Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het verbond in het paradijs

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het verbond in het paradijs

8 minuten leestijd

Meditatie

W.Chr. Hovius, Apeldoorn

Genesis 2 en 3

Misschien hebt u weleens gelezen in een boek waarvan de eerste hoofdstukken ontbraken. Dat is heel vervelend. Je valt zomaar midden in een verhaal en het duurt een hele tijd voordat je een beetje doorhebt waar het nu eigenlijk over gaat. Zo is het nu ook met Gods Woord, de Bijbel. De eerste hoofdstukken zijn van grote betekenis om de boodschap van heel de Bijbel te kunnen verstaan.

Het gaat in Genesis 1 tot en met 3 over de schepping van de hemel en de aarde, over het paradijs en de eerste mensen, over de zondeval en over de moederbelofte. Adam en Eva, de eerste mensen, zijn onze voorouders. We staan met hen in verband. Vergelijk het maar met de wortels van een boom. Heel de boom, elke tak en elk blaadje, staat met die wortels in verband. Wanneer de wortels verrotten, gaat heel de boom dood. Wanneer Adam en Eva in zonde vallen, valt heel de mensheid, heel die grote boom van miljarden mensen, mee. We hebben er dus heel veel mee te maken wat er in die eerste hoofdstukken van de Bijbel staat!

Stralend begin

Het begin is geweldig, stralend mooi. God heeft alles gemaakt, zo lezen we in Genesis 1: zon, maan en sterren; zeeën vol vissen, luchten vol vogels, bossen vol dieren. Maar het hoogtepunt is uiteindelijk de schepping van de mens geweest. De mens mag regeren over de aarde. De mens mag in Naam van God, dus als onderkoning of rentmeester, de dieren en planten beheren. Hij is een nietig schepsel, uit het stof geformeerd, uit de aarde geboetseerd, maar tegelijkertijd krijgt hij een verheven positie. De mens als koning bij de gratie Gods. Er is nog iets heel bij- zonders aan de hand in de verhouding tussen God en mens volgens Genesis 1. In de verzen 28-30 zien we dat God de mens aanspreekt. De grote Schepper treedt in contact met de mensen, Hij communiceert met hen. Dat geldt niet van de dieren, die worden niet aangesproken door God. Er is wel in vers 26 het gesprek in God Zelf, het gesprek van de drieënige God in Zijn raadsvergadering. Maar dan komt het wonder van Gods spreken tot de mens. Dat is om te beginnen een zegenend spreken. De mens krijgt de zegen van de vruchtbaarheid en daarmee gepaard de opdracht om zich voort te planten en de aarde te vervullen. Opnieuw klinkt de opdracht, het mandaat, om te regeren over de aarde en over de dierenwereld, terwijl de HEERE ook duidelijk maakt dat Hij zorgt voor de nodige voeding tot onderhoud van het menselijk leven.

In Genesis 2 zien we opnieuw dat de Heere met de mens in contact treedt. God had het paradijs aangelegd als een schitterende woonomgeving voor de mens. Vanaf 2:16 lezen we opnieuw hoe de Heere de mens aanspreekt. Van alle boom van deze hof zult gij vrijelijk eten. Maar van de boom van de kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven. Klinkt hier ineens dreiging door? De mens wist nog niet wat 'dood' was... Hier valt toch maar dat harde en onheilspellende woord 'dood'. Genesis 2 is een lofzang op de goedheid en de mildheid van de Schepper. De mens mag royaal genieten van al die goede dingen in de schepping. Alleen... van hem wordt verwacht dat hij God als Koning en Wetgever erkent. Dat hij luistert naar de stem van zijn geweten die hem duidelijk voorhoudt wat goed is en wat kwaad is. Dat hij zich gewil- Ug en met bUjdschap beweegt in de wegen die de HEERE hem wijst. Dat deed hij dan ook, even vanzelfsprekend als een vis zwemt in het water en als een vogel vliegt in de lucht. De mens behoefde er niet bij na te denken want de heilige wet van God was in zijn hart geschreven. Is het dan eigenlijk maar kinderachtig dat hij niet van die ene boom mocht eten? Wacht even, die boom betekent iets.

'Boom van de kennis van het goede en van het kwade' wil zeggen: dat je zelf bepaalt wat jij goed of kwaad vindt, dat je daarin zelf de dienst uitmaakt, eigen meester bent en niemands knecht wilt zijn. Die boom staat voor de autonomie, de zelfbepaling en daarmee de opstand tegen Gods wettig gezag. Eten van die boom wil zeggen: de gehoorzaamheid jegens God opzeggen, zelf God willen zijn, in plaats van een rentmeester te zijn een rebel worden die in revolutie komt tegenover zijn Heer. Dus de HEERE maakt de mens duidelijk dat hij het goed zal hebben, dat hij werkelijk leven zal, inderdaad gelukkig en blij als een vis in het water en als een vogel in de lucht, wanneer hij Gods liefdevolle heerschappij (theonomie) erkent. Maar wanneer de mens dat niet doet, dan kiest hij als een verdwaasde in plaats van het leven de dood. Dan is hij als een vis die op het droge springt en daar vervolgens sterft in het zand omdat hij niet langer in zijn element, het water, is. Dat zien we vandaag de dag gebeuren in alle ellende en pijn, haat en nijd, hopeloosheid en verwarring waar de wereld vol van is.

Had God niet beter die ene boom kunnen weglaten? Neen, want God wilde de mens leren te gehoorzamen puur omdat God hem dat beval. Op zichzelf was het niet verkeerd om van die boom te eten. Maar het werd pas verkeerd omdat God het verboden had. De mens was geschapen met een vrije wil. De HEERE wilde vrijwillig door Zijn mensenkinderen gediend worden. Gedwongen liefde is geen liefde en automatische, werktuigelijke liefde bestaat niet. Als een jongen een meisje dwingt om hem lief te hebben, heeft hij haar niet werkelijk lief. God wilde geen robotten, maar schepselen die Zijn liefde vrijwillig met hun wederliefde zouden beantwoorden. Welnu, dat konden Adam en Eva in het paradijs dan ook. Ze hadden een krachtige vrije wil ontvangen om het goede te kiezen en het kwade te verwerpen. Ze waren geen kleine kinderen die je voor gevaar moet afschermen, maar mondige en intelligente mensen van wie een duidelijke keus mocht worden gevraagd. Door te gehoorzamen aan Gods gebod kreeg de mens de gelegenheid om zijn wederliefde tegenover de HEERE te doen blijken. Dat gebod was geen zware last, maar juist een heel fijne mogelijkheid om de liefde te kunnen uiten. God gaf Adam door middel van een eenvoudige opdracht de gelegenheid zijn gehoorzaamheid gestalte te geven. In liefde mag Adam God dienen door Hem het verschil tussen goed en kwaad te laten bepalen. Zo mag hij tonen er blij mee te zijn dat God boven hem staat.

Zo was het in het paradijs, een gezegend begin. God was blij met Zijn mensen, de mensen waren blij met hun God en de mensen waren blij met elkaar, want man en vrouw hadden elkaar uit Gods hand ontvangen. In de geloofsleer wordt over deze gouden tijd in het begin gesproken als 'de staat der rechtheid'. Er was geen kwaad, geen ziekte, geen dood in Gods goede schepping. Er was wel het verbond, de diepe en innige verbondenheid tussen God en mensen. In de dogmatiek is dit het werkverbond genoemd of het scheppingsverbond. De mooiste naam is wel levensverbond. Die naam maakt duidelijk dat in de verbondenheid met God het leven voor de mensen lag. God was het leven van hun leven en de garantie van eeuwig leven. Zich van God los maken, zou betekenen zichzelf van het leven beroven.

Het woord 'verbond' vinden we overigens hier nog niet (het komt voor het eerst voor in Genesis 6:18, Gods verbond met Noach). Wel treffen we de elementen van een verbond aan, namelijk opdracht en belofte, zegen en vloek. Dat hoort allemaal bij het verbond zoals een koning, een soeverein, dat vroeger aanging met zijn onderdanen, zijn vazallen. Zo'n koning doet beloften aan zijn volk, maar vraagt daartegenover ook om de aanhankelijkheid en de loyaliteit van zijn volk. Hij stelt zegeningen in het vooruitzicht wanneer het volk hem trouw blijft dienen, maar hij stelt ook straffen voor ogen wanneer ze hem de gehoorzaamheid opzeggen en zich van hem afkeren. Er is bij een verbond altijd sprake van verbondszegen aan de ene kant en verbondswraak aan de andere kant. Zo ook hier tussen God en mensen in het paradijs. De boom des levens is als het ware een zegel, een garantie, we zouden kunnen zeggen een sacrament daarvan dat de mens zal leven tot en in de glorie van God. Maar daartegenover staat de dreiging met de dood wanneer de mens ontrouw is aan de Schepper. We mogen hieruit concluderen: God wil verbondsmatig met de mensen omgaan. Wat eiste God? Volkomen en vrijwillige gehoorzaamheid aan Zijn wil. Hoe kende de mens Gods wil? Door de ingeschapen Wet: zijn geweten was zuiver, hij wist van nature wat Gods wil was. Het kon haast niet mis gaan, zou je zeggen. Zondigen, ontrouw worden aan deze zo liefdevolle God, het leek een onmogelijke mogelijkheid. En toch ging het grondig mis... Daarover een volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juni 2001

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Het verbond in het paradijs

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 juni 2001

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken