Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kom, ga met ons... (3) (Over de eredienst)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kom, ga met ons... (3) (Over de eredienst)

8 minuten leestijd

PASTORAAL

O pnieuw letten we op enkele momenten uit de eredienst. De volgorde waarin de verschillende onderdelen worden genoemd is wat willekeurig. De bedoeling van deze artikelen is niet dat we de orde van dienst doorlichten. Per gemeente kan bijvoorbeeld het moment verschillen waarop de inzameling van de gaven plaatsvindt. Dat is een zaak van de kerkenraad. Het gaat ons in deze serie om een bewuste beleving van de diverse onderdelen van de eredienst.

Het zingen

Tijdens de dienst wordt er meerdere keren gezongen. Een onderdeel dat we niet graag zouden missen. Zingen is een bijbels gegeven. Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament komen we de gemeentezang tegen. Veel psalmen hebben een plaats gekregen in de eredienst in de tempel. Op een uitbundige wijze werd de Naam van de Heere grootgemaakt. Ook binnen de gemeente van Christus hoort het zingen erbij. Paulus wekt de gelovigen in Efeze en Kolosse op om onder elkaar te spreken met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen (Ef. 5 : 19 en Kol. 3 : 16). Zingen is een heerlijke gave die God ons gegeven heeft. Bekend is het woord van Luther dat zingen de duivel verjaagt. In zijn uitleg van Efeze 5 schrijft hij letterlijk: „Looft God, opdat/zodat de duivel vluchten moet." Binnen de eredienst heeft het zingen ook de functie van antwoord geven op het spreken van God. Soms wordt de klacht geuit dat de gemeente zo passief is tijdens onze diensten. De voorganger heeft de leiding. En er is geen mogelijkheid tot respons. Maar onderschatten we dan het zingen niet? In de dienst zit een duidelijke heen en weer beweging. Het zingen na de lezing van de wet of na de geloofsbelijdenis wil een antwoord zijn. En dat geldt ook van het zingen na de verkondiging. Daarbij mag de veelkleurigheid van het leven met de Heere aan bod komen. In een lofzang is het mogelijk om onze blijdschap te uiten. Maar ook onze klachten mogen worden uitgezongen. Ons schuldbesef, onze worstehng met God, gevoelens van verlatenheid, enz. Er kan in ons (persoonlijk en gemeentelijk) leven geen situatie zijn of er is wel een psalm die er in voorziet. Zelf begin ik de diensten bij voorkeur met een lofpsalm. De Heere is het waard om geprezen te worden. De wereld doet het niet. Het loflied zal van Zijn gemeente moeten komen. Verder wordt de keus van de te zingen liederen bepaald door de tekst van de prediking. Van een predikant mag worden verwacht dat hij zorgvuldig zoekt naar passende psalmen omdat het zingen zo'n wezenlijk onderdeel van de eredienst is. Niet alleen bekende maar ook onbekende psalmen kunnen veel betekenen. Soms hebben we aan één gezongen regel meer dan aan een hele preek. Ook het zingen wordt door de Heilige Geest gebruikt. Het is een goed medicijn uit Gods apotheek. Hoe vaak komt het niet voor dat we ons boven onszelf mogen uitzingen. Al zingend komen we tot de geloofsovergave aan Christus. En ik wil er op aandringen om ook mee te zingen. Je ziet vanaf de preekstoel helaas gemeenteleden die niet meezingen. Jongeren die het overdreven vinden. En ouderen voor wie het een gewoonte is geworden om niet mee te zingen. Het is natuurlijk iets anders als we niet mee kunnen zingen omdat het van binnen stormt. Ook dat komt voor.

Maar dan zijn we er wel bij betrokken. Laten we beseffen hoeveel de Heere ons in het zingen gegeven heeft. Laat het bovendien ons gebed zijn om te mogen zingen met mond èn hart!

De lezing van de wet

In onze morgendiensten vindt de lezing van de wet plaats. De Heere houdt ons de spiegel van Zijn geboden voor. Juist op dit moment is het gevaar van gewenning groot. De tien woorden dreigen over onze hoofden en harten heen te gaan. Toch is het een zeer belangrijk onderdeel van de eredienst. God houdt ons Zijn eisen voor. In veel gevallen zal ook de samenvatting uit Mattheüs 22 worden gelezen. Het dubbelgebod om hef te hebben, als een aanscherping van de wet uit Exodus 20 of Deuteronomium 5. In onze diensten is de functie van de wetslezing dat we ons vanwege onze zonden verootmoedigen voor de Heere. We worden geconfronteerd met Gods heilig recht. Hij is het Zelf Die ons de wet leest! Maar dan wel op een genadige wijze. Wij kunnen elkaar ongenadig de wet lezen. Maar de Heere is volstrekt anders. Hij houdt ons Zijn geboden niet voor om ons tot wanhoop te brengen. Integendeel. God heeft geen andere bedoeling dan dat wij tot Christus worden uitgedreven. Juist aan het begin van de nieuwe week. Als we in de kerk komen hebben we weer een hele week achter de rug. Een week waarin de zonde ons heeft aangekleefd. Misschien dat we zelf onze zonden niet zien. We zijn redelijk tevreden over onszelf. Totdat de Heere de rechte lijn van Zijn geboden naast ons leven houdt. Zo leert de Heilige Geest ons zien dat ons leven over de hele linie afwijkt. Waaruit ken ik mijn ellende? Uit de wet van God (Heid. Cat. Zo. 2). Tot de grondhouding van het levende geloof behoort verootmoediging, schuldbelijdenis. Daartoe dient elke zondag de lezing van de wet. Daarbij staat de wet wel in dienst van het evangelie. Via de wet wil de Geest ons afleveren bij Christus. Of met een beeld van Erskine: De wet is de naald die de draad van het evangelie met zich meetrekt. Het is een moment in de eredienst dat om aandacht en concentratie vraagt. Immers - de levende God is het Die Zelf spreekt. , , Toen sprak God al deze woorden...".

De geloofsbelijdenis

Een groots moment dat dikwijls ook te weinig bewust wordt beleefd. In onze middag- of avonddiensten klinkt het Apostolicum of soms de geloofsbelijdenis van Nicéa. In gemeenschap met de Kerk van alle eeuwen en van alle plaatsen doen we belijdenis van ons algemeen en onbetwijfeld christelijk geloof. Deze laatste zin kan iets van een cliché krijgen. Dat is niet terecht. Het is een geweldige gedachte dat het geloof beleden wordt in de ruimte van de Kerk der eeuwen èn van de Wereldkerk. Het is een oecumenisch moment. We mengen ons in het grote koor dat Gods Gemeente is. Verbonden met de triomferende Kerk in de hemel en met de strijdende Kerk op aarde. We zijn de enigen niet! Door de eeuwen heen heeft God Zijn Kerk in stand gehouden. En dat zal Hij ook doen tot op de jongste dag. Tegelijk is het een uiterst persoonlijk moment. Het Apostohcum heeft niet voor niets de ik-vorm. Ik persoonlijk belijd te geloven in de Drieënige- God. Daarom leiden veel voorgangers het uitspreken van de geloofsbelijdenis in met zinnen als: , , Een ieder spreke met mij in zijn of haar hart..." of: , , Een ieder belijde ...". Zijn we ons dit persoonlijke bewust? Het is een wekelijkse oefening om onze geloofsbelijdenis er in te krijgen. In ons hoofd en vooral in ons hart. Voor ieder die openbare belijdenis heeft afgelegd wil het een herhaling en vernieuwing van die belijdenis zijn. Voor wie nog geen belijdenis deed wil dit moment in de eredienst een heenleiding naar die belijdenis zijn. Tegelijk worden we elke week bepaald bij de inhoud van wat geloven. Als een ander aan u vraagt wat u nu precies gelooft, dan hebt u eigenlijk in het Apostohcum het antwoord. We geloven niet in een vage God, maar in een God Die Zich aan ons geopenbaard heeft als Vader, Zoon en Heilige Geest. In onze belijdenis ligt alles wat we nodig hebben in leven en in sterven. Wat is het verrijkend om af en toe de uitleg van de Twaalf Artikelen in de Zondagen 7 tot en met 22 van de Catechismus voor onszelf door te lezen. In dit geloof hebben we ons elke zondag te oefenen. Bovendien gaat het tijdens de geloofsbelijdenis niet alleen om onszelf maar ook om God. Reken maar dat Zijn Naam wordt verheerlijkt, als mensen uitzeggen Wie Hij voor hen is. O nee, dit leeft niet altijd even sterk. Nu eens belijden we het Apostolicum vanuit de aanvechting. Ik, ja ik geloof Heere, maar kom mijn ongelovigheid toch te hulp! Dan weer zijn er diensten waarin we ons al belijdend aan Hem toevertrouwen. In ieder geval gaat het opnieuw om een belangrijk moment in de eredienst. Zullen we er om denken als de geloofsbelijdenis gelezen wordt? Een kerkdienst wordt weleens een godsdienstoefening genoemd. We oefenen ons als het goed is in godzaligheid zoals Paulus schrijft in 1 Timotheüs 4 : 7. Nu, juist tijdens de geloofsbelijdenis mag die oefening plaatsvinden. Het gaat om een wekelijkse repetitie. Met het oog op het dagelijkse leven nu en op het eeuwige leven straks. Want - voegt Paulus er aan toe (1 Tim. 4 : 8) - de godzaligheid heeft de belofte van het tegenwoordige en van het toekomende leven. De eredienst op aarde staat in het perspectief van de eeuwige eredienst als de Drieënige God in volkomenheid beleden en geprezen zal worden.

A. J.C.S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1998

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Kom, ga met ons... (3) (Over de eredienst)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1998

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken