Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Werkdruk op de kerkvloer

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Werkdruk op de kerkvloer

7 minuten leestijd

HOOFDARTIKEL

„De dominee, de dokter, de notaris, y y Tx: y Drievoudig beeld van al wat wijs en waar is”

dichtte Jan Gresshoof vóór de Tweede Wereldoorlog... Dat is inmiddels voltooid verleden tijd. Niet alleen Menno ter Braak nam, ook al vóór de oorlog, , , Af scheid van domineesland", velen zijn hem in de naoorlogse jaren gevolgd.

De dominee heeft, evenals trouwens de dokter en de notaris, veel van zijn waardigheid en gezag verloren, en is in de samenleving vrijwel anoniem geworden. In elk geval kan hij niet meer geteld worden onder , , de donkere burgerheren" die Jan Gresshoff , , langzaam zag wandelen over 't Velperplein”.

En nu, ineens, staat de dominee weer in de belangstelling. Allereerst op de tentoonstelling in het Utrechtse Catharijneconvent, , , Vier eeuwen domineesland", waarop ik misschien in het vervolg nog weleens terugkom. Maar ook als gevolg van de publicatie van de Bond van Nederlandse predikanten, die verontrustende berichten de wereld instuurde. De media zijn daar terstond handig op ingesprongen. Dominees zouden steeds minder goed functioneren, conflicten tussen predikanten en kerkenraden zouden aan de orde van de dag zijn, en steeds meer voorgangers raken gestresst, verlaten het ambt, worden van de gemeente losgemaakt, of blijven hun werk doen met tal van frustraties.

Tenslotte werden al deze dingen nog eens op een rij gezet tijdens de jaarlijkse predi- kantendag die onlangs in de Utrechtse Domkerk werd gehouden.

Gezagsverlies

Het is niet voor het eerst dat deze geluiden te horen zijn. Wanneer we zeggen dat het ambt heel wat van de uiterlijke glans heeft verloren, dan staat dat gelijk met het intrappen van de bekende open deur. De meeste predikanten zijn qua uiterlijk niet meer herkenbaar - , , ze hebben een schutkleur aangenomen", las ik ergens - maar ook binnen de gemeente hebben ze niet weinig aan gezag ingeboet. De gemeenteleden zijn mondig en laten dat merken ook. Ze spreken zonodig hun dominee tegen of ze leggen zijn woord rustig naast zich neer. Je kunt dat betreuren, maar er niet zoveel aan veranderen. Of we moeten terugverlangen naar de tijd waarin de dominee gelijk had omdat hij de dominee was, is intussen de vraag. De gemeenteleden van Bérea worden in de bijbel geprezen boven die van Thessalonica omdat , , ze dagelijks de Schriften onderzochten of deze dingen alzo waren". Die aanvaardden dus ook niet klakkeloos wat hen werd voorgeschoteld. Dat de predikant gerespecteerd dient te worden terwille van het ambt dat hij bekleedt is iets anders. Maar dat hoeft nog niet te betekenen dat hij mijlenver boven zijn gemeente staat en boven alle kritiek verheven is.

Takenpakket

Intussen is zijn takenpakket aanmerkelijk verzwaard. Behalve het traditionele werk - prediking, catechese en pastoraat - wordt van hem verwacht dat hij leiding kan geven aan vergaderingen, dat hij de motor is van allerlei bijbel-en gesprekskringen. Hij mag de bejaarden niet vergeten, maar moet ook een antenne hebben voor de jongeren in zijn gemeente. En in het pastoraat komt hij in aanraking met problemen die voorheen buiten zijn gezichtsveld lagen: homifihe, incest, samenwonen, enzovoorts.

Daarbij hebben gemeenteleden dikwijls een verwachtingspatroon waaraan geen en­ kele dominee kan voldoen. Er zijn van die lijsten in omloop, waarin het allemaal wordt opgesomd: hij moest zus en zo zijn, hij moest dit en dat doen. Kortom, een schaap met vijf poten. Die lijsten worden vaak gepubhceerd in kerkbodes, als ludieke bladvullingen, zonder dat de gemeente voldoende beseft hoe bloedserieus dat allemaal overkomt bij hun dominee. Die loopt voortdurend op zijn tenen, met in zijn achterhoofd de frustrerende gedachte dat hij nóg allerlei dingen moest laten liggen...

Nog meer zekeringen?

Het is toch eigenlijk een beetje merkwaardig. In het verleden werd een afgestudeerde theoloog, soms nauwelijks 23 jaar oud, zomaar op een gemeente losgelaten. Van een vicariaat had nooit iemand gehoord; het seminarie bestond nog niet; aan een verpUcht mentoraat voor beginnende predikanten werd niet gedacht. De dominee moest zichzelf maar zien te redden, en hij redde het ook, want ook al riep zijn prediking of zijn optreden soms vragen op, niemand had het hart iets van zijn werkwijze te zeggen.

In onze tijd moet de candidaat, en later de predikant, alle genoemde stations passeren, en nóg loopt hij de kans te ontsporen. Moeten er nóg meer zekeringen worden aangebracht? Moet men een jonge dominee - zoals sommigen voorstellen - eerst een proefperiode laten doormaken, om later, als die tot wederzijds genoegen is verlopen, definitief aan de gemeente verbonden te worden? Of moeten zijn werkzaamheden duidelijker omschreven worden, desnoods vastgelegd in een CAO?

Op de Utrechtse predikantendag werden nog andere balletjes opgegooid. Predikanten zouden zich moeten specialiseren. Niet alle ambtelijke werkzaamheden , , liggen" immers iedereen? Laat een dominee zich ontwikkelen in dat gedeelte van het werk waar hij goed in is, en laat hem voor het werk dat hem niet zo ligt, terugvallen op collega’s.

Aanleg

Het zal allemaal wel goed bedoeld zijn, maar of het in de praktijk zal werken is nog de vraag. Ook voor het ambt moet iemand een bepaalde aanleg hebben: mensenkennis, contactuele eigenschappen, inzicht in situaties. Wie daarover enigermate beschikt, zal wel redelijk slagen. En wie het niet , , in zijn vingers" heeft, die loopt vast, al zou hij nog meer praktische vorming krijgen, en nog meer sluizen moeten passeren.

En specialisatie? Je kunt het toch niet maken in een éénmansgemeente, een dominee vrij te stellen van catechese of pastoraat? Of hem de hele week bezoeken laten doen, en voor de zondagse diensten gastpredikanten vragen?

Ambt of functie

Ik denk dat het probleem ergens anders ligt. Onze tijd is ingesteld op rendabiliteit en , , efficiency". Dat gaat aan de kerk niet voorbij. Het ambt lijdt danig aan uitholling, en als gevolg daarvan zijn er kerkenraden en gemeenteleden die de predikant beschouwen als een soort functionaris, die ervoor ingehuurd is om zoveel mogelijk te presteren. Het besef dat hij allereerst herder is, die de kudde van de Heere mag leiden en weiden, is zoekgeraakt.

Laat niemand denken dat deze mentaliteit onze gemeente voorbijgaat. Toen in 1951 werd gesproken over de mogelijkheid dat een predikant zou solliciteren naar een bepaalde vacature, sprak de synode uit dat zoiets , , beneden de waardigheid van het ambt" was. Nu, veertig jaar later, staat Woord en Dienst bol van de advertenties waarin predikanten tot een sollicitatie worden uitgenodigd. Als het ambtelijk besef in de breedte van de kerk zo teloor gegaan is, waarom zou het dan onder ons intact blijven? We zijn vaak meer door de tijdgeest geïnfiltreerd dan we zelf voor waar willen houden.

Wijze ouderlingen

In vele gevallen ontbreekt het ook onder ons aan wijze ouderlingen, die een dominee tactisch begeleiden. In het verleden deden zulke verhalen de ronde, van jonge predikanten die in hun eerste gemeente een tweede vorming kregen door het regelmatige, geestelijke contact met een begenadigde en begaafde oudeding. Zonder dat iemand anders daarvan op de hoogte was, fungeerde zo'n ambtsdrager als , , praatpaal" voor de dominee, die ook zijn hefdevolle kritiek ter harte nam. Jaren later kon een predikant daar nog met dankbaarheid aan terugdenken en over spreken.

Het lijkt wel alsof dat tot het verleden behoort. Soms bereiken je verhalen van kerkenraadsleden die aan hun predikant alleen maar vragen: , , Bent u daar en daar al geweest? " Maar ook van predikanten die na een goedbedoelde opmerking van een ouderling over de inhoud van de preek, reageren met: , , Hebt u theologie gestudeerd of ik? " Het zullen hopelijk uitzonderingen zijn, maar als er iets van waar is, dan zijn het bewijzen voor het feit dat er aan de verhouding tussen kerkenraad en predikant iets mankeert, en dat beide onvoldoende zicht hebben op het ambt als dienende taak in de gemeente van Christus.

Laten kerkenraden beseffen dat ze niet een werknemer in dienst hebben, wiens prestaties zij van tijd tot tijd moeten beoordelen. En laten dominees zich niet verheffen op hun ambtelijke waardigheid, maar zich evenmin laten degraderen tot functionarissen. Ze zijn geen knechtjes van de gemeente of werknemers van de kerkenraad, maar dienaren van Christus en van het Woord.

W.v.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1997

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Werkdruk op de kerkvloer

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1997

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken