Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Alhoewel - nochtans

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Alhoewel - nochtans

11 minuten leestijd

MEDITATIE

Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal, en geen vrucht aan de wijnstok zijn zal, dat het werk van de olijfboom liegen zal, en de velden geen spijze voortbrengen; dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal, en dat er geen rund in de stallingen wezen zal;

Zo zal ik nochtans in de Heere van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in de God van mijn Heil. Hab. 3 : 17—18

Tegenspoed - hoe verwerk je dat? Dat kan, als je de mensen mag geloven, op verschillende manieren. De een zegt: je moet er maar in berusten, er is toch niets aan te doen. De ander denkt dat je maar moet proberen het te vergeten. En weer iemand anders geeft je de raad, je gedachten wat te verzetten, wat verstrooiing te zoeken.

Van Habakuk horen we andere dingen. Midden in de rampspoed springt hij óp van vreugde. Als we hem niet beter kenden zouden we denken dat hij een oppervlakkig mens was. Iemand die z'n ogen sluit voor de barre werkelijkheid, die zich niets aantrekt van de grauwe ellende die over zijn land en zijn volk komt. Maar we weten beter: als er één is die met heel zijn bestaan bij die ellende betrokken is, dan hij wel!

Maar hij heeft het Woord van zijn God gehoord en in dat Woord heeft hij rust gevonden. Hij heeft het allemaal in Gods hand mogen geven. Het is goed wat God doet. En toen is Habakuk gaan zingen. Nee, niet meteen uit volle borst. Want hij is nóg ontsteld als hij eraan denkt hoe de Heere komt met macht en majesteit. Toen ik 't hoorde, zegt hij, werd mijn buik beroerd, voor de stem hebben mijn lippen gebeefd... En hij ziet het allemaal concreet en reëel voor zich: een kaal land en kale bomen en lege stallen.

1) levensnood

Het is duidelijk wat de profeet bedoelt. De Chaldeeën komen eraan, en dat blijft niet zonder gevolgen. Achter het rode paard van de oorlog komt het zwarte paard van de honger. Alles wordt onder de voet gelopen. Alles wordt platgebrand. Alles wordt verwoest.

Habakuk somt het allemaal exact op. De vijgeboom zal niet bloeien en er zal geen vrucht zijn aan de wijnstok. En dan te bedenken dat de vijgeboom en de wijnstok de edelste en de voornaamste planten zijn in het heilige land! Zitten onder de wijnstok en onder de vijgeboom is het toppunt van welvaart en geluk. Dat is er straks niet meer bij.

En het werk van de olijfboom zal liegen. Hij beloofde veel, maar geeft niets. Je zat uit te kijken naar vrucht, maar er kwam geen vrucht. De vijgeboom heeft ons bedrogen.

En de velden zullen geen spijze voortbrengen. Daar zijn de velden voor, om voedsel te geven. De koning zelfs wordt van het veld gediend. Maar nu zijn de dalen niet bekleed met koren.

Trouwens, de velden zijn ook niet bedekt met kudden. Want de Chaldeeën zullen al het vee roven.

Zó schildert Habakuk de situatie. Bomen zonder bloesem en vrucht. Velden zonder spijs. Stallen zonder vee. Heel de welvaart is vernietigd. De staf des broods is gebroken. De honger staat voor de deur.

Heeft Habakuk nu niet te véél aandacht voor die kale velden en die lege stallen? De mens zal toch bij brood alleen niet leven? Jamaar, Israël heeft niet zomaar een willekeurig Stuk grond van de Heere gekregen. Israël heeft Kanaan van de Heere gekregen. Een land, vloeiende van melk en honing. De Heere heeft beloofd Zijn volk te zullen zegenen met zegeningen van de hemel van boven, en met zegeningen van de afgrond die daaronder ligt, en met zegeningen van de eeuwige heuvelen. Zelfs de hemel die zich boven Israël welft zou van dauw druipen.

Welvaart is dan ook voor Israël een soort graadmeter van Gods goedertierenheid. Veel koeien en schapen is een bewijs van Gods gunst. Want als het goed gaat, dan vervult de Heere Zijn beloften. Maar wanneer de velden kaal zijn en de stallen leeg, dan is de Heere blijkbaar vertoornd op Zijn volk.

De profeten hebben het in allerlei toonaarden gezegd: wanneer gij gewiUig zijt en hoort, dan zult gij het goede van dit land eten. Maar indien gij weigert en wederspannig zijt, dan zult gij door het zwaard gegeten worden. Want de Heere is een Man van Zijn Woord, in Zijn belofte, maar ook in Zijn bedreiging.

Wij zijn Israël niet, en Nederland is Kanaan niet. Maar mogen wij Gods hand niet zien, ook in de dingen van dit leven? We belijden toch dat regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijs en drank, gezondheid en ziekte, niet bij geval, maar van Gods Va-|] derlijke hand ons toekomen? Zien we die hand j' ook, als de Heere ons dag aan dag overlaadt met Zijn gunstbewijzen? En als het tegenloopt, merken we dan óók die hand op?

Een noodtoestand zoals Habakuk die schildert kunnen we ons nauwelijks indenken. Maar zijn er in ons leven geen momenten waarop we finaal aan de grond zitten? Tegen-[ slag in ons werk of in onze zaak. Uitgeschakeld zijn. Geen werk meer hebben of niet meer kunnen werken. Een sluipende en slopende ziekte. Kinderen die het verkeerde pad opgaan. Enzovoorts!

Dingen waaraan een mens niets verandert. Waar hij machteloos tegenover staat. Hoe verwerk je dat? Nemen zoals het komt? Erin berusten? Of tegen de muren opvliegen? Nochtans, zegt Habakuk!

2) geloofsvreugde

Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal Let wel, dat is geen veronderstelling! Habakuk zegt niet: al zöu de vijgeboom niet bloei-| en. Nee, het is werkelijkheid. De vijgeboom zal niet bloeien en er zal geen vrucht aan de wijnstok zijn, en de velden zullen kaal zijn en de stallen leeg.

Als het een veronderstelling was, dan kon Habakuk er nog even afstand van nemen. En het is niet zo moeilijk, te zeggen: als er tegenslag zou komen of verdriet, dan zal ik...

Je kunt bij een Reformatieherdenking wel uit volle borst zingen: delf vrouw en kinderen 't graf... Als je vrouw en je kinderen gezond zijn... Maar je móet maar eens staan bij het open graf van iemand die je hef was...

Bij Habakuk is de nood echt aan de man gekomen. Met zijn profetische blik ziet hij het zo duidelijk voor zich dat hij zich niet kan vergissen. Het moet nog gebeuren, maar voor hem is het al zo ver.

Habakuk, nu is alles weg. Geen vruchten aan de bomen en geen rund in de stallen. Wat heb je nu nog?

Wel, zegt Habakuk, mijn God. Die houd ik over. Ik heb niets meer om blij te zijn, alleen mijn God. Zo zal ik nochtans in de Heere van vreugde opspringen.

Wat is het geheim van die vreugde? Niet die kale velden en die lege stallen. Het zou onmenselijk zijn, blij te zijn omdat er voor mens en dier niets te eten is.

Het is ook geen oppervlakkigheid of luchthartigheid. Er zijn nu eenmaal mensen die blijven zingen en springen, al zou de wereld in brand staan. Het zal hun een zorg zijn wat er gebeurt...

En het is zeker geen leedvermaak. Op de manier van: wie niet horen wil moet maar voelen. En ik heb het vaak genoeg gezegd dat het gebeuren zou. De echte profeten verlustigen zich niet in het gericht, ook zij beven ervoor.

Nee, Habakuk is niet blij met deze nationale ramp, Habakuk is bUj in God. Het geheim zit in dat éne woord: nochtans. Dat is een geloof swoord. Geen uitspraak van een ongegrond optimisme. Ook geen blijk van een oppervlakkig idealisme.

Als Habakuk alleen naar de feiten kijkt, dan moet ook hij zeggen dat het er hopeloos voor staat. Maar door het geloof kijkt hij over de feiten heen en zegt hij: nochtans.

Heeft hij daar reden toe? Ja, dat zegt hij op grond van Gods eigen belofte. Toen hij de vijanden zag komen, toen heeft hij het van God Zelf gehoord, en hij moest het met grote letters op een zuil schrijven: maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven.

Hier zien we wat het geloof is en hoe het wérkt. Het klemt zich vaster aan het Woord, naarmate de nood hoger stijgt. Het verlaat zich in de nood nóg meer op de Heere.

Nochtans zal ik in de Heere van vreugde opspringen. Habakuk weet zich verbonden met zijn God, geborgen in zijn God. In Hem, want Zijn leven is mijn leven. Zijn kracht is mijn kracht.

Dat geeft vreugde, maar een vreugde die geboren is uit droefheid. Want de profeet is ook zijn God kwijt geweest, kon Gods weg ook niet volgen. Maar hij heeft erachter mogen kijken. En nu is hij alles kwijt, maar hij heeft zijn God terug. Wie zou dan niet blij zijn? Ik heb mijn God, dat is genoeg.

Dat is geloof. Dat zingt, tegen de feiten in.

Dat juicht, tegen de kUppen op. We lezen van David, op de puinhopen van Ziklag: doch David sterkte zich in de Heere, zijn God. Van Paulus en Silas, dat ze midden in de nacht, in de gevangenis, lofzangen zongen.

Maar dat is niet vanzelfsprekend. Want diezelfde David heeft ook een keer de vrees uitgesproken dat hij nog door de hand van Saul zou omkomen. En Eha, de man Gods, zat ook moedeloos neer. En Job, en Jeremia wanhoopten ook aan alles.

Gods kinderen zijn geen supermensen, die alle minpunten zomaar omtoveren in pluspunten. Van zichzelf hebben ze niets en zijn ze niets en kunnen ze niets. Alleen met Hem lopen we door een bende en springen we over een muur.

In de Heere, zegt Habakuk. Dat is de God van het Verbond, Die de trouw bewaart. En in de God van mijn Heil. De God van mijn redding en van mijn zaligheid. Zeg maar: in de God van mijn Zaligmaker, de God van mijn Jezus.

Eeuwen later zal Maria hetzelfde zingen in haar lofzang: mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker.

Het lijkt wel alsof Habakuk gestaan heeft bij de kribbe van Bethlehem, of bij het kruis van Golgotha. Want vreugde in de God van mijn Heil is er alleen door Hem. Door Hem voor Wie de velden geen spijs voortbrachten, want Hij heeft honger geleden. Door Hem voor Wie de wijnstok geen vrucht gaf, want inplaats van wijn kreeg Hij edik te drinken. Door Hem Die vasthep aan de weg van Zijn Vader en Die wegzonk in de diepten van de godverlatenheid.

Omdat Hij bedroefd is geweest tot de dood toe mag Habakuk zich verheugen in de God van zijn Heil. En niet alleen Habakuk, maar allen die zitten bij de puinhopen van hun leven. Die niets meer hebben waar ze in kunnen rusten. Die mogen zeggen, tegen alles in, en boven alles uit: nochtans vinden we allerlei vertroosting in Zijn wonden.

Hoop op God, want ik zal Hem nog loven. Hij is de God van mijn Heiland. Die God is onze zaligheid, wie zou die hoogste Majesteit dan niet met eerbied prijzen?

Kent u die God, kent u deze Jezus? Overal duikt de klacht op dat er toch zo weinig blijdschap van het geloof is. En dat kerkmensen er zo weinig blij uitzien. Het zal wel waar zijn. Maar één ding is zeker, je kunt jezelf niet blij méken. Je kunt een ander ook die blijdschap niet aanpraten.

Maar die blijdschap is er wel. Ze waait ons niet aan, maar ze wordt geboren in de crisis van het leven. In de worsteling met God. In het zich vastklemmen aan Zijn beloften. Daar wordt een mens blij van. Van die blijdschap zegt de Heere Jezus: niemand zal uw blijdschap van u wegnemen.

Daar kunnen we elkaar in verstaan. Dan gaan we ook met elkaar meezingen. Want Habakuk heeft zijn psalm gemaakt om gezongen te worden in de tempel. Het is een lied, niet voor hem alleen, maar voor het hele volk. Gedeelde vreugde is immers dubbele vreugde?

Dan heb je bij kale velden en lege stallen een vreugde, méér dan toen het koren en de most van de goddelozen vermenigvuldigd zijn. Dan kun je ertegen, als de nood aan de man komt.

Laat krijgen en schanden en moorden en branden. Verwoesten, verwoesten de landen. Laat komen de regen, de donder, de stromen Wat schaadt het, wat schaadt het de vrome? Als zware geruchten een ander doen zuchten. En woelen en woelen en vluchten, Dan zit hij in vrede, in ruste, in vreugden Omsingeld, omsingeld door deugden.

Kun je nog zingen? Zing dan mee! Wat zingen we? Het lied van Habakuk, en het lied van Paulus, en het lied van al die mensen met een nochtans-geloof: want ik ben verzekerd dat niets ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, van Jezus, mijn Heiland.

W.v.G.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1992

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Alhoewel - nochtans

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 1992

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken