Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tot de koning geleid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tot de koning geleid

6 minuten leestijd

BIJBELSTUDIE

'Des konings dochter is geheel verheerlijkt inwendig; haar kleding is van gouden borduursel. In gestikte klederen zal zij tot de koning geleid worden; de jonge dochters die achter haar zijn, haar metgezellinnen, zullen tot u gebracht worden. Zij zullen geleid worden met alle blijdschap en verheuging; zij zullen ingaan in des konings paleis' Psalm 45:14-16

In de voorafgaande verzen sprak de dichter de bruid rechtstreeks aan:

'Hoor, o dochter en zie, en neig uw oor en vergeet uw volk en uws vaders huis...'iys. 11-13). In de verzen die nu voor ons liggen spreekt hij in het bijzonder over de wijze waarop de bruid met haar gevolg tot haar bruidegom, de koning, wordt gebracht.

De bruid van Salomo

'Des konings dochter is geheel verheerlijkt inwendig...'! De dichter duidt hier de bruid aan als 'des konings dochter'. Dit hangt samen met de toenmalige gewoonte om 'pas gehuwde vrouwen als dochter aan te duiden' (Kohlbrugge).

Het gaat hier dus niet over een dochter die de koning reeds zou hebben maar over zijn bruid.

De daarop volgende woorden zijn nogal eens misverstaan. De vraag is: waar ziet het woordje 'inwendig' op? Ziet dat op de innerlijke schoonheid van de bruid of op het inwendige van het vertrek waarin de bruid zich bevindt en van waaruit zij tot de koning geleid zal worden?

Kohlbrugge heeft hier uitgebreid studie naar gedaan en komt op grond van het Hebreeuws tot de conclusie dat het gaat om het vertrek waar zij zich bevindt: 'Dat het gebruikt wordt voor de innerlijke schoonheid van de bruid of voor haar geestelijke bruidsschat, accepteer ik niet, omdat de afleiding van het grondwoord dit niet toelaat' (Kohlbrugge, Commentaar op Psalm 45, blz. 86). Calvijn wijst in zijn commentaar dezelfde richting. Raadplegen we de Kanttekeningen op de Statenvertaling dan zien we dat ze het wat Salomo's bruid betreft inderdaad betrekken op haar luisterrijke verschijning in het vertrek waar ze is: Salomo's bruid in haar vertrekzalen', terwijl ze het voor de bruid van Christus betrekken op haar inwendige schoonheid: Maar Christus' bruid draagt haar geestelijke sieraad van binnen in de inwendige mens' (Ef. 3:16).

Letten we op de historische achtergrond van de psalm dan moeten we het ons dus zo indenken dat de bruid in een prachtig bruiloftsgewaad in één van de vertrekken van het paleis gereed staat om tot de koning geleid te worden. Dit wordt geaccentueerd door wat de dichter nog meer van haar zegt: 'Haar kleding is van gouden borduursel'. Haar koninklijk bruidsgewaad is versierd met stiksel van goud. Ook ander bont gekleurd stiksel versiert haar kleding. Dat althans ligt opgesloten in de woorden: 'In gestikte klederen zal zij tot de koning geleid worden'. De dichter wil duidelijk maken dat ze niet in afgedankte plunje tot de koning nadert, niet in alledaagse gewaden maar gehuld in sierlijke, kostbare, rijk versierde kledij. En dat omwille van haar bruidegom.

Gehuld in deze kostbare gewaden zal zij tot de koning geleid worden. En dat - naar de gewoonte van die dagen - in gezelschap van een stoet aan bruids­ meisjes: 'De jonge dochters die achter haar zijn, haar metgezellinnen zullen tot u gebracht worden'. We zullen hier moeten denken aan jonge vrouwen die de bruid vergezellen en tot haar hofhouding behoren. Ook zij zullen tot de koning geleid worden en samen met de bruid hem toebehoren. In de gang naar de koning wordt de bruidsstoet voorts vergezeld van muzikanten die met muziek en zang de bruiloftsdag opluisteren: 'Zij zullen geleid worden met alle blijdschap en verheuging; zij zullen ingaan in des konings paleis' (vs. 16).

De bruid van Christus

Hoe is ook dit alles van toepassing op Christus' Bruidskerk. Hoe wordt zij tot haar Koning geleid? Gehuld in eigen plunje? In een kleed dat bezoedeld is door eigengerechtigheid en ongerechtigheid? Geenszins, want in zichzelf en gehuld in haar eigen kleed zal zij nimmer voor Hem kunnen bestaan. En daarom: koninklijke gewaden worden om haar schouders gelegd. Het kleed van Christus' gerechtigheid. Het bruiloftskleed van het Lam. Vol van het gouden borduursel van Zijn genade en liefde. Het is een kleed dat door de Bruidegom Zelf is verworven. Want wat zij niet kan, heeft Hij gedaan. Hij heeft de Wet vervuld. Hij heeft haar straf en vloek gedragen. En zo haar bruiloftskleed geweven.

Het is een kleed waarvan Jesaja reeds oudtestamentisch jubelde: 'Ik ben zeer vrolijk in de Heere en mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan; gelijk een bruidegom zich met priesterlijk sieraad versiert en zoals een bruid zich versiert met haar gereedschap' (Jes. 61:10). Is dat kleed reeds het uwe? Het is een kleed zonder vlek of rimpel. Er ontbreekt niets aan. Het doet zondaren volmaakt voor hun Koning staan. 'Met hoeveel zorg heeft de Heere de kostelijke stof uitgewerkt van Zijn gerechtigheid om er een kleed van te maken voor Zijn volk. Geen borduursel van gouddraad kan dat meesterwerk van heilige kunst evenaren.

Zulk een gewaad is voegzaam voor haar, die aldus geëerd is door haar verhouding tot de grote Koning. De Heere zorgt er voor dat er niets ontbreekt aan de schoonheid en de heerlijkheid van Zijn Bruid' (Spurgeon).

Is dat alles alleen uitwendig? Gaat het hier alleen om iets dat de gelovigen uiterlijk bedekt? Het zal duidelijk zijn dat dit alles een geestelijke werkelijkheid is die alleen ons deel is als daar ook waarachtig geloof is in het hart. We citeerden reeds de kanttekeningen: Maar Christus' bruid draagt haar geestelijke sieraad van binnen in de inwendige mens' (Ef. 3:16). Door het geloof wordt dit sieraad het onze. Maar waar waarachtig geloof is, daar is ook iets van waarachtige ootmoed en van waarachtige liefde en van waarachtige vreugde in God door Christus. Zeker, dat is nu alles nog zeer ten dele. Maar op de dag waarop de bruid van Christus werkelijk Zijn paleis mag worden binnengevoerd, zal alles wat ten dele is worden afgelegd en zal ze innerlijk en uiterlijk verheerlijkt voor God staan. Volkomen Hem toegewijd.

En de vreugde? Die is er reeds nu. Vreugde als Christus wordt gevonden. Vreugde in God naar waarde nooit te danken. Zeker, zolang we op de aarde zijn is er ook de droefheid. Droefheid over de zonde. Droefheid omdat we niet zijn die we wezen moeten. En dat doet temeer verlangen naar de dag van de bruiloft. Naar de dag van de volkomen vereniging met Hem. Waarop de Bruid voor goed het paleis van haar Koning zal worden binnengeleid. Dan gaat ten volle in vervulling: 'Dan zullen daar de blijde zangers staan/ de speellien op de harp en cimbel slaan en binnen u al mijn fonteinen wezen'.

L.W.Ch. Ruijgrok, Monster

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 december 2007

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

Tot de koning geleid

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 december 2007

Gereformeerd Weekblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken