Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Volkskerk.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Volkskerk.

7 minuten leestijd

De diepe fout, waarin de pleitbezorgers der Volkskerk zich verstrikken, ligt uit den aard der zaak in hunne theologie. Liep die zuiver, hielden ze zich stipt aan het Woord van God, en vonden ze weer lust in de Gereformeerde sporen, zoo zouden ze voor zoo valsch en onhoudbaar ideaal bewaard blijven.

Nu echter gaan ze zoo te werk, dat ze zich wel vastklemmen aan iets uit de Gereformeerde Belijdenis, maar aan een stukske in die Belijdenis, dat er juistalleronzuiverst in ligt en ér hoe eer hoe beter uit moet verdwijnen.

Het kan toch kwalijk ontkend, dat de voorstelling die in onze Gereformeerde Belijdenisschriften voorkoint, als zou de Overheid des lands van Godswege geroepen zijn, om desnoods met zwaard en brandstapel de afwijking van de belijdenis der waarheid uit te roeien er in misplaatst is.

Men poogt dit wel te verbloemen en te verhelen, door den zin van wat de Gereformeerde Belijdenis op dit punt inhoudt te verzwakken, maar zulk onhistorisch geknutsel baat natuurlijk niet.

Wie eerlijk te werk gaat en een man een man is, erkent en belijdt, gelijk dan ook steeds alle eerlijke en oprechte uitleggers van onze Confessie erkend en beleden hebben, dat wei terdege naar de oorspronkelijke bedoeling der Belijdenis de Overheid het zwaard draagt, om de ketters uit te roeien.

Maresius en de zijnen mogen dit tot een minimum hebben herleid, en verklaard dat de vorst des lands niet elk ketter heeft ter dood te brengen; dat men onderscheid moet maken tusschen verleiden en verleiders ; dat eigenlijk alleen de aartsketters en ketterhoofden voor het galgenveld zijn; en dat uit deze eigenlijk alleen diegenen aan rad of galg moeten, die alle fundamenten omkeeren; maar dit verraadt natuurlijk slechts de worsteling in hun binnenste tusschen hun Evangelische gevoelens en hun onmenschelijke theorie.

Te eerlijk en oprecht om niet te erkennen: Art. 36 eischt in de beruchte zinsnede de schavotteering van den ketter; en toch ook weer te eerlijk voor God en te zeer aan zijn Woord gebonden, om zulk een booze stelling bij beter licht te durven handhaven, trokken ze het gouddraad nu zoo ver uit, als slechts even mogelijk was, en beperkten de schavotteering tot zeer godslasterlijke volksverleiders.

Toch hielp hen dit niet. Calvijns besluit in zake Servet beslist historisch, en zijn stuk over het „dooden vaüi den ketter met het zwaard" is afdoende ten bewijze.

Bedenkt men nu wel dat Servet in onze dagen, ware hij b, v. te Groningen of te Leiden hoogleeraar, nog voor orthodox zou doorgaan, dan voelt men, hoe al dit tegenstribbelen niets baat, en hoe door elk minnaar van historische waarheid moest toegestemd, dat alle Gereformeerde belijdenissen, die op dit punt van „uitroeien" spreken, metterdaad en boiten allen twijfel bedoelen: i". dat elke Overheid officieel de Gereformeerde religie belijden moet; en 20. dat alle Ov; rheid de ketters, zoodra hun ketterij een goddeloos en ergerlijk karakter vertoont, , moet uitroeien met den zwaarde.

Ware nu deze theorie fonkel, nagelnieuw door de Gereformeerden uitgedacht, dan, het spreekt vanzelf, zou men de wortelen van deze theorie in hun belijdenis van de Verkiezinge. Gods, die heel hun belijdenis beheerscht, moeten terugvinden, en zou een ieder moeten erkennen, dat men hier wel metterdaad stond voor een stuk specifiek Gereformeerde belijdenis.

Dit echter is niet zoo.

Het denkbeeld van de uitroeiing der ketters door het zwaard wortelt in de Oud-Testamentische bedeeling; was onder het Oude Testament door God geboden; en hing in deae bedeeling met het Oud-Testa-

mentisch d. i. nationaal toenmalige kerk saam. karakter van de

Deze theorie is door Jezus en de Apostelen in de dagen des Nieuwen Verbonds principieel uitgesloten uit de Nieuw-Testamentische bedeeling. Niet alsof de wil en de zin des Heeren nu een andere wierd. Maar omdat de Nieuw-Testamentische bedeeling een andere is, met een anderen aard en een ander karakter en een anderen eisch. Van nationaal wierd de kerk nu algemeen. En dientengevolge eischt de Heere Jezus dan ook nergens den schavotdood voor zijn loochenaars, maar sterft hij zelf als godslasteraar voor ons aan het kruis. En treden even zoo zijne apostelen op, om zeer' zeker geestelijk alle ketterij te verfoeien en er zich van af te scheiden, maar nooit om er de Overheid in te mengen. Neen, ook zij eischen niet het zwaard van de Overheid tegen anderen op, maar sterven er zelf door.

En zoolang de Christelijke kerk eenigermate zuiver, liep, is het dan ook geen Christen ooit in den zin gekomen, om zulk een Oud-Testamentisch denkbeeld op de Overheid onder het Nieuwe Testament toe te passen.

Eerst toen de Christelijke kerk weer verbasterde, sloop dit bittere kwaad in.

Het dagteekent van Constantijns dagen, en is later door de Roomsche Canonisten overgenomen, en alzoo eeuwenlang tot een gemeengoed der publieke opinie gemaakt.

Vandaar dat in de dagen der Hervorming bijna niemand er anders over dacht, of dit hoorde zoo. Hoe men ook verschillen mocht over de vraag, wat ketterij en waarheid is, over de wijze waarop de waarheid moest gehandhaafd verschilde men in principe niet.

Het beginsel van de schavotteering der ketters lag daartoe te muurvast in alle staatswetten gemetseld. Het lag te vast geklonken in het gedachtenstelsel van tien en meer eeuwen. Er wierd wel aan gewrikt, maar het bleef toch zitten.

Op dit door alle thans levende personen gewraakte punt boden onze Confessies dus niets nieuws, maar kopieerden ze uit de publieke opinie en het publiek recht dier dagen slechts wat ze vonden. En wel verre van met hart en ziel in deze valsche theorie in te leven, hebben de Hervormers en de Hervormde kerken veeleer dank zij heur gezuiverde belijdenis, practisch dit booze element uit hun belijdenis uitgelicht en er steeds minder naar gehandeld.

Hoemeer het Gereformeerde beginsel zich ontwikkelt en tot kracht komt en zelfstandig zijn inhoud ontwikkelt, hoe meer alle Gereformeerde overheid het zwaard in de scheede steekt; de ketters vrij geworden laat, en het stelsel volgt dat de ketterij door kerkelijke tucht en geestelijke bestrijding moet overwonnen.

Het klinkt dan ook allerzonderlingst, van mannen als Dr. Vos c. s. in onze dagen plotseling te hooren beweren, dat zij Art. 36 onverzwakt mainteneeren.

Hoort men deze mannen daar nader op, dan blijkt het wel dat ze dit nietmeenen, en hoogstens zekeren steun van de Overheid bedoelen voor hun Volkskerk; liefst in traktementen en politic-escorte zich openbarend. Maar het denkbeeld mainteneeren ze dan toch.

Ja meer en erger nog, want het kwaad wroet hier diep in.

Waar nu in onze heerlijke Gereformeerde Belijdenis aan den éénen kant al het kerkelijk goud dier Evangelische waarheid schittert, die Z30 zuiverlijk de nationale Oxiéi-Testamentische bedeeling laat opgaan in de geestelijke belijdenis dier wereld^& xk, die in de Verkiezing wortelt, uit het Lichaam des Heeren komt, en in het Genadeverbond haar vastigheid bezit, — en daartegenover dat kleine vlekje staat, dat in Art. 36 uit den „Roomschen" zuurdeesem overbleef; — ziet men nu den heer Dr. Vos c. s. juist op dat vlekje allen nadruk leggen; uit dat vlekje heel hun systeem opbouwen; met dat vlekje hun Volkskerk handhaven; en ter wille van dat hun, o, zoo kostelijk vlekje, al de diepere stukken der Belijdenis verachten als golden ze voor niets.

Zie, op tweeërlei zondige wijze heeft men door aan de Overheid de mainteneering der waarheid in positieven zin op te dragen ook na den Pinksterdag de Oud-Testamentische idéé van de nationale kerk in de be-deeling des Nieuwen Testaments laten voortleven.

.De ééne wijze was, dat men de burgerli^e regeering in het Koninkrijk van God trok. Dat deed Jan van Leiden. Zoo deden het de Wederdoopers. Zoo bestonden het de Albigenzen.

Of wel op deze andere wijs, dat men het Koninkrijk van God in de burgerlijke regeering introk. En zoo wil het de Volkskerk.

Mannen broeders, houden we ons van beide deze bedenkelijke dwalingen met behoedzaamheid verre.

De Nieuw-Testamentische bedeeling is nu eenmaal een andere.

De nationale kerk van Israël is opgegaa 1 in de wereldkerk.

Niemand belijdt in de 12 Geloofsartikelen: Ik geloof een Christelijke keik van Nederland.

Maar wel: „Ik geloof een heilige algemeene Christelijke kerk."Blijven we daar bij.

Het nationaliseeren van de kerk is niet Gereformeerd, maar pseudo-Luthersch.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 maart 1887

De Heraut | 4 Pagina's

De Volkskerk.

Bekijk de hele uitgave van zondag 27 maart 1887

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken