Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

David Brainerd (7)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

David Brainerd (7)

9 minuten leestijd

EEN ZENDELING ONDER DE INDIANEN

De gebeurtenissen in Crossweeksung met betrekking tot het geestelijk ontwaken, waren voor Brainerd buitengewoon bemoedigend. Het was hem oorzaak tot diepe dankbaarheid en stille verwondering. Dat de Heere zo'n onwaardige dienstknecht als hij was wilde gebruiken en hij voor zovelen tot zegen mocht zijn. Het maakt hem niet hoogmoedig. Het deed hem ook niet op zijn lauweren rusten, integendeel, het deed het vuur van de bewogenheid en ijver nog meer ontvlammen. Maar hij besefte intussen heel goed dat het ten diepste een werk van de Heere was. Dat dat buiten elke menselijke kracht lag. Hij kon op zeker moment zeggen, nadat hij getuige was van een krachtige werking van de Heilige Geest, dat het leek of hij helemaal niets deed en ook niets hoefde te doen dan , , vast te staan en te zien dat het heil des Heeren was". Het drong hem er dan ook toe te zeggen „niet ons, niet de instrumenten en middelen, maar Uw Naam alleen zij alle lof en eer gegeven".

Dit ontwaken had een zegenrijke en ook praktische uitwerking. Het was geen kwestie van een „kiezen voor" om verder alles bij het oude te laten. Bladzijde na bladzijde valt op in Brainerds dagboek hoe metterdaad levens veranderden ja hoe de hele samenleving veranderde. Heidense, bijgelovige praktijken werden afgeschaft. Een zonde die veelvuldig voorkwam, dronkenschap, werd goeddeels uitgebannen. Het gebod ten aanzien van het huwelijk werd nu onderhouden. De dag des Heeren werd zorgvuldig en nauwgezet waargenomen. De christelijke liefde leefde in de harten en werd daadwerkelijk betoond. Daarbij kwam dat er een toenemende honger was naar het Woord en de verkondiging ervan. En dat alles gedragen door een aanhoudend gebedsleven. De effecten van dit geestelijk ontwaken waren blijvend. Mensen gaven blijk van waarachtige bekering en vormden een christelijke gemeenschap die alom bekendheid kreeg vanwege de oprechtheid en vroomheid, vanwege de toewijding aan Christus. Brainerd was nu hun pastor. Dat stelde hem voor vele vragen. Wat moest hij hen onderwijzen? Welke methode van instructie moest hij toepassen? Hoe moesten de christelijke beginselen worden toegepast als het ging om de economie, de sociale omstandigheden? We maken uit dit alles op dat Brainerd een grote betrokkenheid aan de dag legde voor het eeuwig welzijn van hen die aan zijn zorgen waren toevertrouwd.

Verdere ontwikkelingen

Zo was de tweede helft van het jaar 1745 en het begin van 1746 een periode van grote zegen voor David Brainerd. Aanvankelijk was hij de overtuiging toegedaan dat de Heere hem hier langere tijd zou laten. Dat zou in ieder geval goed zijn voor zijn (zeer zwakke) gezondheid. De gedachte aan een eigen huis, een vrouw en kinderen kwam bij hem op. Hij voelde zich zeer aangetrokken tot de tweede dochter van de bekende prediker Jonathan Edwards, Jerusha. Hij had haar leren kennen als een oprechte christin.

Hij kwam dus nu voor de vraag te staan of hij zich in Crossweeksung blijvend zou vestigen, een gezin zou stichten of dat hij zijn (vaak eenzame) tochten naar het westen zou voortzetten. Een niet eenvoudige keus. Hij besloot alleen te blijven. We laten hem zelf maar aan het woord:

„Maar nu leek het me toe dat deze gedachten (betreffende het zich permanent vestigen enz.) geheel in stukken waren gescheurd, niet uit dwang, maar gewillig; want het kwam me voor dat Gods bemoeienissen met mij me hadden toegerust voor een leven van eenzaamheid en ontbering. Ik had niets van doen met aards bezit en had dientengevolge dan ook niets te verliezen, ik hoefde nergens afstand van te doen. Even dacht ik dat het goed was wanneer ik een huis en een tehuis zou hebben, en dus een wat geriefelijk leven, waarover ik me verheugde als ik dat bij anderen van Gods volk zag. Tegelijkertijd zag ik veel van de uitnemendheid van het koninkrijk van Christus en hoezeer het wenselijk was dat dat bevorderd zou worden in deze wereld. Ik achtte dat zo hoog dat het al mijn andere gedachten naar de achtergrond drong en me gewillig maakte. Ja het zou me verheugen een pelgrim of een kluizenaar te zijn in de wildernis tot het moment van mijn sterven, als ik het onzegbaar groot belang van mijn Verlosser maar mocht dienen. Als ooit mijn ziel zich aan God voor Zijn dienst zonder enige reserve van welke aard ook maar, ter beschikking had gesteld, dan nu. De taal van mijn gedachten en mijn gezindheid was, „Hier ben ik Heere, zend mij; zend mij tot de einden der aarde; zend mij tot

de ruwe heidenen in de wildernis; zend me weg van alles wat aardse troost heet of aards gemak; zend me, zelfs als het mijn dood betekent, als het maar is in Uw dienst en tot de voortgang van Uw koninkrijk". Dit betekende niet dat ik geen waarde hechtte aan dat aards gemak. Maar ik zag het in het overweldigende licht van Christus koninkrijk en de verbreiding van het gezegende Evangelie. Een rustig tehuis, een vaste verblijfplaats, de genegenheid van anderen, die ik dan dacht te zullen ontvangen waren dat moment op zichzelf genomen waardevoller als ooit tevoren. Maar in vergelijking met de troost van het Evangelie kwamen deze dingen me voor als uitermate betrekkelijk, ja als niets. Vergeleken met de betekenis van de uitbreiding van Christus koninkrijk, ze verdwenen als sterren voor de opkomende zon. Ondanks het feit dat een comfortabel onderdak me waardevol voorkwam, boog ik voor de Heere, gaf ik mezelf met lichaam en ziel over aan de dienst van God en de bevordering van Christus koninkrijk; ofschoon ik daarbij alles zou moeten loslaten, ik zou niets anders kunnen en willen. Ik werd genoodzaakt te zeggen: , , Vaarwel, vrienden en aards gemak, het allerdierbaarste, als de Heere het komt eisen: adieu, adieu; ik wil mijn leven besteden, tot mijn laatste ogenblikken in de meest woeste plaatsen, als het koninkrijk van Christus daardoor maar uitgebreid mag worden"."

Weer op reis

Er was dus wel iets in dit leven van Brainerd van het verteerd worden door de ijver van het huis des Heeren. Hij had dunkt me wel wat van de apostel Paulus. Vanaf dat boven weergegeven ogenblik, was er dan ook weinig twijfel mogelijk welke toekomst hij tegemoet zou gaan.

Zijn leven zou nu, in de meest strikte zin van het woord, een levend offer zijn, verteerd op het altaar van de liefde voor het heil en het behoud van de Indianen in de Amerikaanse wildernis. Zo maakte hij zich dan op in augustus 1746 om opnieuw naar het westen te reizen. Zaterdag de 9e bezocht hij , , zijn" mensen. Hij bond ze verschillende vermaningen op het hart. Hij overlegde met hen ook de zakelijke dingen. Brainerd schrijft dat hij dit bezoek afsloot met gebed.

Hij had enig gevoel van en zicht op de eeuwige heerlijkheid en ervoer een serene rust in zijn geest. , , 0 dat ik de Heere kon verheerlijken voor de openheid en de vrijheid die Hij mij verleent in het gebed!".

Zondag 10 augustus gaat hij twee keer voor in de dienst van het Woord. Beide keren is zijn tekst Handelingen 3 : 19:

„Betert U dan en bekeert U opdat Uw zonden uitgewist mogen worden". God ondersteunde hem genadig en het Woord deed kracht. Hij doopte 6 personen (3 ouderen en 3 kinderen). De volgende dag maakte hij zich op om te vertrekken naar Susquehanna. Hij ging met de gemeente in gebed om de Heere te smeken of Hij Zijn zegen aan deze reis wilde verbinden.

Of Hij Zijn Geest wilde paren aan Zijn Woord en Zijn koninkrijk wilde bouwen, onder de Indianen die daar woonden. Ook gingen nu nog de Schriften open. Hij las psalm 110 en psalm 2. De Heere kwam er in mee en was in hun midden. Hij koos als tekst voor de preek Handelingen 4 : 31: , En toen zij gebeden hadden, werd de plaats waarin zij vergaderd waren bewogen". God ondersteunde Brainerd en zijn tolk. Vervolgens ging iemand anders voor in gebed en gaf Brainerd nog een uitleg van het laatste deel van psalm 72, waar de belofte klinkt dat de ganse aarde met

Gods heerlijkheid zal worden vervuld. Brainerd schrijft dat zijn ziel werd verkwikt bij de gedachte dat deze grote en heerlijke dag zeker zou komen. Hij vertrouwde dat velen van zijn geliefde kudde er ook door werden aangesproken en gesticht. Het was voor hem en zijn gemeente een dag van genade, een dag waarop men zich verheugde in God.

Brainerd verliet Crossweeksung op 12 augustus vergezeld door een zestal christen Indianen. Onderweg preekte hij en vierde in Charlestown het Heilig Avondmaal. Op 18 augustus kwamen ze op de plaats van bestemming (Paxton bij de Susquehannarivier). Het verslag wat we dan kunnen lezen is een verslag van een dagelijks gevecht met ziekte en (lichamelijke) zwakheid. Hij ging daar erg onder gebogen, het maakte hem neerslachtig, al werd hij enigermate opgericht door het vooruitzicht van een spoedige ingang in het koninkrijk der hemelen. Ook was hij aangedaan door een groot gezelschap Indianen, die dronken en zwoeren. Maar hij ging door. Hij onderhield zich met hen die op zijn weg kwamen en wilde hen overtuigen van de noodzaak van bekering. Maar als geen ander was hij er van overtuigd dat het Gods werk was mensen te bekeren. Brainerd wist dat hij hen niet kon overtuigen, maar hij zaaide het goede zaad van het Woord, wachtte de werking van de Heilige Geest in en zag op de Heere alleen! Het was Zijn werk en als het gedaan was, was de glorie voor Hem alleen.

Werkte Brainerd ook hier niet zonder zegen, de omvang ervan was niet van dien aard als hij gehoopt had. Niettemin maakt hij herhaaldelijk gewag van het feit dat hij het Woord van God mocht spreken met kracht.

M.

K.t.K.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 oktober 1991

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

David Brainerd (7)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 oktober 1991

Gereformeerd Weekblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken