Bekijk het origineel

Hermanus Hofman (1902-1975): een gezant van de Koning (2)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Hermanus Hofman (1902-1975): een gezant van de Koning (2)

8 minuten leestijd

UIT DE SCHAT VAN DE KERK

Wie was ds. Hofinan?

'^/yyexmaxms Hofman werd 5 juni 1902 te ^'-^ Sliedrecht geboren. Daar had ds. Bogaard, die aanvankelijk godsdienstonderwijzer was geweest in de Hervormde Kerk, rond 1905 een vrije gemeente om zich heen gevormd. Zijn ouders voegden zich bij deze groep. Het kerkelijk standpunt dat Hofman later zou uitdragen, hoorde hij uit de mond van ds. Bogaard. Hofiman getuigt dat zijn vader een man met grote geestelijke kennis was, van wie hij veel geleerd heeft. Op negenjarige leeftijd verloor hij zijn moeder. In zijn jeugd had Ho& nan al diepe indrukken van dood en eeuwigheid, maar ook van de beminnehjkheid van Christus. Vurig begeerde hij om tot God bekeerd te worden. Bij het ouder worden nam het verlangen om God te zoeken af, maar het verdween nooit helemaal. Als jongeman bleef hij voor grove zonden bewaard. Hij begon ijverig in de Bijbel en in de oudvaders te lezen. Het sterven van zijn grootvader van vaderszijde vormde een keerpunt in zijn leven. Hij voelde, dat hij miste wat zijn opa bezat. Hij had niet meer dan een net godsdienstig leven, maar miste God en Christus. De Heere overtuigde hem van zijn zonden en schuld. Ongeveer vier weken na het sterven van zijn opa werd hij met kracht bepaald bij de woorden uit Johannes 3 vers l6: "Want alzo hef heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegeüjk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe." De vreugde die hij toen mocht proeven, verdween weer In het boek Verheugd, van zorg ontslagen, dat na zijn dood werd uitgegeven, beschrijft ds. Ho& nan uitvoerig hoe hij heeft geworsteld om tot de volle zekerheid des geloofs te komen. De Heere leerde hem af te zien van zichzelf en enkel en alleen op Christus te leunen en uit Hem te leven. In die jaren had hij veel steun aan ds. Bogaard, die een vaderhjke vriend voor hem was.

Ds. Ho& nan trouwde met Corneha Slagboom. Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren: een zoon en drie dochters. Mevrouw Hofman had een zwakke gezondheid. Zij overleed na een langdurige ziekte op 31 januari 1950. Een half jaar daarna, op 19 juH 1950, trad hij in het huwehjk met Emihe Scharp. Uit dit huwehjk werd één zoon geboren. Zowel zijn eerste als tweede vrouw waren geesteUjk nauw aan hem verbonden. Zijn tweede vrouw, die nog altijd in leven is, is nog een verre nazaat van ds. J. Scharp (1756-1828), de dichter van het gezang:

Alle roem is uitgesloten, onverdiende zaligheên heb ik van mijn God genoten, 'k roem in vrije gunst alleen!

De gemeente van ds. Hofinan

Bij Hofinan ontstond nadat hij vrede met God gevonden had ook de drang om het Woord te bedienen. Ds. Bogaard ontving hiermee ook werkzaamheden. Toen Ho& nan tenslotte op een vergadering waarin vertegenwoordigers van verschillende vrije gemeenten met eenzelfde kerkeUjke visie als ds. Bogaard bij elkaar kwamen, was er zo'n overname van wat Ho& nan naar voren bracht dat hij zich niet eens behoefde te verwijde- ren om over wat hij verteld had te beraadslagen. Spontaan werd hem de hand gereikt en zo de toegang tot de kansel verleend. In de tijd dat hij begon te oefenen, sprak hij op zondag om beurten in Schiedam, Hendrik-Ido-Ambacht en Alblasserdam. Ook heeft hij driemaal op zondag in Capelle aan den IJssel gepreekt. Na verloop van tijd zag hij, dat Schiedam zijn vaste standplaats moest worden, en nadien heeft hij 's zondags nooit meer buiten deze plaats gepreekt. Dat was in 1929. In 1937 bevestigde ds. Bogaard hem tot predikant. Tot aan zijn overUjden op 31 augustus 1975 is hij aan Schiedam verbonden gebleven. Bij zijn jubilea ging Hofman overigens niet uit van de datum van zijn bevestiging, maar van de zondag waarop hij voor het eerst het Woord had bediend.

In Schiedam kwam op uitnodiging van Evert Visser eerst ds. Stam uit Capelle aan den IJssel en later ds. Bogaard uit SHedrecht het Woord bedienen. Op aandrang van Stam was Visser op een gegeven moment zondag ook preken gaan lezen voor een groepje mensen. Nu in deze groep werd Hofman voorganger. Ook nadat hij tot predikant was bevestigd, wilde hij niet als dominee worden aangesproken. Deze aanspraak kwam naar zijn overtuiging alleen toe aan predikanten binnen de Hervormde Kerk, die ook een academische studie gevolgd hadden. Hij wilde gewoon als Hofman aangesproken worden en voor zijn famiüe in Schiedam en Shedrecht was hij ome Manus. Zijn eigen situatie en die van andere voorgangers in de kring van vrije gemeenten waartoe hij behoorde, zag hij als uitzonderÜjk. Hij typeerde zichzelf als een schippersjongen aan wie de nood was opgelegd om het Woord uit te dragen. In de tijd van de poUtionele acties in Nederlands Indië, het huidige Indonesië, werd ten behoeve van de jongens die daaraan deehiamen elke week een preek in steno opgenomen en in gestencilde vorm naar het Verre Oosten verzonden. Op deze preken stond vermeld: Hofman, evangeliedie­ naar te Schiedam. Dat was tenslotte de diepste reden dat Hofman er niet voor voelde dominee genoemd te worden. Het gaat niet om de mens maar om het Woord van God.

De gemeente van Hofman kwam aanvankehjk bijeen op een zolder boven een jeneverstokerij aan de Boterstraat. Daarover is nog een aardig verhaal in omloop. Evert Visser was eens op een gezelschap waarin naar voren kwam wat de namen waren van de kerkgebouwen waarin men kerkte. Het waren allemaal khnkende namen zoals Eben Haëzer, Bethel en Pniël. Op de vraag wat er op hun kerk stond heeft Evert Visser toen geantwoord 'Jeneverstokerij.' In de jaren vijftig werd de zogenaamde Plantagekerk, het kerkgebouw van de Gereformeerde Kerk aan de Lange Nieuwstraat, gekocht. Sinds die tijd staat de gemeente bekend als de Plantagekerkgemeente.

Zondag aan zondag kwam een vaste kring op onder de prediking van Hofman. De kerkgangers woonden niet alleen in Schiedam, maar ook in omhggende plaatsen, zoals Delfshaven en Vlaardingen. Ook waren er meerdere schippersfamihes, die met deze gemeente meeleefden. OorspronkeUjk kwamen alle mensen lopend naar de kerk. Hofman was voor zichzelf geen voorstander van het gebruik van een vervoermiddel op zondag en tot aan zijn dood toe kwam hij zelf 's zondags lopend naar de kerk. Het grootste deel van zijn gemeenteleden kwam toen al vele jaren met de auto. De dienst op woensdagavond (er was elke woensdagavond kerk) werd bezocht door mensen uit wijdere omgeving. Met tweede feestdagen en op bid- en dankdagen was de kerk als regel tot de laatste plaats bezet. Van heinde en ver kwamen de mensen dan onder zijn gehoor Voor een deel betrof dat mensen die vroeger op zondag bij hem gekerkt hadden.

Hofman ging ook voor in doordeweekse diensten van gemeenten en groepen die zich verbonden wisten met de prediking en het kerkeüjk standpunt van ds. Bogaard. Zo preekte hij vele jaren in Alblasserdam, Süedrecht, Scheveningen, Rotterdam-Zuid en Nieuw Beijerland. Behoudens ziekte was hij tot aan het einde van zijn leven gewoon om in de week tenminste drie diensten te leiden. Slechts een enkele keer is hij in een dienst buiten eigen kring voorgegaan. Mede hierdoor genoot hij buiten eigen kring nauwelijks bekendheid.

Nooddak

Voor Hofman kon alleen de Nederlandse Hervormde Kerk in de volle zin van het woord 'kerk' worden genoemd. Hij wilde er niet van weten om naast de Hervormde Kerk een nieuwe kerk te stichten. Zijn eigen gemeente zag hij als een nooddak. Daaruit trok hij, in navolging van ds. Bogaard, de consequentie, dat het gemeentehjk leven zo min mogeüjk gereglementeerd moest worden. Hierin bleek duideüjk, dat de gemeenten rond Bogaard en Hofman voortgekomen waren uit kringen waar men vanwege de nood der kerk niet meer onder het Woord opging, maar thuis preken las en met elkaar over het geestelijke leven sprak. Zo werd er geen belijdenis des geloofs afgelegd, er was geen kerkenraad, wel een voorlezer en later ook een kerkbestuur. De sacramenten van de Heiüge Doop en het Heilig Avondmaal werden daarentegen wel bediend, terwijl Hofman zich in het ambt van dienaar des Woords het bevestigen. Het kerkbestuur functioneerde in de praktijk als kerkenraad, maar toch wilde Hofman er niet van weten om de leden van zijn kerkbestuur in het ambt te bevestigen. Het zal duideUjk zijn, dat dit kerkelijk standpunt een aantal innerlijke inconsequenties bevatte. Mensen binnen de kring viel dat op. Voor een buitenstaander was het niet gemakkelijk, om zicht te krijgen op de kerkelijke visie van Hofman.

Hofman trok uit zijn kerkehjk standpunt wel concrete consequenties. Verhuisden mensen uit zijn gemeente, dan vestigden zij zich menigmaal niet in één van de plaatsen, waar een gemeente van dezelfde richting was. In dat geval raadde hij hen aan zich te voegen bij de plaatsehjke Hervormde Gemeente, als daar het Woord recht bediend werd. Pas als dat niet het geval was, wilde hij adviseren zich bij één van de afgescheiden kerken te voegen. Hij placht ook te zeggen: 'Ga maar waar het gras het groenst is. Eet de vis op laat de graten hggen.'

(wordt vervolgd)

Elspeet

Dr. P. de Vries

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 augustus 2000

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Hermanus Hofman (1902-1975): een gezant van de Koning (2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 augustus 2000

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken