Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Door de vensters adventszicht op Jeruzalem

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Door de vensters adventszicht op Jeruzalem

9 minuten leestijd

MEDITATIE

„... hij nu had in zijn opperzaal open vensters tegen Jeruzalem aan..." Daniël 6: llm

'as en is de adventstijd niet bij uitstek gebedstijd? Hoe velen hebben onder het oude verbond niet gebeden om de komst van de Lang Beloofde! De Heiland getuigde dat Abraham Zijn dag heeft gezien en zich verheugde. Wie denkt niet aan de adventsbede die in Jesaja 64 reeds aan het begin van dit hoofdstuk wordt verwoord: „Och, dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt!" Zijn wij in deze adventstijd biddend bezig met de Schrift? Zijn er onder de lezers (-essen) die ernaar hunkeren voor het eerst in hun leven echt Kerstfeest te mogen vieren en met Paulus te mogen getuigen „het behaagde God Zijn Zoon in mij te openbaren"? Of mag u leven uit Zijn eerste komst in deze wereld en biddend uitzien naar Zijn tweede komst in heerhjkheid op de wolken van de hemel? Wie ten tijde van het Oude Testament een ware bidder was? Daniël! Hij het het gebed niet na, ook niet toen het niet mocht! Hij had in zijn vertrek open vensters in de richting van Jeruzalem. Daardoor kende hij adventszicht. Laten we daarover met el­ kaar mogen mediteren. En het onderwerp van onze overweging is dan Door de vensters adventszicht op Jeruzalem.

1. Dat adventszicht dreigde verduisterd te worden

Wie kent niet de geschiedenis van „Daniël in de leeuwenkuil"? Van kinds af konden we erdoor geboeid worden, zeker als deze goed werd verteld. Koningen heeft Daniël zien komen en gaan in Babel. De grote koning Nebukadnezar leeft allang niet meer. Zijn zoon Belsazar is omgebracht toen de Meden en Perzen het Babylonische rijk overweldigden. Inmiddels is koning Darius aan het bewind. En nog altijd bevinden zich vele Joden, onder wie ook Daniël en zijn drie vrienden, in baUingschap. Daniël staat ook bij koning Darius hoog aangeschreven en... hij kan een nog hogere positie verkrijgen. Dat wekt intussen de jaloezie van collega's op. Zij willen deze Jood voorgoed uitschakelen. Hij is onkreukbaar eer- Ujk en trouw. Op zijn werk en optreden is niets aan te merken. Hij kan maar in één ding getroffen worden: in zijn geloof. Een onmisbaar onderdeel daarvan is zijn gebedsleven. Daarom weten de dienaren te bewerken - speculerend op de ijdelheid van de vorst - dat een volle maand lang aan niemand iets gevraagd mag worden dan aan de koning alleen, op straffe van de leeuwenkuil. Wat doet Daniël nu? Zijn allereerste reactie op het gebedsverbod laat niet lang op zich wachten. Nauweüjks van dit verbod op de hoogte gebracht begeeft hij zich onmiddellijk naar zijn woning. Hij doet wat door mensen verboden maar door God geboden is! Het zicht, het adventszicht op Jeruzalem dreigt verduisterd te worden. Bidden tot God mag voorlopig niet. Contact met de hemel moet verbroken worden. Verwachting van de Heere te hebben is ongeoorloofd en hjkt onmogehjk. Daniël kan zich niet meer aan God kwijt en de erkenning van de Heere als God is in het geding. Boven in zijn woning, weUicht op het platte dak, had hij een opperzaal waarin vensters zaten. De tralies ervoor had hij er laten uitbreken om een vrij zicht te hebben op de stad van God, die hij wel niet kon zien maar zich wel kon voorstellen en die hij altijd in gedachten had. Want daar had de tempel gestaan en die stond er nog toen hij bij de eerste wegvoering meegenomen was naar Babel met zijn drie jonge vrienden. En in die tempel was de schaduwdienst van de verzoening. Daar had God gewoond te midden van Zijn volk, dat in nood en bij uitkomst tot God kon gaan. En hier, in Babel, zo ver van de stad van God verwijderd, beoefende hij het gebedsleven en had hij ook in geestehjke zin uitzicht op Jeruzalem. Hij hoopte biddend op het herstel van zijn volk en op de komst van de Messias uit zijn volk. Moet hij dat nu missen vanwege een uitgevaardigde wet van koning Darius die dwars tegen Gods gebod ingaat?

Zitten er vensters in uw binnenkamer? Hebt u er eigenUjk één in uw huis? Zitten er vensters in uw ziel die naar boven doen zien en uitzicht ge- ven op Gods genade? Wat kan dat uitzicht benomen worden door de aanvallen van de vorst der duisternis. Want die gunt u dat niet. Ook al leven we nog in vrijheid en valt niemand ons nog moeilijk om onze kerkgang of gebedsleven, er kan wel de spot mee gedreven worden door medeleerhngen op school of collega's op het werk... Of de satan spoort ons aan met bidden maar op te houden, want „het helpt toch niet. Je bidt al zo lang. God hoort je niet!" Geven we gehoor aan deze leugenaar „die een mensenmoordenaar van het begin af aan is" naar het woord van de Heiland Zelf? O, het kan zo moeihjk zijn door strijd en tegenkanting om het bidden vol te houden. En zijn we ook de verhoring door God niet onwaardig? Wat voor reden heeft Hij naar ons om te zien? Verzondigen we niet elke gave van Zijn genade? En doen we dat nog niet steeds? En toch... weegt ons Gods gebod zwaarder dan allerlei menseUjke overwegingen en zwaarder dan onze eigen gedachten? Hoe vaak en hoe lang hebben wij trouwens de Heere laten wachten en moet Hij ons nu meteen helpen?

2. Dat adventszicht bleef toch behouden

Daniël is zijn huis ingegaan. Hij khmt naar zijn opperzaal, waarin vensters zitten die openstaan. Hij knieh neer, het is van buiten af te zien, zoals hij dat gewend is, driemaal per dag. Hij doet belijdenis voor zijn God en looft Hem. Juist als hij het schrift verneemt, de door koning Darius getekende schriftehjke wet die verbiedt tot God te bidden, buigt hij zich neer. Hij overtreedt die wet dus willens en wetens. Hij kan en wil er zich niet op beroepen, dat hij van het gebedsverbod geen weet heeft gehad. De opgang naar zijn opperzaal om te bhjven bidden kan op zijn ondergang uitlopen. Hoe beschamend is dat voor ons, die zo snel kunnen afhaken. En in plaats van het dan maar stiekem te doen, in het donker, als het avond geworden is of zelfs de nacht is neergedaald, bidt Daniël om zo te zeggen open en bloot voor de vensters. Iedereen kan er getuige van zijn. Het adventszicht dat zijn vensters bieden op Jeruzalem büjft behouden! Want al doet hij ook zelf beüjdenis en al legt hij zich met al zijn nood en schuld neer voor God, hij zal ook zeker gebeden hebben voor de stad van God, voor het herstel van stad en tempel, worstelend om de toekomst van zijn volk, bezig met de adventsbelofte. Gehoorzaam, zoals ook voorgeschreven was, boog hij zich drie keer per dag neer, zonder dat dit gebed een sleur werd. Het was zijn „geesteUjke ademhaüng". Al wilde de zielevijand het zicht verduisteren, Daniël hield de vensters open. Hij kon niet anders. Hoe ook bedreigd met de vreseÜjke dood in de leeuwenkuil, van hem gold het:

„d' Ogen houdt mijn stil gemoed Opwaarts, om op God te letten."

Zijn onze „gebedsvensters" open? Of zitten ze dicht? Hebben we die gesloten uit vrees voor narigheid? Of zijn onze vensters misschien beslagen door onze afdwahngen en ontrouw, door onze twijfel en kleingeloof, zodat ze alle zicht belemmeren? Dat we dan toch tot de Heere gaan om te smeken dat Hij ons het zicht op Zich en op Zijn Woord hergeeft. Of mogen we biddend de naam van onze God en Koning beUjden zoals Daniël deed? Neen, dan demonstreren we onze moed om te bidden niet voor het gezicht van anderen! Dat deed hij in Babel ook niet. Dat de vensters open waren laat zien dat hij zich niet verstopte voor zijn vijanden in zijn gebedsleven. Door genade mocht hij het adventszicht op Jeruzalem behouden. En dat is het deel van allen die de Heere vrezen en als Zijn adventskinderen hopen op Zijn genade en de vervuUing van Zijn beloftewoord inwachten. Het leeft in het hart: „Ik blijf de HEER' verwachten Mijn ziel wacht ongestoord. Ik hoop in al mijn klachten Op Zijn onfeilbaar Woord." Dat gaat, evenmin als bij Daniël, niet buiten de persoonlijke belijdenis om. Verdiend hebben we niets, verzondigd hebben we alles. Maar wat wordt God dan goed en groot wanneer we in diepe ootmoed voor Hem buigen. En wat kan een wondere vrijmoedigheid in het geloof en in het bidden ons deel worden wanneer het om Hem gaat en we ons aan Hem mogen verliezen. O, dan kan bij tijden het adventszicht door de vensters zo helder worden als ware de volle dag al gekomen. En ons adventsgebed gaat dan ook over in de voorbede voor anderen. Daniël worstelde om het herstel van Jeruzalem en van zijn volk uit de verwoesting en uit de ballingschap. Hij kon die gebedsworsteling alleen gronden op de offerdienst die heen wees naar de Heere Jezus Christus. En daarin lag voor hem de vrede en de sterke verwachting van het heil van God. Heerlijk als het adventszicht op de kribbe van Bethlehem wordt geopend. Daarin lag de heerhjkheid van de hemel op een door de zonde gevloekte en donkere aarde. ZaÜg al onze nood en onze schuld in dat Kind te zien opgelost door God Zelf. Gehoorzaam leren we te gaan in Zijn weg, die vooral de weg van het aanhoudend gebed is.

Hoe de geschiedenis afliep weten we. Daniël heeft van de leeuwen geen last gehad. Een hemelbode beschermde hem. Maar zijn jaloerse collega's overleven de leeuwenkuil niet! En koning Darius laat de macht van de God van Daniël proclameren. Deze spreekt van de komst en van de doorbraak van Zijn Koninkrijk door de Mensenzoon, Die aanschouwd wordt in het volgende hoofdstuk. En Hij opent het uitzicht op Jeruzalem, ja, op het nieuwe Jeruzalem dat neerdaalt van God uit de hemel. In en door Hem ontvangen rechtelozen genaderecht op een plek in die eeuwige stad van God. En soms hebben ze daar biddend en behjdend zulk een helder adventszicht op dat het wel lijkt of ze daar al zijn. Juist in het volhardend gebed bhjft dat adventszicht toch behouden!

Apeldoorn

W.Chr. Hovius

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 15 December 2000

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Door de vensters adventszicht op Jeruzalem

Bekijk de hele uitgave van Friday 15 December 2000

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken