Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Officieele Berichten uit de Red. Geref. Kerken.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Officieele Berichten uit de Red. Geref. Kerken.

18 minuten leestijd

BIJVOEGSEL BEHOORENDE TOT Jefant"ïan291prilli

( Vervolg.)

PROVlNCIALE D14R0N4LS VgEG4DEBI^6. gehonden te RoUrrdam, in het GeboHW— Kruiskade, op Woensdag eo " " " 2S tn ^6 April I888.

Op deze Vergadering waren vertegenwoordigd de Kerken van Rotterdam, Deltt, Oudenhoom, Waarder, Nieuw-Lekkerland, Nieuw-Helvoet, Charlois, Den Haag, Zevenhoven, ^ Barendrecht. Maasland, Kralingen, Oude Wetering, Bodegraven, Dordrecht, IJselmonde, Zwammerdam, Schiedam, Leiderdorp, Woerden, Heinenoord, Stad aan het Haringvliet, Kapelle aan den IJsel, Bleiswijk, Ottoland, Delftshaven, Sprang, Zuidland, Vlaardingen en Maassluis. Zij werd geopend door Ds. G. Klaarhamer met gebed en het lezen van i Corinthe 13, nadat vooraf gezongen was Psalm 86 : 6.

Z.Eerw. stelde toen namens de Commissie van regeling voor: dat in het moderamen zitting zouden nemen Dr. W. Geesink als Voorzitter, Ds. G. Klaarhamer als Assessor, Di. F. Fortuin en C. J. W. van Lumrtiel als Scribae. De Vergadering nam dit voorstel aan en genoemde Broeders lieten zich die benoeming welgevallen.

De Voorzitter stelde alsnu punt i der Agenda aan de orde, luidende: De maatschappelijke toestanden, de oorzaken en de geneesmiddelen der ellende. — Ds. Klaarhamer had op zich genomen, dat punt in te leiden, en kweet zich van die taak op eene wijze, die aller dank verwierf.

Waar spreker ons een diepen blik deed slaan pp de treurige maatschappelijke toestanden, daar noemde hij vooral de zucht tot opschik, zoodat in bijna alle standen de uitgaven de inkomsten overtreffen; men maakt gebruik van het ruime crediet, dat weer zijn ontstaan dankt aan teugellooze concurrentie. Misbruik van sterken drank, die lichaam en ziel verwoest, gemakzucht, uithuizigheid en bijna overal gebrek aan tucht, of soms tucht van beneden naar boven, in plaats van omgekeerd.

Wist de maatschappij nu maar, dat ze zoo ziek was, maar, helaas, onder den schijn van welvaart zinkt ze weg en ze weet het niet.

De Christen heeft echter voor die ellende een geneesmiddel: Gods Woord. En indien de Kerken naar dat Woord leven, dan komen de ambten in die Kerken tot eere en de ambtsdragers zien allereerst rond in eigen kring Maar om dan ook inde eenheid der Kerk, in Christus, samenwerkend op te treden Kortom, ieder levend lid der Kerk streve naar reinheid in leer en zaïeeitjisneia, een zeKerneia aie oondt^ is.

Er gaat een werk van Gods Vaderharte, uit den Raad des eeuwigen Welbehagen, uit, en dit werk gaat door, en is door niets te stuiten in zijn loop, en bereikt gewissclijk zijn oogmerk, Frz/machtige genade verkiest en «/machtige genade bewerkt de verkorenen, en de Middelaar die tusschenbeide treedt, brengt voor die verkorenen zijn oiferande, en de vrucht van die offerande beweegt zich rechtstreeks naar die verkorenen toe. Ja, wel verre daar vandaan, dat hun wil nog eerst Jezus' werk werkende zou moeten maken, is integendeel zelfs de eerste geloofsdaad die in hen openbaar wordt reeds een vrucht en uitweiking van het offer dat Christus voor hen bracht.

Vandaar dat onze Gereformeerde vaderen er zoo op stonden, om ook de vrucht van d het kruis te behandelen, en dat de Catechismus ook aan die vrucht des kruises, die l o in onze reinigmaking bestaat, een afzonderlijke Vraag wijdt.

Eerst ddn toch, als elke werking des heils en der heiligheden in ons, als een k vrucht van het kruis voor ons treedt, is l de Pel^iaan en de Remonstrant in ons overwonnen. Eer niet; en alle prediking van den Christus, die wel erkent dat hij v stierf voor onze zonden en overgeleverd is om onze ongerechtigheden, maar die het a da rna nog in onze keuze stelt, of wij u van 'J? re teweeggebrachte verzoening ge­ i bruik zullen maken; of ook dat het nóg leven en handhave de tucht in eigen huisgezin. Zoo onderscheide men zich van de wereld. En waar we moeten bestrijden en hulpe bieden, begin daar, zeide Spreker, met de kinderen, dat trekt de ouders aan. Wijs ze naar onze Zondagsscholen, naar onze Christelijke scholen, en help zelfs daar, waar bij jongelieden gebrek aan gereedschap, noodig voor hun werk, het middel blijkt te zijn, tot opheffing uit den nood.

Na ernstige bespreking werden de volgende 10 resolutiën vastgesteld:

I. Het Diakonaat in de Kerke Christi daalt af van den Vader der barmhartigheden en den God aller vertroosting.

2 Cor. 1:3. De Bedienaar er van is de Middelaar Jezus Christus, de barmhartige Hoogepriester. Hij alleen.

Diakenen kunnen het ambt eerst dan bedienen, wanneer ze in Ambtsgemeenschap staan met Christus, het Hoofd, en treden dus priesterlijk op.

Joh. 13 : 14-»lBdien dan Ik, de Heere en de Meester, uwe voeten gewasschen heb, zoo zijt gij ook schuldig elkanders voeten te wasschen."

2

De bediening der barmhartigheid in de Kerk des Heeren is in oorsprong en strekking zóó verheven, dat wij ons diep hebben te schamen over zooveel verzuim en onbarmhartigheid; 's Heeren genade hebben in te roepen ook over die tekortkomingen; en Hem te smeeken, dat wij door de leiding des Heiligen Geestes dat ambt tot Zijn eer, naar Zijn Woord mogen bedienen.

Alle nooden en behoeften, waarin Diakenen niet kunnen voorzien, worden in overleg met de Bedienaren des Woords en Ouderlingen besproken en, zoo oorbaar, voor de Gemeente gebracht, om ze tezamen den Heere te klagen, van wien alleen hulpe komen kan.

Persoonlijke barmhartigheid worde zooveel mogelijk door de Diakenen in de Gemeente opgewekt; vooral bij meer gegoeden en bij familieleden der armen en ellendigen.

Wanneer de familieleden of naastbestaanden niet bij machte zijn of in gebreke blijven, geschiedt de verzorging der armen in de Kerke Gods door de Diakenen.

Het inzamelen en beheeren der gaven en het uitdeelen geschiedt in gemeen overleg door hen persoonlijk.

Wenschelijk is het, wanneer door andere ambtsdragers of particulieren gaven worden gevraagd, ontvangen en beheerd, ten behoeve van hen, die aan de plaatselijke zorgen der Diakonie zijn toevertrouwd.

6. De financieele zorg voor het onderwijs der kinderen van on-of minvermogende ouders worde aan Diakenen toevertrouwd.

Een ataoenmg van schuld heeft vanzelf vrucht en kan niet zonder uitwerksel zijn; want het vanzelf komend enj noodzakelijk volgend uitwerksel is, dat de schuld ophield, dat dus de schuldenaar geen schuldenaar meer is, dat derhalve de beschaamde van straks nu een vrijgemaakte en jubelende wordt, en dat de rechtvaardigmaking die plaats greep door niets meer is te stuiten.

Men mag dus in onze Gereformeerde kringen wel scherp toezien, of de rechte, zuivere lijn van de Gereformeerde belijdenis wel overal zonder bochten of krommingen, met vaste hand wordt doorgetrokken, en of er geen halt-Remonstrantsche afwijkingen zijn.

Hat moet al één heilige stuwkracht zijn, die van Gods Raad uitgaat, die in Christus' ijden en sterven haar volle mogendheid openbaart, en die van daar uitgaande dan nu ook onwederstandelijk vrucht teelt voor en in de verkorenen.

Alleen zoo wordt de z^^ymacht der veriezing in de «/macht der genade verheerijkt.

Doch ditzelfde gaat dan nu ook door van de heiligmaking.

Van heiligmakinq sprekende moet ge ltoos twee dingen wsl onderscheiden, t. w. w heiligheid voor de Wet, en uw heiligheid n de bewegingen uwer ziele.

Uit dooreenstrcngeling van die twee ont-

Diakenen mogen er vooral op bedacht zijn, gezinnen, die tot een laag, soms zeer laag peil gezonken zijn, uit hunnen ellendigen staat op te heffen.

Men trekke zich vooral de kinderen aan, opdat zij op de Zondagsscholen der Kerk geplaatst worden, en vooral gelegenheid verkrijgen, op de Christelijke dag-en avondscholen onderwezen te worden.

8. Dat Diakenen zich het lot aantrekken van vrouwen, die in openbare ontucht leven, of die gevaar loopen daartoe te zullen vervallen. Dit is inderdaad een werk der barmhartigheid, waar de reddende liefde, helaas, werk te over vinden zal.

9-Diakenen stellen zich door middel van Diakonieën in plaatsen waar gevangenissen zijn in contact met Directeuren der gevangenissen, teneinde de ontslagen gevangenen voort te helpen, opdat zij niet weer in de zonde vallen, of door armoede of verlatenheid niet tot dieper ellende komen.

10. Met het oog op het materialisme, dat in de Medische faculteiten het woord heeft, worden er door Diakenen inzonderheid pogingen aangewend, om de belangstelling op te wekken tot verkrijging eener Medische faculteit aan de Vrije Universiteit, opdat ook in de geneeskunde de Christelijke barmhartigheid heersche.

Alsnu kwam aan de orde punt II der Agenda:

De stichting of het onderhoud van bedoelde stichtingen voor Cl"'''' cj Provincie.

Dr. W. Geesink, wien de inleiding daarvan opgedragen was, boeide de Vergadering door een keurig referaat. Spreker wees ons op het voorheen en thans, op de wordingsgeschiedenis van ons agendum. Reeds op het Synodaal Convent te Rotterdam werd de bediening der barmhartigheid (Art. 37 van het Agendum) in het rechte spoor geleid. Wie onzer herinnert zich niet het praeadvies van Dr. Van den Bergh, waarin hij onder vele treffende zaken ook wees op gebrek aan samenwerking in Classis en Provincie. Die opwekkmg ? is niet tevergeefs geweest.

Daarna wees Spreker 'ons op het Diako'nale Geschrift Olie en Wijn in de Wonden., dat zeker wel door ieder Diaken gelezen en herlezen zal zijn en op geen Kerkeraadsvergadering ontbreken mag. De Schrijvers van dat werk. Ds. De Gaay Fortman, en Dr.Van den Bergh en Hoekstra wezen op het Diakonaal Congres te Utrecht andermaal op de behoefte aan provinciale en classicale samenwerking en nu zijn we volgens een resolutie, te Utrecht vastgesteld, door 's Heeren goedheid samen, om, mocht het zijn, gezamenlijk handelend op te treden, en zoodoende ook den diepst gevallenen en ellendigsten de helpende en reddende hand te bieden.

Plaatselijk zorgen w-ij voor de gewone handreiking ; plaatselijk verzorgen we onze weezen en ouden van dagen; maar gemeenschappelijk treden wij zoo noodig op, ook volgens den wensch van het Diakonaal Congres, te Utrecht heid, toch aahspTeken als „heiligen en „geliefde kinderen". Gods" en „geliefde kinderen”

Terwijl we, in ons zelven, „nog midden in den dood liggen", gelijk ons Avondmaalsformulier zoo schoon zegt, hebben en bezitten we toch deze onze heiligheid in ons heerlijk Hoofd, omdat wij zijn leden, één plante met hem zijn, en hij als onze Borg lijdende en doende (passief en actief) is ingetreden.

Doch heel iets anders nu is de heiligmaking waarover deze Vraag handelt. Hier toch is sprake van onze heiligmaking niet voor de eischende Wet Gods, maar van een heiligmaking in de beweging onzer ziele.

Dit stuk nu rust op Christus' voortdurende werkzaamheid uit den hemel. Hij leeft daar, niet enkel denkende aan het verleden en minnende op de toekomst, maar is ook dagelijks bezig met zijn verkorenen die hij op aarde heeft. Hij is en blijft de werkzame Herder, die zijn kudde op aarde kent, bewaakt, verzorgt en bewerkt.

Er gaat dus kracht van hem uit, en het is van die kracht dat de Catechismus zegt:

„Dat door zijn kracht onze oude mensch met hem gekruist, gedood en begraven wordt."

I) Hierbij merke men op dat ^tdadclijke gehoorzaamheid" in de 17e eeuw beduidde: niet, een gehoorzaamheid, die terstond, dadeïijh volbracht wierd, maar een gehoorzaamheid die in daden, in iets te d»cn bestoad. gehouden, in het verplegen van blinden, doofstommen, krankzinnigen enz. Dat enz. vult spreker gaarne aan met zenuwlijders, idioten, lijders aan epilepsie, ongeneeslijke ziekten, gevallen vrouwen, verwaarloosde jongens en meisjes, verzwakte kinderen en werkeloozen. Spreker ging daarna over tot het lezen en toelichten van zes resolutiën, die door de vergadering na ernstige bespreking werden overgenomen en vastgesteld:

I. Overmits de verzorging van weezen en ouden van dagen in den regel door familieleden en eerst waar dit ondoenlijk blijkt door uitbesteding vanwege en onder toezicht der plaatselijke diakonie in de gezinnen hunner woonplaats behoort te geschieden, kunnen wees-, oude mannen en vrouwenhuizen niet worden gerekend tot de stichtingen hier bedoeld.

2. Inrichtingen van barmhartigheid, tot welker gemeenschappelijke stichting en onderhouding de diakonieën der Ned. Geref. Kerken (doleerende) in de provincie Z. Holland zich wel hebben te bepalen, zijn: a. krankzinnigen, zenuwlijders, idioten en lijders aan vallende ziekte; b. blinden en doof stommen; c. ongeneeslijke zieken; d. gevallen vrouwen ; e. verwaarloosde jongens en meisjes; f. verzwakte kinderen ; g. werkeloozen.

3. Zoolang hèt der vereenigde krachtsinspanning onzer diakonieën nog niet is mogen gelukken deze stichtingen in het leven te roepen, maken zij, zoowel waar zij ieder voor zich, als waar zij in-vereeniging met elkander, jegens de ellendigen en nooddruftigen in 2 bedoeld, barmhartigheid oefenen, zoomin mogelgk van de bestaande staatsinrichtingen, maar bij voorkeur van die, welke door het particulier initiatief der Protestantsche Christenen zijn ontstaan, gebruik.

4. Wel verre, dat het gebruik maken voor hare ellendigen en nooddruftigen van deze stichtingen van Jparticulier initiatief de diakonieën mag doen aflaten van-of vertragen in het vervullen harer roeping tegenover deze leden der Kerk, heeft dit gebruik maken veeleer telkens weer het bewustzijn te verwakkeren, dat deze stichtingen, hoe uitnemend ook in zichzelf, nochtans een verootmoedigend getuigenis zijn tegen de onbarmhartigheid der Kerk en een dringend vermaan tot dadelijke bekeering van hare eigen ambtelijke ontrouw.

En overmits onze barmhartige Hoogepriester ook tot onze diakonieën zegt: ndien-gij deze dingen iveet, zalig zijt gij, zoo gij dezelve doet\ (Joh. r3 : 17) hebben zij, onder opzien tot den Heere en met bescheiden verzoek om voorlichting van in deze materie bekwame mannen, niet overijld, maar dan toch onverwijld, in gemeenschappelijke samenwerking de stichting en onderhouding van de sub 2 genoemde stichtingen ter hand te nemen, beginnende allereerst met zulke, waarin het particulier initiatief óf niet, óf slechts gebrekkig voorziet, om niet te rusten, róór en aleer in ook die reuke uwer offerande zou den Heiland nooit tegengeu*en, tenzij dat toewijding uwer ziele aan hem vrucht uws geloof s wierd.

Ook hier gaat dus de werking en de bewegende kracht van den Christus uit, en wel op grond van zijn kruisverdienste. Maar, en dit is al het onderscheid, ditmaal gaat de werking niet buiten u om., heeft niet plaats op u, maar in u en gaat door het middelpunt, het merg en de kern uwer ziele heen.

Daar in uw ziel beweegt ze uw bewustzijn, buigt uwen wil, zet uwe neigingen om, en doet in u gisten genegenheden, die u persen en dringen, dat ge niet stilzitten kunt.

Doch nu geraakt ge dan ook in beweging. Er komt werking in u. Er is een willen en werken in u gewerkt, zóó dat ge dan nu ook zelf wilt, s^//werkt en het zelf doet.

Ja, er is drang, er is heilige bezieling, er is een innerlijke aandrift en geestdrift in u te bespeuren, die u niet meer lijdelijk doet zijn, maar handelend doet opireden, en zoo komt ge tot de offerande voor uw Heer.

Die beide hebt ge dus vast te houden, én dat het al uitgaat van zijn kruisverdienste en door zijn kracht, én dat tengevolge daarvan juist gij persoonlijk werkzaam wordt, het wilt, er uw ziel in legt en het doet.

En dit nu, als dit wilkn en werken in al de rubrieken van ellendigen, daar genoemd door kerkelijke stichtingen is voorzien.

6. Stichtingen, waaraan in onze provincie de dringendste behoefte bestaat en waarin mitsdien het allereerst door gemeenschappelijke samenwerking onzer diakonieën moet worden voorzien, zijn:

a. een provinciaal diakonaal bureau voor werkeloozen;

b. een provinciaal diakonaal gesticht voor ongeneeslijke zieken.

c. een provinciaal diakonaal doorgangshuis voor ontslagen jeugdige vrouwelijke veroordeelden.

Nu restte nog het derde punt van het Agendum:

Inhoeverre arme Diakonieën door rijkere kunnen gesteund worden.

Dit schijnbaar povere onderwerp werd op ernstige wijze ingeleid door Ds. A. van Veelo.

Al spoedig bleek het, op grond van Gods Woord, waaruit Spreker verschillende teksten en feiten aanhaalde, dat de rijkere diakonieën de armere moeten steunen; wat de gevolgen" van het egoïsme zijn; hoe een terugblik op de Synodale Organisatie, waar menigmaal een rijke kerkvoogdij tegenover een arme diakonie, en een rijke diakonie in eigen kring zelfs zeer karig hulpe bood, en alle verband met arme diakoniën ontbrak, ons een spoorslag moest zijn, die zonde te vlieden.

Het steunen van minder bedeelde diakoniën moet echter gepaard gaan met een onderzoek naar de reden, waarom zij hulpe noodig hebben.

Daarna wekte spreker op tot gebed, plaatselijk, classicaal en provinciaal samenwerken en samenbidden. Dan komen we, onder de genadige leiding des Heugen Geestes, af van alle Öoolpaden. De Gemeente worde daarbij opgewekt tot de praktijk der barmhartigheid, allereerst in eigen kring.

Hierna werden de 7 eerste resoluties ernstig besproken en daarna vastgesteld.

De 8ste resolutie ontving haar bestaan na een wenk van Ds. Fortuin, die de Vergadering volkomen billijken moest.

I. Het onvermogen zoowel op stoffelijk als geestelijk gebied, evenzeer voor Kerken als personen, is altoos gevolg der zonde. Daarom moet het dringen tot verootmoediging, tot het opsporen der zondige oorzaken in eigen boezem en het zoeken der geneesmiddelen op eigen terrein, eer men tot andere Kerken om hulp zich wendt.

2. Dit neemt echter niet weg, dat door de barmhartigheid Gods rijker beweldadigde Kerken, krachtens de barmhartigheid van onzen medelijdenden Hoogepriester en naar Gods Woord, geroepen zijn zich het lot der ellendigen ook buiten eigen kring aan te trekken en in hunne behoeften naar vermogen te voorzien.

3. Daar de Kerken in hare deformatie zich door schuldige ontrouw hebben teruggetrokken van de oefening der kerkelijke barmhartigheid jegens behoeftige gemeenten, hebben deze Kerken, tot reformatie gekomen, zich deswegens voor niet meer dat ongeestelijk durven; dan begaf u die moedwil; en sloop er eer verlegenheid in u en kwam over u beschaamdheid des aangezichts.

En vraagt ge nu in welke van die beide oogenblikken er realiteit van vroomheid in u was, dan kunt ge toch immers niet aarzelen, en voelt ge aanstonds, hoe ijl, hol en leeg die schijnvroombeid was, waarmee ge maar zoo naar uw God dorst roepen, en hoe daarentegen de schroomvalligheid en schuchterheid, de verlegenheid en beschaamdheid die daarna over u kwam, u onder veel waarachtiger indruk vond van de majesteit uws Gods.

En daar spreekt nu ook Gods Woord het Amen op, en bezegelt dien schroom, en spreekt u toe in die verlegen oogenblikken, door u op Immanuël, uw Borg en Broeder te wijzen, die u den toegang en de toeleiding tot het Eeuwige Wezen ontsluit.

En hierin nu schuilt het mysterie van Jezus' hemelvaart.

Hij was hier; als onzer één; in^ons vleesch en in ons bloed; en van hier vaart hij op en gaat dien hemel binnen, »om daar te verschijnen voor het aangezicht Gods voor ons, "

d. w. z. om waar engelen met vleugelen het aangezicht dekken, en wij in onze beste oogenblikken terugdeinzen en geen moed meer hebben, voor ons in te gaan, voor ons te bidden, onze beden op de wierookschaal in te dragen, en_ zoo aan onze ziel een vrijmoedigen, en toch niet overmoedigen toegang te geven tot de gemeenschap met onzen God.

Het is niet zoo, dat Jezus leeft om voor ons te bidden, alsof wij zelf niet tot den Vader bidden mochten. Integendeel, de Heere Jezus

sschop in Zweden eigenlijk niets; het .< i3 slechts eene inleiding tot het ambt, niet eene mededeeling van een bisschoppelijk karakter. Ook betoogde hij, dat men in Zweden geen eigenlijke priesters heeft, maar enkel predikanten, enz. enz. Jenner toonde naar zijne meening glashelder aan, dat de Episcopale kerk niets gemeen heeft met de Zweedsch-Luthersche staatskerk.

Twee Anglikaansche geestelijken zijn bij opdracht van den aartsbisschop naar Armenië gereisd, om aldaar met de Nestorianen kerkelijke gemeenschap te zoeken. Niet lang geleden werd een bisschop der Grieksche kerk in Londen volkomen als broeder behandeld, ja was hij tegenwoordig bij de wijding van een bisschop der Anglikaansche kerk. Ook beschouwt men de oud-Katholieken als broeders, maar noch van Lutherschen, noch van Gereformeerden wil men iets weten.

In bovenvermelden strijd werd nog eene uiting van Dr. Pusey aangehaald, waarin hij den paus de broederband bood en de besluiten van het concilie van Trente wilde aanvaarden, wanneer deze slechts zijn aanspraak op de suprematie over de kerk van Engeland wilde laten varen.

Uit den strijd, die over het huwelijk van prins Oscar is voortgevloeid, blijkt opnieiiw, hoe de .-Irjai-Jr, - . J^ia^Aa T? y-irtvrtej/^lifl g d den Heere diep te schamen en te verootmoedigen^en door hare diakonieën barmhartigheid te oefenen jegens minder bedeelde Kerken.

Deze barmhartigheid jegens diakonieën mag nooit leiden tot geestelijke schade voor de Gemeente ; daarom moeten door eigen nalatigheid hulpbehoevende Kerken bij haar gebrek aan barmhartigheid worden bepaald en tot hare oefening opgewekt.

5.

Aan waarlijk nooddruftige Kerken moet deze barmhaitigheid niet uitsluitend door geldelijke ondersteuning bewezen worden.

6.

De ondersteuning van andere diakonieën moet immer een broederlijk karakter dragen en dus nimmer vernederend zijn voor haar, die ze ontvangen. Daarom is zooveel mogelijk classikale of provinciale samenwerking der diakonieën, waarbij ieder naar vermogen bijdraagt, aan te bevelen.

Bij dit alles behooren de diakonieën steeds ijverig aan te dringen bij hare eigene en andere Kerkeraden op het houden van plaatselijke, classikale en provinciale conferentiën en bidstonden met de gemeente tot het opwekken, in de mogendheid des Heeren, van barmhartigheid, en het gemeenschappelijk gebed om de genade der barmhartigheid, opdat dit deel van den arbeid der diakonieën onnoodig worde.

8.

De vergadering spreekt de wenschelijkheid uitj dat de voorloopige Synode der Nederduitsche Gereformeerde Kerken (doleerende) die D. V. in Juli te Utrecht samenkomt, de Kerken wijze op hare verplichting, zich bij petitionnement te wenden tot de Tweede Kamer der Staten-Generaal, in zake een wetboek op den arbeid.

De volgende Prov. Diak. Conferentie zal D. V. gehouden worden te 's Hage, zoo mogelijk de eerste week in Juni. Nadat door den Voorzitter een woord van dank was gebracht aan allen die, hetzij door hun werk of door hun komst, deze vergadering hadden gediend, dankte Ds. Klaarhamer den Voorzitter voor zijn uitmuntende leiding der Vergadering, en sloot Dr. Geesink deze samenkomst met dankzegging.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 mei 1888

De Heraut | 6 Pagina's

Officieele Berichten uit de Red. Geref. Kerken.

Bekijk de hele uitgave van zondag 6 mei 1888

De Heraut | 6 Pagina's

PDF Bekijken