn een ploegen op rotsen. En lij-^ken de antimachten en - krachten sterker te zijn dan de kracht van het Evangelie. De dienaren hebben dan ook wel op gezette tijden stakingsneigingen. Dat was ook bij Elia al zo, die dacht dat hij alleen was overgebleven (1 Kon. 19). Toch heeft God zo zijn speciale methoden om Zijn knechten dat af te leren en ze weer moed te geven. Opdat ze met vernieuwde kracht de boodschap zouden uitdragen. Zo ook David Brainerd.

Hij was droef gestemd omdat hij geen vrucht op zijn werk zag. De vraag kwam bij hem naar boven of het niet beter was er maar mee op te houden. De gedachte vatte post dat hij op deze manier het zendingsgenootschap maar tot last was. Zijn melancholieke aard was daartoe ook al niet bevorderlijk. Maar zoals de Heere Elia wist op te richten en de krachten te vernieuwen, zo bemoedigde hij ook David Brainerd. Zodat die niet ontrouw werd aan zijn roeping, maar doorging. De Heere hoorde het geroep van Zijn knecht. Het vuur van het geloof ging weer branden en de hoop werd verlevendigd. De Heere zou Zijn koninkrijk ook oprichten onder de Indianen. Velen zouden worden toegedaan tot de gemeente die zalig wordt. Er brak een zegenrijke tijd aan.

Crossweeksung

Meer dan een jaar was hij werkzaam geweest in het gebied van de Delaware. Nu verlegde hij zijn arbeidsterrein. Met gemengde gevoelens kwam hij op 19 juni 1745 in Crossweeksung (New Yersey). Hij trof daar enkele personen aan en ontdekte dat de Indianen niet bij elkaar woonden, maar zich zeer verspreid ophielden. Hij preekte voor de enkele aanwezigen (vrouwen en kinderen) en hun aandacht trof hem. Hij zei tegen hen dat hij bereid was hen de volgende dag opnieuw te bezoeken. Men stemde daarmee in en sommigen legden een afstand van 10 tot 15 mijl af om hun vrienden en bekenden aan te moedigen ook te komen luisteren naar een blanke man die sprak van Jezus de Zaligmaker. Brainerd vergeleek hen met de Samaritaanse vrouw, waar zij kennelijk verlangend waren dat ook anderen de man zouden zien die hen verteld had wat zij in hun leven gedaan hadden en de ellende die hun dienen van de afgoden met zich meebracht. Het gevolg was dat op de 22e juni het aantal hoorders, dat eerst 7 of 8 bedroeg, groeide tot ongeveer 30. En er was niet alleen aandacht onder hen, maar het was duidelijk dat de verkondiging wat naliet. Het was of er een vuur was ontstoken dat zich verspreidde. Het aanal hoorders nam gestadig toe. David tekende aan in zijn dagboek dat men zich scheen te verheugen in zijn komst onder hen. Dat deze arme heidenen verlangden naar het Evangelie van Christus verkwikte hem bovenmate. Van alle kanten kwamen nu de Indianen om de , , nieuwe dingen" te horen. Ze verzochten hem zelfs twee keer per dag te preken. Wat hij vanzelfsprekend graag deed.

Zijn verblijf hier werd enkele weken onderbroken daar hij zich genoodzaakt voelde de mensen in het Delaware gebied weer te bezoeken. Hij had dat beloofd, als zijn gezondheid het maar enigszins toe zou laten.

Toen hij vertrok verzochten ze hem heel nadrukkelijk dat hij na zijn bezoek naar hen terug zou keren. In dat geval zouden zij hun uiterste best doen, ook andere Indianen te bewegen naar de boodschap te komen luisteren. Een vrouw zei hem, onder tranen, dat ze vurig verlangde dat God haar hart zou veranderen. Een en ander dat er de begeerte was Christus te vinden. Een oude man, een van de aanzienlijken, was zeer aangedaan met betrekking tot zijn ziel. Al met al zeer moedgevend. Er sprak een verlangen uit naar meer onderwijs uit het Woord van God.

Bij zijn terugkeer in het genoemde Delaware gebied zag hij de eerstelingen van een oogst onder de Indianen. De Geest van God was kennelijk aan het werk. Op

21 juli (de dag des Heeren) ging Brainerd weer voor in de verkondiging van het Evangelie. Er waren ook een aantal blanken aanwezig. Op die dag doopte hij zijn tolk en diens vrouw. Beiden hadden ze blijk gegeven van een persoonlijke geloofskennis. Ten tijde van zijn bekering was hij zo'n 50 jaar oud. Toen Brainerd hem voor het eerst ontmoette had hij geen enkel besef inzake godsdienstige zaken. Hij was bovendien een dronkaard. In juli 1744 was hij echter onder het beslag van het Woord gekomen. Maar deze indrukken schenen slechts een rimpeling op het water te zijn. Hij werd weer zorgeloos. Evenwel werd zijn gezondheid er niet beter op. Het Woord van God werd hem te machtig. Hij ging geruime tijd gebogen onder de (zware) last van de zonde en zag dat hij de eeuwige dood verdiend had. Hij had geen ogenblik rust meer. En als hij, naar zijn getuigenis naar de genade zocht, zag hij een hele hoge berg voor zich, waar hij niet overheen kon komen. Geen enkele hoop meer vindend in zichzelf, viel hij hulpeloos in de doorboorde handen van Christus, Die als het ware hoorbaar tot hem sprak: , , Er is hoop, er is hoop!". Hij werd een toegewijd christen. Enkele dagen later doopte hij ook zijn kinderen. Er was een kennelijke aanwezigheid en manifestatie van Goddelijke kracht.

Opwekking

Op 2 augustus van het jaar 1745 was David weer terug in Crossweeksung. Hij trof daar een aantal mensen aan die een meer dan gewone betrokkenheid aan de dag legden inzake de eeuwige dingen. Toen hij was vertrokken, bespeurde hij , , een wolkje als eens mans hand". Nu mocht hij het beleven dat stromen van zegen van de hemel neerdaalden. De kracht en de werking van de Heilige Geest was overvloedig. Niet minder dan een geestelijk ontwaken was waarneembaar. Duidelijke veranderingen in mensenlevens waren zichtbaar. Het Woord deed kracht. Velen werden ontdekt aan de diepste nood van hun bestaan, te weten hun schuld voor God en kwamen in een zielestrijd. Er was een hartelijk verlangen naar het heil in Christus. De begeerte was levend om zaligmakend te delen in Zijn offer, vergeving van zonden te ontvangen en vrede met God. Brainerd schreef in zijn dagboek: , , En hoe meer ik handelde over de liefde van God in het zenden van Zijn Zoon om te lijden voor de zonden van mensen, en er bij hen op aandrong tot Christus te komen en te delen in Zijn liefde, des te meer nam hun benauwdheid toe, omdat ze zichzelf onbekwaam achten te komen. Het was verwonderlijk te zien hoe hun harten werden verbroken onder de hartelijke en welmenende nodiging van het Evangelie".

Op 8 augustus preekte Brainerd over Lukas 14 : 16 en 23. Er was grote aandacht tijdens de verkondiging. De kracht van God, de kracht van de HeiUge Geest boorde de woorden in de harten van de hoorders. Bijna iedereen werd erdoor gegrepen. Brainerd stond verbaasd over wat wat er gebeurde. De oogst was groot. Oude mannen en vrouwen, arme stakkers die veelvuldig en langdurig in dronkenschap hadden geleefd, sommige kinderen, niet ouder dan 6 of 7 jaar, alsmede ouders en ouderen werden zich hun gevaar bewust. Ze kregen oog voor de verdorvenheid van hun hart en voor hun ellendige staat buiten Christus. De meest verstokte harten moesten buigen voor de Heere. In Zijn recht en in Zijn genade!

Het gaf Brainerd veel werk. Om ook met de mensen afzonderlijk te handelen betreffende hun individuele noden en behoeften en ze tot .lezus te leiden.

Veelvuldig was de klacht te horen vanwege de zonde en de schuld. Vanwege de onvruchtbaarheid van het natuurlijk bestaan. Er was de roep uit de diepte, regelrecht gericht op het hart van Gods ontferming. God schonk diep bedroefde zondaren ruimte, deed hen verlicht adem halen en vervulde hen met Zijn hemelse vertroosting. Men verheugde zich in Christus Jezus de Heere. Het was voor Brainerd verwonderlijk om te zien hoe men ook elkaar tot een hand en een voet was. Men elkaar in geestelijk opzicht steunde. Degenen die onder de last van de zonde gebogen gingen werden als het ware bij de hand genomen. Dan vertelde men elkaar van de goedheid van Christus en de troost die het gaf zich in Hem te verheugen. Over en weer klonk de krachtige aansporing de toevlucht tot Christus te nemen en zich aan Hem toe te vertrouwen. Een jonge Indiaanse vrouw, die zich nooit bewust geweest was dat ze een ziel had, kwam naar Brainerd toe, maar lachte meewarig om wat ze zag en hoorde. In haar hart dreef ze min of meer de spot met de verkondiging. Voordat echter het amen van de preek had geklonken, werd ze krachtig van haar zonde overtuigd. De pijl van het Woord had haar geraakt. Na de dienst verkeerde ze in aanhoudend gebed. Met geen andere woorden dan: , , Heere ontferm U over mij en help me U mijn hart te geven". Hierin volhardde zij gedurende vele uren.

Het was een zeer gedenkwaardige dag waarop de bekerende en vernieuwende kracht van het Woord bleek. Toch was dit alles nog maar een begin. De Geest werkte krachtig. Binnen een maand beleden 25 personen hun geloof in de Heere Jezus Christus en gaven blijk van een verandering van het hart. Ze werden door Brainerd, onder grote belangstelling van Indianen en blanken, gedoopt.

M.

K.t.K.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 september 1991

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

David Brainerd (5)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 september 1991

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken