Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zie, de dienstmaagd des Heeren...

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zie, de dienstmaagd des Heeren...

10 minuten leestijd

MEDITATIE

door P. Vermeer, Epe

£« Maria zeide: Zie, de dienstmaagd des Heeren: mij geschiede naar uw woord. En de engel ging weg van haar. (Lukasl:38)

I N het Adventsevangelie gaat het om de komst van Christus in ons vlees. Het eeuwige Woord moest onzer één worden om ons te kunnen verlossen. En Het ïs vlees geworden. God zet Zijn heilig Kind Jezus in het centrum van onze aandacht en overpeinzingen als het Lam dat de zonden der wereld draagt.

Nu mag dit alles ons niet doen vergeten dat rond dit heerlijke brandpunt van Gods genade ook allerlei nevenfiguren zich scharen. God zelf zet ze langs de weg die de Koning zich baant naar de wereld. Zij zijn dus niet de Koning zelf, wel mogen zij in ons spreken over Hem een gepaste aandacht krijgen. Zij aUen hebben ons iets te zeggen. De vorige keer ontmoetten we al een oude priester, Zacharias, en ontdekten in zijn ongeloof iets van de donkere diepten van het eigen hart.

Nu wenden we onze blik naar Maria, een vrouw die op het keerpunt der eeuwen een onvergetelijk woord spreekt: het woord uit de tekst! Laten we eens zien hoe zij tot dit woord is gebracht.

Lukas 1 brengt ons bij de laatste dagen van Advent. De engel Gabriel heeft, om zo te zeggen, heel wat post uit de hemel te bezorgen. Het is een tijd van drukke communicatie tussen hemel en aarde. Eerst zendt God deze hoge engel naar de oude priester Zacharias in de tempel van Jeruzalem, nu moet hij voor een hemelse missie naar Nazareth, een stadje in Galiléa.Wat heeft Jeruzalem dan met Nazareth van doen, wat de zo heerlijke tempel met de eenvoudige woning van Maria? Dat zullen we zien. Gabriel moet in ieder geval in Nazareth op bezoek en wel bij de maagd Maria. Haar mag hij een heerlijk Godswoord overbrengen.

Maria is in ondertrouw met Jozef zo vertelt Lukas 1. Beiden zijn telgen uit het oude, tot armoe vervallen huis van David, twijgen uit de 'afgehouwen tronk van Isaï'. Het is voor de jonge vrouw heel indrukwekkend als plotseling Gods hemelbode verschijnt. Hij maakt zijn aanwezigheid bekend met een bijzondere groet: Wees gegroet, gij begenadigde; de Heere is met u; gij zijt gezegend onder de vrouwen. Dan ziet ze hem.Wie viel ooit zo'n begroeting te beurt? Geen wonder, dat zij diep ontroerd raakt en met vrees wordt vervuld. Altijd weer begint een zondaar te vrezen als iets van de hemelse glans en heerlijkheid de aarde raakt. Maar de engel haast zich om haar vrees weg te nemen. Hij mag tot haar het hoge Woord spreken dat zij bij God genade vond. Zij zal het zijn uit wie Hij zal worden geboren, Die van den beginne in de Moederbelofte is beloofd. Zij, Maria, zal de moeder des Heeren worden. Uit haar zal voortkomen Hij Die Davids troon in eer zal herstellen en eeuwig heersen zal. De Zoon van de Allerhoogste zal Hij genaamd worden en de naam Jezus dragen, dat is: de Heere redt.

Ook in de nederige woning daar in Nazareth krijgt Gabriel op zijn boodschap een vraag voorgelegd. Het is niet de vraag van Zacharias: Waarbij zal ik dat weten? De vraag is heel anders van inhoud en toon: Hoe zal dat wezen, dewijl ik geen man beken? De maagd vraagt zich verwonderd af hoe dit heerlijke nu tot stand moet komen. Want zij heeft in haar verlovingstijd rein geleefd. God is haar getuige. Hoe zal zij dan de moeder worden van dit Kind? Op haar vraag komt een ant- woord dat alleen in geloof kan worden aanvaard: de Heilige Geest zal over haar komen, en de kracht van de Allerhoogste zal haar overschaduwen; daarom zal het Heilige, Dat uit haar geboren zal worden, Gods Zoon genaamd worden. Wat in haar schoot wordt gelegd zal het wonderlijkste borduurwerk van Gods genade zijn. Aan de ontvangenis van dit Kind komt geen man te pas. Het moet namelijk zonder zonde zijn om voor zondaren geheel tot zonde te kunnen worden gemaakt. Hij toch zal de zonden van Zijn volk dragen. Het Kind van Maria is de Heilige, is Gods Zoon. Dat gaat alle menselijke mogelijkheden eeuwig te boven. Daar is een wonder van de hemel voor nodig, een Godswonder. Hij alleen kan zoiets bewerken. Hij zal het bewerken. Maria, verlaat u maar met een gerust hart op dit woord en twijfel niet, uw God doet namelijk heerlijke dingen in deze dagen. Want ook uw oude nicht Elizabeth, de onvruchtbare, is in blijde verwachting. Ze is al zes maanden heen. Ga het haar maar vragen. Geen ding is bij God onmogelijk, zelfs niet het wonder dat Hij in uw schoot doen zal.

In deze ontroerende situatie en op dit kruispunt in de heils- en wereldgeschiedenis spreekt Maria haar amen uit, ingewonnen voor het Woord. Op dit amen heeft Gabriel gewacht. Nu kan hij heengaan...

Wanneer we bij dit amen van Maria stilstaan, komen we diep onder de indruk van het krachtige werk van God in haar leven. Waar een in de dienst des Heren oud geworden priester de weg van het ongeloof inslaat, mag een nog jonge vrouw de weg van het geloof betreden. Jong mag hier oud tot een voorbeeld wezen en op de geloofsweg vooruit zijn. Als er naar de mens gesproken iemand reden zou hebben gehad voor de weg van het ongeloof te kiezen, dan toch wel Maria. Zacharias wist van onvruchtbare vrouwen uit de Bijbel aan wie de Heere toch de kinderzegen had gegeven. Hij kende heus de Heilige Schrift en wist: het volk Israël zelf is een vrije scheppingsdaad van God, een volk dat uit de onmogelijkheid is geboren en als uit de dood is verwekt. Zacharias was als zoon van Israël ook zelf één van de vele tastbare bewijzen van Gods macht. Het wonder van Gods alvermogen is de eeuwen door in Israël met de handen te tasten en met de ogen te zien. Wat Maria betreft ligt het anders. In heel de Schrift is er niet één voorbeeld waarop ze kan terugvallen. Het gaat bij haar om iets unieks, om iets wat niet eerder is geweest en na haar ook niet meer zal zijn. God heeft namelijk maar één Zoon en deze Zoon zal uit Maria Zijn menselijke natuur ontvangen: Immanuël!

Nooit is van een mens meer geloof gevraagd dan van deze Maria. Goed beschouwd is het dus een Godswonder, een wonderwerk van de Heilige Geest, dat Maria niet als vroeger Sara de lach van het ongeloof laat horen, maar in geloof en overgave zich onder het gebrachte woord buigt. Ze is er klaar voor om het eeuwige Woord in haar schoot te ontvangen: Zie, de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord. Ze weet zich een dienstmaagd des Heeren. Haar leven is niet haar bezit, het behoort de Heere toe. Hij mag het nemen en ermee doen wat Hij wil. Is dat niet rijk? Hier is niets uit de mens, het is alles Gods gave, geheimenis van Gods Geest. Nee, haar amen van het geloof is niet ondoordacht of te haastig gegeven. Maria is de vrouw van het overleg: steeds weer overlegt zij de woorden van God in haar hart. Zij spreekt niet impulsief maar in de klare bewustheid van het geloof. Zo geeft ze zich onvoorwaardelijk aan de Heere gewonnen. Zij vertrouwt niet op de rede, op 'het gezonde verstand', maar verlaat zich in de eenvoud van haar hart op het Woord des Heeren. Reken er maar op dat op haar geloofsantwoord heel de hel is afgekomen. Maar in de weg van het geloof mag ze Christus in haar hart ontvangen en nu gaan dragen ook onder haar hart. In Hem heeft ze haar Zaligmaker gevonden.

Wat treft ons in dit alles haar overgave aan Gods macht. Zij laat de Heere werken. Zij denkt dus niet: dit zal ik nu eens gaan maken, maar geeft zich stil over in de handen van de Heilige Geest en laat Hem Zijn heilige gang gaan. Mij geschiede naar uw woord, zo zegt ze tot de engel des Heeren. In deze woorden proeven we haar hartelijke wens dat de Heere het toch alles maar zó zal doen komen gelijk Hem behaagt. In deze verre dochter van Eva verheerlijkt God Zijn genade en maakt zó van haar de gezegende onder de vrouwen.

En zo verstaan we waarom Jeruzalem, het centrum van Israels eredienst, en het verachte Nazareth uit het Galiléa der heidenen door Gabriel met elkaar worden verbonden: het gebed dat in de tempel van Jeruzalem tot God is gedaan om de komst van de Zaligmaker is verhoord, daarom zal nu in duister Galiléa, het land van donkere doodsschaduwen, Gods genadelicht gaan rijzen, eerst nog verborgen in de moederschoot, straks in volle glans. Als vervulling van oude profetieën!

Intussen geeft deze parel uit Gods heilsgeschiedenis ook veel stof tot overpeinzing voor het persoonlijke leven. De engel heeft gewacht op het antwoord van de maagd, zo hoorden we, eerder kon en wilde hij niet heengaan. Zo wacht de Heere ook op ons antwoord als Hij ons Zijn Woord horen doet en Christus in het Evangelie aan ons voorstelt. Een mens moet kleur bekennen. Wat een genade als dan het amen van het geloof wordt gehoord. Dat komt niet uit ons op, dat is Geesteswerk! Wie Gods beloften aangaande Christus werkelijk met het hart leert aannemen, ervaart iets van heilige vreugde en verwondering. Die weet wel van eigen onmogelijkheden, maar twijfelt toch niet aan Gods macht. O zeker, de weg waarlangs God gaat om Zijn Zoon aan het zondaarshart te openbaren is een weg die niet valt te beredeneren ofte doorgronden. God gaat hier Zijn nooit ontdekte spoor. Zijn voetstappen worden niet gekend. Het is het stille werk van de Heilige Geest, waardoor het zondaarshart voor Christus wordt ingewonnen. Maar de vrucht ervan komt op Gods tijd openbaar.

Maria kreeg zich geheel voor de Heere over en betoonde zich in haar geloof een ware dochter van Abraham. In dit geloof trotseerde ze duivelse spot en hoon en mocht ze overwinnen. AUe geloof dat aan Gods Woord hangt, kan alle tegenkanting en vijandschap, ja zelfs dood, duivel en hel trotseren en zo naar de overwinningskroon gaan. Evenmin als Maria is Gods kind een heilige in Roomse zin, maar door het geloof in Jezus mag iedere gelovige zich rechtvaardig voor God weten, als onheilige geheiligd in de Heilige.

Het is zo leerzaam om in de Adventsgeschiedenis op allerlei cruciale momenten te zien dat Christus langs de weg van het geloof in deze wereld is gekomen. En hoe we het ook wenden of keren, nog altijd is Zijn komen tot mensen een zaak van het geloof. Alleen in het geloof wordt Hij ontvangen, alleen door het geloof wordt Hij ontmoet en wordt het feest in de ziel. De ware kinderen van Abraham zijn geestelijke kinderen. Maria boog in het geloof onder Gods wil. Dat was nodig om doorgang te verlenen aan Gods Zoon bij het komen in ons vlees. Zo moe-ten ook u en ik ons voortdurend leren buigen onder Gods wil, opdat Gods Zoon in ons leven met Zijn voUe zegen komen kan. Daarom: Geef, o Vader, aan ons Uw Heilige Geest en maak door Hem ons hart voor Uw Zoon bereid.

Hebben wij met Maria ons amen al op Gods Woord leren geven?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 december 2003

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Zie, de dienstmaagd des Heeren...

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 december 2003

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken