Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jezus’ verwondering en Zijn weggaan (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jezus’ verwondering en Zijn weggaan (I)

9 minuten leestijd

MEDITATIE

„En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof, en omging de vlekken daar rondom, lerende."

(Markus 6:6)

We lezen niet vaak in het Evangelie datjezus Zich verwonderd heeft. Welgeteld tweemaal komen we het tegen. Heel opmerkeUjk: de ene keer verwondert Jezus Zich over het geloof, de andere keer juist over het ongeloof. De verwondering over iemands geloof betreft dan de hoofdman van Kapemaüm die zich tot Jezus wendt in een ootmoedig en hartehjk vertrouwen. Meester, mijn knecht is ziek. Ik ben het echter niet waard dat U onder mijn dak komt. Spreek slechts een woord en mijn knecht zal genezen zijn. De woorden van deze heiden(!) wekken in het hart van Jezus verwondering. Zo'n geloof heeft Hij zelfs in Israël niet gevonden.

Lijnrecht daartegenover staat in dit gedeelte de verwondering van Jezus over het ongeloof van de mensen van... Nazareth. We hebben het dan over het stadje waar Jezus opgegroeid is! In bruut ongeloof wordt Hij verworpen, worden Zijn woorden veracht.

Nu is het voor ons toch een wat moeiUjke zaak met deze verwondering van Jezus over het ongeloof. Meerdere vragen dringen zich aan ons op. Kan dat nu wel echt, dat Hij Zich verwondert over dat ongeloof? Hij is toch God en weet daarom wat er in het hart van deze mensen is? Moet Hij Zich dan verwonderen over hen en over de hardnekkigheid van hun ongeloof? We kunnen zelfs nog een stap verder gaan en ons afvragen: is Hijzelf het niet Die door de kracht van de Heihge Geest geloof werkt en op die wijze zondaren tot Zich trekt? Wat hier door Markus wordt geschreven, üjkt ons minstens een merkwaardige uitdrukking.

Een aantal overwegingen hebben we ter harte te nemen. Zo moeten we niet vergeten datjezus ook echt mens is. En dat Hem daarom ook mensehjke gevoelens worden toegeschreven. Het zal waar zijn dat we hier staan voor diepten die wij niet kunnen peilen. Wie van ons zal Hem Die echt God en echt mens is, kunnen doorgronden? Wie van ons zou Hem in al Zijn werken, in al Zijn doen en laten en gevoelens, kunnen verklaren? Niemand toch zeker!

Wat hier in ieder geval wel naar voren komt in deze verwondering van Jezus is de ontzaglijke hardheid en de onvoorstelbare onredeüjkheid van het ongeloof. En dat nog wel in Nazareth. Ja- zeker, hier wordt dat bekende woord van Jezus aangehaald: Een profeet is niet ongeëerd dan in zijn vaderland. Maar daar staat toch tegenover dat ze in Nazareth beter kunnen weten. Ze kunnen het één en ander weten van Zijn wijsheid, Zijn volstrekte gehoorzaamheid aan de Vader. Denk maar aan de geschiedenis van de twaalfjarige Jezus in de tempel. Wehswaar is Jezus nog maar kortgeleden begonnen met Zijn openbare optreden in Israël, maar Hij heeft dan toch al het één en ander van Zijn heerüjkheid getoond. Ik denk aan de Schriftgeleerden in Jeruzalem die verbaasd hebben gestaan over de woorden die Hij sprak. Zo is Hij dan toch maar dertig jaren in Nazareth geweest. Hij woonde in hun midden. Het is verbijsterend wat we hier zien: de mensen van Nazareth worden aan Hem en aan Zijn woorden geërgerd. Had Hij dit aan hen verdiend? Natuurüjk besef ik dat er meer te zeggen valt, zeker wanneer we de zaken op een dogmatische weegschaal leggen. Ik weet datjezus alwetend is en dat er genade nodig is om oprecht te geloven. Maar we hebben ook voluit ernstig te nemen wat ons hier in deze tekst wordt geleerd, het aangrijpende dat ons wordt voorgehouden.

Jézus verwondert Zich over ongeloof. Wij vinden maar al te vaak ongeloof gewoon, vanzelfsprekend. Jezus is niet gewend aan het ongeloof. Bij ons is dat vaak heel anders. We zijn er soms helemaal aan gewend. We knipperen nog niet met onze ogen als het over het ongeloof en als het over de schuld van het ongeloof gaat. Zie eens naar Jezus hier.

In Nazareth ergert men zich aan Hém, de Zoon Gods. Hij wordt voor hen een struikelblok. Ze stoten zich aan Hem en Zijn woorden, struikelen over deze Steen des aanstoots. Denk maar eens aan het landschap in Israël: overal keien en stenen. Hoe gemakkehjk stoot je je voet niet aan zo'n steen en voor je het weet, ben je gestruikeld. Welnu, zo is Jezus voor deze mensen een struikelblok, een steen des aanstoots.

In het Lukasevangelie lezen we dat ze Hem uit de stad leiden, Hem meenemen naar een berg om Hem in de diepte te werpen. Dat laat Hij niet toe. Zijn ure is nog niet gekomen. En dat alles staat dan tegenover wat Jezus deed en sprak in Nazareth. Hij verwondert Zich over hun hardheid, hun ongeloof, hun ergernis.

Ze zijn daar in Nazareth zo dicht bij Hem geweest. We komen hier iets uit de Schrift tegen dat ons telkens voor ogen gesteld wordt. Hoe dichter je bij Jezus geweest bent, hoe meer je van Hem gehoord en gezien hebt, des te groter wordt je verantwoordehjkheid, des te onredeUjker en kwaadaardiger is het ongeloof. Het wordt ons voorgehouden opdat we het ter harte nemen. Het komt ook zo scherp naar voren wanneer de Heere Jezus in Kapemaüm is en daar stuit op de onbekeerhjkheid van de inwoners. Als in Sodom en Gomorra de krachten waren geschied, die in u geschied zijn, ze zouden tot op de huidige dag gebleven zijn. Wat wordt ons hier voor ogen gesteld? Hoe dichter we bij Jezus geweest zijn, hoe groter onze verantwoordehjkheid is. Geldt dat soms ook niet van ons? Om maar enkele dingen te noemen: we dragen allen of bijna allen het teken van Gods genadeverbond. We kregen het bij de Doop. We hebben het Woord en de prediking ervan. Worden we in de EvangeUeverkondiging niet in zekere zin in Zijn nabijheid gebracht? Hij staat in ons midden in het gewaad van Zijn Woord. Geeft ons de tekenen van Zijn heerhjkheid. Dat zijn geweldige voorrechten, maar tegelijk worden we voor een ontzaghjke verantwoordehjkheid gesteld. Wanneer we ons dan, na zoveel zegeningen te hebben ontvangen, verharden en in onbekeerhjkheid voortgaan, wordt ons dat des te zwaarder aangerekend. Hoe zijn we dan te verontschuldigen?

In Nazareth wordt Zijn Woord veracht, wekt het zelfs ergernis bij hen. Scherp doorziet Jezus Zijn hoorders. Hij laat het bekende woord horen: Een profeet is niet ongeëerd dan in zijn vaderland, dat wil zeggen dat hij nergens zo gemakkeüjk ver­ omgeving. Met deze woorden spreekt Jezus een scherpe aanklacht uit. Hij, de grote Profeet en Leraar, wordt niet geacht! We staan hier voor de huiveringwekkende werkehjkheid van het ongeloof. Een zonde die zo heilloos, zo dodehjk en zo onredehjk is datjezus er Zich over verwondert! Jezus spreekt woorden van zahgheid. Zijn mond brengt niets dan wijsheid voort. Zijn oudplaatsgenoten struikelen. Over Hem! Over Zijn woorden! Aan de ene kant is het een onbegrijpe- Hjk wonder wanneer mensen tot het levend geloof komen. Het is nooit uit de mens te verklaren. Weet u dat bij ondervinding? Houden we vanuit onszelf ons hart niet stijf gesloten voor Hem en Zijn Woord, geketend in de banden van het ongeloof? Aan de andere kant, en dat komt in onze tekst naar voren, verwondert Jezus Zich hier over hun ongeloof. Je moet wat heilzame woorden van Christus verwerpen, wat vermaningen en nodigingen van je afslaan om voort te gaan in ongeloof. Woorden van zahgheid zomaar naast je neergooien, uitgestoken handen van je afslaan. Telkens weer moet het hart gepantserd worden voor de woorden uit de mond van de Zahgmaker. Het Woord komt hier in aangrijpende ernst op ons aan. Wanneer het mij niet tot bekering en geloof brengt, wat is er dan gaande? En waar hgt dan de schuld? Hier in Nazareth komt heel scherp het ongeloof in zijn ware aard aan de dag. Dat valt beshst niet mee! Is er iets waardoor de levende God meer beledigd wordt? Is er ook iets dat mij schuldiger stek voor God dan dit ongeloof? Hier komt puur verzet tegen Christus aan de dag. Ergernis aan Hem. Een versmaden van Zijn macht en Zijn ontferming. Jezus verwondert Zich! Wat heeft Hij ze indringend vermaand om te horen naar Zijn heil- en troostrijk Woord. Wat heeft Hij ze genodigd om tot Hem te roepen vanuit de nood van hun bestaan. Te schuilen bij Hem in Wie alleen redding en eeuwig leven is. Wat zingen we ook alweer in Psahn 81? Och, had naar Mijn raad, zich Mijn volk gedragen... Ontzettend als het Woord niet leidt tot bekering, niet brengt tot levend geloof.

Misschien denkt u bij uzelf: Zoals die mensen daar in Nazareth, zo zouden wij toch niet doen. Is die geruststellende gedachte terecht? Is het niet veelmeer zo dat de HeiMge Geest, als Hij hcht laat vallen over mijn leven, ontdekt aan het ongeloof in zijn gruweUjke aard? De Geest geeft pijn over het ongeloof als een verachten van de Heere. Waar het levend geloof gewekt wordt, daar ontbrandt dan ook een geweldige strijd met het ongeloof. Snikkend roept de vader uit: Ik geloof, Heere, kom mijn ongeloof te hulp.

We zien vanuit onze tekstjezus in Zijn verwondering over het ongeloof. Wat is dat aangrijpend. Ontdekkend ook. Onwillekeurig denk ik aan het bekende woord uit de Hebreeënbrief: Hoe zullen wij ontvüeden indien we op zo grote zahgheid geen acht geven? Zo dicht bij Jezus geweest en toch het hart voor Hem gesloten en afgekeerd van Zijn Woord.

Onze tekst geeft ons intussen nog geen reden om vlot en vanzelfsprekend te zeggen: Zie je wel, je moet niet ongelovig zijn, je moet (gewoon) geloven. Wat zou het Woord bedoelen als het spreekt over de onwil en onmacht van ons hart en over de noodzaak van de Heihge Geest? Ging u ontdekken de kracht van het ongeloof, de hardheid van ons hart? Dan gaat u ook de genade van de Heihge Geest in het gebed zoeken.

Intussen moeten we onze tekst recht overeind laten staan. Hij spreekt van de verwondering van Jezus over het ongeloof. Sta eens stil en mediteer hier eens over. Zie Jezus voor u staan in Zijn verwondering. Is er dan nog enige reden om onszelf in en met ons ongeloof overeind te houden voor God? Deze dingen worden ons voorgehouden opdat we het heilloze en dodeHjke zien van het ongeloof. Bij onszelf en bij anderen. Ook opdat we zouden smeken om de leiding van de Geest. In Hem is kracht genoeg om te bevrijden van het hardste ongeloof. Hij geeft armen om uit te strekken tot Christus. Hij geeft voeten om tot de Zahgmaker te vluchten. Hij is sterk genoeg om van een verklaarde tegenstander een gewiUige te maken. Van een rijk mens die zichzelf handhaaft een bedelaar te maken die neerzinkt aan de voeten van Christus. En die ervaart dat er bij Hem milde handen en vriendehjke ogen zijn!

Lunteren M. Goudriaan

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.hertog.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 2000

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Jezus’ verwondering en Zijn weggaan (I)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 2000

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken