Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Was de Hervormde Kerk een volkskerk?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Was de Hervormde Kerk een volkskerk?

5 minuten leestijd

HOOFDARTIKEL

Ik had ernaar uitgezien en ik kijk er nu dankbaar op terug: zaterdag 5 april in de Utrechtse Jacobikerk, waar de Vereniging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis een themadag had georganiseerd over de vraag: , , Was de Nederlandse Hervormde Kerk een volkskerk? " Zeven inleidingen, gehouden door mannen van naam, voor een dikke honderd belangstellenden. Wat een schijntje mensen! zeiden we tegen elkaar. Wat een geweldige opkomst! vonden de organisatoren. Ja, het is maar wat voor verwachtingen je hebt...

Duifhuis

Het was goed, in de oude, schitterend gerestaureerde kerk van St-Jacob te zijn. Op historische grond, noemen we dat. Niet al- len omdat daar ooit ons huwelijk werd ingezegend, al was dat een aardige bijkomstigheid, maar vooral omdat in deze parochiekerk de Reformatie van Utrecht begonnen is. De voorzitter herinnerde eraan hoe de pastoor, Huibert Duifhuis, in het derde kwartaal van de 16e eeuw hier een eigen weg ging, los van Rome, maar zonder zich te verenigen met de Calvinisten. Een Reformatie naar het model van Erasmus. Van de rechtvaardiging door het geloof moest Duifhuis niet veel hebben, en nog minder van Gods eeuwige verkiezing. In zijn prediking lag de nadruk op een leven in gehoorzaamheid aan het Woord. Aan belijdenisgeschriften wilde hij niet gebonden zijn, hij had de verdraagzaamheid jegens andersdenkenden hoog in het vaandel geschreven. Een kerkenraad had hij niet nodig, de zorg voor zijn kerk legde hij in handen van de overheid.

Intussen kregen ook de onversneden Calvinisten in Utrecht meer voet aan de grond, en zo waren er twee Hervormde , , modahteiten": de parochie van Duifhuis, en de , , consistorialen". Een pluriforme gemeente, meteen in de begintijd van de Reformatie! Maar de Gereformeerde richting won terrein en uiteindelijk werd de gemeente van Duifhuis geïntegreerd.

Volkskerk?

Het probleem dat Utrecht in de 16e eeuw al bezighield is tot de dag van vandaag actueel gebleven. Is de kerk gebonden aan een belijdenis? Hoe ver mag de pluriformiteit gaan? En wat is de plaats en de functie van de kerk in het volksleven? Over deze en dergelijke vragen ging het die zaterdag in de Jacobikerk. Maar sluitende antwoorden - we werden van tevoren gewaarschuwd - mochten niet worden verwacht.

Tot de Reformatie was er in Nederland één kerk: de Rooms-Katholieke, die de hele bevolking omvatte. Tegen het einde van de 16e eeuw had in bijna alle plaatsen de Gereformeerde Kerk die rol 'overgenomen. Maar dat gebeurde niet restloos: de Rooms-Katholieke Kerk bleef - hoewel ondergronds - voortbestaan. Daarnaast waren er de dissidente groepen, onder andere de Dopers en de Luthersen. Maar de Gereformeerde Kerk was de enige die van overheidswege werd erkend, en iedere burger mocht van haar diensten gebruik maken. Elk kind kon in principe in die kerk worden gedoopt, alle paartjes konden erin trouwen. En uiteraard was iedereen welkom in de kerkdiensten. Een kerk vóór het volk dus. Maar wanneer men tot die kerk toetrad was dat een persoonlijke keuze: alleen wie lidmaat werd mocht deelnemen aan het Heilig Avondmaal en kon in geval van afwijking in leer en leven met de tucht te maken krijgen.

Om de betrekkelijk kleine kring van hdmaten heen was er de grotere kring van hen die de prediking aanhoorden, de zogenaamde , , liefhebbers van de Gereformeerde religie". Je kon die kerk een volkskerk noemen, want zij was er voor het hele volk, maar met evenveel recht kon zij een vrijwilligerskerk heten, want niemand werd gedwongen zich als lidmaat bij haar te voegen.

Kuyper en Hoedemaker

Overigens is de vraag of de Gereformeerde Kerk een volkskerk was, een anachronisme. Pas in de 19e eeuw zou die vraag relevant worden, bij het conflict tussen Kuyper en Hoedemaker. Bij Kuyper was de kerk gebaseerd op een vrijwillige keuze, zoals hij ook op andere terreinen - de pohtiek, het onderwijs, de pers - de Gereformeerde krachten wilde bundelen. Zijn rivaal Hoedemaker moest van deze , , zuilvorming" niet veel hebben: hij kon geen vrijmoedigheid vinden, de rest van het volk prijs te geven.

Na de Tweede Wereldoorlog presenteerde de Nederlandse Hervormde Kerk zich nadrukkelijk als , , Christus-belijdende volkskerk", maar dat ideaal heeft zij al gauw stilzwijgend losgelaten. De massale afval is daaraan uiteraard niet vreemd. Het getuigt van weinig zin voor de realiteit, aldus de meeste sprekers op de themadag, wanneer men vandaag een kerk die misschien nog tien procent van de bevolking omvat, persé wil zien als „volkskerk”.

Samen-op-Weg

Het lag voor de hand dat Samen-op-Weg niet buiten het gezichtsveld zou blijven, en dat was ook niet de bedoeling. Zelfs wanneer de fusie tussen de drie kerken tot stand komt - afgezien van de vraag of dan de oude Hervormde Kerk nog bestaat! - dan zal bij de voortgaande secularisatie die nieuwe kerk nog hooguit 15% van de bevolking omvatten. Ook deze kerk kan dan geen aanspraak meer maken op de naam , , volkskerk”.

Het probleem dat in Utrecht aan de orde was, was op zichzelf interessant genoeg. Maar wie bezig is met de vraag of de Hervormde Kerk een volkskerk is, of ooit geweest is, voert in het licht van de huidige situatie een achterhoedegevecht. De Gereformeerde Kerk, twee eeuwen lang de bevoorrechte kerk, werd bij de scheiding van Kerk en Staat in 1796 de Hervormde Kerk, gelijkgesteld met alle andere genootschappen, en is nu nog een restant van wat zij eenmaal is geweest. En dat zij er nog is, is niet te danken aan de trouw en de inzet van haar leden, maar aan de trouw van God Die niet laat varen wat Zijn hand begon. Dat laatste is voldoende om alle triomfalisme en ideahsme bij de wortel af te snijden. Maar het laat onze verantwoordelijkheid, ook in het So W-proces onverlet, want ook het restant van wat eens , , de vaderlandse kerk" was, en dat straks misschien opgaat in de VPKN, of hoe die nieuwe kerk ook mag gaan heten, valt onder de vermaning en de bedreiging: , , Gedenk dan waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeert u... en zo niet, Ik zal u haastiglijk bijkomen en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert”.

W.v.G.

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 1997

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Was de Hervormde Kerk een volkskerk?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 1997

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken