Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Apostolische Geloofsbelijdenis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Apostolische Geloofsbelijdenis

7 minuten leestijd

GELOOFSLEER

Ik geloof een heilige, algemene, christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen (Artikel 9, vervolg)

Waarom gelóven wij de Kerk?

Waarom zegt het Apostolicum dat wij de Kerk gelóven! Velen hebben zich over deze vraag gebogen en kwamen tot de conclusie: ij gelóven de Kerk, omdat ze naar haar wezen onzichtbaar is. Tjt is namelijk de heilige, levende gemeenschap van alle kinderen van God. God heeft onzegbaar velen tot het eeuwig leven uitverkoren (vgl. Openb. 7 : 9). Maar wie kent ze, die door God uitgekozenen? Wie kent hen die nu al juichen voor Gods troon en wie kent hen die nu op aarde zijn en door het geloof leerden wandelen? En wie kent hen, die nog in Sion geboren moeten worden? God alleen weet wie de Zijnen zijn (2 Tim. 2 : 19). Ons is daarom alleen het oordeel van de liefde toevertrouwd. Wij mogen hen voor ware christenen houden, die zich in leer en leven ook als zodanig gedragen. Over hun hart mogen wij echter niet oordelen, want God alleen kent hun hart. Hij alleen ziet de Kerk zoals ze werkelijk is, in haar triomferende gestalte in de hemel, en in haar strijdende gestalte op aarde, en zoals ze in de toekomst nog zal aanwassen. Wij zullen de Kerk in haar ware gedaante en omvang echter niet eerder zien of Christus moet zijn wedergekomen en alle uitverkorenen toegebracht. Tot dan is zij voor ons voorwerp van geloof en niet van aanschouwen. Van haar moeten wij een levend lidmaat zijn of worden (Zondag 21), want buiten haar is géén zaligheid. Dat de naar haar wezen onzichtbare Kerk op een bepaalde manier toch op aarde zichtbaar wordt, zal ons later nog moeten bezighouden. Vooralsnog peinzen we wat verder over de Kerk in haar onzichtbare gedaante en letten we op wat we wel haar eigenschappen noemen.

Wat geloven wij van de Kerk?

In het Apostolicum wordt van de Kerk beleden dat zij heilig en katholiek of algemeen is. Wij geloven niet alleen dat er een Kerk is, wij geloven ook dat zij heilig en katholiek is. Evenals bij de Kerk zelf gaat het bij haar eigenschappen dus weer om echte geloofsuitspraken. Net zo min als haar wezen kun je haar heiligheid en katholiciteit met de vinger aanwijzen of in kaart brengen. Zij onttrekken zich aan de greep van onze ogen en handen. In de al vaker ge- citeerde belijdenis van Nicea-Constantinopel staan ook nog de eigenschappen één en apostolisch. Wat willen deze vier woorden ons over de Kerk vertellen? Ze hangen in ieder geval onlosmakelijk samen met Christus zelf en mogen uit Hem worden verstaan. Want buiten Hem als Hoofd is er geen sprake van éénheid, heiligheid, katholiciteit en apostoliciteit. Alles wat de Kerk is en hééft, put ze dankbaar uit haar bron: haar heerlijk Hoofd en Zaligmaker!

1. De Kerk is één. Wie dit belijdt, zegt dat er niet meerdere Kerken kunnen zijn. De Kerk is volgens deze belijdenis naar haar wezen ongedeeld. En zo is het ook. God de Vader heeft namelijk maar één volk, Christus heeft maar één lichaam of bruid en de Heilige Geest heeft maar één tempel. Deze belijdenis staat in direct verband met het bijbelse getuigenis dat er maar één God en Vader, één Heere, één Heilige Geest, één geloof, één hoop en één doop is (Ef. 4 : 4-6). De werken Gods bezitten, bij al hun rijke verscheidenheid en veelkleurigheid, een heerlijke eenheid. Ze dragen alle het merk van de Schepper zelf. Die waarachtig één is. De Kerk vormt daarop dus geen uitzondering. Tot haar behoren alle heiligen, die als één lichaam en één geest zijn, terwijl er buiten haar geen enkel heil te vinden is (Luther).

2. De Kerk is heilig. Calvijn geeft in zijn Catechismus hieraan de uitleg dat God degenen die Hij heeft uitgekozen, ook rechtvaardigt, en vernieuwt tot heiligheid en een onstraffelijk leven, opdat God Zijn heerlijkheid in hen moge weerspiegelen. Dit is, zo zegt Calvijn, wat Paulus bedoelt, als hij inscherpt dat Christus de Kerk, die Hij heeft vrijgekocht, heeft geheiligd, om heerlijk te zijn en rein van alle vlekken (Rom. 8 : 30; Ef. 5 : 25). Zacharias Ursinus zegt in z'n grote Catechismus heel mooi dat wij de Kerk heilig noemen, 'omdat Christus de Kerk, die Hij door Zijn bloed verlost en met Zijn gerechtigheid bekleedt, ook door Zijn Geest hervormt tot heiligheid en onschuld des levens, die in dit leven begonnen, in het toekomende echter volmaakt wordt'. De Kerk is werkelijk heilig, omdat God haar in Christus heeft geheiligd door haar weg te roepen uit de wereld en van de macht der zonde en andere doodsmachten heeft bevrijd. Hij heeft haar tot Zijn eigen volk aangenomen, met de bedoeling dat ze zich geheel zal wijden aan Zijn dienst.

3. De Kerk is katholiek of algemeen. Dit ziet op uitgebreidheid in tijd en ruimte. 'Wat de tijd betreft, met art. 27 uit de Ned. Geloofsbelijdenis geloven en belijden we: 'Deze Kerk is geweest van het begin der wereld af, en zal zijn tot het einde toe; gelijk daaruit blijkt, dat Christus een eeuwig Koning is. Die zonder onderdanen niet zijn kan'. Je mag Gods Kerk dus niet opsluiten binnen de grenzen van een bepaalde tijd. Ze is er al sedert het begin der schepping en ze zal in de wereld blijven tot de laatste seconde van de wereldtijd toe. God heeft altijd kinderen in deze wereld. Daarom ontbreekt het Christus op aarde nooit aan onderdanen. Katholiek ziet ook op het wereldwijde van Gods Kerk. Heel de wereld is haar domein. Alle ware christenen waar ook ter wereld behoren tot de katholieke of algemene Kerk. Dat wil overigens niet zeggen dat er op ieder moment overal kinderen van God te vinden zijn. Vóór de komst van Christus bijvoorbeeld moet men hen voornamelijk zoeken in Israël. God kan ze echter wel overal verwekken en doet dat ook in de tijd na Pinksteren. Men mag de Kerk daarom niet opsluiten binnen een bepaald kerkverband, een bepaald land of zelfs een bepaald werelddeel. De aarde is des Heeren! In alle werelddelen vindt men in onze dagen Gods Kerk, want in alle continenten zijn er, zo geloven wij, die door de Heilige Geest zijn wedergeboren tot een levende hoop. Men mag de Kerk evenmin aan bepaalde mensen binden, bijvoorbeeld aan een paus zoals Rome dat doet. Om het weer met het bovengenoemde art. 27 te zeggen: 'Ook mede is deze heilige Kerk niet gelegen, gebonden, of bepaald in een zekere plaats, of aan zekere personen, maar zij is verspreid en verstrooid door de gehele wereld; nochtans tezamen gevoegd en verenigd zijnde met hart en wil en éénzelfde Geest, door de kracht van het geloof.' Duidelijker kan het niet worden gezegd.

4. De Kerk is apostolisch. Daarmee spreekt de Kerk uit dat ze in een bijzondere relatie staat tot de apostelen van de Heere Jezus en daardoor tot Hemzelf. De apostelen hebben als gezondenen van Christus hun stempel op de Kerk mogen zetten. In opdracht van Christus en onder Zijn zegen hebben zij hun kerkstichtend en kerkopbouwend werk verricht. Als Zijn dienaren hebben zij getrouw het Evangelie van Jezus Christus verkondigd. Gods Kerk heeft de apostelen en profeten tot fundament. Van dit fundament is Christus de uiterste Hoeksteen, zodat Hij het geheel draagt (Ef. 2 : 20). De positie van de apostelen is in de lange geschiedenis van de Kerk zondermeer uniek. Na hun heengaan zijn er dus niet nieuwe apostelen verwekt, want een fundament hoefje niet steeds opnieuw te leggen. Rome meent overigens dat het ambt en de waardigheid van de apostelen exclusief is overgegaan op de Roomse bisschoppen, met de paus als voornaamste onder hen. Zij spreekt daarom van de apostolische successie of opvolging en noemt de bisschopszetel van Rome veelbetekenend de apostolische stoel. De Reformatie heeft echter mogen verstaan dat de Kerk alleen recht heeft op de naam apostolisch wanneer ze trouw is aan de leer der apostelen, dus aan het onvervalste Evangelie van Jezus Christus. Beslissend is hier dus het getrouw bewaren van de boodschap van vrije genade.

P. Vermeer, Wilsum (D)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 december 2005

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Apostolische Geloofsbelijdenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 december 2005

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken