Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Christusbelijdenis in de NGB (4, slot)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Christusbelijdenis in de NGB (4, slot)

9 minuten leestijd

Geloofsleer

De Redder is de Rechter

Lijden en belijden

^ ^ ^ laatste artikel van de NGB spreekt over de ^Z/ toekomst van Christus. In de tijd tussen de hemelvaart en de wederkomst zit Christus aan de rechterhand van Zijn Vader Daar doet Hij voorbede voor de Zijnen, terwijl Hij ze hier op aarde rondom Woord en sacrament bij de verkregen verlossing bewaart. Maar in het heden staat de volkomen verlossing nog uit. Pas bij de wederkomst van Christus ontvangen Gods kinderen hun volkomen verlossing. Met dit perspectief eindigt de geloofsbehjdenis: 'Daarom verwachten wij die grote dag met een groot verlangen, om ten volle te genieten de beloften Gods in Christus Jezus onze Heere.' In artikel 37 richt Guido de Brés de blik op de toekomst: ten laatste geloven wij... Ten laatste: het gaat hier over de laatste dingen van de geschiedenis. Christus komt terug - nu om de levenden en de doden te oordelen. Maar al richt Guido de Brés de bük hier op de toekomst: de woorden van artikel 37 zijn gestempeld door het heden. De laatste woorden van de NGB dragen het stempel van de geloofsvervolgingen van de zestiende eeuw.

Behjden is uitkomen voor de waarheid waar de verdediging bezwaarüjk is; waar behjden met üjden gepaard gaat (Groen van Prinsterer). Die woorden gaan voor Guido de Brés wel heel in het bijzonder op. Terwijl hij zijn geloofsbelijdenis schrijft, weet hij dat belijden ook Ujden kan betekenen. Tenslotte heeft hij zijn beUjdenis ondertekend met zijn bloed. Tijdens de vervolgingen wordt hij gevangengenomen. Tijdens zijn verhoor in Valenciennes zegt hij: 'Deze leer die u hebt gehoord, is dezelfde die door de apostelen is onderwezen. Deze leer is bewaard in de Vroege Kerk, verzegeld en bekrachtigd door het bloed van de martelaren. En als het God behaagt mij ertoe te brengen, zal ik geen bezwaar maken om haar door mijn bloed te verzegelen.' Deze leer: dat is de leer van de geloofsbehjdenis die Guido de Brés heeft geschreven. Hij zoekt het martelaarschap niet, maar hij rekent ermee dat behjden ook hjden kan betekenen.

Zo wordt de achtergrond van artikel 37 duidehjk. Ten laatste geloven wij: de eschatologie (de leer van de laatste dingen) van de NGB is in twee woorden samen te vatten: Christus komt! In de donkere tijd waarin hij leeft, is de wederkomst van Christus voor Guido de Brés zijn enige houvast. Artikel 37 staat in het teken van de troost. De dag van de wederkomst is vreseüjk voor al Gods vijanden. Het wordt in de NGB niet verzwegen. Maar de dag van Christus' komst wordt vooral beleden als een dag van troost. Voor allen die van Christus zijn, zal het de dag van hun volkomen verlossing zijn. Daarop ligt in artikel 37 de nadruk. Ten laatste geloven wij: het is de eschatologie van mensen, wier leven afhangt van Christus. De Rechter komt. Maar voor allen die Christus leerden kennen als Immanuël bUjft Hij hun Redder. Guido de Brés heeft Christus gevonden als zijn enige troost in leven en in sterven.

De Redder is de Rechter

Op Gods tijd komt onze Heere Jezus terug, zoals Hij opgevaren is: hchameUjk en zichtbaar Onze Heere Jezus komt. Allereerst valt de persoonüjke toonzetting op. Er komt geen vreemde, maar Immanuël. Onze Heere Jezus Christus komt. Hij kwam als de Redder van zondaren. Straks komt Hij terug als de Rechter van deze wereld. De Redder is de Rechter. De reformatorische beUjdenissen leggen daar grote nadruk op. We wijzen hier alleen op de overeenkomst met de Heidelberger Catechismus. Dezelfde Christus, die Zich tevoren omwille van mij voor Gods gericht gesteld heeft en alle vloek van mij heeft weggenomen, verwacht ik tot een Rechter uit de hemel (zondag 19).

De Redder is de Rechter. Dat is de eerste hjn van de Christusbehjdenis als het gaat over de toekomst van Christus. Eerder heeft Guido de Brés beleden dat Gods eeuwige Zoon Jezus van Nazareth wilde worden. Zijn heerlijkheid heeft Hij afgelegd. Als een Lam werd Hij ter slachting geleid. Maar deze Christus, die kwam om onze Redder te zijn, komt straks terug als onze Rech­ ter. Eerst kwam Hij om de zonde te dragen. Maar straks komt Hij om deze oude wereld in vuur en vlam te stellen om haar te zuiveren van alle ongerechtigheid. Hij komt in koninkhjke heerUjkheid. De dag van Zijn wederkomst is de dag van het grote appèl. Alle mensen die geleefd hebben, zullen gedagvaard worden om voor de rechterstoel van Christus te verschijnen. We hebben de vorige keer gezien, hoe Christus als onze eeuwige Hogepriester voorbede doet. Op grond van Zijn bloed wordt Gods heihge rechterstoel een genadetroon. Op grond van Zijn bloed mogen zondaren naderen - in het heden der genade. Maar er komt een dag, dat de toegang tot de genadetroon gesloten wordt: als het getal van de uitverkorenen vol zal zijn. Wie nooit de toevlucht nam tot Gods genadetroon - op grond van Christus' bloed - die staat straks buiten. Op de laatste dag van de geschiedenis wordt iedereen geroepen om voor de rechterstoel van Christus te verschijnen. De Redder van heden is de Rechter van straks. De Vader heeft het oordeel in de handen van Zijn Zoon gelegd. Alle mensen moeten verschijnen: mannen, vrouwen en kinderen. Alle bekenden en alle onbekenden van Christus. Iedereen wordt zonder onderscheid gedagvaard.

De Redder is de Rechter. Dat maakt de dag van het oordeel zo aangrijpend. De Rechter is geen buitenstaander! Het is Christus Zelf, die in Zijn zondaarsliefde zo ver ging dat Hij Zijn eigen bloed gaf om zondaren te redden. In de dag van het oordeel gaat het om ons, maar het gaat ook om Hem. Voor de rechterstoel van Christus zal openbaar komen, hoe wij tegenover Hem stonden. Of Zijn bloed ons bedekt - of niet. Hij was het Lam, maar Hij is ook een Leeuw. Hij is Immanuël - God met ons. Maar straks keert Hij Zich tegen allen die Hem in ongeloof afwezen. De dag van Zijn wederkomst is een vresehjke dag voor degenen voor wie dit leven kinderspel en tijdverdrijf was - voor allen die alleen leefden voor hun eigen plezier. Een vreselijke dag voor alle huichelaars: dan zullen de verborgenheden en geveinsdheden van de mensen openüjk voor iedereen ontdekt worden. Daarom is de gedachte aan dit oordeel met recht verschrikkehjk voor de goddelozen. Alleen de gedachte al; hoe moet het oordeel zelf dan zijn?

De dag van de wederkomst zal ook de dag van Gods wraak zijn. Hij zal het bloed van al Zijn kinderen wreken. God zal de goddelozen straffen, die Zijn kinderen in deze wereld getiranniseerd, verdrukt en gekweld hebben. Alle rechters en overheden, die hen hier op aarde als ketters en goddelozen brandmerkten; ze zullen door de hoogste Rechter geoordeeld worden. Tussen de regels door horen we het hout van de brandstapels als het ware knetteren. Maar hoe breed Gods vijanden zich ook maken, hier houdt de Kerk zich aan vast: ten laatste geloven wij dat Christus komt om recht te spreken. Opnieuw is de overeenkomst met de Catechismus opvallend. Christus komt als een Rechter uit de hemel om al Zijn en mijn vijanden in de eeuwige verdoemenis te werpen. Al mijn vijanden: dat zijn Gods vijanden, die daarom ook de mijne zijn. Op de laatste dag van de geschiedenis zal Christus recht spreken.

Het is voor Guido de Brés een troost, dat Gods vijanden zullen vergaan. Dat is geen gebrek aan naastenliefde - zo worden deze woorden wel uitgelegd. Het is het laatste beroep van hen, die als 'slachtschaepkens Christi' onschuldig de dood ingaan. Het is geen taal van iemand die bloed wil zien, maar die zeff zijn bloed over heeft voor de zaak van Christus. Zonder het recht in eigen hand te nemen. 'Waar mensen verdoemd worden door de machthebbers, waar het onrecht zegeviert en de brandstapels de waarheid in de kiem smoren, künkt de roep om Gods rechtvaardige oordeel. Dat is echte troost, te weten dat het onrecht, de moord en de doodslag niet eeuwig zegevieren, maar eenmaal tot een einde komen' (W. Verboom). God is Rechter, die het beshst.

De Rechter blijft de Redder

Alle mensen worden gedagvaard voor Christus' rechterstoel. Toch is hiermee voor Guido de Brés niet alles gezegd. Want voor allen die Immanuël leerden kennen, is de dag van Christus' wederkomst de dag van hun volkomen verlossing. In deze aardse bedehng staat de volkomen verlossing nog uit. Verdrukking en tirannie zijn dikwijls het deel van Christus' gemeente op aarde. Op de laatste dag van de geschiedenis komt Christus als de Rechter. Maar voor allen, die Hem leerden kennen als het Lam van God, is er toekomst. Zondaren, tot Hem gevloden, zal Hij ten Redder zijn. Voor hen is Gods rechterstoel de zitplaats van hun Redder.

De gelovigen zullen met eer en heerüjkheid gekroond worden. Alle tranen zullen van hun ogen worden afgewist. De Zoon van God zal hun naam behjden voor Zijn Vader en Zijn heilige engelen. Weer künkt de priesterhjke voorbede: de Zoon van God zal hun naam behjden. Vader, Ik heb voor hem geleden. Ik ben voor haar gestorven. Wie leerde leven van Christus' bloed komt nooit bedrogen uit. Hun zaak, die nu door veel rechters en overheden als ketters en goddeloos verdoemd wordt, zal straks blijken de zaak van de Zoon van God te zijn. Het is gewaagde taal: Guido de Brés kan het zeggen, omdat het hem niet ging om zijn eigen zaak. Hij kent Christus. Hij weet zichzeff door Christus gekend. Daarom weegt het hjden van deze tegenwoordige tijd voor hem niet op tegen de heerhjkheid die hem geopenbaard zal worden. Op 31 mei 1567 sterft Guido de Brés de marteldood. Toen werd het voor hem werke- Ujkheid: tot een genadige vergelding zal de Heere hen zulk een heerhjkheid doen bezitten, als in het hart van een mens nog nooit is opgekomen. Een genadige vergelding: het is een bijzondere woordkeuze. Vergelding is iets krijgen wat je verdient. Wie van Christus is, krijgt straks wat hij verdient. Maar het is verdiend door Christus: een genadige vergelding.

Daarom gaat bij Guido de Brés het hoofd omhoog. En wie Christus kent, weet ervan - soms tegen de aanvechtingen in: daarom verwachten wij die grote dag met een groot verlangen, om ten volle te genieten de beloften Gods in Christus Jezus onze Heere. Straks komt de dag, dat God al Zijn beloften in Christus vervult: eeuwige verlossing. Eeuwige zaligheid. De marteldood is voor ons nog niet aan de orde. Maar ook voor ons bhjft één vraag over: wat dunkt u van de Christus? Is Hij uw Rechter of uw Redder?

Hollandscheveld

A.J. Kunz

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 februari 1999

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

De Christusbelijdenis in de NGB (4, slot)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 februari 1999

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken