Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hoe het niet moet, hoe het wel kan...

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Hoe het niet moet, hoe het wel kan...

5 minuten leestijd

Reactie

De volgende brief ontvingen we van een ambtsdrager, tevens synodelid, als reactie op de „Hartekreet van een domineese" (G.W. 4 juni). Ook dit schrijven nemen we integraal op, zonder commentaar.

Eindredacteur

~7^7t\. beeld dat de domineese ons in het G.W. Z/ van 4 juni jl. schetste is heel herkenbaar. Haar hartekreet moet zowel kerkenraden als predikanten echt ter harte gaan. Het feit dat de Heere Zijn kerk bouwt niet alleen door de dwaasheid van de prediking, maar soms ook ondanks eenzelfde beroepingsprocedure, ontheft ons niet van de roeping tot bezinning daarop.

Nu vinden wij het vaak gemakkehjker om te zeggen hoe het niet moet - de elders gevolgde procedure van adverteren en solliciteren - dan hoe het wel zorgvuldiger en vooral ook geestehjker zou kunnen.

Op grond van bijna 25 jaar ambtservaring, en horend hoe het beroepingswerk vaak verricht en ervaren wordt, heb ik de indruk dat het geheel vaak gekenmerkt wordt door angst. Angst bij kerkenraden, dat er een predikant komt die toch niet goed past in het verwachtingspatroon. Angst voor de gemeente, die dat de kerkenraad zal gaan verwijten. Angst om een predikant te gaan benaderen, want als zou blijken dat dit toch niet op een beroep kan uitlopen: hoe vertel ik het hem...? Maar ook bij predikanten Ujkt angst vaak een rol te spelen. Na vier jaar: angst om geen beroep te krijgen. Je wilt nog niet weg, maar toch... Angst om je in gesprekken bloot te geven over je diepste intenties, je staan in de tradities, je (aarzelende) houding t.o.v liturgie, je moeite met catechese... En als er geen beroep op de gesprekken volgt, kan je dan wel gewoon verder in je gemeente?

Vaak is er ook weinig duideüjk in de procedure. De predikant weet nauwehjks welke discussie vooraf ging aan de beroeping, de kerkenraad weet soms nauwehjks wat er na het beroep geleid heeft tot het aannemen of bedanken. Een handicap is ook dat kerkenraadsleden steeds minder bekend hjken te zijn met „de" predikanten. Door toenemende drukte in ambt en maatschappij volgen velen nauwehjks de gang van predikanten door de kerk, volgen nauwelijks het beroepingswerk, lezen geen preken, en... dit is weUicht wel het belangrijkste: hjken slechter te kunnen luisteren als er gastpredikanten komen. Die overigens ook steeds meer tot een bepaalde „groep" horen. De breedte van gastpredikanten wordt smaller, zo is op te maken door wie de rubriek kerkdiensten wel intensief volgt. Ook candidaten zijn steeds minder bekend omdat ze door de studiedruk tijdens de opleiding later gaan preken, en dit soms afhouden door zich niet in de hjst op te laten nemen. En zo volgt de ene gemeente de andere in het beroepingswerk, geconcentreerd op enkelen, voorbijgaand aan anderen.

Hoe zou het beroepingswerk geesteUjker en afhankehjker kunnen worden verricht? In de eerste plaats: geen spionnen meer. In de tweede plaats: meer gebed en minder selecteren op voorhand. Laat een kerkenraad overwegen dat er predikanten zijn met verschillende gaven, en dat het voor de gemeente goed kan zijn als dit wordt afgewisseld. Het kan voor een gemeente goed zijn dat een periode van intensief pastoraat wordt gevolgd door een predikant wiens gaven vooral het leren en gemeente-opbouw betreffen, en dan weUicht weer een missionair begaafd predikant, (hoewel? ) Maar alles tegehjk, en dan ook nog herderhjk voor de ouderen en enthousiast aansprekend voor de jongeren, zo'n vijfpoot komt nauwehjks bij schapen voor en nog minder bij herders. Overigens zouden gemeenten met meer predikanten misschien minder dienen te zoek naar de „besten", en juist om moeten zien naar hen met minder talenten, aan wie beroepen van eenmansgemeenten voorbij gaan, opdat de kiiiig van collega's zo de bijbelse opdracht kan veniillen: de sterken wenden hun gaven aan om het zwakke te versterken.

Laat een kerkenraad verschillende namen bespreken, en zich dan richten op één die het meeste draagvlak hjkt te hebben. Benader die predikant eerhjk. Zeg hem dat een deel van de kerkenraad hem nog onvoldoende kent, dat je het moeihjk vindt om te weten wat voor predikant je eigenhjk zoekt, dat er misschien ook geen volledige eensgezindheid in de kerkenraad is. Maar dat je als kerkenraad graag in een open gesprek en samen biddend zou willen onderzoeken of de HEERE weUicht de weg wijst en zicht geeft op een beroep. Om ook samen de beluisterde preek te bespreken. In zo'n gezamenhjke procedure is er verbondenheid en eerhjkheid, ook als het tot de conclusie leidt om niet te gaan beroepen. Dat is dan niet omdat de predikant afvalt, maar omdat déze gemeente en déze predikant op dit moment geen roeping op elkaar hjken te hebben. In dit computertijdperk aanvaarden we misschien gemakkehjker dat het aan beiden kan hggen als we niet compatibel bhjken te zijn. Het aannemen van het beroep hoeft overigens dan niet een formaliteit te zijn. Bewust van al het mensehjke kan het besluit dan voor het aangezicht van God genomen worden.

Ook als het niet tot een beroep zou komen hoeft deze procedure voor een kerkenraad geen extra tijd te kosten. Als het systeem van spioneren gevolgd was, wordt het toch wel heel moeiüjk om bij het „horen" van nummer 3 of 4 of 5 te zeggen dat men enkele maanden geleden al eens was komen „luisteren". Daarom laat men die vaak maar hggen, en gaat verder met de nummers 6, 7 of 8. En zo gaat men misschien voorbij aan hem, die de eerste keer al in het visier kwam, maar waar je nu toch niet meer kan aankloppen... Uiteraard heeft het bovenstaande ook allerlei nadelen. Moge het een bijdrage zijn aan de noodzakehjke bezinning hoe het beroepingswerk met meer vrijmoedigheid, meer respect en meer geesteüjk gehalte zou kunnen plaatsvinden. Waarbij ook de domineese haar rol mag vervullen, niet alleen bij het afscheid geëerd, maar ook bij het beroepen gewaardeerd.

Linschoten

B. van Bokhoven

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1999

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Hoe het niet moet, hoe het wel kan...

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1999

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken