Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Vorst van Pasen belijden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Vorst van Pasen belijden

10 minuten leestijd

Meditatie

„En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: mijn Heere en mijn God." (Johannes 20 : 28)

1. Wie er beleden wordt

/p de Paasmorgen begroeten christenen over de gehele wereld elkaar met de woorden: „De Heere is waarlijk opgestaan." Zij belijden Hem Die gekruisigd, gestorven en begraven, maar ten derden dage in heeriijkheid opgestaan is. Jezus, de Vorst van Pasen, de Overwinnaar van de dood.

Deze beüjdenis is allerminst vanzelfsprekend. Het is een aangevochten beUjden. Enige tijd geleden vond er onder de Nederlandse bevolking een onderzoek plaats waarbij de vraag werd gesteld: Wie gelooft er in de opstanding van Jezus Christus? Het resultaat van dit onderzoek was dat nog maar 37% van de bevolking dit heilsfeit gelooft. Ruim 50% gelooft er niet meer in en de overigen hebben hierover geen mening. De meerderheid van de bevolking meent dus dat de boodschap van de opstanding van Christus een fabel is. Dat het graf van Jezus op de Paasmorgen niet door Hem verlaten is. Dat het lichaam van Jezus van Nazareth gewoon net zoals dat gaat bij ieder mens die gestorven en begraven is, tot ontbinding is overgegaan. En dat de prediking van Pasen dus berust op de inbeelding van gelovigen. Men acht dat geloof in de opgestane Heere kinderhjk, men staat daar boven en kan daar als moderne, wetenschappeUjk gevormde en kritisch denkende mensen niet meer mee uit de voeten. Of men vindt het eenvoudig niet van belang. Men leeft zo zijn leventje hier en nu. Is Jezus opgestaan? Het kan wel waar wezen, maar het doet er verder niet toe. Belangrijker is of ik goed gezond bUjf of dat ik een behoorlijk inkomen heb. Het is aangrijpend en triest dat Pasen voor vele, ja de meeste van onze landgenoten niet anders betekent dan een paar dagen vrij of een extra „paasontbijt" of „paasdiner".

Wanneer we als gelovigen belijden „de Heere is waariijk opgestaan", wanneer we ons daarin verblijden en daar opgetogen van zingen, dan bevinden we ons in Nederland en zeker wereldwijd bezien in de minderheid. Zo is het trouwens door heel de geschiedenis heen altijd geweest. Maar toch zal deze beüjdenis niet uitsterven. Jezus Christus, de Vorst van Pasen, is een groot Koning Die niet zonder onderdanen kan zijn. Hij zorgt er Zelf voor dat er onderdanen zijn. Hij trekt hen wereldwijd uit de duisternis van het leven zonder Hem tot het licht van het leven met Hem. ledere keer wanneer er een jongen of een meisje, een man of vrouw tot oprecht geloofsbeüjden komt, is dat een levensteken van Hem in deze wereld.

Wie wordt er beleden? Jezus Christus, Die op deze aarde ruim 33 jaar heeft geleefd. Die in al Zijn woorden en werken de heerlijkheid van God heeft geopenbaard. Die in Zijn ontferming over mensen ons Gods hartenklop heeft doen horen. Die de Zijnen liefgehad heeft tot het einde. Die de gehoorzaamheid aan Zijn Vader volbracht heeft aan het vloekhout van het kruis. Die als de grote Herder der schapen uit de doden is wedergebracht. Het verhaal van Jezus is niet het verhaal van een historische figuur uit het verleden. Het is het verhaal van de Levende. Het is de doorgaande geschiedenis van Hem Die gisteren en heden Dezelfde is en tot in eeuwigheid. Jezus, de Vorst van Pasen, Die ook na Zijn opstanding voluit Mens gebleven is. Maar dan Mens in volmaaktheid met een nieuw verheeriijkt opstandingslichaam. Die in dat verheerlijkte Üchaam de tekenen van Zijn kruislijden draagt en zo Zijn Kerk, die Hij gekocht heeft met Zijn bloed, nooit kan vergeten. Die wel is heengegaan naar Zijn Vader, maar Die tegeüjkertijd bij ons bhjft al de dagen, tot de voleinding van de wereld.

2. Door wie Hij beleden wordt

Wie vormen nu de Paasgemeente van hen die met mond en hart de Vorst van Pasen erkennen als hun Heere en Heiland? Wel, kort gezegd: Dat zijn Thomas-mensen. Dat is een Thomas-gemeente. De discipel Thomas wordt terecht „onze vertegenwoordiger in het Paasevangehe" genoemd. Wij kennen hem wel, deze discipel die opvalt door zijn zwaarmoedige uitspraken. Het heeft hem de benaming „ongelovige Thomas" opgeleverd. In het Paasevangehe is hij de man bij wie de duisternis van het ongeloof het langst aanhoudt en bij wie het hcht van Pasen het laatst doorbreekt. Hij wil immers eerst zien en dan pas geloven. Eerst met eigen ogen waarnemen en met eigen handen de reaUteit tasten, voordat hij zijn ongeloof prijsgeeft.

Verschilt deze zogenaamde „ongelovige Thomas" daarin nu zoveel van de andere discipelen en discipehnnen van Jezus? Je kunt hooguit zeggen dat de twijfelzucht en het ongeloof er bij Thomas nog sterker uit komen dan bij de anderen. Maar in feite zijn ze allemaal uiterst traag om tot geloof te komen, zoals de Heiland dat ook aan de Emmaüsgangers verweet. Maria Magdalena denkt als ze het lege graf ziet meteen aan grafroof en wordt pas overtuigd als de Heere haar persoonüjk ontmoet en bij haar naam noemt. En op de Paasavond zitten de discipelen achter gesloten deuren bijeen, vreesachtig voor de vijandige buitenwacht en ten prooi aan grote onzekerheid.

Dan worden er nog altijd geen Paasliederen gezongen in de discipelkring. Dat verandert niet eerder dan wanneer de opgestane Heere er Zelf aan te pas komt en ondanks gesloten deuren in hun midden verschijnt en hen overtuigt door ze de tekenen in Zijn handen te laten zien en zelfs voor hun ogen iets te eten. Eindehjk breekt dan de vreugde door... Pas vanuit de ontmoeting met de Vorst van Pasen komt het tot de overgave van het geloof. Thomas is in zoverre een graadje erger dan de anderen dat hij er op die Paasavond niet eens bij was, dat hij zich isoleerde van de discipelkring om met zijn wanhopige verdriet helemaal alleen te zijn. En als de discipelen opgetogen bij hem aan de deur komen, omdat ze natuurhjk niet kunnen zwijgen van hun ontmoeting met de Meester en hem in die bhjdschap willen doen delen, dan gelooft hij ook de broeders niet. Eerst zien en tasten, en daarna pas geloven, dat is en

bhjft zijn devies. Het is middeUijkerwijs aan het hefdevoUe geduld en aan de vasthoudendheid van de discipelen te danken geweest dat Thomas een week na Pasen toch zijn plaats in de discipelkring weer ingenomen had. Maar nog altijd in ongeloof! Dan gebeurt datgene waarop de discipelen in stilte hadden gehoopt. Net als een week geleden verschijnt de Heiland in hun midden, nu speciaal voor Thomas. Opnieuw klinkt Zijn groet: Vrede zij ulieden! En dan komt dat voor Thomas zo beschamende, zo diep verootmoedigende, maar tegeUjkertijd zo onuitsprekehjk verheugende: Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen; en breng uw hand en steek ze in Mijn zijde, en zijt niet ongelovig, maar gelovig (vers 27). Neen, dan hoeft Thomas niet meer te voelen en te tasten. Alle verzet smelt weg als sneeuw voor de zon. Volledige overgave bhjft over. Hij stamelt: „Mijn Heere en mijn God!" Wie zijn het dus die de Vorst van Pasen belij- den? Het is duidelijk dat het niet gaat om lichtgelovige mensen, die zich gauw wat laten wijsmaken en zich gemakkehjk laten ompraten. Die gedachte leeft wel hier en daar: Om gelovig te zijn, zou je psychisch op een bepaalde manier in elkaar moeten zitten. En zo zou het te verklaren zijn dat uit één en hetzelfde gezin sommige kinderen wel en anderen helemaal niet gelovig zijn. Je zou er aanleg voor moeten hebben. Nu, vergeet dat maar voor eens en voor altijd! Er zijn natuurlijk allerlei psychologische verschillen tussen mensen, maar uiteindehjk geldt: Niemand, geen mens heeft aanleg om gelovig te zijn. Wij zijn allemaal kinderen van Adam en Eva, die hever geloof hechtten aan de valse beloften van de slang dan aan de betrouwbare woorden van God, hun Schepper. Het ontzettende, het dwaze en schuldige van ons aller hart is dat we ervan uitgaan dat God een leugenaar is totdat eventueel het tegendeel bUjkt. Wat is het dan een groot wonder dat er te midden van zo'n hardnekkig geslacht van ongelovige Thomassen mensen zijn die de Vorst van Pasen behjden. Hoe kan dat? Dat is nooit te verklaren uit de mens. Het is ook niet uit kracht van opvoeding. Zeker, opvoeding door ouders in de vreze des HEEREN en onderwijs op bijbels fundament is wel van grote betekenis en kan door de HEERE rijk gezegend worden. Tot echt belijden komen we pas doordat de Heere ons persoonlijk opzoekt. Niet meer op dezelfde manier als bij Thomas, dus zichtbaar, zodat we letterlijk ooggetuigen van Hem zouden zijn. Maar wel met de overtuigende kracht van Zijn Heihge Geest, zodat we ons verzet opgeven en tot gelovige overgave komen.

Wie zijn het die Hem behjden? Van nature ongelovige en onwillige mensen. Maar als je het op de man en op de vrouw af aan ze vraagt waarom zij dan toch de Vorst van Pasen belijden, dan antwoorden ze: Omdat Hij in mijn leven gekomen is. Hij is mij te sterk geworden en nu kan ik niet anders meer en wil ik ook niet anders meer dan Hem behjden.

3. Hoe Hij beleden wordt

Het is een hoogtepunt waar het evangelie naar de beschrijving van Johannes op uitloopt. Wat een bemoediging dat uitgerekend die zwaarmoedige en twijfelende Thomas verwaardigd wordt om zo helder en klaar te belijden. Zo zien we maar weer dat er bij God geen hopeloze gevallen zijn. Thomas wordt Christus' kroongetuige en behjdt Jezus als „Heere". Het is de vraag of dat hier met kleine letters of met hoofdletters geschreven moet worden. Met hoofdletters, dan gaat het om de Naam van God, die in het Hebreeuws jM//M^ luidt en die vertaald wordt met IK ZAL ZIJN DIE IK ZIJN ZAL. Jezus wordt voluit als God Zelf erkend! Schrijven we „Heere" met kleine letters, dan gaat het om het Griekse woord Kurios. Dat betekent: Hij die alle macht heeft. Keizers lieten zich graag zo noemen, ook de eigenaars van slaven werden „kurios" genoemd. Welnu, in het geloof Jezus „Kurios" noemen, dat kan alleen door de Heilige Geest (1 Kor. 12 : 3). Niemand kan dat echt vanuit de grond van zijn of haar hart doen, dan alleen wanneer hij geleid wordt door en vervuld is met de Heihge Geest. Want als we zo behjden: „Jezus, U bent mijn Kurios", dan betekent dat: „Ik ben door U gekocht en ik ben aan U verknocht. U heb ik hef en U hebt het als de Koning van mijn leven voor het zeggen."

Daarop volgt dan in Thomas" Paasbehjdenis: Mijn God. Dat is een behjdenis die orthodoxe Joden als godslastering in de oren klinkt. Een behjdenis waarmee moderne theologen die Jezus als alleen maar mens beschouwen niet uit de voeten kunnen. Maar wat is het voor het geloof een kostbaar behjden. Jezus is God Zelf. Als we voortaan aan God denken, dan mogen we aan Jezus denken. Niemand heeft ooit God gezien, maar de eniggeboren Zoon heeft Hem aan ons verklaard. In Hem hebben we God in het hart gezien en hebben we Gods hartenklop verstaan. Zo is God, zo vol hefde, zo vol ontferming, zo vol barmhartigheid, zo vol majesteit.

Dit Paasbelijden van Thomas legt niet alleen getuigenis af van helder inzicht, het valt ook op door zijn innige klank. Tot tweemaal toe klinkt het „mijn". Mijn Heere en mijn God. In het geloof hebben we een persoonlijke verhouding met Christus. Hij is wel een groot Koning met vele onderdanen. Maar Hij is niet als de leider van een grote organisatie die de meeste leden van die organisatie niet kent, zodat ze alleen maar nummers en hooguit namen voor Hem zijn. Neen, Jezus kent al Zijn schapen bij name. Hij is als de goede Herder uit de dood opgewekt en gaat Zijn schapen voor op het levensspoor.

Veenendaal

J. Hoek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1999

Gereformeerd Weekblad | 24 Pagina's

De Vorst van Pasen belijden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1999

Gereformeerd Weekblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken