Bekijk het origineel

Het Gebed des Heeren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het Gebed des Heeren

7 minuten leestijd

GEESTELIJK LEVEN

Uw Naam worde geheiligd (3)

God is het onderwerp

De vorige keer zagen we wat het betekent dat God heilig is en waar de bede om heiliging van de Naam op is betrokken. We moeten overigens niet denken dat de Naam als zodanig nog aan heiligheid zou kunnen winnen. De Naam staat voor God zelf en kan dus niet nog heiliger worden. Het is de bidder er om te doen dat alle mensen de heilige Naam van God zullen eren en erkennen. Luther merkt op: Gods Naam is weliswaar in zichzelf heilig; maar we bidden in dit gebed dat hij het ook bij ons zal zijn.' Bij deze bede mag het ons ook niet ontgaan dat de bidder het heiligen geheel in de handen van God zelf legt. God zelf is het onderwerp. Hij is dat ook bij alle volgende beden. Dat is een verootmoedigend gegeven. Het heiligen van de Naam ligt alleen bij de Heere zelf in goede handen. Een sprekende tekst is Ezechiël 36 : 23.

Met het oog op de terugkeer van het volk uit ballingschap zegt God: Want Ik zal Mijn grote Naam heiligen, die onder de heidenen ontheiligd is, dien gij in het midden van hen ontheiligd hebt, en de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik aan u voor hun ogen zal geheiligd zijn." God heiligt dus hoogst persoonlijk Zijn Naam. In dit licht staat ook de bede van Christus: Vader, ver­ heerlijk Uw Naam", waarop terstond Gods antwoord komt: En Ik heb hem verheerlijkt, en Ik zal hem wederom verheeriijken" (Joh. 12 : 28). De heiliging van de Naam is dus Gods zaak. Dat is tegelijk de waarborg dat het tot de door de bidder begeerde heiliging komt. De dag komt naderbij waarop allen, gewillig of niet, de Naam zullen erkennen. Op die dag zal alle knie zich buigen voor Christus en alle tong zal Hem als Heere belijden. Want in Hém woont de heilige Naam van God. De Vader heeft het heiligen van de Naam in de handen van Christus gelegd, omdat Hij de Zoon is. Daarom zegt de Heere in Joh. 17:4: Ik heb Uw Naam verheerlijkt".

Hoe God de Naam heiligt

God openbaart onder de mensen Zijn heilige Naam in woord en werk. Daarbij brengt Hij door de Heilige Geest mensen tot gadeloze verwondering en heilige vreugde over wie Hij is en wat Hij doet en leidt hen tot aanbidding, dankbaarheid en lof. We denken aan Zijn schepping, onderhouding en regering van alle dingen. Hoog heft God daarin Zijn Naam op in deze wereld. We noemen vervolgens het wondere werk van de verlossing. Gods Zoon wordt mens en neemt het voor de eer van de Vader op in een wereld vol haat tegen God en Zijn Gezalfde. Dat brengt Hem aan het kruis. In de dood van Zijn heilig Kind Jezus handhaaft God Zijn heiligheid temidden van een krom en verdraaid mensengeslacht. Gods Naam is een heiligdom en duldt geen ontheiliging. Als dat ergens duidelijk wordt, dan wel op Golgotha. Daar draagt de Middelaar voor de Zijnen de straf van God over hun vaak zo snode ontheiliging van de Naam. Tot in de dood aan het kruis toe. Daarom is er alleen maar behoud door het geloof in Hem. Golgotha laat zien dat God Zijn Naam in deze wereld door genade en gericht heen heiligt. Overigens, wie de geschiedenis van Israël leest, weet wel dat God dit de eeuwen door al heeft gedaan. Denk aan de ondergang van farao en de zijnen, aan Israël zelf wanneer het God verliet en zich verslingerde aan gruwelijke afgoderij en andere zonden. Maar telkens ging ook Gods schatkamer van vergeving weer open. God heeft namelijk geen lust in de ondergang van een zondaar of van een heel volk van zondaren.

We noemen ook nog het werk van de herschepping. Dit werk van herstel en vernieuwing is al begonnen. De Heilige Geest past immers de zegen van Christus toe in het leven van hen die Hij uit de dood tot het leven roept en tot geloof brengt in de Zoon van God. Al voort wentelen zo de eeuwen, totdat eens Gods nieuwe hemel en aarde komen zullen. Als Christus wederkomt!

In al de hierboven genoemde werken schittert de heilige Naam van God ons tegen. Ja, wie toch heeft een naam als Hij!

In leer en leven

Gelet op wat is gezegd is het goed te begrijpen dat de Catechismus de heiliging van de Naam niet los kan zien van de rechte kennis van God. Met die rechte kennis begint de heiliging van de Naam zelfs: 'Geef ons éérstelijk dat wij U recht kennen' (Zondag 47). Wanneer God aan ons Zijn Naam openbaart, mogen we de heerlijke deugden of eigenschappen van God ontdekken. Dan kijken we door de bril van het Woord als met nieuwe ogen naar Gods werken en horen wij als met nieuwe oren het machtige loflied op Gods almacht, wijsheid, goedheid, rechtvaardigheid, waarheid en barmhartigheid klinken in de schepping, onderhouding, regering, verlossing en herschepping. Zo brengt de Heilige Geest mensen tot aanbidding en tot lof en prijs van de heilige Naam.

Terecht legt iemand als Luther daarom sterk de nadruk op de zuivere verkondiging van het Woord. Het Woord moet zuiver en rein worden geleerd, iets waarvoor we overigens geheel op de Heilige Geest zijn aangewezen. Gods Naam wordt onder ons ontheiligd, zo zegt Luther, wanneer een dwaalleer wordt gebracht. Wie anders leert dan Gods Woord, werpt dus een zware smet op de Naam van God. Wij moeten heel goed weten wie God is en welke Zijn werken zijn om Zijn heilige Naam eerbiedig te kunnen vrezen en die met ontzag en heilige vreugde te gebruiken in onze gebeden, in de Woordverkondiging, in onze onderlinge gesprekken, in zending en evangelisatie. Alleen de rechte kennis van God - en dat is altijd de kennis van God in Christus, gewerkt door de Heilige Geest - is een probaat middel tegen het ontheiligen van de Naam. Ze is als een zuurdesem dat het gehele leven doortrekt. Ze leert wandelen met Christus. Wie in dat gezelschap is, gaat vragen wat Zondag 47 aan het slot zegt: daarna dat wij al ons leven, gedachten, woorden en werken, alzo schikken en richten, dat Uw Naam om onzentwil niet gelasterd, maar geëerd en geprezen wordt.' Door openbare zonden geeft men anderen gemakkelijk aanleiding om de heilige Naam te lasteren. Denk aan David en aan Petrus. Maar wie spreekt én leeft naar het Woord verheerlijkt de heilige Naam van God en doet wat Christus zegt: Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken" (Matth. 5 : 16). Zeker, op aarde is dit stukwerk, nog maar een aarzelend begin. Maar de gebedspijlen mogen gedurig worden geschikt op de boog van het Onze Vader en worden gericht op de heiliging van de Naam. Zulke pijlen kunnen hun doel niet missen. Als geliefde kinderen van God mogen de gelovigen in de kracht van Christus er weer werk van gaan maken om de Vademaam te heiligen.

Nu is het nog vol gebrek, maar straks komt ook voor hen het volmaakte. God leidt de bede om de heiliging van Zijn Naam namelijk naar haar volle verhoring. De eeuwige morgen, de morgen zonder wolken komt. U ziet naar die morgen uit?

P. Vermeer, Wilsum (D)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 2006

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Het Gebed des Heeren

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 2006

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken