Bekijk het origineel

Gunt de Heere geen ontferming?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gunt de Heere geen ontferming?

4 minuten leestijd

HOOFDARTIKEL

door W. van Gorsel, Bergambacht

E vraag die me werd voorgelegd komt Dditmaal van de einden der aarde! Ik kreeg namelijk een sympathieke brief uit Nieuw-Zeeland, met waarderende woorden voor ons blad. We zijn ons, als we schrijven, niet altijd bewust dat onze pennenvruchten zó ver reiken, nog minder dat ze zullen leiden tot instemming. Daarom deed het me goed, deze briefte mogen ontvangen.

Mijn correspondent liet weten dat hij nogal eens luistert naar preken op cassettebandjes, ook uit Nederland, en dan bijna altijd van Hervormde dominees. Dat is vrijwel het enige contact dat hij in bijna een halve eeuw nog met het vaderland heeft! In één van deze preken hoorde hij een paar dichtregels citeren, waar hij moeite mee had, en die hij ook niet kwijt kon raken. De lezer heeft het natuurlijk al lang begrepen: wat ik ervan vind...

De regel luidde: , , Dat miljarden gaan verloren Die Gij geen ontferming gunt". Mag ik beginnen met op te merken dat het citaat onjuist is. Misschien dat mijn brief- schrijver het zich niet correct herinnert, misschien ook dat de betreffende predikant het gedicht „vrij" heeft geciteerd. De regels luiden als volgt:

„Waarom hebt Gij mij verkoren? Waarom was 't op mij gemunt? Daar er duizend gaan verloren, Die Gij geen ontferming gunt".

Het is slechts één couplet (het zevende) uit een lang gedicht (12 strofen) van Pieter Boddaert (1694-1760) te Middelburg. Boddaert was één van de vele leke-theologen die de Zeeuwse hoofdstad in de 18e eeuw telde, een trouw bezoeker van de gezelschappen, en dichter van vele stichtelijke liederen. In 1995 is Dr S.D. Post gepromoveerd op een dissertatie, getiteld „Pieter Boddaert en Rutger Schutte, piëtistische dichters in de achttiende eeuw".

In het eerste hoofdstuk schrijft de auteur: „Wie op een willekeurige zondag een kerkgebouw van een bevindelijk-gereformeerde gemeente bezoekt, hoeft niet gek op te kijken als hij midden in de preek een kort gedichtje hoort reciteren".

En als wellicht het meest geciteerde noemt hij deze regels: „Waarom was 't op mij gemunt...? "

De regels die mijn correspondent in de preek hoorde, waren dus niet zo uitzonderlijk...

Het zal echter wel duidelijk zijn welk woord vragen bij hem opriep. Dat is het laatst geciteerde woord: GUNT.Vblgens hem wordt hier een verkeerd beeld van God geschilderd. Alsof Hij mensen de zaligheid niet GUNT. En is dat niet in strijd met de bood­ schap van de Heilige Schrift, waarin de genade van God wordt aangeboden aan de grootste der zondaren?

Ik moet eerlijkheidshalve zeggen, dat ik dat bezwaar volledig deel. De Heere staat met uitgebreide armen en nodigt: Wendt u naar Mij toe en wordt behouden, alle gij einden der aarde. De Heere Jezus stond wenend voor de poorten van Jeruzalem: och, of gij ook bekendet wat tot uw vrede dient. En om niet meer te noemen, Paulus schrijft aan Timotheüs, dat God wil dat alle mensen zalig worden...

Uiteraard geloof ik van harte dat God van eeuwigheid besloten heeft wie er zalig zullen worden, en dat alle namen van Zijn verkorenen staan in het boek des levens. Maar dat komt niet in mindering op het walmenend aanbod van Zijn genade. Ik heb daarom bovenstaande regels ook nooit in een preek geciteerd. Je zou de indruk maken dat we te doen hebben met een God Die niet meent wat Hij zegt. Die het heil wel aanbiedt, maar het ons in werkelijkheid toch niet gunt...

Nu moet ik, ter verontschuldiging van de dichter, opmerken dat het waarschijnlijk niet zo bedoeld is. In genoemde dissertatie wordt ons het leven van Pieter Boddaert beschreven en dan blijkt, dat hij een nogal krachtige bekering heeft doorgemaakt. De verwondering over het feit dat de Heere hem te sterk geworden is, is hij z'n leven lang niet te boven gekomen. Waarom heeft de Heere hèm opgezocht en zoveel anderen laten lopen, terwijl hij toch niet beter was? Van die vraag legt ook dit gedicht getuigenis afVerwondering dus over Gods verkiezende liefde. Over de vrije gunst die eeuwig Hem bewoog. Dat is een Bijbels gegeven, en dat is ook de beleving van allen die door Hem verkoren en geroepen zijn.

Maar toegegeven, „niet gunnen" mag niet van de Heere worden gezegd, en dat vind ik in dit bekende gedicht ook een misser.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 maart 2003

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Gunt de Heere geen ontferming?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 maart 2003

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken