Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De verhoging van de Zoon des mensen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De verhoging van de Zoon des mensen

12 minuten leestijd

MEDITATIE

„En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden; opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe." ej Johannes 3 : 14, 15

Het model

Nikodemus is in de war. Hij begrijpt er niets meer van. Hij iiad toch zulke goede dingen van Jezus gezegd. Nu krijgt hij te horen van een geestelijk geboren worden, dat nodig is voor het koninkrijk der hemelen. Hij weet het allemaal niet meer. Opvallend is, hoe de Heere Jezus op zijn verlegenheid reageert. Hij gaat geen nadere theoretische uiteenzetting geven over het werk van de Heilige Geest in een mensenhart. Wij laten ons maar al te gemakkelijk tot zulke discussies verleiden. We kunnen dan mening tegenover mening zetten en intussen mooi ons zelf blijven. Jezus gaat Nikodemus het woord verkondigen. Dat is het zaad der wedergeboorte. Dat woord is een woord, dat Hemzelf tot inhoud heeft. Jezus verkondigt Nikodemus Zichzelf. Door die verkondiging roept Hij hem op tot overgave.

Als u en ik soms ook willen theoretiseren over de wedergeboorte, over het werk van de Heilige Geest, Jezus laat ons daar geen ruimte voor. Hij plaatst Zichzelf vlak voor ons en zegt: Hier ben Ik, wat denk je van Mij?

Bij die verkondiging noemt Jezus Zichzelf allereerst de hemelse. Hij verwijt Nikodemus en de zijnen, dat ze Hem al niet begrijpen als Hij de aardse dingen zegt. Daarmee bedoelt de Heere Jezus de dingen van het Oude Testament, de Schriften. Hij heeft laten zien, hoe die van Hem getuigen, maar de Schriftgeleerden willen dat niet geloven. Hoeveel te minder zullen ze geloven als Hij van de hemelse spreekt. En die hemelse dingen, dat zijn de dingen aangaande Hemzelf. Hij is immers uit de hemel neergedaald om de hemelse dingen bekend te maken.

En zo vergelijkt de Heere Jezus Zich met Mozes. Mozes heeft de slang in de woestijn verhoogd. Dat zijn de aardse dingen. Dat is een aardse verhoging. De Zoon des mensen moet net zo verhoogd worden, maar dat is dan een hemelse verhoging.

De geschiedenis van de koperen slang kan ons bekend zijn. Het volk Israël is van Sinaï op weg naar Kanaan, het beloofde land. Als ze om Edom heen moeten trekken komen ze weer eens in opstand tegen de HEERE en tegen Mozes. Ze durven zo ver te gaan, dat ze hun walging kenbaar maken van het brood, dat de HEERE hen dagelijks geeft. De straf kan dan ook niet uitblijven. Plotseling zijn er overal giftige slangen onder het volk. Velen worden gebeten. Het gif werkt snel. Al spoedig zijn de eerste slachtoffers gevallen. De gebetenen zwellen op onder ondragelijke pijnen en vallen tenslotte dood neer. Onder deze tuchtiging Gods komt het volk tot inkeer. Ze belijden hun zonden en vragen Mozes of hij voor hen bidden wil, dat de HEERE die slangen wegneemt. Dat gebeurt niet, maar er komt wel redding. Mozes moet een koperen slang maken en die hoog oprichten aan een stang, zodat ieder in het leger van de Israëlieten hem zal kunnen zien. Wie gebeten wordt, moet naar de slang zien en zal niet sterven maar leven. Dat alles was een toets. Wie eigenwijs was, wie het de moeite niet waard vond om naar de slang te kijken, wie er niet in geloofde en bij zichzelf zei: Dat kan toch niet, genezen worden door alleen maar naar een slang te zien, dat is toch te simpel, die kwam om. Maar wie in zijn nood en ellende de blik richtte op die slang, voelde de genezende kracht ervan door zijn aderen gaan. Het gif kon in zijn of haar lichaam niets meer beginnen. Je was gered van het verderf. Je mocht blijven leven.

De werkelijkheid

Dat is nu, zo horen wij de Heere Jezus hier zeggen een beeld van Mij, de Zoon des mensen. Zo moet Hij verhoogd worden. Dat Zoon des mensen kunnen we terug vinden in de gezichten van Daniël. Hij heeft heel wat koningen zien komen. Indrukwekkende gestalten waren het. Om van te huiveren. Maar allen zijn ondergegaan. Dan komt er Een in de gedaante van een Mensenzoon. Die ontvangt de eeuwige heerschappij. Zijn koninkrijk zal geen einde hebben. Hij ontvangt eer. Hij wordt verhoogd.

Jezus past dat op Zichzelf toe. Hij is die mensenzoon. Hij wordt verhoogd. Maar het gaat op een wonderlijke manier. Het gaat zoals de koperen slang van Mozes. Hij wordt verhoogd, omhoog gestoken aan een kruis. Dat staat er hier niet letterlijk bij. Later wel. Dat is als de Heere Jezus op het toppunt van Zijn populariteit verkeert. Lazarus is door Hem uit het graf teruggeroepen. Zelfs Grieke'. vragen nieuwsgierig naar Hem. Jezus zegt di. dat Hij als een tarwegraan in de aarde moe. vallen, en dat de tijd van Zijn verheerlijking is aangebroken. En als Hij dan van de aarde verhoogd zou zijn, zou Hij al de Zijnen tot Zich trekken. Johannes voegt er als verklaring bij, dat Hij dit zei van de dood, die Hij sterven zou. Namelijk de dood aan het kruis.

De Zoon des mensen zal verhoogd worden aan het kruis met hetzelfde doel als de slang, namelijk genezing. De koperen slang stond temidden van mensen, die door giftige slangen gebeten waren vanwege het oordeel van God over de zonde. Dat is met de Zoon des mensen aan Zijn kruis niet anders. Hij staat temidden van een wereld, die gebeten is door de giftige slang van de zonde. Is het toevallig, dat het een slang was in het paradijs, die Eva en Adam tot zonde verleidde? Is de slang niet het teken 1 van dood en verderf? Ja, van de dood en het ] verderf van de zonde? Is er een vergift, dat do-L delijker en venijniger is dan de zonde? Het lijkt zo zoet. Wij mensen drinken het met gulzige teugen in. Maar het brengt tenslotte niets dan de dood. Het brengt immers scheiding met God. En scheiding met God, dat is het verderf. Het lijkt allemaal zo mooi met die zonde. Tenslotte is het niets dan één barre ellende. Dat israëlietische legerkamp met al die gebeten men- sen, die vergaan van de pijn, is een schrijnend beeld van een wereld zonder God.

Wat is het dan geweldig, dat de HEERE het daar niet bij Iaat. Het staat er zo met nadruk in onze tekst. Alzo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden. Er zit een moeten achter, een heilig moeten, een goddelijk moeten. Het komt voort uit Gods welbehagen. De Overpriesters en Schriftgeleerden dachten, dat zij het aardig voor elkaar hadden, toen Jezus aan het kruis hing. Hun vijand was bijna geliquideerd. Maar tegen wil en dank zijn ze niet anders, dan werktuigen van het goddelijk welbehagen. Ze dienen de goddelijke raad van verlossing. De HEERE kan de ellende van de mensen niet aanzien. Hij wil niet dat ze in nacht en nevel verloren gaan. Hij wil hun heil, hun redding, hun zaligheid. Bij de koperen slang in de woestijn lezen we nog van berouw van het volk, dat voorafgaat. Hier hoor je daar niet van. God zet uit puur eigen initiatief, of klassieker gezegd uit vrije gunst, die eeuwig Hem bewoog Zijn koperen slang op deze wereld. Hij verhoogt Hem aan het hout. We lezen in het bekende vers, dat op deze tekst volgt: Alzo liefheeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft opdat een ieder, die in Hem gelooft niet verderj.e, maar het eeuwige leven hebbe. Alzo lief, zo onbegrijpelijk, zo mateloos lief.

Wij praten wel eens over God. En soms hebben wij wel eens vraagtekens en we zeggen: Hoe kan God dit en hoe kan God dat? Maar laten we dan toch eerst eens vragen: Hoe kon God dat toch doen? Christus verhogen aan het kruis en dan niet voor mensen, die daar zo naar hebben gevraagd. Nee, voor mensen, die maar al te veel en al te vaak hun schouders over Hem hebben opgehaald.

Dat verhoogd worden is dus allereerst heel letterlijk. Boven de aarde opgeheven aan het kruis. Maar het gaat ook verder. Het is direkt verbonden met Zijn verheerlijking. Dat Hij eer en heerlijkheid ontvangt. Uitgerekend als Judas weggegaan is om Hem te verraden, horen we Jezus zeggen: Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt en God is in Hem verheerlijkt. Wij zouden zeggen: Nu wordt de Zoon des mensen te schande gemaakt. Schandelijker kan het al niet. Hij wordt verraden door Zijn eigen discipel. Maar Jezus zegt: Verheerlijkt. Zijn verhoging aan het kruis is Zijn verheerlijking. Daar komt Zijn glorie openbaar.

Een olympisch kampioen komt op het erepodium en krijgt de medaille omgehangen. Het erepodium van de Heere Jezus is het kruis. Daar licht Zijn heerlijkheid op. De heer­ lijkheid van Zijn zelf verloochende en allesoverwinnende liefde.

Ons natuurlijk oog vangt dat licht niet. Dat vergaapt zich altijd maar weer aan aardse eer en glorie. Als wij Hem aanzagen zo was er geen gedaante noch heerlijkheid, dat wij Hem zouden hebben begeerd. Maar het oog van het geloof mag de glorie van Christus zien in het kruis.

Maar dan ook achter het kruis de overwinning. Het kruis is zelf al verhoging, maar het is tegelijk ook de weg tot de verhoging. Paulus zingt met een oud lied van de christelijke gemeente mee, dat God Christus, omdat Hij zich heeft vernederd uitermate verhoogd heeft en een Naam gegeven heeft boven alle Naam. Dat bedoelt ook de Heere Jezus als Hij zegt, dat wanneer Hij van de aarde verhoogd zal zijn, Hij al de Zijnen tot Zich zal trekken.

Langs de weg van het kruis heeft de Heere Jezus Christus eer en heerlijkheid ontvangen. Achter Goede Vrijdag ligt Pasen en Hemelvaart. Maar dan is met Pasen en Hemelvaart Goede Vrijdag niet vergeten. De Heere Jezus Christus is een heerlijke Koning, maar Hij is dat als de Kruiskoning. Het is heel opmerkelijk, dat Johannes op Patmos Hem mag zien, als het Lam, dat staat als geslacht. In Zijn overwinningsglorie draagt Hij de tekenen van Zijn liefde. Zijn macht is de macht van Zijn liefde.

Het doel

Zo wordt de Zoon des mensen dus verhoogd. Aan het kruis. Via het kruis aan de rechterhand van de Vader. En dan in de prediking van het evangelie. En wat is dan de bedoeling daarvan? We lezen als woord van Christus in onze tekst: Opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Datzelfde lezen we in vers 16. We hebben er al iets van gezien. De HEERE God is het om het behoud van mensen te doen. Hij heeft geen lust in de dood van een zondaar, maar daarin dat hij zich bekeert en leeft. En dat leven dan in een heel diepe zin van het woord. God wil ons leven, ons eeuwig leven. Dat we leven mogen in verbondenheid met Hem. Leven voor Zijn Aangezicht. Leven in Zijn gunst. Leven in vertrouwen, dat Hij ons leidt naar Zijn heerlijke toekomst. Dat is pas leven. Dat is echt leven. Al het andere leven kan heel wat lijken. Reklameteksten maken er de nodige ophef van, maar als het erop aankomt, is het allemaal niet meer dan de dood. Buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf. Buiten Jezus staat immers de schuld open. De schuld van onze zonde.

Buiten Jezus woelt dat gif van de dood in ons. Het verderf van de dood vreet overal aan. De schaduw van de nacht die komt, valt langer en langer en uitzicht hebben we niet.

Opdat een ieder, die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. De slang in de woestijn gaf aards leven. Leven voor een poosje. Tenslotte moesten de Israëlieten toch sterven. Jezus geeft het eeuwige leven. Hij neemt de prikkel van de dood, dat is de zonde weg. Hij stelt in de ruimte van de vergeving en verzoening. Dat is pas leven. Een leven dat hier begint en nooit meer overgaat. Want door het afscheid van dit aardse leven heen wordt het alleen maar heerlijker. Gaat het licht tenvolle over ons op. Het licht van Gods eeuwige liefde. In de hemel is het schoon, zingt een oud vers. Ja, met de schoonheid van de liefde van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest.

En wat is nu de weg tot dit leven? Opdat een ieder, die in Hem gelooft. De Israëlieten in de woestijn hoefden alleen maar een blik te slaan op de slang meer niet. We hebben gezien, dat was niet vanzelfsprekend. Juist omdat het zo simpel was. Zegt de dokter tegen u, dat u iedere dag de nodige bittere medicijnen moet slikken, dan gelooft u er eerder in, dan wanneer hij u simpelweg een glaasje water zou voorschrijven.

Geloven? Overgave aan de Heere Jezus Christus, zoals Hij in de prediking voor ons wordt verhoogd? Dat is toch te eenvoudig. Je moet eerst dit en je moet toch eerst dat. Is het geen laatste hoogmoed van ons? Is het niet dat wij er nog mee op de been willen blijven voor God? Onze ernst, ons berouw moet toch ook nog wat zijn. Maar het is allemaal niets. Er zit geen leven in. Het is de dood. Het leven is in de Zoon. Wie in de Zoon gelooft, die heeft het leven. In de simpele weg van het geloof gaat al het onze eraan en blijft Hij over. Christus, Die ons leven is.

Hoe groot en schitt'rend is Zijn eer. Door 't Heil aan Hem bewezen! Hoe is Zijn roem gerezen! O alvermogend' Opperheer, Wat glans, wat majesteit Hebt Gij dien Vorst bereid!

K.

W

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 februari 1992

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

De verhoging van de Zoon des mensen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 februari 1992

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken