Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De zondeval van priesters (I)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De zondeval van priesters (I)

9 minuten leestijd

MEDITATIE

„En de zonen vanAüron, Nadab enAbihu, namen een ieder zijn wierookvat, en deden vuur daarin, en leiden reukwerk daarop, en brachten vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN, hetwelk Hij hun niet geboden had." (Leviticus 10: 1)

(f/T^ deze en de volgende meditatie staan we (^y stil bij het hoge belang dat de Heere hecht aan de zuiverheid van de eredienst. Hoe gemakkelijk treedt op dit terrein vervlakking op, hoe licht komen allerlei insluipsels binnen die de omgang met de Heere verhinderen. Telkens weer hebben we nodig dat ons wordt ingescherpt dat de heiüge dienst des Heeren ook werkelijk heiüg moet worden gehouden. Dat vraagt om een nauwkeurig acht geven op wat de Heere geboden heeft. Wie daar slordig mee omspringt, loopt groot gevaar de dienst des Heeren helemaal te verhezen. De satan ziet het overigens maar al te graag, dat Gods Kerk niet al te nauw is op dit gebied. Als geen ander weet hij namehjk hoe gevaarhjk verwatering van de eredienst is, hoe vernielend allerlei eigenmachtige veranderingen zijn.

Het was voor Israël dus van levensbelang om de zuivere godsdienst getrouw te bewaren. Daarom moest Israël weten, dat de Heere heel stringent aan Zijn gegeven voorschriften vasthoudt. Als men daar onachtzaam mee omging, berokkende men zichzelf grote schade.

Dat het hier voor Israël inderdaad heel nauw luisterde, zal ons bUjken uft Leviticus 10. Tegehjkertijd khnken ook voor de Kerk van het Nieuwe Testament waarschuwende signalen. Onze tijd van plurahsme staat bol van de vrijbuiterij. Kom, ga met mij eens luisteren naar Leviticus 10:1.

Het voorgaande hoofdstuk verteft over de eerste eredienst in de woestijn. Nu de tabernakel gereed is gekomen kan de offerdienst onder Israël gaan beginnen. Aaron heeft het zond-, brand- en dankoffer gebracht volgens het door de Heere gegeven voorschrift. We lezen dan: Toen ging Mozes met Aaron in de tent der samenkomst; daarna kwamen zij uit, en zegenden het volk; en de heerhjkheid des HEEREN verscheen al het volk. Want een vuur gmg mt van het aangezicht des HEEREN, en verteerde op het altaar het brandoffer, en het vet. Als het ganse volk dit zag, ZO juicii (Lev. 9 : 23 en 24). Dus de heerlijkheid van de Heere verschijnt aan het volk in de woestijn en het vuur van Zijn aangezicht verteert het brandoffer. Is dit niet het machtige hoogtepunt van deze eerste eredienst in de woestijn? Ja, rakelings schiet het heiUge vuur langs het volk heen en verteert niet het volk - hoezeer ook verdiend - maar het brandoffer. Dit is Goddelijk welbehagen en tegehjk al een verre prediking van wat op Golgotha eens gebeuren zal. Want daar zal het heilig vuur van Gods aangezicht rakeUngs langs onheiüge spotters heengaan en een ander brandoffer treffen om dat te verteren. Op Golgotha vindt de Vader Zijn Zoon!

Zonder enige twijfel, Leviticus 9 mag een echt hoogtepunt heten in Israels volksbestaan.

Maar hoogte- en dieptepunten Hggen weleens heel dichtbij elkaar.

Ook hier is dat zo. Leviticus 10 is werkehjk een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Israël. Dit hoofdstuk vertelt namehjk over de zondeval van Nadab en Abihu, twee zonen van Aaron, twee priesters in Israël! Nog maar kort staan zij in hun ambt. Als priesters hebben ze het recht om rookoffers in Gods heiligdom te brengen. Op zich is het dus volkomen legitiem wat vers 1 over hen zegt: En de zonen van Aaron, Nadab en Abihu, namen een ieder zijn wierookvat, en deden vuur daarin, en legden reukwerk daarop. Om zo te zeggen: naar de vorm is alles prima in orde. Zo moet het gebeuren en niet anders. En toch is er met dat offeren iets mis, grondig mis zelfs. Want in feite doen zij wat volkomen in strijd is met de wil van de Heere. Ook dat zegt vers 1. We lezen daar namelijk dat zij iets doen wat de Heere niet bevolen had...

Wat is dan de zonde van deze beide priesters? Ook dat lezen we in vers 1. Nadab en Abihu brengen vréémd vuur voor het aangezicht van de Heere. We moeten hier denken aan offervuur dat niet van het altaar afkomstig is en dus niet door de Heere is ontstoken. Het eigenlijke altaarvuur is van de Heere. Denk nog maar even terug aan het slot van Leviticus 9! Het vuur van God ontsteekt de offers en maakt de eredienst wettig. Het moet daarom ook altijd brandend worden gehouden. Met andere woorden: Nadab en Abihu kunnen alleen een wettig rookoffer voor de Heere brengen als zij van dat bijzondere vuur gebruik maken (zie ook Lev 16 : 12) en Num. l6 : 46). Maar ze halen blijkbaar ergens anders hun vuur vandaan. In plaats van heihg vuur gebruiken ze „vreemd" vuur. Dat is hun zonde. En daarom vindt hier een zondeval van priesters plaats!

Op zich üjkt het nemen van vreemd vuur een üchte overtreding, begaan in een stuk enthousiasme in een nieuwe situatie. Er is helemaal geen reden om te denken dat de beide zonen van Aaron met opzet de heihge dingen hebben willen bezoedelen. Het üjkt veel meer op een moment van onbedachtzaaraheid. Onwillekeurig denken we hier ook aan de daad van Uza, eeuwen later, toen hij de ark vastgreep die naar Jeruzalem werd gebracht, omdat de runderen struikelden. Zouden we niet hetzelfde hebben gedaan?

En toch, nader beschouwd is de zaak heel wat ernstiger dan op het eerste gezicht üjkt. De daad van Nadab en Abihu is namehjk het begin van een godsdienst naar eigen beheven. Waar je met zo'n godsdienst uitkomt, is niet meer te overzien. Straks kan en mag alles. Ieder doet dan wat goed is in eigen ogen en maakt zich een godsdienst naar eigen smaak en snit.

De daad van Nadab en Abihu mag dan een geringe afwijking hjken, iets waar je niet moeihjk over zou moeten doen, in werkeUjkheid is het een uiterst gevaarüjke afbuiging. Dat de Heere dit heel hoog opneemt zal later bUjken...

Ligt hier ook niet een geweldig leerpunt voor onze eigen tijd? Ongetwijfeld. Het is ons aller roeping om met elkaar zorg te dragen voor het be­ houd van de zuivere godsdienst. O zeker, daarbij hebben ambtsdragers een voorbeeld te zijn voor de gemeente, maar dat laat onverlet de roeping van allen.

Wie wat thuis is in het kerkeUjke leven, weet maar al te goed dat er heel wat „vreemd" vuur de ronde doet. Er is zoveel zelfbedachte godsdienstigheid. En allerlei dwaUngen sluipen de kerk binnen. Remonstrantse winden waaien in prediking en hed door de kerk heen. De leer van de vrije wil sluit naadloos aan bij ons hart dat van nature werkelijk boos is. Wie wil er vanuit zichzelf aan dat onze wil geheel verdorven is en daarom haaks staat op Gods wil? Wie gelooft van harte dat God er Zelf aan te pas moet komen om die verdorven wil van ons te vernieuwen, zodat hij weer naar God toe wordt gebogen?

Ligt juist hier niet de grootste bedreiging voor de zuivere godsdienst, dat wij denken vóór onze bekering een wil ten goede te hebben? Ongetwijfeld. Want zo kunnen we nog iets van eigen waardigheid overeind houden. En juist dat hgt ons zo: denken nog iets voor God te kunnen zijn, en dus niet helemaal bankroet voor Hem te staan. Want om nu helemaal van genade te moeten leven, is ook wat...

Intussen heeft dit alles wel te maken met „vreemd" vuur voor Gods aangezicht brengen. Wat heeft de Heere ons namehjk geboden? Nee, Hij heeft niet gezegd dat wij op eigen kracht en met eigen goede hoedanigheden tot Hem moeten gaan. Hoe dwaas te menen dat wij die zouden hebben! Wel heeft Hij geboden dat wij tot Hem moeten komen met al onze zonde en schuld, zonder enige waardigheid in onszelf, enkel pleitend op Zijn genade in Christus en met de hartehjke behjdenis dat alleen Gods wil heüig en goed is. Dat is dus een komen tot Hem zonder enige opsmuk of iets dergehjks. Voor wie zo komt, past alleen nog de roep van de tollenaar: O God, wees mij zondaar genadig! U weet, in de Bijbel is de wierook symbool van het gebed. Welnu, die bede van de tollenaar is de wierook, die door het rechte vuur is ontstoken en daarom opklimt tot Gods aangezicht. Want dit vuur is genomen van het heilig vuur van Golgotha, waar onze radicale verdorvenheid onverhuld aan het hcht is getreden in het oordeel van God over Zijn heihge Zoon. Er bUjft dan slechts een zondaar over die enkel nog hopen kan op genade van Zijn rechtvaardige Rechter. Ja: hopen! Want Gods heihg vuur heeft niet voor niets op Golgotha gebrand.

Wie niet komt als een goddeloze om zich door God te laten rechtvaardigen om niet, maar vertrouwt op eigen mogehjkheden en inzichten, die nadert niet recht tot God, maar brengt „vreemd" vuur voor Hem. Die gaat tegen de uitdrukkehjke heilswil van God in en bederft de ware godsdienst.

Alle eigenwiUige godsdienst hoh ten diepste het woord „genade" uft en ontneemt zo aan de Heere de roem die Hem alleen behoort. Het is nameUjk Gods eer en heerüjkheid om totaal verloren zondaren zalig te maken. Als Hij een halve ZaUgmaker zou moeten zijn hoeft het van Hem niet meer. Het is hier alles of niets.

Wie heiligt dus de Heere? Hij die zich houdt zowel aan Gods heiUge Wet als aan Gods heihg Evangelie. Die immers buigt zich onder Gods heihg recht en die nadert tegehjkertijd met vrijmoedigheid in het gebed tot de heilige God, want door genade mag hij weten:

Mijn beê, met opgeheven handen, klimt voor Gods heilig aangezicht als reukwerk voor Hem toegericht. als offers die des avonds branden.

Zijn gebed is doorgloeid van het heihg vuur van Golgotha, waar God de zonden van Zijn volk heeft weggebrand in Zijn heihg Kind. U hoort ook tot hen die zo de Heere heihgen? Vanzelfsprekend is dat intussen niet, maar enkel genade!

Epe

P. Vermeer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 augustus 2000

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

De zondeval van priesters (I)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 augustus 2000

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken