Bekijk het origineel

Ezra, de priester (8, slot)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ezra, de priester (8, slot)

7 minuten leestijd

BIJBELSTUDIE

door L.W.Ch. Ruijgrok, Monster

N onze vorige aflevering zagen we, hoe Ezra aangemoedigd door het 'avondoffer'(vs. 5) geheel verbroken de schuld en zonde van zijn volk beleed. Ook ontdekten we dat God dit berouw van Ezra gebruikte om eveneens onder het volk een levend schuldbesef wakker te roepen: 'Als Ezra alzo bad en als hij deze belijdenis deed, wenende en zich voor Gods huis neerwerpende, verzamelde zich tot hem uit Israël een zeer grote gemeente van mannen en vrouwen en kinderen, want het volk weende met groot geween' (10 : 1).

Bekering

Dat deze tranen niet slechts de uiting zijn van wat emotie maar dat ze voortkomen uit het hart, blijkt uit het slot van dit gedeelte. Want daaruit wordt duidelijk dat men ook daadwerkeHjk zijn leven wil beteren. En dat is ten slotte toch de toets. De toets of iemands berouw echt is ja of nee. Want waar echt be­

rouw is, waar men werkelijk door schuldbesef is getroffen en verslagen, daar zal ook bekering zijn. Een breken met het kwaad gepaard met een hartelijke wederkeer tot God. Echt berouw gaat altijd hand in hand met verlangen naar daadwerkelijke bekering.

En onder de hoorders van Ezra is er met name één, die dat tot uitdrukking brengt. Het is Sechanja, één van de mannen die met Ezra is teruggekomen uit Babel. EerHjk en oprecht beHjdt ook hij alles, waarin het volk heeft overtreden. 'Toen antwoordde Sechanja (...) en zei tot Ezra: Wij hebben overtreden tegen onze God en wij hebben vreemde vrouwen van de volken van dit land bij ons doen wonen' (10 : 2). U bemerkt: ook hij vergoeHjkt de zonden van zijn volksgenoten niet, maar belijdt die eerlijk en oprecht.

Hij voegt er echter ook iets aan toe en zegt aan het slot van vs. 2: 'Maar nu, er is hoop voor Israël om deze dingen'. U zegt: hoop? En dat terwijl het volk opnieuw diep schuldig staat voor God? Ja, toch hoop. Maar dan moet de zonde niet alleen worden beleden, maar ook worden weggedaan. En dan roept Sechanja het hele volk op om voor Gods aangezicht een verbond te sluiten. Hij zegt: 'Laat ons dan nu een verhond maken met onze God, dat wij al die vrouwen en wat uit hen geboren is, zullen doen uitgaan naar de raad van de HEERE 'en naar d raad van hen die beven voor het Woord van onze God' (10 : 3). Een voorstel dat door Ezra van harte wordt overgenomen.

Hij laat de priesters en de levieten en het saamgestroomde volk zweren dat ze ook metterdaad zullen handelen naar dat wat Sechanja heeft voorgesteld. Ja, hij stuurt zelfs boodschappers uit door heel Juda en Jeruzalem om aUe teruggekeerde ballingen te bevelen dat ze binnen drie dagen naar Jeruzalem moeten komen, opdat er sprake zal zijn van een eenparige schuldbelijdenis, maar ook van eenparige wederkeer. En aan die oproep verbindt hij de scherpe sanctie: al wie niet komt, diens goederen zullen verbeurd verklaard worden en die zal buiten de gemeenschap van Israël worden gesloten. Een tuchtoefening die maar één oogmerk heeft: waarachtige bekering over de hele linie van het volk.

Een grote volksvergadering

En wat zien we? Het volk geeft massaal aan deze oproep gehoor. En op de 20ste van de negende maand, zo lezen we, verzamelt het zich in grote getale op het tempelplein. Het is dan midden december. Koud en guur weer. En terwijl de regen met bakken uit de hemel valt, wordt in de open lucht een grote volks­ vergadering gehouden. We lezen in vs. 9b: 'En al het volk zat op het plein van Gods huis, sidderende om deze zaak en vanwege de piasregens'!

En dan spreekt Ezra het volk toe. Eerst is daar de aanklacht: 'Gij heb overtreden' (vs. 10). Met als uiterst droef gevolg, dat daardoor Israels schuld is 'vermeerderd'. Maar daar blijft e het niet bij. Na de aanklacht roept Ezra het volk ook op tot boete en berouw: 'Doe de HEERE, de God van uw vaderen belijdenis' (vs. Ha). Maar dan ook - op het aUernauwst hiermee verbonden - is er de wekroep tot bekering: 'En doet zijn welgevallen en scheidt u af van de volken dezes lands en van de vreemde vrouwen' (vs. lib). Met als heerlijk antwoord daarop van de zijde van het volk: 'En de ganse gemeente antwoordde en zei met luider stem: Naar uw woorden, alzo komt het ons toe te doen' (vs. 12)

"Welnu, dit is ook vandaag nog altijd de weg naar vergeving en herstel. Zoals Salomo al sprak: Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn, maar wie ze belijdt en laat die zal barmhartigheid verkrijgen' (Spr. 28 : 13) De zonde belijden én ermee breken. Dat is de weg. Alleen in die weg is er hoop. In het persoonlijke leven. Maar niet minder ook in het kerkelijke en maatschappelijke leven. Woorden alleen volstaan niet. Zijn bovendien goedkoop en gemakkelijk uit te spreken. De toets is altijd weer of er ook sprake is van daadwerkelijke bekering. Zoals ook de Heere Jezus de schare voorhield: 'Niet een ieder die zegt: 'Heere, Heere' zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet de wil van MijnVader Die in de hemelen is' (Mt. 7 : 21).

Een bijzondere situatie

En natuurlijk, dan betreft het hier een bijzondere oudtestamentische situatie: de vreemde vrouwen moeten weg om te onderstrepen, dat Israël een heilig volk dient te zijn. Nieuwtestamentisch ligt dat iets anders. Dan zegt Paulus: 'Laat hem of haar bij u wonen, want de ongelovige man is geheiligd door de vrouw en de ongelovige vrouw door de man; want anders waren uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig' (1 Kor. 7 : 12-14). Maar de wekroep om een heilig volk te zijn blijft ook nieuwtestamentisch ten voUe staan.

Is er nog hoop voor ons persoonlijk? Is er nog hoop voor onze gezinnen? Is er nog hoop voor onze gemeenten en voor de kerk waartoe we behoren? Ondanks alle misstanden, ondanks het dreigende oordeel van bijv. Samen op Weg? Ja, er is hoop! Maar niet als wij hoog boven iedereen uittorenen en een houding aannemen van: 'Ik ben heiliger dan gij'. En evenmin als wj wel grote en dure woorden spreken maar niet breken met de zonde en het kwade niet wegdoen uit ons midden en aanvaarden wat voor God niet aanvaard mag worden. Maar alleen als we net als Ezra - juist als ambtsdragers! - de schuld van ons volk 'mijnen'. Die belijden aan onze God, maar dan ook ons volk voorgaan op de weg van daadwerkelijke wederkeer.

Zeker, dat kan ons heel wat kosten, maar Christus verzekert: 'Voorwaar Ik zeg u: er is niemand die verlaten heeft of huis of vrouw of kinderen omwille van het Koninkrijk van God, die niet veelvoudig zal wederont-vangen nu in dez tijd en in de toekomende eeuw het eeuwige leven' (Lk. 18 : 29-30).

Weet u: u krijgt er Christus voor terug. Die een volkomen Zaligmaker is en Die nooit beschaamt degenen die op Hem hopen. En in Christus krijgt u de Vader terug. God in Zijn Vaderlijke liefde, zorg en bescherming. Hij van Wie het geldt: 'Geen vader sloeg met groter meededogen op 't teder kroost ooit Zijn ontfermend' ogen dan Israël Heer' op een ieder die Hem vreest'. En u krijgt er de Heilige Geest voor terug. Die wil wonen in ons hart en Die als de grote Trooster ons wil leren en leiden. En met de drieënige God ontvangt u al de schatten van Zijn Koninkrijk: leven en vrede, ja de eeuwige zaligheid. En is dat niet alles? Het gaat door het verlies naar de winst. Door de smart naar de eeuwige vreugde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 mei 2003

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Ezra, de priester (8, slot)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 mei 2003

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken