Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een parel uit de schat der Kerk (28)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een parel uit de schat der Kerk (28)

9 minuten leestijd

GELOOFSLEVEN

Gods dag en dienst

Treffend is de geestelijke manier waarop Calvijn uitleg geeft aan het vierde gebod. Naar de wet Gods betekent voor hem in geen geval wettisch. Eerst eens rustig luisteren naar wat de Heere ons te zeggen heeft. Hoe luidt het vierde gebod? (166) Gedenk de Sabbatdag, dat gij die heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de Sabbat van de Heere uw God. Dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is. Want in zes dagen heeft de Heere de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is en Hij rustte ten zevende dage. Daarom zegende de Heere de Sabbatdag en heiligde die. Bekende woorden, die meer betekenen dan wat Calvijn zijn leerling vraagt: Beveelt God zes dagen per week te werken en de zevende dag te rusten? (167) For­ meel gesproken is zo'n antwoord juist. Maar daar kun je de zaak niet mee afdoen. Calvijn ) legt als antwoord in de mond: Zo eenvoudig staat het niet. Maar doordat God verlof geeft zes dagen te werken, zondert Hij de zevende dag uit, om voor de rust te bestemmen. Uit dit antwoord spreekt eerbied voor de goddelijke \ insteUing van de Sabbat. Het bijzondere karakter van Gods dag is niet dat die dag er maar één is onder de zeven dagen, maar de kroon, de roem der dagen is. Een dag die er boven uitsteekt, die de kroon spant, die heel in het bij-, zonder heenwijst naar God.

De dageraad van de zevende dag, meldt ons: God heeft op die dag van al Zijn werken ge-\ rust. Een dag waarop de Schepper van hemel en aarde Zich voluit verlustigde in alles wat Zijn handen tot stand hadden gebracht.

Die dag maant ons de Sabbat een verlustiging te noemen. En daarin Gods navolgers te zijn. Tenslotte voorspelt ons die dag de dag ! der ruste, de grote Sabbat, die naar de schepping ons deel en doel was, en die door de her-, schepping door Christus nu in het geloof en eenmaal ten volle hersteld wordt.

Deze frisse evangeliewind blaast al het wettische stof van de dag des Heeren af. Gods dag | roept ons tot Gods dienst.

De geestelijke betekenis van de Sabbat

Op de vraag: Verbiedt God dan ons alle ' werk op de rustdag? (168) antwoordt Calvijn niet kortaf met ja of neen. De zin van het vierde gebod is niet niets doen zonder meer. Wij moeten positief en volstrekt op de Heere betrokken zijn om in Hem te rusten. Er is een werk te doen waarin wij geestelijk bezig moeten zijn. De rustdag is geen juk waaronder wij zuchten, maar een dag om te vieren. Het antwoord is als volgt: Dit gebod moet op bijzondere wijze beschouwd worden. Want het waarnemen van de rust is een deel van de ceremoniën van de oude Wet, die is afgedaan door de komst van Christus.

Met ceremonieel bedoelt Calvijn, dat de zevende dag het volk Israël de geestelijke rust wilde afbeelden. Christus heeft die dag ver-I vuld en de rust aangebracht. De christen mag nu in God tot rust komen door het geloof in het volbrachte werk van Christus. Het helpt ons niet of wij de rustdag aan allerlei regels en voorschriften binden, die wij nauwgezet nako-i men, als we de geestelijke zin van de Sabbat niet verstaan, zodat de dag des Heer en ons een dag van bevrijding en verkwikking wordt.

Trek nu geen verkeerde conclusie. Je kunt zeggen en je hoort het ook om je heen beweren, dat het Oud-Testamentisch is om in ons geval de zondag een ereplaats toe te kennen in ons leven en in de samenleving.

Zeg je nu dat met Christus' komst ook de ene rustdag als zodanig is afgeschaft. Of zoals de volgende vraag luidt: Zegje, dat dit gebod bijzonder op de Joden ziet en hoort tot de tijd van het Oude Testament? (169) Uit beduchtheid voor het oude farizeïsme, dat maar niet begreep - en nog steeds niet begrijpt - dat de Sabbat is gemaakt om de mens, en niet de mens om de Sabbat, wil Calvijn niet van een wettische onderhouding van het vierde gebod weten. Een dag waarop je nauwelijks om je heen mag kijken, en je jezelf letterlijk moet opsluiten, om na te speuren hoever een ander over de schreef van dit gebod gaat.

Calvijn houdt vol dat de joodse en vooral de farizeese sabbatviering God niet langer aangenaam is. Inderdaad ziet dit gebod eigenijk alleen maar op de Joden, zoals het antwoord nog eens nadrukkelijk stelt: Ja, voor zover het gebod ceremonieel is. Alleen het ceremoniële heeft afgedaan. Omdat Christus de ware vervulling van de sabbat is. Maar dan heeft die dag toch nog iets blijvends. Daarvoor wordt aandacht gevraagd.

Houdt het vierde gebod dan ook iets meer dan het uiterlijke in? (170) Ja, zelfs in drievoudige betekenis. Welke zijn dat? (171) De afbeelding van de geestelijke rust, om de orde in de kerk te bewaren, en om te zorgen dat ons dienstpersoneel op zijn tijd rust krijgt.

Dat is de blijvende betekenis en waarde van de dag des Heeren. Want netzomin als je kunt zeggen dat we stelen, moorden en echtbreken kunnen, omdat Christus de wet volbracht heeft, kun je zeggen dat we Gods dag niet in acht hoeven te nemen, omdat het ceremoniële door Christus is volbracht. De vrijheid in Christus ontslaat ons niet van Gods geboden, maar geeft er een nieuwe inhoud aan. Om te beginnen: Wat is die geestelijke rust? (172) Antwoord: Ophouden met eigen werken, om de Heer e in ons te laten werken. Ons eigen werk houdt slechts in dat we slaafs ons uitsloven om zelfs door middel van een buitengewoon strenge en stipte, zogenaamde zondagsheiliging onze eigengerechtigheid laten gelden. Dan lopen we in de tredmolen van een wettische dienstbaarheid. We nemen de dag wel waar, maar niet voor de Heere. We denken niet eens aan de Heere. We vinden onszelf hoogstaand om alles wat we op zondag niet gedaan hebben. Vragen ons nooit af: Heb ik ook soms God niet verheerlijkt? God wil ons met de rustdag leren dat wij werkens-en verdienensmoe, ons in het geloof laten neerzinken op het werk van God, het volbrachte werk van Christus. Dat we zo arm zijn in onszelf, dat we openstaan voor het werk van Gods Geest in ons hart en naar Zijn welbehagen ons de Geest doet rusten in Jezus' doorboorde handen. Om zo thuis te komen aan Gods Vaderhart.

Zo leert ons Gods Woord onder meer in Hebreen 4, op grond waarvan Calvijn kan zeggen: , , Want onze zalige rust op de Sabbat beginnen wij hier, in die rust maken wij dagelijks nieuwe vorderingen" (Inst. II-VIII-30). Echter hoe groot en goed die rust ook is, ze is nog maar de voorsmaak en beeld van de eeuwige Sabbat.

Nu volgt opnieuw een vraag: Hoe en wanneer houden wij met onze eigen werken op? (173) Wij bevinden ons immers nog in voortdurende strijd met het vlees, de wereld en de zonde? De geestelijke rust is er en komt er, door ons vlees te doden, dat wil zeggen van onze eigen natuurlijke krachtsinspanningen af te zien, opdat God door Zijn Geest in ons werke. Welnu, dan is het niet slechts één dag per week Sabbat - zondag. Zonder de wezenlijke rust in God zet ons niets-doen op zondag geen geestelijke zoden aan de dijk. Vraag je maar eens af, zegt Calvijn: Moet het rusten maar op één dag gebeuren? (174) Natuurlijk niet. Je eet toch ook niet op één dag voor de hele week? Wat maakt onze zondagsviering vaak zo leeg, zo vervelend soms, zo sleurachtig, zo zonder een greintje geestelijke blijdschap? Dat we het allemaal heel streng en stipt doen op die ene dag, en dat we het verlossend en van de zonde bevrijdend werk maar niet aan God overlaten. Dat wij het zonodig moeten doen. En Gods Geest uitschakelen. En dat we een zucht van verlichting slaken als de rustdag voorbij is. Blij dat we weer onze eigen gang kunnen gaan. Op die manier laat de rustdag nooit iets na. Daarom moeten we goed naar het antwoord luisteren. Het rusten van de zonde moet voortdurend geschieden. Want als we eenmaal begonnen zijn, moeten we dat ons hele leven voortzetten. Dan stoppen wij Gods dag niet vol met netelige kwesties of met bijgelovige waarneming van een reeks verplichtingen, maar wordt de dag des Heeren er één met kostelijk uitzicht op de eeuwige sabbatsrust, die overblijft voor het volk van God. De dag dat wij geheel en al onszelf afgestorven zijn en met Gods leven en werk vervuld zijn geworden.

Waarom dan toch nog één dag onderhouden?

Calvijn werpt zelf die vraag op. Waarop is dan één bepaalde dag nodig, om die geestelijke rust uit te beelden? (175) Hechten we als christenen, die bepaald geen zondagschristenen willen zijn, dan toch niet teveel waarde aan één zo'n dag? Nee, omdat we de geestelijke inhoud, namelijk de rust bij God in Christus èn het rusten van onze boze werken, de doding van ons vlees, niet als afgedaan kunnen beschouwen. Een beetje moeilijk is het antwoord op de laatste vraag wel. Laat het even op u inwerken. Calvijn zegt: Het is niet nodig, dat het beeld geheel gelijk zij aan de werkelijkheid; het is genoeg, dat het er enige gelijkenis mee vertoont. Eenvoudig gezegd komt het hierop neer. We hebben die éne dag van de week hard nodig om ons te laten herinneren aan de diepe geestelijke inhoud van de rust in Christus, om heimwee in ons op te wekken en om ons op zondag en heel ons leven door een voorsmaak te geven van de eeuwige Sabbat, die hier begint. En hoewel de rust van die éne dag de volle werkelijkheid niet dekken kan, kan ze ons wel van vreugde doen zingen:

Dit is de dag, de roem der dagen, Die Israëls God geheiligd heeft. Laat ons verheugd van zorg ontslagen Hem roemen. Die ons blijdschap geeft.

H.V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 10 November 1995

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Een parel uit de schat der Kerk (28)

Bekijk de hele uitgave van Friday 10 November 1995

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken