Bekijk het origineel

Daniël (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Daniël (2)

6 minuten leestijd

BIJBELSE FIGUREN

Ook een tweede droom, die de vernedering van Nebukadnezar voorspelt, heeft Daniël uitgelegd. In de droom komen vaak de zaken terug, die op de dag onze gedachten in beslag namen. Zo zal ook de droom van Nebukadnezar over de hoge boom, wel zo ongeveer de weerspiegeling zijn geweest van zijn dagelijkse overdenkingen. In zijn droom zag hij een grote boom. Ze bedekte de gehele aarde en haar bovenste takken raakten de hemel aan. Dan verschijnt er een hemelse wachter die de boom ombouwt. Alleen stam en wortel blijven staan. Deze droom vond haar vervuUing in de zeven tijden dat Nebukadnezar van de mensen verstoten was en gelijk was aan de dieren van het veld. Dat gebeurde, nadat hij het trotse woord gesproken had: , , Is dit niet het grote Babel dat ik gebouv^d heb? " In dat boute spreken knielde hij voor zijn eigen , , ik". Deze zelfverheerlijking werd gestraft met de degradatie tot beest. Hij at gras als de ossen en zijn lichaam werd van de dauw des hemels nat gemaakt. Zijn nagels groeiden uit tot klauwen en zijn haar was als veren van een arend.

Onder Belsazar

Nebukadnezar werd opgevolgd door Evil-Merodach, Nergal-Sareër en Labase-Marduk. Deze zijn elkander snel opgevolgd, want samen hebben zij slechts 5 jaar geregeerd (561-556 voor Christus). Gedurende die periode horen we niets van Daniël. Van de koning die daarna komt, Nabonedus, (556-539) lezen we in het boek Daniël zelfs de naam niet. Dat is wel zo met Belsazar, de zoon van Nabonedus en kleinzoon van Nebukadnezar. Toen zijn vader in het buitenland verbleef, heeft deze Belsazar de regering waargenomen (550-545). Deze Belsazar kan het best gekarakteriseerd worden als een Uchtzinnige losbol. Hij nam het niet zo nauw. Terwijl zijn soldaten op het slagveld sterven en de vrouwen hun gesneuvelde mannen bewenen, viert hij feest. En wat nog erger is... hij pleegt heiligschennis. Hij plengt de offerwijn aan zijn afgoden uit de heilige vaten van de tempel in Jeruzalem die indertijd door Nebukadnezar waren meegevoerd naar Babel. Maar de Heere verstoort het feest van Belsazar. Tot ontzetting van de koning en zijn gasten, schreef een geheimzinnige hand het: , , Mené, Mené, Tekél, Upharsin" op de muur van de feestzaal. Toen Daniël dat geheimschrift ontcijferde heeft hij Belsazar dringend gewaarschuwd. Hij heeft hem gezegd, dat dit de grond was van Gods vonnis over zijn leven: , , Die God in Wiens hand uw adem is en bij Wien al uwe paden zijn, hebt gij niet verheerlijkt". Met een verwijzing naar wat er met Nebukadnezar gebeurde, waarschuwt hij in de naam van de God van Israël, Belsazar tegen zijn hoogmoed en heihgschennis. Zijn oordeel kan hij aflezen van de muur: , , Mené, Mené, Tekél, Upharsin". Zijn koningschap zal van hem genomen worden... hij is geteld en gewogen en te licht bevonden. Nog dezelfde nacht werd het vonnis voltrokken. De Perzen nemen de stad in en Belsazar wordt gedood.

De reactie van de koning op de woorden van Daniël is ongedacht. Hij wordt niet woedend zoals men zou denken. Integendeel, hij laat Daniël bekleden met purper en goud en roept hem uit tot de derde heerser in Babel.

Onder Darius de Meder

Als Darius de Meder koning van Babel wordt, breekt voor Daniël een nieuw tijdperk aan. Ondanks het feit dat hij intussen een oud man is geworden, wordt hij weer in aanzien verhoogd. De nieuwe machthebber reorganiseert het landsbestuur. Het rijk wordt verdeeld in 120 landschappen. Ze worden bestuurd door stadhouders. De controle over de uitvoering van het bestuur komt in handen van een driemanschap. Ook Daniël behoort daar toe. Al spoedig wordt Daniël de eerste van dit drietal. Het wekt de jaloezie op van de andere machthebbers in Babel. Ze willen Daniël ten val brengen. Eerst trachten ze hem te treffen op mogelijke fouten bij de uitvoering van zijn ambt. Als dat niet lukt, proberen ze hem te laten vallen op zijn vroomheid. Ze weten... schipperen met zijn geloof was Daniël vreemd. Listig spannen zij de strik, dat men dertig dagen lang, alleen aan de koning en aan niemand anders, een verzoek mag doen. Een gebedsverbod dus. Vleiend voor de koning, maar bedreigend voor overtreders. Want als straf op ongehoorzaamheid, dreigt de leeuwenkuil. Zie hoe achter dit streven van de stadhouders en de vorsten, het streven van de satan schuil gaat. Hij wil het gebed tot de Heere doen verstommen .-Dan toch zou Israël geen toekomst meer hebben. Als Daniël kennis neemt van deze maatregel, is zijn reactie: de binnenkamer opzoeken en gaan bidden. Er staat dat hij bad in gehoorzaamheid: , , ganselijk ge- lijk hij voor dezen gedaan had". Driemaal daags was het voorgeschreven en daar houdt hij zich aan. Op vaste uren klopte hij op de hemelpoort. En in die regelmaat ligt zegen. Dat heeft die arme weduwe ondervonden uit Jezus' gelijkenis: de aanhouder wint. Het gebed van Daniël was ook een ootmoedig gebed. Er staat, dat hij knielde op zijn knieën. Dat is niet vanzelfsprekend. Er zijn ook mensen, die tijdens het bidden op hun tenen gaan staan, zoals die farizeër in de tempel. Daniël bad ootmoedig. Waarom? Wel hij had belijdenis te doen. Nadrukkelijk staat dat erbij: , , hij bad en deed belijdenis." Belijdenis van zijn eigen zonden, maar ook van de gemeenschappelijke schuld van zijn volk. Daniël beseft diep... dat Jeruzalem in puin ligt en Israël in ballingschap toeft, niet de schuld is van de boze vijand, maar ze hebben zelf niet anders verdiend. Gelukkig de mens, die zo bidden kan. Die kan ook smeken om herstel en bevrijding. Want God heeft Zich met vele banden aan Zijn volk verbonden.

Daniël wordt om zijn standvastigheid aangeklaagd bij de koning. Met de situatie verlegen, zoekt deze naar een oplossing, waarbij de door hem zeer gewaardeerde Daniël gespaard blijft. Maar herroepen van deze wet van Meden en Perzen of gratie voor de overtreder is niet mogelijk. ^Daniël moet in de kuil. Zal dit het einde betekenen van deze trouwe Israëliet? De steen gaat op de kuil en wordt met het koninklijk zegen verzegeld. Maar de God van Israël is die God Die wonderen doet! Zoals Sadrach, Mesach en Abednego in de brandende oven zo werd Daniël in de leeuwenkuil wonderlijk bewaard. Dat blijkt, als de koning na een slapeloze nacht in de vroege morgen naar de kuil gaat en met droevig stem in de kuil roept. Want Daniël leeft! Men trekt hem uit de kuil en de aanklagers werpt men in de kuil. Wel is het leven van Daniël bewijs van wat de koning het volk laat bekend maken n.l. dat: , , Daniels God de Machtige is om te verlossen."

B.

H.H.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1996

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Daniël (2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1996

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken