Bekijk het origineel

Het Gebed des Heeren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Gebed des Heeren

6 minuten leestijd

GEESTELIJK LEVEN

Uw Naam worde geheiligd (2)

Heilig(en)

De vorige keer hebben we wat in kaart gebracht wat in de eerste bede met 'Uw Naam' wordt bedoeld. Nu zijn we toegekomen aan de vraag wat we in deze bede moeten verstaan onder het heiligen van Gods Naam. Het woord heilig en daarmee samenhangende woorden als heiligen, het heilige enz. komen heel vaak in de Bijbel voor. Men hoeft maar een concordantie op te slaan om zich daarvan te vergewissen. De woordgroep speelt in de Heilige Schrift kennelijk een belangrijke rol. Met het oog op de heiliging van de Naam richt de bidder zich dus tot God. Wat wordt nu precies met dat heiligen van de Naam bedoeld? Om daar wat zicht op te krijgen gaan we eerst na wat het betekent dat God heilig is.

God is heilig

Als de Bijbel ons iets wil inscherpen, dan wel dat God heilig is.

Maar liefst 31 keer lezen we in het Oude Testament bijvoorbeeld dat God de Heilige Israels is. De serafs in Jesaja 6 roepen het elkaar toe: „Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heerscharen! De ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol" (vs. 3). Denk ook aan de naam Heilige Geest.

In het Hebreeuws brengt men de hei­ligheid van God tot uitdrukking met woorden die behoren tot de woordgroep die is afgeleid van de stam q-d-sj. De grondbetekenis van deze stam geeft men wel weer met ons woord 'afzondering'. Nu is er terecht op gewezen dat in het gebruik van het woord afzondering een gevaar schuilt. Afzondering kan namelijk heel gemakkelijk worden opgevat als een absolute scheiding tussen God en de schepping, tussen God en ons. Zo bedoelt de Bijbel kennelijk het woord heilig niet. Was dit wel het geval, dan zou God Zijn handen van de schepping hebben afgetrokken en was er voor ons geen omgang met Hem mogelijk. Gods heiligheid wil bij ons juist positieve gedachten - en gevoelens - wakker roepen. Heel mooi wordt dat onder woorden gebracht in Hos. 11. Het gaat daar over Gods ontferming voor Zijn volk Israël. In vers 9 zegt God: „Ik ben God en geen mens, de Heilige in het midden van u". Met God heilig te noemen willen we dus twee dingen uitdrukken. We belijden daarmee dat God de gans Andere is: 'Ik ben God en geen mens'. Maar ook belijden we als in één adem dat God - juist als de gans Andere - in het midden van Zijn volk wil wonen, hun tot heil en zegen: 'de Heilige in het midden van u'. De belijdenis dat God heilig is, wil Hem niet isoleren maar kwalificeren. Hij woont én in het ontoegankelijk licht én in het midden van hen die Hem vrezen. Hij is oneindig ver verheven boven de mensen, maar daalt ook naar hen af. Het woord heilig handhaaft de scherpe grens tussen Schepper en schepsel, maar sluit de omgang tussen beide niet uit maar in. Dit kreeg een wel heel bijzondere uitwerking en toespitsing in de vleeswording van het Woord, in de menswording van Gods Zoon. Want in Christus komen God en mens samen zonder dat daardoor het geheel anders zijn van God wordt opgeheven of zelfs ook maar aangetast. Daarom beleed de oude kerk in volle overtuiging dat Christus is waarachtig God én waarachtig mens in één Persoon.

Wanneer we op deze manier uitleggen dat God heilig is, kunnen we ook gemakkelijk inzien wat de eerste bede bedoelt met het heiligen van de Naam.

De Naam heiligen

Onder Israël leefde een diep besef van Gods heiligheid. In het latere Jodendom durfde men het, uit huiver en vrees voor de heiligheid van God, niet eens meer aan om de Jahweh-naam uit te spreken. Men was vuurbang om de Naam waarmee God Zich aan Mozes had bekend gemaakt te ontheiligen. Dat was natuurlijk niet de bedoeling van deze heerlijke openbaring. God maakt aan de mensen Zijn Naam bekend om te gebruiken. Zij mogen Hem bij name aanroepen en vrij Zijn Naam noemen in het gesprek met anderen. Zij moeten dat zelfs doen. Het zou overigens geen kwaad kunnen wanneer ook onder ons het besef van Gods heiligheid wat meer leefde.

Als Christus ons in de eerste bede dus leert vragen om de heiliging van de Naam, dan bidden wij of het tot een eerbiedig gebruik van de Naam van God onder de mensen mag komen. Mensen moeten gaan inzien en erkennen dat God de Heilige is en blijft, de gans Andere, ook in Zijn wonen onder de mensen, en daardoor van alle schepselen onderscheiden en ver boven hen verheven. We bidden God dus of de mensen mogen leren om de door Hem gestelde grens tussen Schepper en schepsel voluit te respecteren en in acht te nemen. Maar ook vragen we Hem of Hij met Zijn rijke Naam in deze wereld wil blijven wonen en die tot heerlijkheid en eer wil brengen bij allen. Zijn Naam moet alom onder de mensen bekend worden, opdat eenieder Hem zal eren, prijzen en aanbidden.

Waar zo de Naam wordt geheiligd, krijgt God wat Hem toekomt. In de hemel gebeurt dat al, maar op aarde is het daar nog heel ver vandaan. God heeft weliswaar alles geschapen om dienstbaar te zijn aan Zijn eer, maar door de zonde is en wordt Zijn Naam in onze wereld grotelijks ontheiligd. Vandaar deze bede aan het begin van het Onze Vader. Helaas is ze nodig, want ze strekt ons niet tot eer. Calvijn merkt in dit verband op: 'De eerste bede is, dat Gods Naam worde geheiligd. De noodzakelijkheid van deze begeerte hangt samen met onze grote schande. Want wat is er onwaardiger dan dat Gods eer deels door onze vermetelheid, deels door onze boosheid verduisterd wordt, en door onze ondankbaarheid en razende onbeschaamdheid, voor zoveel in haar is, vernietigd wordt? ' (Inst. III. 20.41) De wereld doet inderdaad al sinds de zondeval aan Naamsverduistering. Wat wordt ook in onze tijd de heilige Naam van God op allerlei manier ontheiligd: in woord en geschrift, in handel en wandel, helaas ook in het kerkelijk leven. Wat wordt er gevloekt en gelasterd via de moderne media. Zelfs op menige kansel gaat de heilige Naam door het slijk. Want daar Gods Naam als vlag dient om de kwalijke lading van dwaling en leugen te bedekken, wordt de Naam op grove wijze ontheiligd. De heiliging van de Naam moet voor de bidder daarom een zaak van het allergrootste belang zijn. Ze verdient de hoogste prioriteit.

P. Vermeer, Wilsum (D)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 2006

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Het Gebed des Heeren

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 2006

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken