Bekijk het origineel

God waakt over Zijn Woord

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

God waakt over Zijn Woord

10 minuten leestijd

MEDITATIE

„Wijders geschiedde des Heeren Woord tot mij zeggende: at ziet gij, Jeremia? En ik zeide: k zie een amandelroede. En de Heere zei tot mij: ij hebt wèl gezien, want Ik zal wakker zijn over Mijn Woord, om dat te doen.” Jeremia 1 : 11—12

Het is in het leven van Jeremia wel heel anders gelopen dan hij zich had voorgesteld. Dat overkomt ons allemaal wel, in meerdere of in mindere mate. Soms neemt ons leven een verrassende wending. Soms komen we voor een opdracht of een opgave te staan, waarvan we ons afvragen: hoe moet ik dat klaarspelen? Maar we kunnen niet terug en we kunnen er niet onderuit. Dan gaan we weleens fantaseren: als het nu eens zus of zo gegaan was.. Maar daar kom je niet zoveel verder mee...

Jeremia is een priesterzoon. En wat lag er meer voor de hand dan dat hij zelf ook priester zou worden? Nee, zegt de Heere, Ik heb u tot een profeet gesteld. Tot een profeet der volken nog wel! En dat in een tijd waarin heel de volkerenwereld gist en kookt... Jeremia zal het Woord van zijn God moeten brengen, niet alleen aan zijn eigen volk, Juda, maar ook aan de omhggende volken. Want de Heere is een Koning van de ganse aarde.

Een ontzaglijke taak. Jeremia voelt zich dan ook ten enenmale ongeschikt. Hij zou deze opdracht veel hever ontlopen. Hij heeft allerlei uitvluchten bij de hand om eronder uit te komen. Hij is te jong, hij heeft nog zo weinig ervaring, hij is van nature wat vreesachtig.

Dat herkent ieder die geroepen wordt tot een ambt. Moet ik dat doen? Maar ik heb daarvoor totaal geen capaciteiten... Hoe kun je leraar worden, terwijl je zelf leerling bent en blijft?

Jeremia moet nodig wat begeleiding hebben! Een cursus volgen om zijn faalangst te overwinnen. En een beetje meer zelfvertrouwen, een beetje meer moed zou niet verkeerd zijn. Dan zal het steeds beter gaan.

Nee, zo werkt de Heere niet. Bij een sollicitatie worden de besten - althans naar het inzicht van de directie - eruit gepikt. Maar dat kan de Heere niet doen. Want voor het werk in Zijn Koninkrijk is niemand geschikt. Maar de mensen die Hij roept, die maakt Hij ook bekwaam.

En dan wordt het toch weer gemakkelijk. Want Jeremia hoeft zelf niets te doen. Hij hoeft alleen maar te luisteren naar wat de Heere zegt, en vervolgens mag hij dat Woord doorgeven. Alzo spreekt de Heere.

Dat is bevrijdend, voor ieder die in deze dienst mag staan. We hoeven onszelf niet óp te krikken en op te vijzelen. We hoeven ons niet anders voor te doen dan we zijn. De Heere zegt: overal waarheen Ik u zend zult gij gaan, en alles wat Ik tot u zeggen zal zult gij spreken....

1. De roeping bevestigd

Het is overigens geen geringe opdracht die Jeremia krijgt. Ik stel u, zegt de Heere, om uit te rukken en om af te breken en te verderven en te verstoren, óók om te planten en te bouwen. Vier negatieve werkwoorden en twee positieve. Het land is vol dorens en distels, het moet eerst grondig schoongemaakt worden, voor er iets kan groeien. Alle ruïnes moeten gesloopt worden, voordat aan nieuwbouw kan worden gedacht.

Dat is vandaag niet anders. Het Woord fungeert als een tweesnijdend zwaard. Het breekt alles van ons af, omdat er plaats moet komen voor het werk van de Heere. Maar afbreken en uitrukken is niet Gods eigenlijke werk. Het gaat om het bouwen en om het planten.

Zo is het toch ook in het gewone leven? Waarom wordt een stuk grond gereinigd van onkruid, van dorens en distels? Toch alleen opdat er gezaaid en geplant kan worden? En waarom wordt een bouwval afgebroken? Zomaar om te slopen? Nee, omdat er op die plek nieuwbouw moet komen.

Wij zijn geen dienaren van de wet, die nooit verder komen dan ontdekken en afbreken. We zijn dienaren van het Evangelie, we verkondigen dat de Heere een nieuw begin maakt, daar waar niets meer te verwachten is.

Hoe gebeurt dat? Daarvoor moeten we terug naar Jeremia. Want terwijl hij nog zit na te denken over de opdracht die op zijn schouders is gelegd, krijgt hij iets te zien. Wat ziet gij, Jeremia? vraagt de Heere.

Dat zal wel iets geweldigs zijn! Wie tot zo'n hoge taak wordt geroepen, aan hem zal de Heere wel iets bijzonders laten zien.

Nee, Jeremia ziet niets dan een simpel takje, een twijg van een amandelboom.

Zó klein begint de Heere. Zó eenvoudig is Zijn onderwijs. We moeten altijd maar onze ogen en onze oren de kost geven. Het kan gebeuren dat de Heere door de kleinste dingen in het leven tegen ons wil spreken.

Later heeft de Heere Zijn profeet eens naar boven laten kijken. Naar de ooievaars en de kranen en zwaluwen, die op weg gingen naar hun winterverblijf. Die weten precies wanneer zij moeten vertrekken. Maar Mijn volk weet niets, zei de Heere, het is nog minder dan die trekvogels.

En Jesaja werd meegenomen naar een stal, om naar een os en een ezel te kijken. Die beesten weten precies waar hun kribbe staat. Mijn volk kan er nog van leren, zei de Heere, want dat kent zijn Eigenaar niet...

Eenvoudig, en toch hemels onderwijs. Ook die amandeltak. De profeet kan alleen maar zeggen wat het is, hij weet nog niet wat het betekent. Hij moet er nog naar gissen wat de Heere hem wil leren. Maar dat hoeft hij ook nog niet te weten. De Heere heeft hem niet gevraagd wat het betekent, Hij heeft hem alleen gevraagd wat hij zag.

Op de hemelse leerschool leren we niet alles op één dag. We moeten ook niet alles tegelijk willen weten. Wat we leren moeten, dat leert de Heere ons wel op Zijn tijd.

De Heere begint zo eenvoudig. We hebben alleen maar te zeggen: merk op, mijn ziel, wat antwoord God u geeft.

Wat ziet gij, Jeremia? Ik zie een amandelroede. En dan zegt de Heere: Gij hebt wèl gezien. Jeremia krijgt als het ware een pluimpje. Goed zo, Jeremia, het is het goede antwoord, het is volkomen juist. Een amandeltwijg.

Zo wordt de profeet bevestigd in zijn roeping. Want die amandeltwijg staat in verband met het voorgaande. Wijders, zei de profeet, verder geschiedde des Heeren Woord tot mij... Misschien direct na het voorafgaande, misschien een dag of twee later. Maar in ieder geval wordt ermee bevestigd wat de Heere gesproken heeft. Jeremia mag eruit opmaken: ik heb me niet vergist, ik heb niet gedroomd, de Heere komt erop terug.

Verlangt u ook weleens naar een bevestiging van Gods kant? Het moest niet nodig zijn, wanneer de Heere één keer spreekt moet het genoeg zijn. Maar het is zo groot, wanneer we het Woord uit Gods mond mogen horen. En dan vragen we weleens of de Heere het wil bevestigen, of Hij erop terug wil komen.

Gedenk aan 't Woord, gesproken tot Uw knecht. Waarop Gij mij verwachting hebt gegeven.

Jeremia hoeft er niet om te vragen. De Heere richt eigener beweging opnieuw het Woord tot hem. En nu gaat Hij ook uitleggen wat het betekent.

2. De geroepene bemoedigd

Gij hebt wèl gezien, want Ik zal wakker zijn over Mijn Woord, om dat te doen. Daar begrijpen we in eerste instantie niets van. Wat heeft die bloeiende amandeltak te maken met het feit dat de Heere waakt over Zijn Woord?

We hebben in het Hebreeuws te doen met een woordspehng. Het woord voor amandeltwijg is op de klank af bijna hetzelfde als het woord voor waken. Calvijn vertaalt dan ook: ik zie een wachtersroede. En die naam heeft deze plant niet zómaar. De amandel is een vroegbloeier. Wanneer alle bomen en planten nog hun winterslaap slapen, dan is de amandel alweer wakker. Het eerste teken dat de winter voorbij is en dat de lente eraan komt.

De Heere bedoelt dus: zoals deze boom vroeg wakker is, zo ben Ik vroeg wakker over Mijn Woord. De amandelboom is een beeld van de Wachter Israels Die nooit slaapt of sluimert. Ook al denken wij soms dat er van Zijn beloften niets terecht komt, de waakzame God vergeet ze niet en is al bezig ze te vervullen vóór we er erg in hebben. Trouwens, hoe vaak zegt Hij het niet, dat Hij Zijn profeten zendt, vroeg op zijnde en zendende? Dat iS een bemoediging, allereerst voor Jeremia. Hij heeft een ontzaglijke opdracht gekregen. Een taak die zijn krachten te boven gaan. En nu komt de Heere Zelf hem onderwijs geven. Nu zegt Hij met zoveel woorden: Jeremia, je hoeft er zelf niets aan te doen. Je mag alleen Mijn Woord doorgeven. En voor de vervulling van dat Woord sta Ik Zelf in.

Een bemoediging ook voor allen, die in die dienst mogen staan. We hebben allemaal tijden waarin we denken: zou er nog iets van terechtkomen? Het kan zo stil zijn in een gemeente. Er is bedrijvigheid genoeg, maar gebeurt er ook wat? Waar is de vrucht op al dat werk? Wordt er weleens iemand door het Woord geraakt? Een oudere of een jongere die de Heere nodig krijgt? Iemand in wiens hart Christus een gestalte heeft gekregen? In zo'n moedeloze bui zegt de Heere weleens: ga nu maar slapen. Ik ben wakker over Mijn Woord.

En een bemoediging voor allen voor wie dat Woord betekenis heeft gekregen. Want ook in ons leven kan het winter zijn, en lijken alsof het nooit meer lente zal worden. Is het wel waar dat ik ooit door dat Woord ben overwonnen, dat ik ooit voor dat Woord heb leren buigen? Een bijbel vol beloften, maar ze doen ons niets. Een slordig gebedsleven. Gedachten waarvoor we ons moesten schamen.

Kijk eens naar die bloeiende amandeltak, zegt de Heere. Terwijl de natuur nog in haar winterslaap ligt verzonken staat dat twijgje al in bloei. Zó waak Ik over Mijn Woord. Niet één van Mijn beloften zal op de aarde vallen.

Hoe weet ik dat? Dan moeten we deze profeet even vergeten. Dan moet Jeremia wegvallen, en alle andere profeten. Dan blijft HIJ over, onze hoogste Profeet. Het Woord dat bij God was en dat God Zelf was. In Hem ligt de garantie dat de Heere zal doen alles wat Hij gesproken heeft. Alle beloften Gods, zovele als er zijn, zijn in Hem ja en amen, Gode tot heerlijkheid.

Gelooft u dat? Want als dat Woord u geen nut doet, als u zich tegen dat Woord verhardt, dan zal dat Woord u eenmaal veroordelen.

Maar als dat Woord u boven alles lief geworden is, dan zal de Heere al Zijn beloften aan u vervullen. Ook al denkt u misschien: Zouden Zijn beloftenissen verder haar vervulling missen? De Heere waakt over Zijn Woord. En Hij geeft het Zijn beminden als in de slaap.

En wanneer we eenmaal voorgoed inslapen, dan zal Hij nog waken over ons stof. En op de grote morgen, als de winter voorgoed voorbij is en de eeuwige lente is aangebroken, dan zal Hij nóg wakker zijn over Zijn Woord. Dan zullen we Hem zien. Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, samen met Hem leven zouden.

W.v.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1997

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

God waakt over Zijn Woord

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1997

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken