Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onrijpe druiven, stompe tanden (II)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Onrijpe druiven, stompe tanden (II)

10 minuten leestijd

MEDITATIE

"Wat is u dat gij dit spreekwoord gebruikt van het land Israels, zeggende: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten en de tanden der kinderen zijn stomp geworden? (...) De ziel die zondigt, die zal sterven." Ezech. 18: 2, 4b

e bedoeling waarmee de Israëlieten het spreekwoord van de onrijpe druiven en de stompe tanden gebruiken, is duidelijk: zij willen zichzelf beklagen dat ze zo worden geslagen. En dat nog wel om de zonden van hun voorgeslacht. Daarmee verontschuldigen zij zich. „Wij kimnen er niets aan doen. Wij staan niet schuldig".

De verontschuldiging afgewezen.

Zijn de Israëlieten nu werkelijk zieUge stumpers, die zo hard en onbiUijk behandeld worden? Nee, zegt Ezechiël in de Naam des Heeren. Volstrekt niet! De zoon zal niet dragen de ongerechtigheid van de vader. Zo werkt de Heere niet. De man Gods maakt het nog wat duidehjker. Een vrome vader kan een goddeloze zoon hebben. We vinden er de voorbeelden van in de Bijbel. En de geschiedenis blijft zich maar herhalen. Een vader die oprecht de Heere dient en als een zondaar al zijn heil in de Heere Jezus Christus zoekt. En dan een zoon die, met dat voorbeeld voor ogen, wegdwaalt van de Heere, al verder en verder Zal dan de vader de ongerechtigheid van zijn zoon dragen? Nee. Hij zal wel de pijn, de smart dragen over de weg van zijn zoon. Er gaapt een wond in zijn ziel. Mijn kind toch! Maar de vader draagt niet de zonde.

Het omgekeerde kan ook gebeuren. Een goddeloze vader heeft een godvrezend kind. Komt dat ook voor dan? Jawel, ook daar zijn tot vandaag toe voorbeelden van. De goddeloze Achaz heeft als zoon de godvrezende Hizkia. Dan draagt Hizkia niet de zonde van Achaz. Hizkia erft niet de vloek van de zonde van zijn vader.

De Israëheten willen de schuld van zich afwerpen. Ze ontzeggen de Heere het recht om hen te slaan, willen tot Hem zeggen: het is ten onrechte wanneer U ons slaat. Ja, wat onze vaderen gedaan hebben, maar wij... De rechtmatigheid van het oordeel wordt geloochend. Daarmee wordt de Heere aangeklaagd en van onrechtvaardigheid beschuldigd. Het is nogal wat! Ook wij mogen er wel van doordrongen zijn, dat jezelf verontschuldigen het beschuldigen van de Heere in zich bergt. De Heere komt er op terug door de profeet. Het is ten enenmale niet waar dat de zoon gestraft wordt om de zonde van de vader.

Ezechiël moet profeteren om het volk alle onschuld te ontnemen. Het gaat erom dat zij de rechtmatigheid van het oordeel zullen erkennen en doorleven voor Gods aaangezicht. Vandaar deze preek van Ezechiël. Zou het daar soms vandaag nog om gaan in de bediening van het Woord, dat het rechtmatige van het oordeel wordt erkend met gebogen hoofd voor God? Dat wij ons gesteld weten voor de Rechtvaardige en elke verontschuldiging ons besterft op de Hppen? Gaat het er niet om, dat ik zal doorleven voor de Heere: Uw vonnis is niet onbillijk, volstrekt niet! Opdat ik zo mijn heil in Christus zoek! Wat een werk heeft de Heilige Geest er ondertussen aan om me alle verontschuldigingen uft de handen te slaan. Dat ik eerlijk zal buigen voor God: O God, U bent niet onrechtvaardig. Het is de Geest Die overtuigt van het rechtmatige, het eerüjke, van het werk en het vonnis van God.

Nu de baUingschap voor een deel al gekomen is over het volk en nu Jeruzalem zal worden verwoest, willen de Israëheten graag de nodige verontschuldigingen aanvoeren. Zou dat u en mij nu zo vreemd zijn? Hebben we het eigenhjk al niet geleerd van onze vader Adam om de schuld ergens anders te leggen? De Heihge Geest leert om haar bij jezelf te leggen. Ik, Heere.

Over Adam gesproken, wat kunnen we bezig zijn met het wroeten in Adam, in die zin dat we ons afvragen wat wij eigenhjk te doen hebben met hem. Kan ik het helpen? Gelukkig als mijn mond dicht gaat voor het aangezicht van de Heere en alle lust om mezelf te verontschuldigen me vergaat. Wat een zegen als ik het afleer om heiraehjk of openüjk de Heere in de beklaagdenbank te zetten. Juist Ezechiël heeft het nogal eens over het huis van Israël als een wederspannig huis. Dat is anders dan een volk van zielige, onschuldige stumpers...

De ziel die zondigt, die...

Indringend is het Woord des Heeren: de ziel die zondigt, die zal sterven. Wat houdt het in als de Heere dat hier zo nadrukkeüjk zegt? Over wie gaat het hier nu eigenlijk? Moet ik soms vragen: ben ik het, Heere? Is het nog nodig om dat te vragen?

We zeggen zo makkeUjk dat we allemaal zondaren zijn. Maar als dit wat hier staat echt tot me doordringt, wordt het anders. De ziel die zondigt - dat ben ik! Zonder enige twijfel. Maar dan moet ik sterven! Wat een schok als ik dat echt ontdek. In al onze rechtzinnigheid en bijbelvastheid spreken we de dingen vaak zo vlot uit. Maar als ik me echt met deze boodschap gesteld wordt onder de ogen van de eeuwige God... Ik heb geen verontschuldiging meer. Ik hoef naar mijn voorgeslacht niet te kijken. Is hier ontkoming?

In dit verband is het op zijn minst opmerkehjk dat straks door Ezechiël tot het ontrouwe Israël gezegd wordt: waarom zoudt gij sterven, o huis van Israël? Is er dan toch ontkoming aan de dood? U moet nog eens goed kijken naar dat woord: de ziel die zondigt, die zal sterven. Maar wat betekent dat dan als op Golgotha die Middelste van de drie gaat sterven? Christus sterft. Maar God heeft gezegd: de ziel die zondigt, die... Is Deze, Die aan het kruis hangt, dan een zondaar? Hij sterft de bittere dood onder de verzengende toom van Zijn Vader. Heeft Hij dan schuld voor Gods aangezicht? Jawel, de schuld van anderen is op Hem gelegd. Hij wil met de schuld van anderen naar het kruis. Wat je ouders niet kunnen, je kinderen niet, je man of vrouw niet, dat doet Hij: schuld overnemen! Hoe komt Hij immers aan die schuld waarvoor Hij sterft? Overgenomen! Overgenomen van mensen die er geen kant meer mee op kunnen en die er zichzelf nooit meer van zullen bevrijden. Ziet u hier de weg van ontkoming? Als u, deze woorden van Ezechiël horend, zegt: alle verontschuldigingen worden me hier uit handen geslagen en de Heere reikt me een vonnis aan, zie dan dat er Een is Die Zelf geen zonde kende, maar Die wel wilde en wel ging sterven. En wie voor rekening van Christus komt en wie nu Zijn ongerechtigheid kwijtraakt aan Hem, die zal niet sterven, maar het eeuwige leven beërven. Leerde u Hem zo kennen?

De ziel die zondigt, die zal sterven. Dat wil zeggen dat, als ik voor eigen rekening kom, ik onherroepelijk moet sterven. Gaat het doordringen bij u en mij? Er büjft me geen vierkante centimeter over als plaats van beschutting. Maar leer ik met mijn vonnis ontkoming zoeken en vinden in Hem, dan is er ook eeuwig, onvergankelijk leven! Het is zo onwankelbaar, zo eeuwig waar: wie de Zoon heeft, die heeft het leven. Die zal niet ondergaan in de golven van Gods toorn. Weet u niet bij Hem te komen soms? Val maar neer, roepend om Zijn hulp. Hij weet u wel te vinden.

Het slot van de preek.

Als ik me niet vergis, is met het bovenstaande wel het een en ander van onze tekst wel gezegd. Natuurlijk valt er altijd nog veel meer te zeggen, maar we hebben nu toch wel iets van de hoofdUjn gezien. Toch zou ik nog één vraag willen opwerpen: waarom moet Ezechiël dit alles nu profeteren tot het volk? Jawel, we zagen dat hij het volk elke verontschuldiging moest benemen en dat hij het volk moest afhelpen van de drogrede van dat spreekwoord. Maar er is nóg iets en daarvoor moeten we nog even kijken naar het slot van de preek van Ezechiël. Het behoort niet direct tot onze tekst, maar het is wel van betekenis voor het verstaan ervan.

Dit hoofdstuk loopt uft op de verzen 31 en 32 waar Ezechiël een klemmende oproep tot bekering laat horen. Woorden van eeuwige ernst en hartehjke bewogenheid. Scherp en eerlijk, zonder omwegen moet de profeet het volk in be- schuldiging stellen. Maar daarmee gaat gepaard de hartelijke oproep: wend u toch tot Hem! Ik heb geen lust in de dood van de stervende, zo zegt de Heere HEERE, daarom bekeert u en leeft! Het spreekwoord van de onrijpe druiven en de stompe tanden is voor de Heere uiterst beledigend, maar het weerhoudt er Hem niet van om Zich met alle wehnenendheid tot het volk te richten. Is het te begrijpen wat hier gebeurt?

Geen lust aan de dood van de stervende... Nee, er wordt niet bedoeld: de Heere wil wel, als nu de mens maar van goede wil is, dan komt het wel goed. Maar de Heere maakt hier bekend wat Hem welgevalHg is, nameUjk dat de kinderen van het verbond zich in boetvaardigheid tot Hem wenden en Hem met hart en ziel zoeken. Met dat spreekwoord willen de IsraëUeten zeggen, dat hun wordt aangerekend wat de schuld van anderen is. En dan zegt de HEERE aan het einde van dit hoofdstuk: hgt de schuld nu werkehjk bij Mij? Durft u dat vol te houden voor Mijn aangezicht? Wat een indringende vragen, ook vandaag aan uw en mijn adres!

Duidehjk is de boodschap: de ziel die zondigt, die zal sterven. Sterk en bewogen is de drangrede van de Heere: waarom zou u sterven en niet leven? Waarom toch...? Zulke woorden willen ook vandaag ouderen en jongeren neerwerpen aan de voeten van de Heere, daar waar de aanklachten tegen Hem verstommen. Er bhjft me geen enkele reden over om de Heere te beschuldigen. Als Hij zegt: ben Ik onrechtvaardig, klaag Me dan maar aan, dan heb ik mijn mond te sluiten, mijn hoofd te buigen. Daar khnkt de stem van de Heere: zoek Mij toch, waarom zou u sterven en waarom zou u ondergaan in de opstand tegen Mij en in het verzet tegen Mijn Christus?

Is het zo vreemd om hier bij de laatste woorden van dit hoofdstuk te denken aan wat de Schrift zegt over Hem Die niet zondigde maar wel stierf: Hij ontving de tollenaren en zondaren en at met hen? Zondaren die moeten sterven worden harte-

hjk ontvangen door Hem! Indringend spreekt de Heere door Ezechiël. Aan de ene kant vUjmscherp, ontdekkend. Aan de andere kant in onbegrijpehjke bewogenheid. Mochten de IsraëUeten denken: laten we maar doorgaan op onze wegen, de zaak is nu toch beshst en het oordeel over ons vastbesloten, dan is de Heere hen voor. Waarom zou u sterven, huis van Israël? Misschien denkt een van de lezers: mijn zaak is beshst! De Heere is u voor met Zijn Woord: zoek Mij toch! Als één ding bUjkt uit Ezechiël 18, dan dit wel: dat het u en mij te doen moet zijn om de genade in Christus waardoor goddelozen gered worden, de genade waardoor zondaren in plaats van de dood het leven ontvangen!

Lunteren

M. Goudriaan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 oktober 2000

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Onrijpe druiven, stompe tanden (II)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 oktober 2000

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken