Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Meestrijden in de gebeden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Meestrijden in de gebeden

7 minuten leestijd

BIJBELSTUDIE

door LW.Ch. Ruijgrok, Monster

'En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening van mijn mond met vrijmoedigheid om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken; Waarover ik een gezant ben in een keten, opdat ik in hetzelve vrijmoedig moge spreken gelijk mij betaamt te spreken.'

(Efeze 6: 19-20)

( / OT de geestelijke wapenrusting die s de Heere Zijn kinderen toereikt behoort ook het gebed, zo zagen we de vorige keer. Het is het geheime wapen waar geen tegenstander een antwood op heeft en tot dat gebed behoort ook de voorbede 'voor al de heiligen' (vs. 18). In nauwe aansluiting hierop wekt Paulus de Efezen nu vervolgens op om ook hem en zijn dienst in hun voorbede niet te vergeten: 'En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening van mijn mond...'!

Niet om vrijlating

Het eerste wat ons daarbij opvalt is: Paulus wekt de Efezen niet op om te bidden voor zijn vrijlating. Daar zouden wij misschien als eerste aan denken. Soms worden er zelfs internationale gebedsacties georganiseerd voor de vrijlating van deze of gene christen of kerkelijk leider. We moeten daar uiterst voorzichtig mee zijn. De Schrift en de geschiedenis van de Kerk leren ons immers, hoe juist de gevangenschap van Gods kinderen en knechten uitermate vruchtbaar kan zijn voor de voortgang van Gods werk. Paulus wist dat uit eigen ervaring. Denkt u alleen maar aan zijn verblijf in de gevangenis van Filippi (zie Hand. 16). En daarom: de Efezen behoeven niet te bidden voor zijn vrijlating, maar wel daarvoor dat hij op de plaats waar hij is een vrijmoedig getuige zal zijn! 'En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening van mijn mond met vrijmoedigheid'.

Daar klinkt in de tweede plaats in door, dat Paulus zich in zijn dienst ook volstrekt afhankelijk weet van zijn God. Hij heeft het Woord niet op zak. Ook al mag hij zijn God al jaren dienen en heeft hij in allerlei omstandigheden het Woord bediend, u vindt bij de apostel geen spoor van gearriveerdheid. Integendeel, er is in zijn binnenste een diep besef, dat het Woord hem telkens 'gegeven' moet worden. Zeker, hij weet waartoe zijn Zender hem roept. Wat de inhoud van zijn getuigenis en prediking moet zijn. Hij moet het grote geheim van het Evangelie bekendmaken: 'Om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken'. En Paulus weet wat de kerninhoud van het Evangelie is: Jezus Christus en Die gekruisigd. De verzoening door voldoening. Vergeving van zonden voor een ieder die gelooft. Eeuwig leven voor allen die in boetvaardigheid buigen aan de voet van het kruis. Bekering en vergeving van zonden in Jezus' Naam.

En toch: om dat Evangelie op de rechte wijze te verkondigen moet het Woord hem toch telkens 'gegeven' worden. Door God. Door de Heilige Geest. Het gaat immers om het juiste woord op het juiste moment. Al is de keminhoud van het Evangelie altijd gelijk, het maakt een heel verschil of je staat tegenover de Jood die thuis is in de oudtestamentische Schriften of tegenover een heiden die nog nooit van Israels God heeft gehoord. Tot de één zul je zus en tot de ander zul je zo moeten spreken. En daarom; de apostel weet wat zijn opdracht is, maar hij voelt zich diep verlegen als het gaat om de uitoefening ervan. Vandaar deze dringende oproep tot voorbede. De Efezen moeten meehelpen. Je zou ook kunnen zeggen: moeten meestrijden. Hoe? Middels hun gedurige voorbede voor hem: 'En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening van mijn mond (...) om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken'.

Is dit meestrijden er ook bij ons? God zendt ook vandaag Zijn dienaren uit. Dichtbij en ver weg. Zij staan voor de immense opgave om het geheim van het Evangelie bekend te maken. In het midden van de gemeente, maar ook in het midden van deze wereld. Aan jongeren en ouderen. Aan meelevenden en niet-meelevenden. Aan geoefende kinderen van God en aan zuigelingen in de genade. Aan hongerenden en dorstenden, maar ook aan vijanden die er niet van willen weten. Welke dienaar gevoelt met het oog op zijn roeping niet zijn immense verlegenheid en volstrekte onbekwaamheid? Bidt u voor hen, opdat hun het Woord 'gegeven' zal worden 'in de opening van hun mond'? Het juiste woord, het rechte woord. Het woord dat God verheerlijkt en harten raakt. Opdat hij niets anders zal zijn dan de mond van zijn God en de stem van zijn Meester. Of, zoals de Engelsen dat zo schitterend zeggen: 'His Master's voice'!

Met vrijmoedigheid

Tot de voorbede die de Efezen voor Paulus moeten doen, behoort ook dat ze hun God concreet moeten bidden om 'vrijmoedigheid'voor hem: 'opdat mij het Woord gegeven worde in de opening van mijn mond met vrijmoedigheid'! Iets wat ook weer terugkomt in het volgende vers. Daar herinnert Paulus de Efezen allereerst aan zijn gevangenschap. Hoe hij vanwege zijn evangelieverkondiging in banden terecht is gekomen: 'waarover ik een gezant ben in een keten'. Met die 'keten' kan hij doelen op een letterlijke gevangenschap of op de keten waarmee hij vastgeklonken zit aan de soldaat die hem moet bewaken (zie Hand. 28 : 16). Maar juist omdat hij een geketende is, heeft hij temeer de genade van de vrijmoedigheid nodig: 'Voor hem als prediker betekent dit vooral dat hij (...) zich niet door zijn boeien en gevangenschap zal laten intimideren' (L. Floor). Zoals ook David al bad: 'En de vrijmoedige geest ondersteune mij' (Ps. 51 : 14).

Dat Paulus dit in het bijzonder aan de Efezen vraagt, laat zien hoezeer hij zich ervan bewust is dat ook 'vrijmoedigheid' een gave is. Een gave van God. Een geschenk uit de doorboorde hand van Christus. Want wat kan er allemaal niet tussen zitten. Hoe kan mensenvrees Gods dienaren verlammen. Hoe kunnen de aanvechtingen van de boze hun tong binden. Wat kan er een opzien zijn tegen de taak waartoe God roept. Luthers knieën beefden, als hij de kansel van Wittenberg moest beklimmen. Vrijmoedigheid is dan ook heel iets anders dan brutaliteit. Brutaliteit is een vrucht van hoogmoed, maar vrijmoedigheid van genade. Je hebt brutale mensen die overal en in alle omstandigheden alles durven te zeggen. Zulke predikers zijn er helaas ook. Ze kennen geen mensenvrees en hoewel nog jong, slaan ze soms een toon aan die anderen doet huiveren. Sommige hoorders zijn daar diep van onder de indruk, maar de echte vromen voelen het verschil: dit 'vrijmoedige' spreken is geen vrucht van genade, maar vrucht van een hoogmoedig en ongebroken hart.

De echte, bijbelse 'vrijmoedigheid' is geen natuurlijke eigenschap, maar komt van Boven. Ze is uit God. En juist omdat die echte vrijmoedigheid van Boven komt, zit er ook altijd een hart achter. Ten diepste Gods hart. God Die met Zijn Geest het hart van de prediker aangrijpt en zich via hem tot de hoorder richt: open, eerlijk, waar. Zoals Christus reeds beloofde aan Zijn discipelen: 'Want gij zijt het niet die spreekt, maar het is de Geest uws Vaders Die in u spreekt' (Matth. 10 : 20). Vrijmoedig spreken is dus spreken in de kracht van de Geest. En weer: dat heeft niemand op z£ik, zelfs niet de meest geoefende prediker of heidenapostel, maar is een onverdiende gave die ontvangen wordt uit de doorboorde hand van Christus. Dat houdt ons diep afhankelijk van onze Zender en bindt ons aan de troon van Gods genade: 'opdat ik vrijmoedig moge spreken, gelijk mij betaamt te spreken'! Opdat we ons het Evangelie van Christus niet schamen, maar op de plaats waar God ons heeft gesteld Zijn getuige mogen zijn. Net als Paulus: Zijn 'gezant'! Dat is: Zijn ambassadeur. Zijn vertegenwoordiger. Opdat ook van ons mag gelden, wat de apostel elders belijdt: 'Want ik schaam mij het Evangelie van Christus niet, want het is een kracht Gods tot zaligheid voor een ieder die gelooft, eerst de Jood en ook de Griek' (Rom. 1 : 16). De Koning is het meer dan waard!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 2002

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Meestrijden in de gebeden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 2002

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken