Bekijk het origineel

Die al het werk volbracht heeft...

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Die al het werk volbracht heeft...

9 minuten leestijd

MEDITATIE

Het is volbracht! Johannes 19 : 30b

In deze meditatie nemen we u opnieuw mee naar de kruisheuvel Golgotha. Het einde van het lijden van Christus komt in zicht. Gods Zoon maakt Zich op om het zesde van de zeven kruiswoorden uit te roepen. Het luidt kort en bondig: Het is volbracht! In het Grieks staat er alleen maar tetelestai. In dit ene woord roept de stervende Christus uit, dat Hij het werk van de verzoening tot een goed einde heeft gebracht. Gelet op de gebezigde tijdsvorm is de betekenis van Zijn werk blijvend. De bron van zaligheid kan gaan vloeien. Wijd staat nu de poort open naar Gods paradijs, want Christus is de kruispaal gepasseerd, de grenspaal van Zijn lijden. Kom, laten we dit heerlijke kruiswoord eens bezien in het licht van het drievoudige ambt van Christus. De Vader zalfde immers Zijn Zoon tot onze Profeet, Priester en Koning. Als Christus roept: Het is volbracht! Dan raakt dat aan alle zijden van Zijn werk.

Het profetische werk volbracht

In onze Heidelberger wordt in antw. 31 schoon van Christus beleden dat de Vader Hem gesteld en met de Heilige Geest gezalfd heeft tot onze hoogste Profeet en Leraar, Die ons de verborgen raad en wil van God aangaande onze verlossing volkomen heeft ge-openbaard. Het zesde kruiswoord zet de kroon op alles wat Christus als onze hoogste Profeet en Leraar gezegd heeft.

De verlossing van zondaren is een verborgenheid. Ze gaat terug naar de stilte der eeuwigheid, toen alleen God er was. Vóór de wereld er was had God al besloten om zondaren te redden. Niet alle zondaren, wel een schare die wij niet kunnen tellen. En ai van eeuwigheid stelde de Zoon Zich beschikbaar als Middelaar Gods en der mensen. Dit alles nu heeft Hij, Die in de schoot van de Vader is, ons geopenbaard. Hij begon Zijn profetisch werk al vóór Zijn menswording met de moederbelofte (Genesis 3 : 15). De eeuwen daarna klinkt Zijn stem in de wereld bij monde van profeten, totdat Hijzelf in ons vlees komt en alle voorafgaande profetie in Zichzelf opneemt en samenbundelt. Nu spreekt God Zelf tot de mensen, van recht en genade, van vloek en verlossing, van schuld en verzoening. Christus zet Zichzelf in het brandpunt van Gods Evangelie als de Redder en God der mensen, als hun Heiland. Het zesde kruiswoord biedt de volle openbaring van de verborgenheid van Christus. In Hem heeft een verloren mensdom alles, maar dan ook alles om met God te kunnen worden verzoend. Wie God wil kennen - onmisbaar om het eeuwige leven in te gaan - kan niet langs dit zesde kruiswoord heen. Hij moet ingespannen het oog op Christus vestigen en in gelove voor Hem knielen. In Zijn roep:Het is volbracht! Komt de bijbelse profetie tot rust en mag ze haar zegen gaan verspreiden. Wat van eeuwigheid voor ons was verborgen in Gods hart wordt op Golgotha geheel onthuld. Hier wordt de Raad des vredes uiteengevouwen en mag het naar vrede zoekende zondaarshart vinden wat z'n onrustige hart begeert: de vrede die het verstand te boven gaat. Op Golgotha wijst God arme, verloren zondaren op Zijn Zoon en zegt: Hoort Mijn geliefde Zoon, als u naar vrede met uw God haakt, want Hij heeft alles volbracht wat tot uw vrede dient.

Op Golgotha klinkt dus heerlijk Evangelie. Onze grote Profeet profeteert tot in Zijn sterven toe, dat God geen lust heeft in de dood van zondaren, maar wil dat zij komen zullen tot het werk dat Hij plaatsbekledend aan het kruis volbracht. U vond rust in Hem? Haast u toch naar Golgotha, o zondaar, want daar haalt God de laatste sluiers over het zo diepe geheimenis van Zijn barmhartigheid voor verloren zondaren weg en laat Hij het volle licht van Zijn genade en barmhartigheid schijnen. Wie tot dit licht komt, zal in de duisternis niet wandelen.

Het priesterlijke werk volbracht

De Heere Jezus is voor Zijn volk behalve Profeet ook Priester. Zelfs de énige Hogepriester. Ook nu luisteren we naar de Heidelberger: God heeft Zijn Zoon gesteld en met de Heilige Geest gezalfd tot onze énige Hogepriester, Die ons met de enige offerande van Zijn lichaam hééft verlost en voor ons met Zijn voorbidding steeds tussentreedt bij de Vader (antw. 31).

Het werk van een priester in Israël was offeren, bidden en zegenen. Als Priester moest Christus dus om te beginnen offeren. Nu, wie een offer voor z'n zon­ den nodig heeft om voor God te kunnen bestaan, kan bij Hem terecht. Hij is Offer en Offeraar tegelijk. Als Hogepriester brengt Hij voor de zondaren Zijn heilig en onschuldig leven ten offer. Dit offer alleen kan God behagen, onze offers kunnen nog niet één zonde verzoenen. De offers uit het Oude Testament vonden hun zin en betekenis in hun verwijzen naar en hun vooruitlopen op dit enige offer van Christus. In de roep van de Heiland: Het is volbracht! Komt de oudtestamentische schaduwendienst met haar offers tot vervulling. Nu zijn de schaduwen voorbij, het bloed van hét Lam is gestort als bloed der verzoening, hét brandoffer is gebracht.

Daarom hoeven er geen lammeren meer te sterven onder de handen van priesters, want nu is de weg in Christus open om tot God te gaan. Als Hogepriester roept Christus naar de hemel en over het rond der aarde uit: Het is volbracht! Dit woord zet de komende eeuwen in de heilige en ons vaak zo vreemde spanning van het 'reeds' en 'nog niet'. Als Priester moest Christus ook tot God voor een volk van zondaren bidden, en zo de mond van het volk bij God zijn. Zeg eens, welke priester in Israël heeft gebeden als onze enige Hogepriester? Heel Zijn leven stond in het teken van het gebed. Zelfs aan het kruis nog trad Hij biddend bij God in de bres voor Zijn vijanden. In het zesde kruiswoord legt Hij heel Zijn priesterlijk werk voor de Vader neer en zegt: Vader, U hoeft niet langer meer te toornen op hen die tot Mij de toevlucht nemen en achter Mijn bloed een schuilplaats zoeken.

want Ik heb voor hen al het werk volbracht; hun schuldrekening heb Ik betaald, hun zonden heb Ik gedragen en hun verzondigde leven met Mijn onschuldig leven voor Uw heilige ogen bedekt; neemt hen daarom als Uw lieve kinderen en erfgenamen genadig aan, want zij zijn nu rein voor U om Mijnentwil. Christus is dus de biddende Hogepriester. Zijn voorbidding gaat ook nu nog door bij God in de hemel: Die ook voor ons bidt... U die dit leest, troost u dit? Zegt u door het geloof: Hij bidt ook voor mij?

Een priester in Israël moest het volk tenslotte ook zegenen. Welnu, mogen we in het zesde kruiswoord ook niet iets van zegen beluisteren uit de mond van de stervende Hogepriester? We denken van wel. Het is alsof Hij stervend Zijn handen over Zijn volk heeft uitgebreid en met Zijn zegen naar huis zendt: Mijn kinderen, het offer is nu voor u gebracht, uw verzoening is volkomen, uw verlossing zeker, uw erfenis gewis; de Drieenige God, de Eeuwige Israels is u een eeuwige woning; gaat heen. Mijn volk, de wereld in en wees ook anderen tot een zegen, want al het werk is nu volbracht. Ja, gelukkige mensen, die hier gelovend mogen zeggen: Christus legt Zijn zegen ook op mij!

Het koninklijke werk volbracht

Christus is niet alleen Profeet en Hogepriester, Hij is ook Koning. De Heidelberger zegt heel juist dat Hij door God gesteld en met de Heilige Geest gezalfd is tot onze eeuwige Ko­ ning, Die ons met Zijn Woord en Geest regeert, en ons bij de verworven verlossing beschut en behoudt (antw. 31). Toch wel woorden vol troost en bemoediging voor Christus' volk op aarde. Het geloofsleven is immers vaak zo vol strijd en hindernissen. De terroristische aanslagen uit de hel zijn legio. Wat Gods kind hier doen moet? Het zesde kruiswoord als een banier in de strijd omhoog steken, want de Koning heeft aan het kruis al de machten onttroond. Alleen de macht van God is echte werkelijkheid. In uiterste zwakheid en vernedering heeft de Koning gestreden tegen de duivel en zijn ganse rijk en deze sterke in diens eigen huis gebonden om hem zijn vaten te ontroven. Aan het kruis heeft Hij de harige schedel van deze geweldige uit de afgrond vermorzeld en hem van zijn kracht beroofd. Heel Zijn leven op aarde was de Heere in strijd verwikkeld met de duivel, maar nu is de strijd, goed beschouwd, volbracht. De beslissende slag is gewonnen. Wat nu volgt zijn alleen nog maar wat schermutselingen in de achterhoede.

Het staat er voor de Kerk met zo'n Koning goed voor. Nu kan niets haar werkeiijk meer deren. Ze kan rustig zijn temidden van de woedende golven van vijandschap en haat in deze wereld, want haar Koning is sterk en getrouw. Hij zal haar niet begeven of verlaten, maar haar regeren met wijs beleid, totdat eens het Rijk van God zal komen in volle kracht. Op die dag - Zijn dag! - zal Hij het alles terugleggen in de handen van de Vader. ' Het is volbracht! Is er een beter en gelukkiger woord in de Bijbel dan dit? Nu kan de zondaar, die in Gods oog vrede vond door deze Koning, ruim ademhalen. Want God heeft door Zijn Zoon ruimte gemaakt, ook ruimte in het Vaderhuis.

U leerde voor Hem uw knie buigen in gehoorzaamheid en geloof? Als Hij voor u is, wie of wat zal u dan tegen zijn? Maar als u Hem verwerpt, zult u eens met al Zijn vijanden vergaan.

Kniel dan eerbiedig voor Hem neer en kust de Zoon eer het duister wordt. Sions Koning is namelijk volkomen rechtvaardig en zal Gods zaak ook in het oordeel ten einde toe volbrengen. Zie, Hij reikt u de scepter van Zijn genade toe. Ze is getekend met het teken van het kruis en draagt als opschrift: Het is volbracht! Raak toch in geloof haar aan.

P. Vermeer, Wilsum (D)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 2005

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Die al het werk volbracht heeft...

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 2005

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken