Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De openbaring van de Verbondsgod

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De openbaring van de Verbondsgod

11 minuten leestijd

MEDITATIE

„Toen de Heere zag dat hij zich daarheen wendde om dat te bezien, zo riep God tot hem uit het midden van het braambos, en zeide: ozes, Mozes! En hij zeide: ie, hier ben ik. En Hij zeide: ader hier niet toe; trek uw schoenen uit van uw voeten, want de plaats waarop gij staat is heilig land. Hij zeide voorts: k ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Izak, en de God van Jakob. En Mozes verborg zijn aangezicht, want hij vreesde God aan te zien." Exodus 3 : 4—6

Wie is God? Die vraag heeft de mensheid de eeuwen door beziggehouden. En op die vraag zijn allerlei, soms zeer uiteenlopende antwoorden gegeven. God is liefde, zegt de één. Dat is eenzijdig, zegt een ander, God is een verterend vuur. En de derde merkt op: Wie God is, dat kunnen wij mensen niet weten. Het kan in menselijke woorden niet gezegd worden. Vandaag komen daar vele mensen bij die zeggen: Wie God is, dat is mij al een brug te ver. Voor mij is het de vraag: is er wel een God? En zo ja, waar is Hij dan? En als Hij er is, waarom laat Hij dan niets van Zich horen? Waarom laat Hij in deze wereld alles maar op z'n beloop? Het onrecht, het geweld, de terreur, de oorlog, de armoede, de honger...? Zijn dat vragen die alleen worden gesteld door de zogenaamde moderne mens? Of hebben die vragen altijd al geleefd? Israël was toch het volk van Gods Verbond? Waarom werd het dan zo verdrukt in Egypte? En God had een leider, een verlosser achter de hand. Waarom mocht Mozes niet meteen aan die taak beginnen? Waarom eerst 40 jaar aan het Egyptische hof, en dan nog eens 40 jaar de woestijn in? Is God Zijn belofte vergeten? Is God er eigenlijk wel? Of berust het allemaal op één grote vergissing? Onder zulke omstandigheden, wanneer niemand het meer ziet zitten, dan gaat de Heere Zich openbaren, dan gaat God Zelf zeggen Wie Hij is.

De openbaring van de Verbondsgod

1. wekt verwondering

Mozes achter de schapen...! Een man met zo'n opleiding, all-round gevormd, en dan onderduiker, schaapherder zijn. Niet voor een paar maanden, maar 40 jaar lang... Mozes, bent u daarvoor uit het water gevist? Bent u daarvoor gevormd en toegerust? Die vragen zijn vast weleens opgekomen in het hart van Mozes. Hij zal ook weleens gevraagd hebben: Heere, waaróm toch, en waar bent U toch? Een vergeten burger is hij geworden. Vergeten door de mensen en blijkbaar vergeten door zijn God. Maar dat laatste is niet waar. Want hoe donker ooit Gods weg moog wezen. Hij ziet in gunst op die Hem vrezen. Wat is de Heere wijs, dat Hij Zijn tijd niet laat samenvallen met de tijd van Mozes! Want als Mozes op zijn tijd had mogen beginnen, dan was er niets van terechtgekomen. Dan had hij niets gehad om op terug te vallen. Nu krijgt hij in de woestijn een leerschool, om te leren wachten op zijn God. Om te leren dat hij het niet kan in eigen kracht, maar dat in stilheid en vertrouwen zijn sterkte zal zijn.

En dan gaat het gebeuren. In de woestijn staat op een gegeven dag een struik je in brand. Dat is niets bijzonders, dat gebeurt wel vaker. Er is een vuurtje aangelegd om vlees te braden en er springen een paar vonken over, en zo'n nabijgelegen braamstruik raakt in brand. Alleen, dat duurt nooit lang. Als het hout verbrand is gaat het vuurtje vanzelf uit. Maar dit bosje blijft branden en daardoor wordt Mozes' nieuwsgierigheid opgewekt. Wat heeft dat te betekenen, een braambos dat aldoor brandt en niet door het vuur wordt verteerd? Wij weten inmiddels méér. Die brandende braambos is Israël. Overgeleverd aan de willekeur van de farao. Zuchtend onder de harde slavernij. En later... De progroms, en de Holocaust. Altijd stond die braambos in het vuur. We mogen ook zeggen, de Kerk, de Gemeente van Christus. Verdrukt, vervolgd, kwalijk behandeld. Hoog laaiden soms de vlammen der verdrukking op. En toch - zoals Israël niet is omgekomen onder de tirannie van de farao, zo komt ook de Gemeente van Christus niet om in het strijdperk van dit leven. We moeten wel door veel verdrukkingen ingaan in het Koninkrijk Gods. Maar de poorten der hel zullen de Gemeente niet overweldigen. Mag u het geloven als u kijkt naar uw eigen leven? Er is niet veel aantrekkelijks aan. Een onbeduidend braamstruikje. Zwak van moed en klein van krachten. En het vuur van de beproeving brandt nogal eens. Wat zal er van mijn leven overblijven? Ja, de braambos brandt, maar wordt niet verteerd. Omdat de Heere zo getrouw is als sterk en omdat Hij niet laat varen wat Zijn hand begon.

De openbaring van de Verbondsgod

2. vraagt vernedering

Mozes wordt gewaarschuwd: kom niet dichterbij, de grond is heilig. Natuurlijk niet die plek grond op zichzelf, maar omdat God tegenwoordig is. Dat moet Mozes vervullen met eerbied en ontzag. Daarom moet hij zijn sandalen uittrekken. Met het vuil van de woestijn aan zijn schoeisel mag hij niet staan op deze gewijde grond. Dat komt in het oosten vaker voor dat men een tempel of een godshuis slechts blootsvoets mag betreden. Daar zit de gedachte achter dat je als mens niet zomaar tot de godheid kunt naderen. Je kunt niet zomaar even bij de Heere binnenlopen. Daarvoor is de afstand te groot. Trouwens, waarom openbaart de Heere Zich in vuur? Een vuurhaard is ongenaakbaar. De vlammen laten zich niet grijpen. Ze zeggen: denk erom, als je leven je lief is, blijf dan op een afstand. Zijn we ons dat nog bewust, dat er een onmetelijke afstand is tussen de heilige God, en ons, zondaren? Vandaag spreken veel mensen over de Heere als over een vriend tegen wie ze alles mogen zeggen... Maar Abraham werd een vriend van God genoemd en toch zei hij: ik ben voor de Almachtige maar stof en as. En Jesaja was een man Gods, maar toen hij geconfronteerd werd met de Heilige, zittend op Zijn troon, riep hij uit: wee mij, ik verga, daar ik een man van onreine hppen ben... Mozes is later ook bij de Heere kind aan huis. Maar ook aan hem openbaart de Heere Zich in vuur. Hoe komt dat, die gevarenzone tussen God en mensen? Want dat is toch niet altijd zo geweest. Adam en Eva kenden de Heere aan de wind van de dag... Maar de zonde heeft scheiding gemaakt. De heilige God kan niet meer wonen bij zondige mensen. En wij zondaren kunnen niet meer naderen tot Hem. We zouden verteerd worden!

Dat gaan we zien, dat gaan we toestemmen wanneer God in ons leven komt... Dan geloven we dat God inderdaad God is. De Heilige en Rechtvaardige voor Wie wij niet kunnen bestaan. Dan houden we ook geen enkel excuus over. De tollenaar in de tempel zei niet: er zijn er wel meer die zich verrijkt hebben ten koste van anderen. Nee, hij was de ergste van allemaal. En hij kon het alleen maar uitschreeuwen: O God, wees mij, zondaar, genadig! Dat is nu de vernedering die de Heere Zelf bewerkt. Het gebroken hart en de verslagen geest die Hij niet zal verachten. Dat komt doordat de openbaring van Zijn majesteit tegelijk genade is. Want de Heere waarschuwt Mozes niet alleen dat hij op een afstand moet blijven. Hij gaat ook zeggen Wie Hij is. De God van Abraham, Izak en Jakob.

De openbaring van de Verbondsgod

3. geeft vertroosting

Nadat de Heere eerst afstand heeft geschapen komt Hij nu ineens heel dichtbij. Zo werkt Hij altijd. Eerst vernedert Hij wat hoog is, en wie dan in het stof lag neergebogen wordt door Hem weer opgericht. Ik ben de God van uw vader... Wat een bemoediging voor Mozes als hij daar staat op z'n blote voeten, vol ontzag voor de Goddelijke majesteit. In het gewone leven is zoiets al verrassend. Wanneer je iemand ontmoet die je nooit gezien hebt, je staat even vreemd tegenover elkaar, en dan zegt die ander: ik heb je vader of je grootvader goed gekend. Dat geeft een sfeer van vertrouwelijkheid. We zijn toch geen vreemden voor elkaar. Ik ben de God van uw vader. En Mozes heeft zijn eigen vader maar ternauwernood gekend. Want hij is al jong meegenomen naar het paleis om daar opgevoed en opgeleid te worden. Maar de Heere gaat nog veel verder terug. De God van Abraham, de vader van alle gelovigen. Abraham, die een vriend van God genoemd werd. En Izak, die een beetje in de schaduw van zijn vader stond, maar met wie de Heere toch ook het Verbond heeft vernieuwd. En Jakob, dat is misschien wel het grootste wonder. Dat Hij ook de God van Jakob wilde zijn. Want zijn leven was er niet naar... Ondanks alle donkere bladzijden in zijn levensboek, toch de God van Jakob.

Dat wil zeggen: Ik doe u niet naar uw zonde en Ik vergeld u niet naar uw ongerechtigheid. Ik ben een God, groot van goedertierenheid. En nu leven ze allang niet meer. Abraham, Izak en Jakob. En toch zegt de Heere niet: Ik was hun God, maar Ik bèn het. Dat zegt alles over Zijn trouw en Zijn genade. De God van het voorgeslacht houdt getrouw Zijn Woord, ook aan het nageslacht. Gelooft u dat, dat Hij de God van het Verbond is. Die doen zal alles wat Hij gesproken heeft? Die Naam alleen al is de garantie dat Zijn volk niet tenonder zal gaan. Israël niet, in de hitte van de verdrukking. En Zijn Gemeente niet, in het strijdperk van dit leven. En u niet, die denkt: ik zal nog één dezer dagen omkomen... Want op dit moment zucht Israël nog onder de slavendrijvers. Niemand van het volk weet wat hier in de woestijn gebeurt. Maar de Heere is bezig voor verlossing te zorgen. Daar ergens bij de Horeb zegt Hij tegen Mozes: Ik ben de God van Abraham, Izak en Jakob. Wat een wonderlijke God! Eerst zegt Hij: kom niet te dicht bij Me. En dan laat Hij erop volgen: vreest niet, want Ik ben de God van het Verbond. Nooit het ene in mindering brengen op het andere! Wie de Heere alleen ziet als de Heilige Die de zonde straft, die doet aan Zijn openbaring tekort. Want het is Zijn bedoeling Zijn genade en Zijn barmhartigheid te openbaren. Maar wie Hem alleen ziet als de Genadige en de Barmhartige heeft ook een éénzijdig beeld 1 van die God. Want Zijn genade krijgt pas waarde waar een mens als schuldenaar aan Zijn voeten hgt. Op deze zal Ik zien, zegt de Heere, op de arme en verslagene van geest en die voor Mijn Woord beeft.

De openbaring van de Verbondsgod

4. leidt tot aanbidding

Nu heeft deze geschiedenis toch een eigenaardig slot. Mozes vreest God aan te zien... God heeft toch tot hem gesproken: ik ben de God van uw vader, de Verbondsgod. Mozes kan nu gerust zijn. Waarom springt hij nu niet óp van vreugde? Of doet de ervaring van die genade Mozes nóg dieper voor God buigen? Want als wij zien wie wij zijn, dan wordt het wonder zo groot dat de Heere in gunst en in genade op ons neerziet. Wanneer het scheepje van Petrus bijna zinkt onder de zegen van Christus, dan roept Petrus: Heere, ga uit van mij, want ik ben een zondig mens... Genade verhoogt de mens niet, genade verhoogt de Heere. Waar Hij Zijn genade bewijst, daar valt een zondaar aan Zijn voeten neer: wie ben ik dat U naar mij omziet? Dat leidt tot aanbidding. Toen de Heere Zich openbaarde in Zijn heiligheid, toen moest Mozes gewaarschuwd worden: denk eraan, niet te dichtbij komen. Maar nu Hij Zich heeft geopenbaard in Zijn genade, nu knielt Mozes vanzelf. Dat maakt een mens, ook een groot mens als Mozes, klein. Dat houdt een mens, ook een hoogbegenadigd mens, laag bij de grond. Want als we meer zijn dan een zondaar, dan hebben we Christus niet nodig. De Middelaar van het Verbond Die verteerd is in het vuur van Gods heiligheid, opdat de Heere vriendelijk zou kunnen neerzien op zondaren. Hoe vèr gaat Hij Mozes te boven! De Wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. Aan Mozes heeft de Heere Zich vele keren geopenbaard. Maar Mozes kon de aanblik van Gods majesteit nauwelijks verdragen. Christus zegt: wie Mij gezien heeft, die heeft de Vader gezien. En in Hem hebben we Gods heerlijkheid aanschouwd, de heerlijkheid van de Eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid. Wie is God? Op die vraag hebben we antwoord gekregen. Hij is de God van Abraham, Izak en Jakob. De God Die in Christus heel Zijn hart heeft opengelegd.

En allen die in de verdrukking van Egyp-te zitten of schijnbaar doelloos zwerven door de woestijn van dit leven mogen het weten: de Heere zal genadig al Zijn beloften vervullen. En wat er dan overblijft is aanbidding. Want aan de oevers van de glazen zee wordt het lied van Mozes gezongen: groot en wonderlijk zijn Uw werken...

W.v.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 november 1996

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

De openbaring van de Verbondsgod

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 november 1996

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken