Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zondag 43 Oprechtheid meer en meer

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zondag 43 Oprechtheid meer en meer

11 minuten leestijd

CATECHISMUS

Allen leugenaars

Het negende gebod zou ons allen mat zetten op onze plaats, n.l. in onze onwil en onmacht om het te vervullen, wanneer er niet aan voorafging: , , Ik ben de HEERE uw God, Die u uit het slavenhuis uitleidt.”

ledere poging om zonder hartvernieuwende genade de waarheid lief te hebben is reeds van te voren tot mislukken gedoemd. We kunnen ons maar niet halsoverkop op de inhoud van dit gebod storten.

Gods gebod, ook het negende, is zeer wijd. De hele samenleving valt eronder. Immers de rechte lijn van de Wet toont onmiddellijk de talrijke afwijkingen van de échte waarheid. Valse getuigenis geven kan ik op vele manieren.

De onderlinge roddel lijkt niet zo erg als de pertinente leugen, of de meineed voor de rechtbank.

Het wijde gebod van God scheert allerlei liegen en bedriegen - intussen teveel om op te noemen - over één kam en legt ze onder één oordeel, de zware toom van God.

Wij weren ons dapper door te beweren dat we nooit Uegen, nooit iemand lichtvaardig been veroordelen, maar wie voelt zich veilig, wie is daar gerust op?

Zo’n stoute bewering levert het beste bewijs dat we ons kanten tegen dè waarheid, die op grond van de feiten onweerlegbaar vaststelt dat er niemand rechtvaardig is, en ieders mond vol is van bedrog (Romeinen 3).

Wie dit pertinent ontkent maakt in elk geval God tot een leugenaar. Grover leugen is niet denkbaar. , , Allen leugenaars van nature, maar relatief is er weinig onderscheid. De ene mens is enigszins meer leugenaar dan de andere en daarom noemen leugenaars de ietwat ergere pas leugenaars" (G. H. Abma a.w. blz. 151).

Wie wil er vallen voor deze waarheid? Ik moet nu even denken aan een stereotiepe uitspraak van een christen die placht te zeggen: , , het valt niet mee als je met de waarheid bij de leugen komt." Echter ontkenning van deze waarheid is de diepst stekende overtreding van het negende gebod.

De God der waarheid

Behalve zeer wijd, zo wijd als de leugen zich over de aarde verbreidt, is dit negende wetswoord ook zeer diep.

Er is meer aan de hand dan een leugentje om bestwil. Het gaat om een vitale zaak. De waarheid lief te hebben, zegt antwoord 112.

God is de Woordvoerder van de Wet. Hij is de God der waarheid.

De waarheid lief te hebben zonder God lief te hebben lukt niemand. De grote ommekeer in het leven van de mens vindt plaats waar wij ontwaken uit de strik des duivels, die een mensenmoordenaar was van den beginne, en heel het menselijk geslacht op sleeptouw heeft genomen. Ook zij, die menen , , waarheidslievend" te zijn en kinderen van Abraham, wordt door de mond der waarheid op zijn werkelijke stamboom teruggeworpen: Gij zijt uit de vader de duivel.

Zó eerlijk maakt ons de God der waarheid. Maar diezelfde waarheidsgetrouwe en waarheidsUevende God is ook de Vader van onze Heere Jezus Christus. En alleen de heilzame operatie, die de Bijbel de wedergeboorte noemt, verlost ons van de leugen en het oordeel Gods daarover. Ook hier geldt: tenzij de mens wederomgeboren wordt kan hij God noch zijn naaste liefhebben.­

Het criterium voor de leugen zit in de liefde tot God en de naaste.

God stelt ons in het Woord der waarheid tegenover Jezus. Dat doet het Woord door de Geest en de Geest door het Woord. De Heilige Geest leidt in alle waarheid.

Wie uit de waarheid is zegt Jezus hoort Mijn stem. Want van wie anders leren wij de waarheid lief te hebben dan van Hem, die de goede getuigenis heeft afgelegd voor Pontius Pilatus (1 Tim. 6 : 13), Jezus Christus zelf? Ik bèn de Waarheid geldt van Hem alleen.

Welke waarheid heeft Hij daar zo getrouw verdedigd? De rechtvaardiging van de goddeloze. Dat, waarvan wij - van ons uit bekeken - terecht zeggen, dat het nooit of te ninuner waar kan zijn n.l., dat er nog redding is voor ons mensen, voor ons kinderen van de vader der leugen, die dienst heeft de God der waarheid ons bewezen.

„Evenals had ik nooit zonde gehad noch gedaan, ja, al had ik zelf al de gehoorzaamheid volbracht, die Christus voor mij volbracht heeft" (vr. en antw, 60).

In de ontmoeting des geloofs met deze Christus zingt het lied in je hart: „Gij hebt mij verlost o Heere, Gij God der waarheid.”

Nooit zag een waarheid er twijfelachtiger uit. Maar nog nooit heeft iemand, voor de waarheid ervan, zijn hand zo in het vuur gestoken als Christus aan het kruis.

De kracht der waarheid

Alleen wie van verlossing weet uit het slavenhuis der leugen, die ondervindt dat God waarachtig is. Gij rechtvaardigen verblijd u in de Heere; de geboden waaraan God u bindt, zijn u beschikt als wegwijzers der dankbaarheid, om het beeld van Gods Zoon gelijkvormig te worden.

Nu zegt de Heere van Zijn verloste volk, dat het kinderen zijn die niet liegen zullen. Niet liegen zullen, is hier meer dan niet liegen mogen. Dat is óók waar.

Maar nog méér waar is dat ze niet liegen zullen. Dat is één van de eigenschappen die aan de vernieuwing des harten worden toegeschreven, omdat de Heere van ze zegt: „Ik zal maken dat hun werk in der waarheid zal zijn.”

Of ze al struikelen en vallen, ook ten aanzien van het negende gebod, het is pijnlijk waar, maar het heft de waarheid niet op dat het dienen van God en de naaste waarheid in het biimenste is.

Vanwege de zwakheid des vleses en de zich steeds geldend latende kracht van de oude mens is de apostolische vermaning nodig: „Leg af de leugen en spreek de waarheid, een ieder met zijn naaste.”

Dat dit een dagelijkse oefenschool is in de godsvrucht zal waar zijn. Hoe gemakkelijk steken we ons weer in de oude plunje.

Soms hoor je wel eens een moeder zeggen: jongen waarom trek je nu die oude kleren aan. Antwoord: het zit zo lekker. Helaas, helaas „het zit zo lekker.”

Maar die jongen zet zijn moeder wel voor schut. Een Gods kind in zijn oude plunje maakt zijn Vader te schande. Daarom uittrekken, uittrekken!

En de nieuwe mens aandoen die naar God geschapen is in ware gerechtigheid en heiligheid. Biddend tegen de leugen strijden.. Laat de oprechtheid meer en meer mij behoeden. De oprechtheid en de waarheid.

„Werkelijk waar is dat de vernieuwde mens waarheid in zijn binnenste wenst en dat hij de waarheid om zich heen wil hebben" (G. H. Abma a.w. blz. 154).

Wie is nu waarlijk een Israëliet zonder bedrog, zoals Jezus van Nathanaël getuigde? Alleen die zichzelf verfoeit om zijn leugenachtig bestaan en daarom juist belijdt: Ik kies de weg der waarheid voor mijn voet.

En die weg der waarheid is schuld belijden over elke leugen grof of fijn.

Petrus, vraagt de Heiland dan: hebt gij Mij waarlijk hef?

Diep in het stof gebogen belijdt hij onder tranen: Heere Gij weet alle dingen. U zag en hoorde mij liegen en loochenen als geen ander. Maar met een beroep op Uw genade kan ik er niet onderuit: Gij weet dat ik U liefheb.

Wat is nu hieraan waar? Beide, het één zowel als het ander. De paradox der waarheid bewijst haar kracht in de zelfveroordeling en in het nochtans des geloofs.

De vrucht der waarheid

Daarom zegt de Heere nu tot u, die zich door genade het verloste volk mag weten: Ik heb u overgezet uit de duisternis, uit de macht der leugen en van de ongerechtigheid in Mijn wonderbaar licht.

De bekering des harten is ook de bekering der tong, en zij maakt ons tot sprekende getuigen van Christus. Wij getuigen, dat in Christus de Ik-gij verhouding met God hersteld wordt. Wij getuigen, dat in Hem de levensgemeenschap, de leefgemeenschap, de ik-gij verhouding met de naaste mogelijk wordt.

In Hem met God verzoend; in Hem met de naaste verzoend: leden van één lichaam. Zo levende onder het Woord, luisterend naar de God der waarheid, ontvangen wij in het negende gebod een regel voor ons leven, een vreugdevolle opdracht deze gave ten nutte van onze naaste aan te wenden.

En alles wat hier verder in dit antwoord van onze Zondagsafdeling gezegd wordt, valt niet onder een reeks wettische voorschriften, maar ademt de geest der heiligmaking. Het wordt mijn lust om tegen niemand vals getuigenis te geven, maar de waarheid te betrachten in liefde.

Wie de waarheid liefheeft zal zich tweemaal bedenken eer hij iemand lichtvaardig en zonder zich van de waarheid op de hoogte te stellen oordeelt of helpt veroordelen.

Heel wat „gezelligheid" aan onze visites en vriendschappen kon wel eens gaan ontbreken als wij daar niet meer aan mee zouden doen.

De kerk, de wereld, de vaak pikante persartikelen zouden een ander geluid laten horen als allerlei liegen en bedriegen op haar merites zouden beoordeeld worden , , als eigen werken des duivels.”

Veel zogenaamde , , trouw" en , , waarheid" wordt voor een niet gering deel bepaald door onderlinge roddel.

Dit moet mijn broeders alzo niet geschieden, zegt Jacobus.

Zeggen wij nooit: je moest eens weten wat ik van hem weet, terwijl we maar wat verzinnen, vermoeden zonder echt iets te weten?

Terwijl de echte heiligmaking toch hierin gestalte krijgt dat wij het goede gerucht van onze naaste voorstaan en bevorderen, opdat hij zijn plaats in de levensverbanden met ere mag vervullen.

Wij versterken door de waarheid boven alles lief te hebben de gemeenschap met elkander. Omdat deze gemeenschap een gemeenschap is, waarin wij elkaar om Christus' wil verdragen en vergeven, dient ons woord doortrild te zijn van liefde.

Zo wordt ons spreken diakonia, dienst aan God en de naaste.

Het behoeft nauwelijks gezegd te worden dat deze dienst ons niet verpUcht tot een alles - door - de vingers - zien.

Het wil ook niet zeggen dat met het oog op de gebroken situatie dit gebod niet zou toestaan grenzen in acht te nemen.

Ik denk aan bepaalde extreme gevallen.

Moest men bijvoorbeeld in de oorlogsjaren iemand verraden door de waarheid te spreken, terwijl men van te voren wist dat we met de handhaving van het negende gebod ons met- terdaad schuldig zouden maken aan het zesde, gij zult niet doodslaan?

Natuurlijk is dat geen excuus om de ene noodleugen maar op de andere te stapelen. Liegen uit eigenbelang komt meer voor dan u denkt, en met een onjuist beroep op onontkoombare situaties zijn alle hekken spoedig van de dam.

„In bepaalde situaties zouden we echter wel, als we nodig eerlijk willen zijn, een afgetrokken waarheid dienen, doch gelijk afbreuk doen aan de trouw" (G. H. Abma a.w. blz. 156). Ik denk dat dit een wijze raad is. Ik voeg er aan toe: ook afbreuk doen aan de liefde.

Hoe komen we er met z'n allen uit?

Door te zeggen: ik zal mijn best doen om niet meer te liegen, te roddelen, te lasteren enzovoort?

Dat is lapwerk en dat helpt niet. Pleisters op de wonden uit de eigen apotheek dekken de zaak toe, maar genezen nimmer. Wij moeten van koers veranderen.

Door de leugen werd de eerste Adam ten val gebracht. Dientengevolge liet de Tweede Adam zich onder leugen en laster onschuldig ter dood veroordelen.

Maar het wonder is hier dat Hij èn oorzaak èn gevolg van deze zonde weggenomen heeft en de toorn van God, ook tegen déze zonde gedragen heeft.

Zo heeft de leugen, die ik Satan noem zich doodgevochten op de Waarheid, op Christus.

Het Slachtoffer van de leugen wordt Triomfator in het rijk der waarheid en zo krijgt God Zijn kinderen die niet liegen zullen.

Dit betekent dan ook: kinderen die niet liegen willen en die door de Geest van Christus aan hun Heere geUjkvormig gemaakt, kinderen die niet liegen kunnen.

Zo zullen wij in de waarheid onszelf en de naaste er steeds weer aan moeten herinneren, dat wij leven voor Gods aangezicht, en Zijn ogen naar waarheid zien.

Dat is iets anders dan vuige laster en onverhoord oordelen vanuit minderwaardigheidscomplexen, jaloezie en rancunes. Tenslotte ik leef uit Jezus, Die de Waarheid is, of ik leef uit de leugen; er is niets dat daar tussen zit. Leeft u uit Jezus dan kunnen de mensen op u aan, ook als u scherp de waarheid zegt. Dan gaat ge de waarheid liefhebben, oprecht spreken en belijden en heb ik aards en eeuwig heil van mijn naaste op het oog. Dan zijn we bij al ons struikelen toch hierin overwinnaars, door Christus die ons heeft liefgehad en Wiens Woord de waarheid is: Zonder Mij kunt gij niets doen.

H. V.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1992

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Zondag 43 Oprechtheid meer en meer

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 augustus 1992

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken