Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ezra (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ezra (1)

6 minuten leestijd

B IJ BELS E FIGUREN

door H. Hartman, Ridderkerk

(Ezra 7, 8, 9 en 10; Nehemia 8 en 9)

Z OALS hierboven is aangegeven, zijn we voor kennis omtrent Ezra, aangewezen op de bijbelboeken Ezra en Nehemia. Beide boeken vormden oorspronkelijk één geheel, maar zijn later gesplitst. Het boek Ezra is tevens een voortzetting van 2 Kronieken. De boeken der Kronieken monden uit in Ezra en Nehemia. Als men 2 Kronieken 36 : 22 en 23 vergelijkt met Ezra 1 : 1-3, ziet men, dat de tekst ervan bijna letterlijk gelijk is.

Voorgeschiedenis

Overigens begint de geschiedenis van Ezra eerst in het zevende hoofdstuk van het naar hem genoemde boek. In de hoofdstukken 1 tot en met 6 wordt verhaald, hoe door het Edict van de Perzische koning Cyrus of Kores, de in Babel als ballingen verkerende Joden, verlof kregen om naar hun land terug te keren. Deze Cyrus, liever dan de overwonnen volken hun cultuur en religie te vernietigen, stimuleerde veelmeer het handhaven van hun eigen zeden en godsdienst. Evenwel onder deze voorwaarde, dat men de koning van Perzië als opperste heerser erkende. Het Edict van Cyrus is te lezen in Ezra 2 v.v. Ook werd het door Nebukadnezar geroofde tempelgerei door Cyrus teruggegeven (Ezra 1). Zo werd een eind gemaakt aan de „70-jarige" ballingschap van Juda (538 v. Chr.).

Daarmee vervulde de HEERE Zijn belofte, door de profeet Jeremia uitgesproken, dat zij uit de ballingschap zouden wederkeren naar het Beloofde Land. Die eerste terugkeer vond plaats onder leiding van Zerubbabel en de hogepriester Jozua (Ezra 2). In Jeruzalem aangekomen, herbouwden zij het altaar en offerden daarop de wettelijk voorgeschreven offers (Ezra 3:2). Ook begon men met de wederopbouw van de Tempel (Ezra 3 : 8 V.V.). Ze kregen daarbij te maken met de vijandschap van de Samaritanen. Deze hadden zich op last van de Assyrische veroveraar ten noorden van de stad gevestigd. Het werk aan de Tempel kwam tot stilstand. Dan zendt God de profeten Haggaï en Zacharia. Door hen aangevuurd, gaat men weer aan het werk. In 516 was het herstel van het Godsgebouw voltooid. Het werd gevierd met een groot Paasfeest (Ezra 6 : 22). Bij de herbouw heeft Zerubbabel een hoofdrol vervuld.

Ezra de Wetgeleerde

Ezra was uit het priesterlijke geslacht. Afstammeling in rechte linie van Aaron, de eerste hogepriester in Israël. Hij wordt in Ezra 7 : 1 genoemd de zoon van Seraja. Zoon wil in dit verband zeggen: nakomeling. Deze Seraja was hogepriester ten tijde van de inneming van Jeruzalem door Nebukadnezar in het jaar 586 v. Chr. Hij behoorde tot de aanzienlijksten van het Joodse volk. In 2 Koningen 25 : 18 en 21 lezen wij, dat Seraja door de koning van Babel is gedood. Van Ezra wordt verder gezegd, dat hij een vaardig „Schriftgeleerde" was in de Wet van Mozes (Ezra 7:6). Hij maakte studie van de Heilige Schrift, met name van de Wet van Mozes. Een nadere omschrijving luidt: „Aan het hoofd van een ganse staf van priesters en Levieten had hij niet alleen een kerkelijk wetboek samengesteld, maar ook sommige oude geschriften en historiebronnen van het volk Israël verzameld en opnieuw bewerkt."

Niet alle Joden hebben van de vrijheid om terug te gaan naar Palestina, gebruikgemaakt. Velen verkozen hun tweede vaderland boven het eerste. Ze waren in Babel ingeburgerd of om een nu veel gebruikt woord te bezigen: ze waren geïntegreerd. Ook de familie van Ezra was in Babel gebleven. Ezra leefde in hoge mate mee met het wel en wee van zijn naar Jeruzalem teruggekeerde volksgenoten. Hij weet van de nu regerende Perzische koning Artaxerxes I, in de Bijbel ook bekend onder de naam Artahsasta, toestemming te verkrijgen om naar Jeruzalem te gaan.

Wat dreef hem daartoe? Dat lezen wij in Ezra 7:10: hij begeert zijn volk te onderrichten in de inzettingen en verordeningen van de HEERE. Ezra achtte de onder^ houding van Gods geboden de onmisbare voorwaarde tot wezenlijke en duurzame bloei van Juda. In hoger licht, dat is in het juiste licht gezien, is de uitzending van Ezra het werk van de trouwe Verbondsgod. Hij heeft in Zijn wijsheid een man uitgekozen, die geschikt is om het volk terug te voeren naar zijn dienst. De Perzische koning geeft toestemming voor het vertrek van zijn dienaar Ezra. Ook financieel helpt hij hem. Hij mag niet alleen onder de Babylonische Joden „collecteren", maar ook de koninklijke fondsen aanspreken (Ezra 7 : 13-23).

Ook geeft de koning hem de officiële machtiging mee, om rechters aan te stellen en de wet van Israels God op één lijn te stellen met de wet van de Perzische heerser (Ezra 7 : 25, 26). Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, was Ezra in Babel de hoogste functionaris van de Joodse gemeenschap, die zijn volk vertegenwoordigde tegenover de koning. En zeker ook heeft hij nauwgezet de boekrollen met de wet van Mozes bewaard. Tussen het vertrek van Ezra naar Jeruzalem in 458 v. Chr. en de eerste uittocht, lag een tijdvak van 80 jaar. Met hem gaan ongeveer 1500 personen: priesters. Levieten, zangers en overigen mee. Vrouwen en kinderen wellicht ook slavinnen en slaven meegerekend, kwam men tot het aantal van vier- a vijfduizend personen. Voor men op reis gaat, wordt aan de rivier Ahava een bidstond gehouden (Ezra 8 : 21). Men verootmoedigt zich voor de HEERE in vasten en bidden. Opmerkelijk...

de Levieten ontbreken daarbij. Waren zij niet tevreden met hun toekomstige positie in de tempeldienst? Door bemiddeling van Ezra gaan alsnog een aantal Levieten mee (Ezra 8 : 15-20) . Men vertrok in april. Dat betekende, dat de karavaan in de zomerhitte door de woestijn moest trekken. Ook een aanval op de karavaan was niet uit te sluiten. Ondanks deze bezwaren en gevaren weigerde Ezra gebruik te maken van een militair escorte. Hij vertrouwde op de HEERE zijn God. Die zou hem helpen en beschermen. Na een reis van meer dan 4 maanden, voor een karavaan van zulk een omvang niet eens zo lang, komen allen veilig en gezond in Jeruzalem aan. Boven al hun inspanning was het God Zelf, Die hun reis voorspoedig maakte: „en de hand onzes Gods was over ons" (Ezra 8:31).

Ezra stelde orde op zaken wat betreft de door hem meegevoerde kostbaarheden (het zilver en het goud en de vaten) die eigendom van God waren. Hij maakte voorts zijn opwachting bij de Overheidspersonen en overhandigde hen de brieven, die de koning van Perzië hem had meegegeven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 2003

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Ezra (1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 2003

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken