Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De schare voor de troon (II)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De schare voor de troon (II)

10 minuten leestijd

MEDITATIE

„...bekleed zijnde met lange witte klederen, en palmtakken waren in hun handen. En zij riepen met grote stem, zeggende: De zaligheid zij onze God, Die op de troon zit, en het Lam". Openb. 7 : 9b, 10

We zagen vorige week de grote schare voor de troon en voor het Lam. De vraag kan bij u gerezen zijn: hoe komen deze mensen daar? U kunt dat gevraagd hebben met toepassing op uzelf: hoe kom ik daar? Dat kan nooit vanzelfsprekend zijn. Zeker niet als het gaat over mensen die in zichzelf door en door onrein zijn voor de Heiüge. Eigenhjk geeft het vervolg van onze tekst antwoord.

Witte klederen en palmtakken

De lange witte klederen die voor de troon en het Lam gedragen worden, geven aan hoe en waarom de zaligen daar kunnen zijn. In vs. 14 en 15 horen we er meer van: ze hebben hun lange klederen gewassen, wit gemaakt in het bloed van het Lam; daarom zijn zij voor de troon van God en dienen Hem dag en nacht. Daarom! Wat wil dat zeggen, de klederen wit gemaakt in Christus' bloed? Dat zij reiniging gezocht en gevonden hebben in het bloed van Christus. Totaal onrein en vuil voor God hebben zij een schuilplaats gezocht in Christus. Reiniging gezocht in Zijn bloed. Wat door geen enkel ander middel kon, dat gebeurde door het bloed van het Lam. Weten wij ervan om vuil voor God te staan in de ontstellende nood van ons leven en geen enkel middel tot reiniging over te houden? Daar dient Christus Zich aan met Zijn bloed.

Zou u een ander middel weten om in vrede voor de troon van God te staan om Hem te dienen? U en ik hebben te sterven aan alle andere middelen die wij zo graag aandragen. De eeuwen door leren zondaren, aangegrepen door hun vuilheid, schuilen bij die Ene. Heere, tot wie zal ik heengaan? Waar zal reiniging zijn? Ik ben zo vuil!

De lange witte klederen geven ons reden om nog aan iets anders te denken en wel aan de versiering van een bruid, die tot de bruiloft, tot de bruidegom gebracht wordt. Zo is deze schare, die niemand tellen kan, geleid tot de bruiloftszaal, tot voor de troon en het Lam. Een bijbels beeld. Christus heeft deze schare aan Zichzelf verbonden. Zij allen hebben Hem van harte Uefgekregen. De Bijbel gaat dan het treffende beeld van Bruidegom en bruid gebruiken! De dag komt dat de bruid tot de Bruidegom geleid wordt. Ze is gereinigd door het bloed van de Bruidegom en gaat Hem in vrede ontmoeten.

Wit is hier dan weer de kleur van de overwinning en van de hemelse heerlijkheid. Wanneer we verder lezen in dit hoofdstuk, zien we dat de bruid door de strijd en de verdrukking heengeleid is en gebracht wordt tot de heerlijkheid.

Een mooi beeld, zo denkt iemand bij zichzelf, een onuitsprekelijke heerUjkheid, maar ik weet niet hoe ik ooit mezelf die witte klederen kan verwerven. U kunt ze uzelf niet verwerven! U kunt uzelf alleen maar vuiler maken voor God! Laat dat uw nood zijn voor Gods aangezicht. Weet u wat Christus zegt in Zijn Woord? Ik raad u dat ge van Mij koopt, witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde. Ik raad u dat ge van Mij koopt...

De hoogte van de prijs kan geen belemmering zijn wanneer u er alles, tot de laatste cent toe, hebt doorgebracht voor God. Hij wil verkopen om niet aan mensen die huizenhoge schuld hebben voor God. Als dat geen goed aanbod is, dat Hij u doet in Zijn Woord!

Nog een ander beeld: pahntakken in hun handen. Bij deze palmtakken hebben we vooral aan twee dingen te denken. In de eerste plaats waren palmtakken in de oudheid vaak een teken van de overwinning. Een beetje te vergehjken met de krans die de overwinnaar ontving. De grote schare bestaat uit overwinnaars, die de goede strijd hebben gestreden. Door de genade van God hebben ze volhard door duizend nederlagen heen. Biddend, strijdend, kreupel, keer op keer hulpeloos neerzinkend, steunend op de arm van Christus is er volharding geweest. En dan... door Christus meer dan overwinnaars. Kunt u het begrijpen? Hoe onuitsprekelijk moet de verwondering van deze strijders geweest zijn! En nog zijn, tot in aUe eeuwigheid!

In de tweede plaats zullen we bij deze palmtakken ook moeten denken aan het loofhuttenfeest in Israël. Op de eerste dag van het feest moesten de Israëlieten palmtakken nemen en zeven dagen mochten zij vrolijk zijn voor het aangezicht van de Heere. Het loofhuttenfeest was o.a.

een herinnering aan de woestijntoclit met al zijn strijd en moeite. De verlossing die God gaf, de intocht in het beloofde land moest in gedachtenis gehouden worden.

Ik vermoed dat het verband met de schare voor de troon en het Lam u nu wel duidelijk wordt. Zij hebben hun pelgrimstocht afgelegd, de woestijntocht voleindigd. Alle nood en strijd moesten eraan meewerken, dat zij alleen Christus en Zijn werk tot hun behoud overhielden. Nu is de vreugde van het heil in Christus tot volheid gekomen. Ze mogen vrohjk zijn, eeuwig verheugd over de grote genadewerken van God. Heere, Gij hebt het gedaan! Nu zal ik verheugd U roemen!

De palmtakken zijn teken van diepe vreugde. Zou het soms vreugde zijn door het ücht dat van Zijn aanzicht straalt? Het Woord stelt u en mij voor de vraag waar het met ons op uit loopt. Op de beUjdenis: ik mag door weergaloze genade overwinnaar zijn? Of op de behjdenis: zovaak werd ik geroepen maar altijd ontliep ik de strijd; ik had de wereld zo hef; ik steunde zo op mijn gerechtigheid?

De hoop op de eeuwige vreugde heeft de eeuwen door velen aangegord in de strijd. Strijders hebben elkaar in de hitte, omgeven door de pijlen van de boze toegeroepen: grijp moed, de reis kort op. Martelaren smaakten soms diepe vreugde in hun dood. U dacht toch niet dat we het hier over mooie luchtspiegeUngen hebben. Dit is goddeüjke werkehjkheid voor allen die in de levende verbondenheid met Christus de goede strijd strijden. Wat nameloos arm dan als we nog ons oude leven leiden, vreemd aan Christus, onbekend in de goede strijd, vreemd aan de levende hoop. Dan wacht niet anders dan verderf! Christus wil nu met u spreken over behoud en leven.

De lofzang

De grote schare zingt een lofzang: de zahgheid zij onze God, Die op de troon zit, en het Lam. Nu valt het niet mee om hier op aarde iets te zeggen van de lofzang in de hemel. Een paar dingen moeten er vanuit de Schrift wel over gezegd worden, al was het maar om de hoop te sterken van degenen die in hun goede strijd hunkeren naar een beter vaderland.

Wanneer de IsraëUeten het loofhuttenfeest vierden, werd meermalen uitgeroepen: Hosanna - Heere, geef toch heil. Bij het eeuwige loofhuttenfeest gaat het ook over het heil, de zahgheid. Alleen is het hier dan niet zozeer een bede om het heil. Het heil, de zahgheid is het onverhesbaar deel geworden van de schare. Het gaat hier vooral over de lofzang, het Ued van eeuwige dankzegging. De heerüjkheid des Heeren wordt bezongen in één machtige lofzang van de schare. U kunt het geloven of niet, maar dit is voor de zahgen een werk dat in eeuwigheid niet verveelt of vermoeit.

U mag onze tekst zo verstaan, dat dit de eerste roep is van deze grote schare als zij gesteld wordt voor de troon en het Lam. De zahgheid zij onze God en het Lam. De eerste lofzang die losbreekt uit de mond en het hart van allen die hun klederen hebben gewassen in het bloed van het Lam. Het kan, niet in het minst ook voor onze jongeren, een vraag zijn: wat is daar nu eigenhjk in de hemel? Wat wordt er gedaan?

Wij kunnen dat nooit ten volle bevatten. Het kan zelfs niet uitgesproken worden. Maar dit is in ieder geval wel waar: zij die daar komen, beginnen met een machtige lofzang die nooit meer verstomt. Wat zal het eerste zijn voor de troon en voor het Lam? En wat zal het eindeloze vervolg zijn? De lofprijzing: de zahgheid zij onze God Die op de troon zit en het Lam!

Sommigen lezen onze tekst zo: heil zij onze God! Dan doet het wat denken aan de uitdrukking die in de Schrift ook wel voorkomt: gezegend zij de Heere! Een beetje te vergehjken met bij ons de roep: leve de koning! Heil onze God - grootgemaakt en verheerhjkt moet Hij worden, eeuwig!

Toch is het, vooral vanwege dat woord heil, aannemeUjker om het zo te lezen: de zahgheid is van, komt van onze God Die op de troon zit en het Lam. Het heil is voluit van en door God, van en door het Lam. Verbaast het u dat juist dit hed gezongen wordt in de heerlijkheid? Of zegt u: daar kan ik inkomen, dat er niets gedaan wordt dan deze belijdenis in verwondering uitspreken?

Alleen van de Heere, geheel en al van de Heere en van het Lam is de zaligheid. Hij Die op de troon zit, heeft onze zahgheid uitgedacht. Ze kwam op in Zijn hart! Hij heeft gedachten van ontferming gehad. De grote schare wil daarmee dan ook uitspreken: ze is niet van ons en uit ons. Als u en ik dat van harte behjden, is er wel het één en ander gebeurd in ons leven! Wat menen we de zahgheid geheel of gedeeltelijk in onszelf te hebben. Of hebt u geen strijd met die door en door goddeloze gedachte? Hier wordt eigenhjk uitgesproken: wij deden niet anders dan ons het verderf waardig maken. Maar Hij...! Nochtans...!

De zahgheid is van het Lam. Dat is een herinnering aan Golgotha, aan alles wat het Lam gedaan heeft en doet aan de zahgheid van de Zijnen. Hoe zou het door de schare vergeten kunnen worden wat Hij deed tot de zahgheid? Wat Hij betaalde om zaligheid te verwerven. Wat Hij door Woord en Geest deed om zahgheid toe te eigenen. Veel? Nee, alles! Het is voor de troon in eeuwige gedachtenis. Gelukkig maar!

Beste lezer, u zuft ongetwijfeld meermalen gehoord hebben dat dit üed in beginsel hier geleerd wordt. Het is te laat (!) als ik het na m'n aardse leven nog moet leren. Dit wordt op de weg van geloof en bekering geleerd, almeer geleerd: de zahgheid is van Hem. De les die door de Geest op aUerlei wijze en steeds weer bijgebracht wordt. Dan doet Hij door me al het mijne te ontnemen. Genade is ook werkehjk genade. Bent u daar wel eens bhj om? Of hebt u nog altijd de mogehjkheid om uzelf op de been te houden voor God?

Omdat genade genade is, loopt het voor de troon en het Lam uit op dit hed. Het tegenovergestelde van dft hed is het hed van de mens, volstrekt vals, gezongen in buitenste duisternis. Bent u met al het uwe ongeschikt voor de hemeldienst? Hebt u uzelf afgekeurd? Dan weet de waarachtige God alles met u te beginnen. Genade is genade - dat geeft ruimte tot behoud! Kunt u dan niet behouden worden? Hij breekt mensen in hun wereldhefde en in hun vrome zelfhandhaving, opdat ze geoefend worden in het hed van Hem Die op de troon zit en van het Lam!

L.

M.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juli 1998

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

De schare voor de troon (II)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juli 1998

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken